2010/18 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Mr. dr. M. Malsch
 
tegen
 
M. Hemstede en de hoofdredacteur van Markant
 
Bij brief van 5 januari 2010 met 5 bijlagen heeft mr. dr. M. Malsch, in haar hoedanigheid van woordvoerster van de Initiatiefgroep Beschermd Terrein Sherpa, (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. Hemstede en de hoofdredacteur van Markant (hierna: verweerders). Hierop heeft J. de Koning, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 26 januari 2010.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 februari 2010 in aanwezigheid van klaagster en verweerders.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van één van de leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen de behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
In oktober 2009 is in Markant, maandblad voor de gehandicaptensector, in de rubriek ‘Zorgvuldig’ een artikel geplaatst onder de kop “Een ideologische discussie”. De intro van het artikel luidt:
“Regelmatig stuurt het Landelijk Netwerk Kritische Ouders (LKNO) verontrustende e-mails aan de media, waarin wordt geschetst hoe een cliënt gedwongen van een instellingsterrein naar een woning in de samenleving wordt verhuisd. Onlangs nog over en cliënt van Sherpa. Het leidde tot Kamervragen van de SP. Wat wil het LNKO en wat is de achtergrond van hun felle toon?”
 
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“’Wij zijn tegen ongenuanceerd community caredenken’, zegt communicatiemedewerker Piet Schuerman van het netwerk. ‘Er wordt over instellingsterreinen vaak te negatief gesproken. Alsof de mogelijkheden van bewoners er worden onderdrukt. Onzin. (…)’
De Centrale Vertegenwoordigersraad van Sherpa is ongelukkig met de benadering van de Initiatiefgroep beschermd terrein Sherpa (IBTS), die aan het netwerk verbonden is. ‘Ik zou het zelf heel prettig vinden als de intense bezorgdheid van deze groep in de discussie zou worden meegenomen, maar door de toon van het debat wordt dat bijna onmogelijk', zegt ambtelijk secretaris Gerrit Rigter. ‘Ze verdraaien feiten, kloppen ongerustheid op en schenden de privacy van cliënten. In de top van de organisatie zit veel spanning door de acties van het netwerk, en de medewerkers zijn murw geworden.’
De vraag of mensen met een beperking beter wonen op een instellingsterrein of in de samenleving heeft een ideologisch karakter gekregen.”
en
“Sherpa communiceert met de IBTS via de Centrale Vertegenwoordigersraad. ‘Direct contact hebben we helaas niet meer’, zegt een woordvoerster.”
en
“Arduin, dat in het verleden met het netwerk te maken kreeg, is afhoudend: ‘Wij hebben ons beleid niet aangepast na negatieve en kritische reacties van het netwerk’, zegt bestuurder Patty van Belle.”
 
Boven het artikel is een afbeelding geplaatst van een gedeelte van een bericht op de website van de SP van Baarn met de kop “Kamervragen Kamerlid Renske Leijten over Sherpa”. Op de afbeelding is de naam van klaagster te lezen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat de in het artikel aan het adres van de Initiatiefgroep Beschermd Terrein Sherpa (IGBTS) geuite beschuldigingen zodanig ernstig, niet onderbouwd en onjuist zijn, dat haar ten onrechte geen gelegenheid tot wederhoor is geboden. Zij wijst erop dat Hemstede contact heeft gehad met de heer P. Schuerman, die werkzaam is voor het LNKO. Voorafgaand aan de plaatsing van het artikel heeft Schuerman Hemstede in een e-mail bericht dat ‘plaatsing van het onderhavige artikel zonder betrokkenheid van de woordvoerder van de IGBTS (mevr. Malsch), [hem] zou voorkomen als geheel onjuist, omdat Sherpa opvallend onderdeel is van het verhaal’. Klaagster benadrukt dat het Landelijk Netwerk Kritische Ouders(LNKO) en de IGBTS verschillende organisaties zijn en volstrekt los van elkaar staan.
Ten aanzien van de stelling van verweerders dat klaagster met vakantie was gedurende de gehouden interviews en daarom niet in de gelegenheid is gesteld haar mening te geven, wijst klaagster erop dat het artikel niet zodanig urgent was, dat niet met plaatsing had kunnen worden gewacht tot zij weer beschikbaar was. Ter zitting voegt klaagster hieraan toe dat zij in een eerder geval wél door Hemstede is benaderd en dat haar e-mailadres bij Hemstede bekend was.
Klaagster stelt verder dat haar de mogelijkheid geboden had moeten worden om een artikel in te zenden met haar visie over ‘community care’ van ongeveer dezelfde lengte als de gewraakte publicatie. De mogelijkheid tot het plaatsen van een ingezonden brief van maximaal 300 woorden was niet toereikend: dat aantal woorden was onvoldoende en ingezonden brieven worden altijd achterin geplaatst en niet door veel mensen gelezen, aldus klaagster. In dat verband wijst zij er verder nog op dat de LNKO en IGBTS niet beschikken over een eigen medium om hun standpunten over ‘community care’ op ruime schaal te verspreiden. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), brancheorganisatie voor aanbieders van zorg- en dienstverlening aan gehandicapten, heeft die mogelijkheid wel. Markant kan als platform voor de directies van deze instellingen worden beschouwd.
Ten aanzien van de illustratie boven het artikel heeft klaagster nog betoogd dat deze tendentieus is, nu de IGBTS geen enkele connectie heeft met de SP.
 
Verweerders stellen dat geen weerwoord is gevraagd, aangezien zij in de veronderstelling waren dat de IGBTS en het LNKO aan elkaar gelieerd zijn. Zij wijzen erop dat de website van het LNKO spreekt van een los samenwerkingsverband. Bovendien mochten zij op basis van de reactie van Schuerman aannemen dat sprake was van een verband tussen beide organisaties. De uitlatingen van Schuerman beschouwden zij afdoende als het toepassen van wederhoor, ook omdat hij en klaagster regelmatig samen optrekken. Voor verweerders was Schuerman de contactpersoon. Ter zitting voegt Hemstede hieraan toe dat zij geen inhoudelijk verschil ziet tussen de standpunten van het LNKO en de IGBTS.
Verweerders concluderen derhalve dat zij tot plaatsing konden overgaan en niet behoefden te wachten tot klaagster terug was van vakantie om haar reactie te vernemen.
Met betrekking tot het plaatsen van een artikel van de hand van klaagster over ‘community care’ in plaats van het inzenden van een brief, stellen verweerders dat zij met uitzondering van columns en recensies artikelen laten schrijven door journalisten en niet door woordvoerders van organisaties die een bepaald belang of een groepering vertegenwoordigen. Het geven van een visie over ‘community care’ zou bovendien niet gelijk staan aan het ingaan op de uitlatingen in het artikel over de IGBTS. Het artikel ging immers over de verharde discussie over de voor- en nadelen van ‘community care’. Dat staat volgens verweerders los van de scheiding tussen de leden van de VGN en vertegenwoordigers van ouders en cliënten. Ter zitting hebben verweerders hieraan toegevoegd dat het schrijven van opiniestukken hooguit op uitnodiging van de redactie geschiedt en dat dergelijke stukken ook niet meer bedragen dan 300 woorden. Bovendien hebben zij niet langer belangstelling voor een verdere discussie over ‘community care’, maar hooguit voor een uitleg over de handelwijze van de IGBTS.
Ten aanzien van de illustratie hebben verweerders gesteld dat zij in de rubriek ‘Zorgvuldig’ altijd een afbeelding plaatsen ter adstructie van een artikel. Dat in dit geval een gedeelte van de website van de SP is afgebeeld, berust op louter toeval.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders ten onrechte geen wederhoor bij klaagster hebben toegepast en niet kon worden volstaan met het aanbod een ingezonden brief te publiceren.
 
In het artikel wordt de Initiatiefgroep Beschermd Terrein Sherpa (IGBTS) onder meer verweten feiten te verdraaien, ongerustheid op te kloppen en de privacy van cliënten te schenden. Verder zou in de top van de organisatie veel spanning zitten en zouden de medewerkers murw zijn geworden. Naar het oordeel van de Raad behelst het artikel aldus zodanige beschuldigingen aan het adres van de IGBTS, dat verweerders wederhoor bij deze instantie hadden moeten toepassen alvorens tot publicatie over te gaan. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Het standpunt van verweerders dat zij meenden dat Schuerman mede voor de IGBTS sprak, kan niet worden gevolgd. Immers, in zijn e-mailbericht van 11 september 2009 aan Hemstede heeft Schuerman duidelijk de functie van het LNKO en de verhouding met de IGBTS geschetst en heeft hij uitdrukkelijk gesteld dat plaatsing van het artikel zonder betrokkenheid van klaagster volgens hem onjuist was. Verder is niet gebleken dat plaatsing van het artikel zo urgent was, dat een reactie van klaagster niet kon worden afgewacht. Bovendien hadden verweerders een andere vertegenwoordiger van de IGBTS om een reactie kunnen vragen.
 
Gelet op het voorgaande is zonder meer voorstelbaar dat klaagster alsnog haar visie op de zaak naar voren wilde brengen. Evenzeer is voorstelbaar dat zij daarvoor – gezien de aard van de kwestie – meer ruimte nodig had en een meer prominente plaatsing wenste, dan volgens de bij Markant geldende regels is toegestaan. De lading van het gewraakte artikel en de positie daarvan in het tijdschrift mede in aanmerking genomen, acht de Raad het aanbod van verweerders tot publicatie van een ingezonden brief van maximaal 300 woorden in dit geval onvoldoende.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders, door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, de grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Markant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 19 april 2010 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.