2010/11 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R.H. Quartel
 
tegen
 
G. Mouthaan en de hoofdredacteur van Het Kontakt Edities bv
 
Bij brief van 29 november 2009 met negen bijlagen heeft R.H. Quartel te Goudriaan (hierna: klager) een klacht ingediend tegen G. Mouthaan en de hoofdredacteur van Het Kontakt Edities bv (hierna: verweerders). Hierop hebben Mouthaan en D.F. den Besten, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 29 december 2009 met drie bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 januari 2010. Klager is daar verschenen en heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Mouthaan en Den Besten waren daar eveneens aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 1 oktober 2009 is op de voorpagina van weekblad Het Kontakt, editie Alblasserwaard, een bericht verschenen onder de kop “Mooi Goudriaan naar rechter”. De berichtgeving is vervolgd op pagina 9 onder de kop “Protest bij sloop krijgt politievervolg”. De intro van dat artikel luidt:
“Een protest van Mooi Goudriaan tegen de sloop van de boerderij aan de Zuidzijde 125 in Goudriaan krijgt een vervolg bij de politie. Tegen één van de omwonenden die protesteerden tegen de sloop werden twee aangiftes ingediend, waarvan één wegens poging tot doodslag.”
Verder is in het artikel bericht:
 “Mooi Goudriaan wil dat de hofstee bewaard blijft. (…) Toen het slopen maandagochtend begon, greep Rob Quartel van Mooi Goudriaan in. “Hij reed met zijn auto het terrein op, waardoor één van de werklieden opzij moest springen om niet geraakt te worden”, blikt Wim Korevaar, eigenaar van het bedrijf dat de sloop voor zijn rekening nam. “Hij heeft aangifte van poging tot doodslag gedaan.” De protesterende omwonende klom vervolgens in de cabine van de kraan en ging bij de machinist zitten, om zo te beletten door te gaan met slopen. “Daarbij trok hij aan meerdere hendels. Een zeer gevaarlijke situatie dus.”
Nadat Quartel uit de kraan was gehaald, vernielde hij de bril van Korevaar. “Daar heb ik aangifte van gedaan, maar ook over de manier waarop hij zich tegenover mijn medewerkers gedragen heeft.” De sloop werd maandag overigens door de gemeente stilgelegd, omdat er onduidelijkheid was over het hanteren van de richtlijnen van de sloopvergunning.
Rob Quartel zelf vindt de aangiftes ‘ongehoord’. “Mij is ook letsel toegebracht. Men heeft mij aan mijn benen uit de kraan gesleurd en geprobeerd mijn been te ontwrichten. En over die poging tot doodslag: ik heb getuigen die kunnen vertellen dat deze man absoluut niet weg hoefde te springen voor mijn auto.””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager betoogt dat het artikel voor hem belastend en beledigend is. Hij brengt naar voren dat hij is betrokken bij nog lopende procedures om te voorkomen dat een 250 jaar oude cultuurhistorische woonboerderij gesloopt wordt.
Met betrekking tot de omstandigheden voorafgaand aan het artikel wijst klager erop dat op 28 september 2009 de sloop van start ging, terwijl nog niet aan de voorwaarden van de sloopvergunning was voldaan. Hij was niet uit protest ter plaatse, maar om de sloop tegen te houden. Er heeft zich vervolgens een incident voorgedaan waarbij hij was betrokken. Pas ná dat incident verscheen Mouthaan, die kortstondig met klager en drie getuigen heeft gesproken. Volgens klager heeft Mouthaan enkele foto’s genomen en gevraagd of hij klager de volgende dag mocht bellen, en is hij daarna weer gegaan. Twee dagen later heeft klager contact met Mouthaan. In dat gesprek vertelt hij onder meer over de voorgeschiedenis en de voortgang met betrekking tot de sloop van de woonboerderij. Volgens klager heeft Mouthaan hem tot slot gevraagd of hij ervan op de hoogte was dat tegen hem aangifte was gedaan van poging tot doodslag. Mouthaan legde klager uit dat de aangifte was gedaan, omdat de leidinggevende van de sloop voor de auto van klager had moeten wegspringen. Ook vertelde Mouthaan dat er aangifte zou worden gedaan van vernieling. Klager reageerde daarop zeer verbaasd, hij achtte de aangifte zeer onwaarschijnlijk. Hij wijst erop dat in werkelijkheid hijzelf mishandeld was; hij was aan zijn benen uit de cabine gesleurd en op zijn rug en achterhoofd gevallen. Hij heeft Mouthaan er dan ook op gewezen dat drie personen kunnen getuigen dat het strafbaar feit niet heeft plaatsgevonden, aldus klager. Ter zitting benadrukt klager dat er niet is gevochten.
Verder stelt klager dat hij diezelfde dag nog contact heeft opgenomen met de politie. Hem werd toen verteld dat na uitgebreid zoeken in het politiesysteem niets kon worden gevonden over een aangifte tegen klager. Klager heeft dit gemeld aan Mouthaan, die toegaf dat een en ander niet bij de politie was geverifieerd. Mouthaan deelde vervolgens mee dat er op de voorpagina een artikel zou worden geplaatst over de voorlopige voorziening met betrekking tot de sloop van de boerderij en dat er verder een artikel zou worden gepubliceerd over de toedracht van de sloop, waarbij hij hoor en wederhoor zou toepassen, aldus klager.
Als klager die avond op de website van Het Kontakt kijkt, ziet hij tot zijn verbazing een artikel met de kop “Protest bij sloop krijgt politievervolg”. Volgens klager wordt hij in het artikel ten onrechte met voor- en achternaam genoemd en neergezet als verdachte van een ernstig gepleegd strafbaar feit. Klager heeft dan ook direct contact opgenomen met Mouthaan om hem duidelijk te maken dat het artikel niet op waarheid berust en hem verboden de volledige naam van klager te gebruiken. Volgens Mouthaan was het echter technisch niet meer mogelijk het artikel uit de krant te halen. Daarop heeft klager hem duidelijk gemaakt dat als aan zijn eis geen gevolg zou worden gegeven hij een rectificatie zou eisen.
Volgens klager nam Mouthaan een dag na verspreiding van Het Kontakt contact met hem op. Daarin liet Mouthaan weten dat Het Kontakt een rectificatie wilde plaatsen, omdat het artikel inderdaad niet op waarheid berustte; er was aangifte gedaan wegens zware mishandeling en niet wegens poging tot doodslag. Afgesproken werd dat Mouthaan een rectificatie zou opstellen, die klager zou kunnen aanvullen of corrigeren. Volgens klager heeft hij daarbij benadrukt dat een rectificatie niet voldoende zou zijn voor de blaam en gevolgen van het gebruik van zijn volledige naam. Die maandag ontving klager een voorstel tot rectificatie, maar die was dermate summier en van dien aard dat hij daarmee niet akkoord kon gaan. De voorgestelde rectificatie zou hem nog verder in diskrediet brengen, aldus klager. Daarom heeft hij zelf, ruim voor sluiting van de editie, een tekst aangeleverd. Daarop ontving hij een e-mail van verweerders dat de volgende dag met de directeur zou worden overlegd over de aangeleverde tekst en dat de door verweerders oorspronkelijk voorgestelde rectificatie die week niet zou worden geplaatst. De volgende dag ontving hij opnieuw een e-mail van verweerders, waarin werd gesteld dat geen overeenstemming kon worden gevonden over de tekst van de rectificatie, nu klager de door verweerders voorgestelde tekst een verdere beschadiging van zijn naam achtte en verweerders de tekst van klager buitenproportioneel vonden. Volgens klager heeft echter over zijn tekst geen overleg plaatsgevonden.
Klager stelt dat het artikel suggestief, niet geverifieerd en onjuist is. Zo is in de kop ten onrechte vermeld dat sprake is van een ‘protest’ en van ‘politievervolg’. Het artikel bevat verder onjuiste waarnemingen van Mouthaan, die ten tijde van het incident niet eens ter plaatse was. Volgens klager zijn de stellingen van de eigenaar van het sloopbedrijf niet geverifieerd, terwijl er drie getuigen ter plaatse waren die de stellingen konden ontkrachten. Verweerders zijn nu enkel op onjuiste en valse aangiftes afgegaan, aldus klager. Verder is onder meer ten onrechte vermeld dat er slechts enkele onduidelijkheden waren over de richtlijnen voor de sloop. Het was duidelijk dat de sloop niet volgens de regels plaatsvond, aldus klager.
Hij stelt voorts dat het artikel eenzijdig is en geenszins ingaat op de door hem naar voren gebrachte feiten. Bovendien is geen wederhoor toegepast en is bewust een vertekend beeld geschetst. Ter zitting voegt klager daaraan toe dat verweerders zich ook hadden kunnen afvragen waarom een projectontwikkelaar in zo’n klein dorpje een bedrijfsverzamelgebouw met 28 units wil neerzetten. Ook hadden verweerders er aandacht aan kunnen besteden dat de woonheuvel waarop de boerderij stond reeds is omgewoeld, zodat het historisch onderzoek geen nut meer zal hebben. Van dergelijke objectieve berichtgeving over de sloop van de woonboerderij is volgens klager geen sprake. Klager vermoedt dat mogelijk sprake is van enige belangenverstrengeling, gelet op de contacten tussen Het Kontakt, de eigenaar van het perceel en de drukkerij.
Voorts wijst klager erop dat het niet is toegestaan zijn volledige naam te vermelden en te koppelen aan een strafbaar feit. Ook was het vermelden van initialen in deze niet aangewezen, omdat hij met het enkel vermelden van initialen ook identificeerbaar zou zijn geweest. Voor zover verweerders menen dat klager toch al een bekende naam is in Goudriaan, stelt klager ter zitting dat hij dit zeer betwijfelt. Daarbij wijst hij er onder meer op dat Mooi Goudriaan weliswaar een aantal keren in het nieuws is geweest, maar dat hij daar lang niet altijd bij werd geïnterviewd of aan het woord is geweest. Ook anderszins heeft hij als persoon nooit bewust de pers gezocht, aldus klager ter zitting.
Klager acht verder van belang dat het artikel nog steeds is te raadplegen via de website van verweerders en zelfs als eerste wordt vermeld, indien via Google op de naam van klager wordt gezocht. Klager voelt zich door de berichtgeving aangetast in zijn eer en goede naam.
 
Verweerders stellen dat van onzorgvuldige journalistiek geen sprake is. Met betrekking tot de gang van zaken rond het artikel wijzen zij erop dat Mouthaan op maandagochtend 28 september te horen kreeg dat bij de slooplocatie gevochten zou worden. Ter plaatse heeft Mouthaan kort met klager gesproken en beloofd met hem contact op te nemen. De volgende dag heeft Mouthaan contact gehad met de opdrachtgever van de sloop en de eigenaar van het sloopbedrijf. Zij vertelden onder meer dat ze aangifte hadden gedaan van vernieling en poging tot doodslag. Verweerders hebben er vervolgens bewust voor gekozen om dit als insteek te gebruiken voor het artikel. Op woensdag 30 september heeft Mouthaan contact gehad met klager, die uitlegde waarom hij vond dat de sloop onrechtmatig van start was gegaan en dat Mooi Goudriaan naar de rechter zou stappen om de werkzaamheden stil te leggen. Volgens verweerders heeft Mouthaan klager ook gevraagd naar een reactie op de aangiftes. Daarna besloten verweerders om op basis van al die reacties een artikel te schrijven en daarnaast de rechtsgang van Mooi Goudriaan in een apart bericht op de voorpagina te vermelden. Die middag belde klager en eiste dat het artikel niet geplaatst zou worden. Klager is toen uitgelegd dat het artikel al naar de drukker was, maar klager eiste een rectificatie en excuses op de voorpagina, aldus verweerders.
De donderdag daarop ontvingen verweerders kopieën van de aangiftes, waaruit bleek dat de aangifte van poging tot doodslag in werkelijkheid een aangifte van poging tot zware mishandeling was. De volgende dag heeft Mouthaan dat ook gemeld aan klager en laten weten dat verweerders die omissie in de volgende editie zouden rectificeren. Klager eiste echter ook excuses. Met klager is daarna afgesproken dat hem een voorstel tot rectificatie zou worden gemaild. Met dat voorstel is klager, die maandag daarop, niet akkoord gegaan. De door klager voorgestelde tekst vond Mouthaan pas woensdagochtend op zijn bureau, toen de deadline al was verstreken. Ter zitting wijzen verweerders erop dat dergelijke rectificaties enkel in overleg met de directeur geplaatst worden en dat tijdige afstemming voor de deadline niet mogelijk was. De directeur heeft vervolgens aan klager gemeld dat de door klager voorgestelde tekst niet zou worden geplaatst. Die tekst ging veel verder dan gelet op de geconstateerde onjuistheid aangewezen was, aldus verweerders ter zitting.
Volgens verweerders is een objectieve journalistieke afweging gemaakt. Het meest actuele nieuws – het naar de rechter stappen van Mooi Goudriaan – is als eerste gepresenteerd op de voorpagina. Als verweerders klager bewust hadden willen beschadigen, dan hadden zij al op de voorpagina de ruzie nadrukkelijk naar voren gebracht. Verweerders menen verder dat de kop van het vervolgartikel niet onjuist is. Er zijn immers aangiftes gedaan bij de politie en die zijn ook in behandeling genomen. Daarnaast achten verweerders van belang dat de beschreven gang van zaken door klager is bevestigd in het telefoongesprek. Zo heeft klager zelf aangegeven dat hij het terrein is opgereden en in de kraan is geklommen om de sloop te stoppen. De visie van de sloper is bovendien in citaatvorm weergegeven. Dat het artikel met de vermelding van de onjuiste aangifte nog steeds op internet is te raadplegen, heeft te maken met nieuwe software, waardoor aanpassing van het artikel niet mogelijk was, aldus verweerders. De dag voor de zitting bij de Raad is besloten het artikel dan maar in zijn geheel te verwijderen.
Wat betreft de vermelding van de volledige naam van klager stellen verweerders dat klager in de gelegenheid is gesteld op de aangiftes te reageren. Hij heeft daarbij niet te kennen gegeven dat hij niet met volledige naam wil worden vermeld. Daarnaast is klager één van de trekkers van Mooi Goudriaan en zong zijn naam als betrokkene direct na het conflict rond.
Voor zover klager suggereert dat de drukkerij van Het Kontakt er baat bij zou hebben om klager te beschadigen, benadrukken verweerders dat zij die beschuldiging verre van zich werpen. Volgens verweerders heeft klager er zelf voor gekozen om zich tegen de sloop te verzetten en op die manier in het nieuws te komen. Van inmenging door de drukkerij in het redactionele proces is geen sprake, aldus verweerders.
Verweerders concluderen dat op journalistiek juiste wijze is gehandeld.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
1.      er is sprake van eenzijdige, tendentieuze en onjuiste berichtgeving, die ten onrechte niet is gerectificeerd;
2.      ten onrechte is de volledige naam van klager vermeld.
 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat de journalist waarheidsgetrouw bericht. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers, en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Bovendien maakt de journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punten 1.1. en 1.4. van de Leidraad van de Raad)
 
Voorts zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad)
Verweerders hebben aangevoerd dat het incident tijdens de sloopwerkzaamheden de insteek van het artikel was en niet de (on)rechtmatigheid van de sloopvergunning. Het stond verweerders vrij om die invalshoek te kiezen. Hoewel de Raad zich kan voorstellen dat klager het artikel als grievend heeft ervaren, is hij van oordeel dat verweerders voldoende evenwichtig over de kwestie hebben bericht. Niet alleen de eigenaar van het sloopbedrijf is aan het woord gelaten, maar ook de reactie van klager is vermeld. Aldus zijn beide kanten van de zaak belicht, waarbij genoegzaam onderscheid is gemaakt tussen feiten en beweringen.
De Raad overweegt verder dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van het artikel – geen sprake. Dat verweerders klagers optreden in de kop hebben geparafraseerd als ‘protest’ is niet onbegrijpelijk. Evenmin is ontoelaatbaar dat het doen van aangiften als ‘politievervolg’ is aangeduid. (vgl. RvdJ 2009/52)
 
Ten aanzien van de vermeende aangifte wegens doodslag hebben verweerders erkend dat de berichtgeving op dat punt onjuist was. Terecht hebben zij klager aangeboden het artikel op dat punt te rectificeren. Klager is echter niet met het voorstel van verweerders akkoord gegaan en heeft daarop een eigen voorstel tot rectificatie voorgelegd. Naar het oordeel van de Raad behoefden verweerders dat voorstel niet te volgen, aangezien dat verder ging dan de geconstateerde onjuistheid. Klager heeft voorts verweerders expliciet verboden de door hen voorgestelde rectificatie te plaatsen, omdat hem dat nog verdere beschadiging toe zou brengen. Aldus hebben verweerders in redelijkheid kunnen besluiten om, alles tegen elkaar afwegende, uiteindelijk geen rectificatie te plaatsten. (zie punt 6.1. van de Leidraad)
 
Nu overigens niet is gebleken dat de berichtgeving relevante onjuistheden bevat, bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerders – door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld – journalistiek onzorgvuldig jegens klager hebben gehandeld.
 
Ad 2.
De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Voorts voorkomt de journalist dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punten 2.4.1. en 2.4.5. van de Leidraad)
 
Naar het oordeel van de Raad is in dit geval niet gebleken dat met de vermelding van de naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had ook anoniem kunnen worden genoemd of worden aangeduid als bijvoorbeeld ‘één van de omwonenden’, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Het standpunt van verweerders dat de naam van klager direct na het incident in het dorp Goudriaan rond zong – hetgeen door klager is betwist – kan daaraan niet afdoen. Aangezien het verspreidingsgebied van Het Kontakt groter is, hadden verweerders ermee rekening moeten houden dat klager door de publicatie ook buiten de kring van dorpsinwoners bekend zou worden. Bovendien was in dit geval extra zorgvuldigheid geboden, nu klager in het artikel in verband wordt gebracht met het plegen van strafbare feiten.

Een en ander leidt tot de slotsom dat met de vermelding van klagers naam diens privacy disproportioneel is aangetast en verweerders aldus grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de vermelding van klagers naam is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Kontakt te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 26 februari 2010 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.