2009/63 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
A.A.M. Luijten
 
tegen
 
de hoofdredacteur van 112 Zuid-Limburg
 
Bij brief van 14 september 2009 met twee bijlagen heeft A.A.M. Luijten te Heerlen (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van 112 Zuid-Limburg (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 oktober 2009. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 18 december 2008 is op de webpagina van 112 Zuid-Limburg een artikel verschenen onder de kop “Eigenaar autobedrijf gewond na brand / XTC Lab Ontdekt”. Het artikel meldt dat in een garagebedrijf in Heerlen een brand is ontstaan.
 
Op 19 december 2008 is de berichtgeving aangevuld met een artikel onder de (tussen)kop “XTC-lab ontdekt bij brand in autogarage”. Dit artikel luidt:
“In een garage op industrieterrein In de Cramer in Heerlen is donderdagavond een xtc-laboratorium gevonden. Dat werd ontdekt tijdens het blussen van een brand. De brandweer is vrijdag begonnen met het ontmantelen van het lab. Ook de brand is hoogstwaarschijnlijk in het xtc lab ontstaan. Verdere mededelingen worden door de politie en brandweer in het belang van het onderzoek niet gedaan.”
 
Bij het artikel is een link geplaatst naar foto's van de brand. Op een van de foto's is het garagebedrijf met daarop de naam van klaagster te zien. Op een andere foto is de reclameauto van klaagster inclusief kenteken in beeld gebracht.
 
In e-mailberichten van 12 en 17 augustus 2009 heeft klaagster aan verweerder verzocht de foto’s van zijn website te verwijderen. Verweerder heeft niet aan dat verzoek voldaan.
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster is eigenaar van het garagebedrijf waar het artikel betrekking op heeft. Zij stelt dat met de publicatie van de foto's van het bedrijf en de reclamewagen haar goede naam en die van haar bedrijf zijn aangetast, omdat zij en haar bedrijf geassocieerd worden met het XTC-lab. Dat deze associatie is gemaakt, blijkt volgens haar uit het feit dat zij de reclamewagen met verlies moest verkopen. Voor het in beeld brengen van de herkenningstekens, zoals haar naam op het bedrijfsgebouw en het kenteken van de auto, heeft zij nooit toestemming gegeven. Klaagster wijst erop dat zij bovendien is vrijgesproken van de aanklacht inzake het XTC-lab.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Verder overweegt de Raad dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad)
 
De Raad ziet geen aanleiding om te oordelen dat de feiten die in de artikelen van 18 en 19 december zijn vermeld, onjuist zijn. Verder is het niet ongebruikelijk om berichtgeving als de onderhavige – die een relevant nieuwsfeit betreft, waarbij de garage van klaagster een essentiële rol speelt – te illustreren met beelden van die garage c.q. de omgeving daarvan. Bij het bepalen van de wijze waarop die garage c.q. de omgeving wordt afgebeeld moet echter een afweging plaatsvinden tussen de vrijheid van meningsuiting enerzijds en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van klaagster anderzijds. (vgl. onder meer: RvdJ 2008/59)
 
Naar het oordeel van de Raad kan de combinatie van het aanvullende artikel van 19 december 2008 met de kop “XTC-lab ontdekt bij brand in autogarage” met de gewraakte foto’s, waarop duidelijk de naam van klaagster staat, voor de gemiddelde lezer niet tot een andere conclusie leiden dan dat klaagster een XTC-lab heeft (gehad). Klaagster heeft echter ontbetwist gesteld dat zij is vrijgesproken van de verdenking van het houden van een XTC-lab.
 
Verweerder heeft voorts op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat publicatie van deze foto’s, zonder dat de naam van klaagster en het kenteken hiervan waren verwijderd of afgeplakt, noodzakelijk was.
 
Onder deze omstandigheden heeft verweerder, door niet te voldoen aan het verzoek van klaagster om die foto’s van zijn website te verwijderen, de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 4 december 2009 door mr. A. Herstel, voorzitter, T.R. Harkema, mw. E.J.M. Lamers, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.