2010/17 deels gegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X, Y en Z
 
tegen
 
M. Gort, S. Stegen en de hoofdredacteur van ‘Drenthe Actueel’ (RTV Drenthe)
 
Bij brief met drie bijlagen, bij de Raad binnengekomen op 9 december 2009, heeft [vader van X] namens zijn zoon X en namens Y en Z (hierna gezamenlijk: klagers) een klacht ingediend tegen mw. M. Gort, S. Stegen en de hoofdredacteur van ‘Drenthe Actueel’ (hierna: verweerders). Hierop heeft K. Samplonius, directeur/hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 21 januari 2010, met vijf bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 februari 2010. Namens klagers is daar [vader van X] verschenen, bijgestaan door mw. M. Sessink, werkzaam bij Slachtofferhulp Nederland. Van de zijde van verweerders zijn bovengenoemde Stegen, redacteur, en Gort, hoofd nieuws, verschenen.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van één van de leden van de Raad hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen de behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 13 oktober 2009 is in het radioprogramma ‘Drenthe Actueel’ en op de website van RTV Drenthe aandacht besteed aan een ontuchtzaak, die diezelfde dag diende voor de rechtbank Utrecht. Klagers zijn slachtoffers in die zaak. In de berichtgeving zijn de voornamen van klagers vermeld, alsmede de naam van het koor waarin zij zongen en de plaats waar het koor vandaan komt.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers betogen dat het onzorgvuldig is geweest om in de uitzending meerdere keren hun voornamen te gebruiken, zeker in combinatie met de vermelding van de naam van het koor waarin zij zongen en de plaats waar het koor vandaan komt. Volgens klagers zijn zij hierdoor bekend geworden bij een breed publiek, terwijl dat voor de aard van de berichtgeving niet noodzakelijk was. Klagers menen dat de berichtgeving in strijd is met de punten 2.4.1. en 2.4.7. van de Leidraad van de Raad.           
Ter toelichting wijzen klagers erop dat slechts een beperkt aantal jongens met deze voornamen bij dit bekende koor zingt en dat deze namen staan vermeld in de omslag van de meest recente cd van het koor. Aan deze cd heeft RTV Drenthe overigens destijds aandacht besteed, aldus [vader van X] ter zitting. Klagers benadrukken dat zij niet als ‘gezicht’ aangemerkt willen worden. Zij menen dat verweerders hadden kunnen volstaan met omschrijvingen als ‘het eerste slachtoffer’, ‘het andere slachtoffer’ en ‘het derde slachtoffer’.
Het ongevraagd bekend worden bij een breed publiek heeft klagers psychische schade berokkend. Dit klemt te meer, nu de ouders van één van de klagers niet op de hoogte waren van de ontucht. Ter zitting voegt [vader van X] hieraan toe dat Stegen tijdens de rechtszitting heeft kunnen vernemen dat de zaak gevoelig lag binnen de familie van een van de klagers. Verder wijst Sessink er namens klagers op dat hen nu de mogelijkheid is ontnomen te ontkennen dat zij bij de ontuchtzaak zijn betrokken.
Verder stellen klagers dat het onzorgvuldig is geweest dat pas na zeer veel aandringen het nieuwsitem op de website van RTV Drenthe is aangepast. Zij stellen voorts dat verweerders ten onrechte hebben geweigerd de uitzending zoals die via ‘Uitzending gemist’ op hun website beschikbaar was, aan te passen.
Tot slot betogen klagers dat de berichtgeving in strijd is met de Wet bescherming persoonsgegevens.
 
Verweerders stellen dat Stegen tijdens de openbare rechtszitting te goeder trouw heeft gehandeld. Zij wijzen erop dat hoewel het om minderjarige jongens ging, de zitting niet achter gesloten deuren is gehouden. Verder heeft de rechter geen instructies gegeven dat namen niet genoemd mochten worden dan wel dat geen opnames mochten worden gemaakt. De advocaat van klagers heeft daar ook niet om gevraagd.
Tijdens de rechtszitting heeft Stegen live in de nieuwsuitzending verslag gedaan van de zaak. Daarbij heeft hij enkel de voornamen van klagers vermeld, juist om hun privacy te beschermen. De voornamen zijn bewust genoemd om de slachtoffers ‘een gezicht te geven’. Dit hebben verweerders ook eerder gedaan in andere misdrijfzaken.
Verweerders stellen verder dat zij op het moment van de uitzending niet wisten c.q. konden weten dat de ouders van één van de slachtoffers niet op de hoogte waren van de ontuchtzaak. Verweerders menen dat deze informatie nodig was geweest voor het maken van een andere belangenafweging. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat het koor een cd heeft uitgegeven, waarop de volledige namen van de slachtoffers zijn vermeld. Stegen wijst er in dit verband op dat hij niet bij de muziekafdeling van RTV Drenthe werkt en geen kennis heeft van de hele cd-collectie van de omroep.
Tot slot bestrijden verweerders uitdrukkelijk dat klagers door de vermelding van hun voornamen in brede kring herkenbaar zouden zijn. De uitzending betrof een radio-uitzending waarin geen portretten zijn getoond. De enkele vermelding van de voornamen heeft slechts – ook als men de mensen zou meerekenen die in het bezit zijn van de cd van het koor – tot herkenbaarheid in beperkte kring kunnen leiden. Verder zijn geen details over het misdrijf naar buiten gebracht. Volgens verweerders zijn derhalve punten 2.4.1. en 2.4.7. van de Leidraad niet geschonden.
Ten aanzien van de aanpassing van het nieuwsitem op hun website stellen verweerders dat [vader van X] in de ochtend na de uitzending heeft geëist dat het fragment werd verwijderd. Hij heeft zich echter niet kenbaar gemaakt als de vader van één van de slachtoffers, maar heeft alleen gezegd hen te vertegenwoordigen. Aangezien verweerders regelmatig door bellers of via internet worden gesommeerd om fragmenten niet uit te zenden dan wel te verwijderen, hebben zij eerst onderzocht of actie moest worden ondernomen. In een e-mail van diezelfde dag heeft Gort aan [vader van X] bericht dat het geluidsfragment zou worden aangepast. Verweerders benadrukken dat zij – nu er geen uniforme journalistieke richtlijn bestaat voor het gebruik van voornamen van slachtoffers in misdrijfzaken – een afweging van de betrokken belangen hebben gemaakt.
 Zij zijn tot de conclusie gekomen dat het fragment kon blijven staan op hun website, maar omdat zij niet bewust slachtoffers willen kwetsen hebben zij de namen van klagers uit het fragment verwijderd. Vanwege technische problemen is deze aanpassing enigszins vertraagd.
Met betrekking tot het verwijderen van de uitzending onder ‘Uitzending gemist’ betogen verweerders dat zij voor het verwijderen van uitzendingen uit die rubriek andere maatstaven hanteren, aangezien het hier gaat om wijziging van het archief. Op grond van de bekende feiten zagen verweerders geen aanleiding om veranderingen aan te brengen in uitgezonden journaals. Uitsluitend op grond van nieuwe informatie in het klaagschrift – te weten dat de ouders van een van de klagers niet op de hoogte waren van de zaak – hebben verweerders alsnog de gehele uitzending verwijderd uit de rubriek ‘Uitzending gemist’.
Verweerders bestrijden ten slotte dat berichtgeving in strijd is (geweest) met de Wet bescherming persoonsgegevens. Zij betogen dat het om een openbare rechtszitting ging en dat ook in andere media al was bericht van welk koor klagers lid waren.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat hij niet de rechtmatigheid van een journalistieke gedraging beoordeelt. Een dergelijke toetsing is voorbehouden aan de rechter. Het is dan ook niet aan de Raad om te beoordelen of sprake is van schending van de Wet bescherming persoonsgegevens. De Raad onthoudt zich op dit punt derhalve van een oordeel.
 
Verder is de kern van de klacht dat de privacy van klagers onevenredig is aangetast en dat verweerders niet zorgvuldig hebben gereageerd op het verzoek tot aanpassing c.q. verwijdering van de berichtgeving op hun website.
 
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Een journalist zal derhalve steeds een afweging dienen te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en moeten vermijden dat nodeloos schade wordt toegebracht.
Voorts dienen in publicaties over (strafzaken betreffende) ernstige misdrijven details van het misdrijf te worden weggelaten indien voorzienbaar is dat zij extra leed toevoegen aan het slachtoffer of diens naaste familieleden en de details niet noodzakelijk zijn om de aard en de ernst van het misdrijf, dan wel de gevolgen ervan, weer te geven. (zie punten 2.4.1. en 2.4.7. van de Leidraad van de Raad)
 
In dit geval hebben klagers als gevolg van het in de berichtgeving aangeduide zedenmisdrijf bijzonder zwaar leed ondergaan. Klagers hebben voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat zij door de combinatie van gegevens die in de berichtgeving zijn vermeld – hun voornamen, de naam van het koor en de plaats waar dat koor vandaan komt – in de berichtgeving min of meer algemeen herkenbaar zijn.
 
Niet is gebleken dat met de vermelding van al deze gegevens gezamenlijk een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan de individuele belangen van klagers. Verweerders hadden meer terughoudend kunnen berichten zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Niet is gebleken dat door het weglaten van bepaalde gegevens, zoals bijvoorbeeld de voornamen van klagers, een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de luisteraars zou zijn ontstaan.
Dat het een openbare rechtszitting betrof en verweerders de slachtoffers ‘een gezicht’ hebben willen geven, zoals verweerders hebben gesteld, kan aan het voorgaande niet afdoen. Door de wijze van publiceren hebben verweerders onvoldoende rekening gehouden met de kwetsbaarheid van klagers en ten onrechte het risico genomen dat klagers onevenredig nadeel van de berichtgeving hadden kunnen ondervinden en dat aan de families van klagers onnodig extra leed zou worden toegevoegd.
 
Naar het oordeel van de Raad is met de berichtgeving de privacy van klagers dan ook onevenredig aangetast. Daaruit volgt tevens dat verweerders het geluidsfragment in het op hun website gepubliceerde nieuwsitem dan ook terstond op eigen initiatief hadden behoren te anonimiseren en hebben zulks ten onrechte nagelaten.
Door aldus te handelen en na te laten hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.
 
Ten aanzien van de gearchiveerde uitzending in de rubriek ‘Uitzending gemist’ overweegt de Raad voorts het volgende. De Raad onderkent het grote belang van een betrouwbare en integere archivering. Het publieke belang van zo volledig mogelijke, betrouwbare archieven waarvan de inhoud niet kan worden gewijzigd, weegt in beginsel zwaarder dan het belang dat personen kunnen hebben bij het verwijderen of anonimiseren van gearchiveerde artikelen met een voor hen onwelgevallige inhoud. Slechts in bijzondere gevallen kan dit maatschappelijk belangrijke principe wijken voor een privébelang. (zie punt 2.2.8. van de Leidraad en vgl. RvdJ 2007/67)
 
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de schending van de privacy van klagers, is de Raad van oordeel dat verweerders zich in het onderhavige geval niet in redelijkheid hadden kunnen beroepen op het publieke belang ten behoeve waarvan het in stand laten van de op ‘Uitzending gemist’ gearchiveerde uitzending geboden was. Het belang van klagers weegt in dit geval zwaarder dan het belang van verweerders. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat het hier gaat om een bijzonder geval, waarin klagers slachtoffers zijn van het zedenmisdrijf waarover is bericht.
Verweerders hadden de gearchiveerde berichtgeving kunnen anonimiseren – bijvoorbeeld door de namen van klagers daaruit te verwijderen – zonder de betrouwbaarheid van de gearchiveerde berichtgeving aan te tasten. Verweerders hebben dit ten onrechte nagelaten en hebben derhalve ook op dit punt jegens klagers journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dat zij inmiddels ervoor hebben gekozen alsnog de gehele uitzending te verwijderen uit de rubriek ‘Uitzending gemist’, kan daaraan niet afdoen.
 
BESLISSING
 
De Raad onthoudt zich van een oordeel voor zover de klacht zich richt op een schending van de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor het overige is de klacht gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Drenthe Actueel’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 19 april 2010 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.