2010/15 onbevoegd

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
Y. Eling
 
Bij brief van 10 november 2009 met twee bijlagen heeft X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen Y. Eling (hierna: verweerder). Klaagster heeft op 15 januari 2010 per e-mail een aanvulling op haar klacht gestuurd. De secretaris van de Raad heeft partijen bij brief van 22 januari 2010 meegedeeld dat de Raad eerst zal beoordelen of hij bevoegd is over de klacht te oordelen. Verweerder is in de gelegenheid gesteld ten aanzien van de bevoegdheid van de Raad te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
 
De bevoegdheid van de Raad is beoordeeld ter zitting van de Raad van 12 februari 2010 buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 6 juli 2009 heeft verweerder op zijn weblog ‘The Reporter Reported’ een bericht geplaatst onder de kop “Workshop komt leuk uit de verf” met de vermelding dat het bericht afkomstig is van De Gelderlander. Het bericht luidt:
“X heeft van haar hobby haar beroep gemaakt. Maandelijks geeft zij workshops schminken aan mensen van verschillende leeftijden. Naast schminken is tekenen haar passie. De Gelderlander mocht haar workshop ‘Fantasieschminken’ bijwonen.”
Onder het bericht is een video geplaatst met opnamen van de workshop.
 
Op het weblog van verweerder is vermeld dat hij tweedejaarsstudent Journalistiek is aan de Fontys Hogeschool in Tilburg.
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat het item – artikel met filmpje – is gemaakt door drie studenten van Fontys Hogeschool, onder wie verweerder, ten behoeve van plaatsing op de website van De Gelderlander. Verweerder heeft het videofragment vervolgens zonder klaagsters toestemming op zijn weblog geplaatst. Klaagster maakt bezwaar tegen de publicatie op verweerders weblog. Zij heeft getracht hierover met verweerder in overleg te treden, maar zonder succes.
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID
 
Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging verstaan: “een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep. Voorts wordt onder een journalistieke gedraging in deze statuten en in de reglementen verstaan een handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die geen journalist zijnde, regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van de in het volgende lid genoemde publiciteitsmedia.”
 
Artikel 4 lid 2 van de Statuten bepaalt, voor zover hier van belang, dat onder journalist moet worden verstaan: “degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van publiciteitsmedia, waaronder internet, voor zover de inhoud bestaat uit reportages, beschouwing of rubrieken van informatieve aard.”
 
Niet in geschil is, dat verweerder student is aan Fontys Hogescholen te Tilburg. De Raad acht het daarom niet aannemelijk dat verweerder als journalist een ‘hoofdberoep’ uitoefent als bedoeld in de Statuten. Voorts is gesteld noch gebleken dat verweerder ‘regelmatig en tegen betaling’ meewerkt aan de redactionele inhoud van zijn weblog.
Het voorgaande brengt mee dat de gewraakte handelwijze van verweerder niet kan worden aangemerkt als ‘journalistieke gedraging’ in de hiervoor bedoelde zin. De Raad acht zich derhalve niet bevoegd om inhoudelijk over de klacht te oordelen.
 
BESLISSING
 
De Raad acht zich niet bevoegd om over de gewraakte handelwijze te oordelen.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 19 april 2010 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.