2009/8 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
J. Schaafsma en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 6 november 2008 met drie bijlagen heeft mr. E. Osinga, advocaat te Utrecht, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. Schaafsma en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders).Verweerders hebben laten weten niet inhoudelijk op de klacht te zullen reageren.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 december 2008. Klager is daar verschenen, vergezeld door zijn ouders en voornoemde mr. Osinga.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klager desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 9 september 2008 is in De Telegraaf een artikel verschenen van de hand van Schaafsma onder de kop “Messentrekker mag doorleren” met het chapeau “Familie neergestoken jongen verbijsterd over voorlopige vrijlating” (hierna: het artikel). De intro van het artikel luidt, voor zover van belang:
“De ouders van (…) (18) zijn verbijsterd en woedend tegelijk nu de rechter-commissaris de 16-jarige jongen X in vrijheid heeft gesteld, nadat hij krap twee maanden geleden hun zoon bijna doodstak.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“…X op verzoek van zijn advocaat op 29 augustus in vrijheid is gesteld door de rechter-commissaris.”
en
“X, die jaren geleden door ons land uit (…) werd overgevlogen omdat hij ernstig ziek was, kan maximaal tot zijn 18e verjaardag in de gevangenis worden vastgezet omdat hij volgens het jeugdstrafrecht wordt berecht.”
In het artikel is verder vermeld op welke school klager zit, uit welk land klager afkomstig is en dat hij kanker aan een oog had.
 
Het artikel is tevens, in enigszins gewijzigde vorm, op de website www.telegraaf.nl geplaatst. Onder het artikel zijn onder meer de volgende reacties van lezers gepubliceerd:
“Als hij mijn zoon zo zou toetakelen, dan zoek ik hem toch op.”
en
“Het is wachten op openbare lynchpartijen door opstandige autochtone inwoners….”

en
“Laten we wapens dan ook maar gewoon legaliseren. We kunnen onszelf dan verdedigen. Het zijn ook altijd de buitenlanders die messentrekkers zijn.”
en
Haal je kind van school af zolang die tijdbom daar zit. Je wilt toch niet dat je kind het volgende slachtoffer wordt.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt allereerst dat het artikel feitelijke onjuistheden bevat. Zo heeft de rechtbank hem in vrijheid gesteld en niet – zoals is vermeld – de rechter-commissaris. Voorts staat nog niet vast dat hij volgens het jeugdstrafrecht zal worden berecht.
Verder is volgens klager sprake van tendentieuze berichtgeving. Doordat hij is aangeduid als ‘messentrekker’ wordt de suggestie gewekt dat hij een notoir gevaarlijke crimineel is. Hij is echter nooit eerder met justitie in aanraking geweest en is altijd een voorbeeldige leerling geweest. Het had op de weg van verweerders gelegen om zijn achtergrond nader te onderzoeken. Ten onrechte is echter gekozen voor een confronterend artikel dat bol staat van misplaatste verontwaardiging, aldus klager.
Hij meent dat ook de feitelijke onjuistheden bijdragen aan een sfeerbeeld dat hij er ten onrechte wel weer met een lichte straf vanaf zal komen. Op geen enkele wijze is aandacht besteed aan de onschuldpresumptie. Hij is door verweerders al veroordeeld voordat de rechter zich over de zaak heeft kunnen uitspreken. Van nuance in de vorm van hoor en wederhoor is geen sprake. Door het tendentieuze karakter van het artikel wordt mogelijk de woede tegen en angst voor klager aangewakkerd, met alle gevolgen van dien.
In dat verband wijst klager ook op de reacties die op de website van verweerders zijn verschenen. Klager stelt dat De Telegraaf verantwoordelijk dient te worden gehouden voor de inhoud van de reacties die worden geplaatst op de website. De (onder ‘De Feiten’ vermelde) reacties hadden nooit geplaatst mogen worden, omdat ze volstrekt ongepast zijn.
Ten slotte is volgens klager sprake van schending van de privacy van een minderjarige. Hij wordt niet alleen aangeduid met zijn (niet veel voorkomende) voornaam en de initiaal van zijn achternaam, maar er wordt bovendien een verband gelegd tussen hem en de school waarop hij zit. Bovendien is vermeld dat hij kanker aan zijn oog heeft gehad. Door de vermelding van al deze gegevens tezamen is zijn identiteit prijsgegeven.
Ter zitting voegt klager hieraan toe dat het incident vlak voor de zomervakantie en niet op school heeft plaatsgevonden. De andere betrokkene bij het incident zat niet bij hem op school. Toen klager in het nieuwe schooljaar weer naar school ging, waren slechts enkele leraren van zijn school op de hoogte van het incident. Na de publicatie hebben diverse ouders de school benaderd met het verzoek om klager de toegang tot de school te weigeren. Waar in eerste instantie de school zich nog coöperatief opstelde, ziet zij zich nu gedwongen om klager de toegang tot de school te weigeren. Dit klemt temeer omdat hij nu in zijn eindexamenjaar zit. Dit is nu het trieste resultaat van de tendentieuze berichtgeving, aldus klager.
 

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. er is sprake van onjuiste, tendentieuze berichtgeving;
  2. de hiervoor onder ‘De Feiten’ vermelde lezersreacties hadden niet gepubliceerd mogen worden;
  3. klagers privacy is ongerechtvaardigd aangetast.
 
Ad 1.
Klager heeft niet ontkend op enigerlei wijze betrokken te zijn geweest bij het steekincident waarover is bericht. Hij heeft weliswaar aannemelijk gemaakt dat – anders dan vermeld – de rechtbank hem in vrijheid heeft gesteld en nog niet vaststaat dat hij volgens het jeugdstrafrecht zal worden berecht, maar deze omissies zijn niet van zodanige aard dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Ook overigens is niet gebleken dat de berichtgeving relevante onjuistheden bevat.
 
Gelet op het voorgaande acht de Raad voorts geen grond aanwezig voor de conclusie dat verweerders zonder deugdelijke grondslag beschuldigingen aan het adres van klager hebben gepubliceerd c.q. ter zake tendentieus over klager hebben bericht.
In dat verband overweegt de Raad nog dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van het artikel – geen sprake (vgl. RvdJ 2008/53). Dit onderdeel van de klacht is dan ook ongegrond.
 
Ad 2.
Ten aanzien van de publicatie c.q. het gepubliceerd houden van de lezersreacties op de website stelt de Raad voorop dat de redactie verantwoordelijk is voor de inhoud van reacties die worden geplaatst op de website van het betrokken medium. Het verdient de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert. (zie punt 5.1. van de Leidraad van de Raad)
De redactie heeft een verantwoordelijkheid voor de reacties van derden die onder artikelen op haar website verschijnen, maar gelet op de aard van het internet kan van de redactie niet verwacht worden dat zij al deze reacties vooraf controleert. Wel kan de redactie besluiten eenmaal geplaatste reacties te verwijderen. (zie punt 5.4. van de Leidraad)
Als een reactie op een artikel op de website een ernstige beschuldiging of een diffamerende uitlating jegens een of meer herkenbare personen bevat, dient de redactie op verzoek van de betrokkene(n) te onderzoeken of voor de beschuldiging of de aantijging een feitelijke grond bestaat, en indien dit niet het geval is, de reactie te verwijderen. (zie punt 5.5. van de Leidraad)
 
Dat klager de publicatie van de onder ‘De Feiten’ vermelde lezersreacties als grievend heeft ervaren, is onvoldoende voor de conclusie dat verweerders deze reacties niet op hun website hadden mogen plaatsen. Gelet op hetgeen de Raad hiervoor onder 1. heeft overwogen, bestaat geen grond voor de conclusie dat voor de uitlatingen jegens klager een feitelijke grondslag ontbreekt. Ook dit onderdeel van de klacht slaagt daarom niet.
 
Ad 3.
Wat betreft de publicatie van de persoonlijke gegevens van klager overweegt de Raad dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)
 
Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds. (vgl. onder meer: RvdJ 2008/32)
 
In het artikel zijn alleen de voornaam en de initiaal van de achternaam van klager vermeld. Klager heeft een voornaam die in Nederland niet veel voorkomt. Tevens is opgenomen op welke school klager zit en dat hij kanker aan zijn oog heeft gehad. Door de combinatie van al deze gegevens kan klager, buiten de kring van personen bij wie hij al bekend was, eenvoudig worden geïdentificeerd en getraceerd.
Niet is gebleken dat met de vermelding van al deze gegevens gezamenlijk een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Verweerders hadden meer terughoudend kunnen berichten zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Niet is gebleken dat door het weglaten van bepaalde persoonlijke gegevens van klager – zodat hij niet meer voor het grote publiek herkenbaar zou zijn – een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de lezer zou zijn ontstaan.
Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van zijn privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend.
 
 

BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de schending van de privacy, is de klacht gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 6 februari 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris en mw. mr. F. Jansma, plaatsvervangend secretaris.