2010/14 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting Woekerpolis Claim
 
tegen
 
R. Lukassen en de hoofdredacteur van ‘RTL Nieuws’
 
Bij brief van 7 december 2009 met acht bijlagen heeft mr. M.Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, namens de Stichting Woekerpolis Claim (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen R. Lukassen en de hoofdredacteur van ‘RTL Nieuws’ (hierna: verweerders). Hierop hebben verweerders in een brief van 11 januari 2010 geantwoord dat zij afzien van de mogelijkheid verweer te voeren, en dat zij overigens in de veronderstelling verkeerden dat de kwestie in oktober 2009 in overleg met klaagster naar tevredenheid was afgehandeld.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 januari 2010, waar namens klaagster voornoemde mr. Kaaks en mr. J. Wendelgelst, voorzitter van klaagster, zijn verschenen. Mr. Kaaks heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 8 juni 2009 is in een uitzending van ‘RTL Nieuws’ aandacht besteed aan de stichtingen zoals klaagster, die opkomen voor mensen die benadeeld zijn door een zogeheten woekerpolis. Het item is door de presentatoren ingeleid als volgt:
“Advocaten maken woekerwinsten op de woekerpolissen. De stichtingen die opkomen voor mensen met een woekerpolis verdienen er zelf bakken geld mee. Advocaten hebben met een paar grote verzekeraars schikkingen afgesproken. Door te schikken in plaats van te procederen, verdienen de advocaten snel veel geld. Uit berekeningen van RTL Nieuws blijkt dat het gaat om zo’n 22 miljoen euro. En dat is geld dat ten koste gaat van de woekerpolisslachtoffers. Hun schadevergoeding zou, volgens critici, veel hoger kunnen zijn als er minder werd geschikt en meer werd geprocedeerd.”
 
Het item vervolgt met beelden van formulieren en brochures waarbij een voice-over meldt:
“’Sluit je aan’, roepen de websites van stichtingen met klinkende namen als Woekerpolis Claim en Verliespolis. Want het is beter om collectief te procederen dan in je eentje, zeggen ze. Ruim 200.000 gedupeerden met zo’n veel te dure beleggingsverzekering deden dat. En waarom ook niet, want inschrijven kost maar een paar tientjes. Het is te mooi om waar te zijn. En dat is het ook, zegt advocaat Bos, die vaak opkomt voor gedupeerde beleggers.”
Advocaat H.J. Bos: “In Amerika zeggen ze: “If you pay peanuts, you get monkeys. Je betaalt er weinig voor en je krijgt ook weinig.”
Voice-over: “Het bedrag dat consumenten nu terugkrijgen, had veel hoger kunnen zijn.”
Advocaat Bos: “Er zijn nogal wat mensen die meerdere duizenden euro’s hebben verloren. En als je dan 700 euro krijgt… is niet zoveel.”
Vraag aan advocaat Bos: “Dus dan is misschien niet het onderste uit de kan gehaald?”
Advocaat Bos: “Dat denk ik. Ze schikken wel heel makkelijk.”

Vervolgens laat een presentatrice in de studio een schema zien betreffende de werkwijze van de stichtingen. Ze meldt daarbij:
“De Stichting Verliespolis en de Stichting Woekerpolis Claim onderhandelen namens de gedupeerden met de verzekeraars. De gedupeerden, die willen natuurlijk een zo’n hoog mogelijk schikkingsbedrag. Maar voor de stichtingen is het sluiten van een overeenkomst eigenlijk al genoeg. Zij krijgen namelijk per schikking een vast bedrag uitgekeerd. En dat loopt flink op: 8 miljoen euro maakten Delta Lloyd, ING, Fortis en SNS Reaal al over. Openheid over wat er met al dat geld gebeurt, dat geven de stichtingen niet. Als straks ook met Aegon, Achmea en de kleinere verzekeraars wordt geschikt, dan komt de teller bijna op 16 miljoen euro. En dan steken de stichtingen ook nog eens de inschrijfgelden van de gedupeerden in hun zak. En dat is nog eens bijna 6 miljoen euro. In totaal harken de stichtingen dan zo’n 22 miljoen euro bij elkaar. Dan moet er wel heel hard en met heel veel mensen aan de woekerpoliszaak gewerkt zijn.”
 
Het item vervolgt met beelden van een persconferentie waarbij de voice-over meldt:
“De stichtingen willen niet voor onze camera reageren. In antwoord op onze vragen laten ze weten:”
waarna de volgende tekst verschijnt en wordt voorgelezen:
“Wij willen uit strategisch oogpunt nu geen openheid van zaken geven over onze financiën, omdat dit onze onderhandelingspositie… zou schaden. De bedragen die u noemt herkennen wij niet of zijn te hoog.”
De voice-over vervolgt:
“En zo zijn de stichtingen net zo vaag over hun inkomsten en uitgaven als de verzekeraars destijds waren over de kosten voor hun woekerpolissen.”
Terug in de uitzending melden de presentatoren:
“De Tweede Kamer en de Consumentenbond zijn verontwaardigd over de bedragen die de stichtingen opstrijken. Ze willen snel meer openheid van de Stichting Verliespolis en de Stichting Woekerpolis Claim.”
De voice-over: “Als Frans Weekers van de VVD onze reportage heeft bekeken is hij ronduit geschokt.”
Tweede Kamerlid Weekers: “Als dit bedrag klopt, vind ik het buitensporig hoog en dan komt het op mij over dat hier boeven met boeven worden gevangen.”
Voice-over: “Weekers wil dat de stichtingen openheid van zaken geven en dat vindt de Consumentenbond ook.”
Mw. B. den Uyl van de Consumentenbond: “Ik zou het een kwalijke zaak vinden als mensen hier buitensporig rijk van worden, los van het feit dat ik niet weet of dat het geval is. Maar ben in ieder geval heel transparant over wat je verdient aan het onderhandelen namens consumenten.”
 
Vervolgens wordt in de uitzending aan de orde gesteld dat een rechter zou moeten bepalen of advocaten een redelijke vergoeding voor hun werkzaamheden vragen. Het item wordt beëindigd met een verwijzing naar de website van verweerder, voor het geval de kijker meer informatie wenst over de verdiensten van de stichtingen. Vermeld wordt dat op de site ook meer uitgebreide schriftelijke reacties zijn te vinden van de Stichting Verliespolis en de Stichting Woekerpolis Claim.
 
Op de website www.rtlnieuws.nl is onder de kop “Advocaten maken woekerwinsten op woekerpolissen” een bericht gepubliceerd met een vergelijkbare strekking als de uitzending van 8 juni 2009. Dat bericht is in oktober 2009 aangepast, waarbij de kop is gewijzigd in “Woekerpolissen-schikkingen zijn big business”.

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat verweerders niet waarheidsgetrouw hebben bericht en mededelingen hebben gedaan die voor klaagster ernstige en verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Klaagster wijst erop dat zij een onafhankelijke belangenorganisatie is voor mensen die een beleggingsverzekering hebben gesloten bij een Nederlandse verzekeraar. Zij zet zich in voor eerlijke en open informatie aan polishouders over alle kosten die in rekening worden gebracht en de bedragen die worden ingehouden op de inleg c.q. premie van een beleggingsverzekering. Daarnaast zet klaagster zich onder meer in voor vergoeding van schade voor mensen van wie de verzekering is beëindigd, indien zij een uitkering hebben gekregen die lager was dan het bedrag dat zij aan premie hebben ingelegd plus een redelijk rendement daarover. Volgens klaagster is in de uitzending en op de website van verweerder ten onrechte gesteld dat klaagster vele miljoenen euro’s zou verdienen aan schikkingen met verzekeraars.
Ter toelichting brengt klaagster naar voren dat redacteur Lukassen klaagster heeft benaderd met een aantal vragen. Klaagsters voorzitter heeft daarop in een e-mail van 3 juni 2009 een toelichting gegeven op de vergoedingen die aan klaagster worden betaald. Daarbij heeft Wendelgelst onder meer gemeld dat klaagster nooit geld aanneemt van verzekeraars zolang er nog onderhandelingen lopen en dat klaagster, indien bij de schikking een vergoeding van de gemaakte kosten is bedongen, die kosten moet aantonen. Vervolgens heeft Lukassen in een e-mail van 4 juni 2009 nadere vragen gesteld. Daarop heeft mevrouw Van Wijk in een e-mail van diezelfde dag uitgelegd dat de onderhandelingspositie van klaagster jegens een groot aantal verzekeraars meebrengt dat zij onder meer geen mededelingen kan doen over de omvang van de financiële reserves. Ter zitting licht klaagster toe dat mededelingen over haar beschikbare reserves een verzekeraar inzicht verschaffen over de financiële mogelijkheden om de zaak uit te procederen. De verzekeraar weet dan precies in hoeverre klaagster nog financieel in staat is om een volgende juridische stap te zetten en kan daarop anticiperen.
Volgens klaagster hebben verweerders de door haar voorzitter verschafte informatie genegeerd. Verweerders hadden in elk geval acht moeten slaan op het feit dat het niet de bedoeling is dat klaagster winst maakt en dat alle inkomsten en uitgaven worden verantwoord in de administratie, die gevoerd wordt door externe accountants. Verder heeft Wendelgelst Lukassen erop gewezen dat een schikking pas kan worden getroffen als een verzekeraar een toereikende compensatieregeling aanbiedt, waarbij ook een vergoeding voor gemaakte kosten wordt afgesproken. Hij heeft voorts gemeld dat wordt bedongen dat klanten hun donatie aan klaagster terug krijgen, zodat het hen per saldo niets kost, en dat de aangesloten klanten moeten instemmen met de compensatieregeling, waarvoor afzonderlijke stemprocedures worden gehouden. Bovendien heeft Wendelgelst aan Lukassen bericht dat de inhoud van de schikkingen en de daarin opgenomen kostenparagraaf openbaar bekend zijn. Ten slotte heeft hij erop gewezen dat een actie tegen verzekeraars – waaronder juridische procedures – door klaagster zelf dient te worden bekostigd uit de financiële reserves.
Klaagster stelt dat na de uitzending zowel mondeling als schriftelijk contact heeft plaatsgevonden met verweerders waarbij zij gemotiveerd uiteen heeft gezet dat verweerders de eigen onjuiste conclusies ten onrechte hebben gepresenteerd als harde feiten. Volgens klaagster is dit bovendien op tendentieuze wijze gedaan. Verder stelt klaagster dat de door verweerders voorgestelde aanpassing van de tekst op de website nog altijd van onjuiste veronderstellingen uitging en voorbij ging aan de door klaagster aangedragen feiten.
Volgens klaagster is zij door de uitzending en het bericht op de website in haar belangen geschaad. Ten onrechte is daarin gesuggereerd dat zij de bij haar aangesloten gedupeerden van woekerpolissen benadeelt door schikkingen te treffen, waarbij een veel lagere schadevergoeding wordt geaccepteerd dan in een juridische procedure zou kunnen worden behaald, en dat zij zichzelf daarbij buitensporig verrijkt. Deze suggesties zijn ongefundeerd en lichtvaardig, aldus klaagster. Zij stelt dat de publicaties ertoe hebben geleid dat bij gedupeerden van woekerpolissen wantrouwen jegens haar is ontstaan, terwijl integriteit en vertrouwen de voorwaarden zijn voor haar bestaan.
Voorts stelt klaagster dat de publicaties een aantal onjuistheden bevatten. Zo hebben verweerders simpelweg de maximale vergoedingen opgeteld die de stichtingen op grond van de regelingen met verzekeraars kunnen ontvangen. Volgens klaagster miskennen verweerders daarbij dat het grootste deel van de vergoeding dient te worden verantwoord door middel van een kostenopgave. In haar e-mail is duidelijk gemaakt dat de werkelijk betaalde vergoedingen veel lager liggen dan die maxima, aldus klaagster. Tevens acht klaagster van belang dat de betrokken advocaten geen woekerwinsten maken, maar slechts gewerkte uren declareren op basis van veelal gereduceerde uurtarieven. Daarbij merkt klaagster ter zitting op dat verweerders ten onrechte suggereren dat het vrij weinig werk is om de bereikte schikkingen tot stand te brengen. Klaagster wijst in dat verband op de uiterst complexe materie van beleggingsproducten. Voorts benadrukt klaagster dat verweerders ten onrechte niet hebben vermeld dat elke regeling eerst aan de gedupeerden wordt voorgelegd, die daarover hun stem uitbrengen.
Klaagster meent verder dat met de citaten van de woordvoerster van de Consumentenbond en het Tweede Kamerlid Weekers ten onrechte is gesuggereerd dat zij zich bezighoudt met kwalijke en zelfs illegale zaken. Volgens klaagster zijn deze uitspraken uitgelokt door verweerders. Ter zitting voegt klaagster hieraan toe dat zij regelmatig contact heeft met de Consumentenbond, die het recht heeft om de financiële verslaglegging van klaagster in te zien. De door verweerders geraadpleegde woordvoerster van de Consumentenbond was daarvan kennelijk niet op de hoogte, waardoor ten onrechte het beeld is ontstaan dat er geenszins inzage in de financiën mogelijk is, aldus klaagster.
Hoewel klaagster het belang van een kritische blik op haar functioneren onderkent, is zij van oordeel dat de berichtgeving in dit geval tendentieus en negatief is, zonder dat daarvoor journalistiek gezien enige rechtvaardiging bestaat. Ter zitting voegt klaagster daaraan toe dat geen van de polishouders zich bij verweerders heeft beklaagd en niemand zich heeft gemeld als bron. Volgens klaagster behelzen de publicaties dan ook louter de eigen, onjuiste interpretatie van verweerders van enkele documenten.
Klaagster stelt dat verweerders ten onrechte voorbij zijn gegaan aan het reeds voorafgaand aan de uitzending door haar aangedragen feit dat het voeren van een collectieve actie, met bijbehorende procedures en onderhandelingen, aanzienlijke kosten met zich brengt. Volgens klaagster is dan ook duidelijk dat verweerders onvoldoende onderzoek hebben gedaan en de informatie van klaagster hebben genegeerd. Dat verweerders onbekend zijn met de financiële verantwoording van klaagster geeft hen niet de journalistieke vrijheid om eigen vooronderstellingen en aannames als feiten te presenteren. Dit klemt te meer nu verweerders hebben nagelaten de toelichting van klaagster te verwerken in de uitzending. Een objectieve weergave van die schriftelijke reactie had reeds tot een evenwichtiger beeld geleid. Door in de uitzending enkel te vermelden dat klaagster niet voor de camera wilde reageren, is volgens haar de negatieve beeldvorming verder versterkt. In dit kader wijst klaagster er ter zitting op dat bij het eerste contact in juni alleen enkele vragen werden gesteld met betrekking tot haar financiële situatie. Daarbij was haar geenszins duidelijk dat die informatie op korte termijn in een uitzending zou worden verwerkt en is zij bovendien geheel onwetend gelaten van de beschuldigingen die verweerders in de uitzending zouden uiten, aldus klaagster. Ter zitting licht klaagster toe dat haar regelmatig vragen over woekerpolissen en haar organisatie worden voorgelegd. Ook komt het voor dat stichtingsleden als deskundigen aan het woord komen. De door verweerders voorgelegde vragen waren door klaagster dan ook in dat verband geplaatst. Desgevraagd benadrukt klaagster in dat verband dat Lukassen slechts technische achtergrondvragen heeft gesteld en dat het verzoek om voor de camera te reageren ‘business as usual’ betrof. Daarbij komt dat zij al twee jaar contact heeft met Lukassen en met hem een goede werkrelatie had. Er zijn bij klaagster dan ook geen ‘alarmbellen gaan rinkelen’ naar aanleiding van de vragen van Lukassen.
Ten slotte stelt klaagster dat de aanpassingen van de tekst op de website van verweerders alleen ondergeschikte punten behelzen, zodat van een deugdelijke rechtzetting van dat bericht geen sprake is.
Klaagster meent dan ook dat verweerders journalistiek onzorgvuldig jegens haar hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de uitzending en het bericht op de website van verweerders ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster bevatten, zonder deugdelijke grondslag en zonder toepassing van deugdelijk wederhoor, waardoor de integriteit van klaagster ernstig is aangetast. In de gewraakte publicaties wordt de suggestie gewekt dat klaagster en haar advocaten grote winsten maken ten koste van de gedupeerden van woekerpolissen die zij vertegenwoordigen.
 
De Raad overweegt ter zake dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar (vermeend) onoorbaar handelen van klaagster. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
 
Het voorgaande neemt echter niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Uit de door klaagster overgelegde stukken blijkt dat voorafgaand aan de uitzending een aantal keren contact heeft plaatsgevonden tussen verweerders en klaagster. Uit die stukken en hetgeen klaagster verder heeft aangevoerd is voldoende aannemelijk geworden dat verweerders klaagster wel om informatie hebben gevraagd omtrent een aantal punten, maar haar niet, althans onvoldoende hebben geïnformeerd over de beschuldigingen die jegens haar in de publicaties zouden worden geuit. Gelet op de ernst van die beschuldigingen en de wijze waarop klaagster als gevolg daarvan wordt gediskwalificeerd, had het op de weg van verweerders gelegen klaagster de gelegenheid te geven op die concrete beschuldigingen in te gaan.
 
Daarbij komt dat de door klaagster verschafte informatie niet of nauwelijks in de uitzending is verwerkt. De voorzitter van klaagster heeft in zijn e-mail van 3 juni 2009 aan Lukassen uitgebreide informatie verstrekt over de wijze waarop een schikking tot stand komt. Daarbij is onder meer naar voren gebracht dat aanzienlijke kosten zijn verbonden aan de door klaagster te voeren collectieve acties, dat leveranciers marktconforme en soms zelfs gereduceerde tarieven aan klaagster in rekening brengen, dat alle kosten worden betaald uit een financiële reserve die is gevormd uit donaties van aangesloten consumenten, dat die donaties op basis van de schikking weer aan de consumenten worden vergoed zodat het hun per saldo niets kost, dat klaagster geen winst beoogt of winst uitkeert aan oprichters of leveranciers, dat de door klaagster gemaakte kosten bij de schikking aan de verzekeraars in rekening worden gebracht waarbij klaagster die kosten moet aantonen, en dat de consumenten altijd vooraf akkoord gaan met een bereikte regeling en dat de inhoud daarvan (en de daarin opgenomen kostenparagraaf) openbaar bekend is. Verweerders zijn zowel in de uitzending als bij de publicatie op de website aan deze informatie voorbijgegaan, waardoor de feiten onevenwichtig zijn gepresenteerd.

Ook overigens is niet gebleken dat er voor verweerders voldoende grondslag in de feiten bestond om te komen tot de door hen geuite ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster.
 
De Raad is dan ook van oordeel dat verweerders aldus grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘RTL Nieuws’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 maart 2010 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.