2009/60 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
E. Slot en uitgeverij Bert Bakker
 
Bij brief van 3 augustus 2009 met een bijlage heeft mr. J-H.L.C.M. Kuijpers, advocaat te Amsterdam, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen E. Slot en Uitgeverij Bert Bakker (hierna: verweerders). Hierop heeft mr. D.E. Stols, advocaat te Amsterdam, namens verweerders geantwoord in een brief van 9 september 2009 met zeven bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 september 2009, waar namens klager mr. Y. Quint, advocaat te ’s-Hertogenbosch, is verschenen. Van de zijde van verweerders waren voornoemde Slot en mr. Stols aanwezig.  
 
DE FEITEN
 
Omstreeks eind januari/begin februari 2009 is een boek van de hand van Slot verschenen onder de titel “Met groot verlof – Liquidaties in crimineel Nederland”, uitgegeven door uitgeverij Bert Bakker. In het boek wordt klager genoemd als verdachte in een moordzaak, waarbij zijn volledige naam en bijnaam zijn vermeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat in het boek ten onrechte zijn volledige naam is vermeld. Volgens klager is hij daardoor onnodig uit de anonimiteit gehaald, zonder dat daarmee een maatschappelijk belang is gediend dat zwaarder zou moeten wegen dan zijn individuele belang. Verweerders hadden ook kunnen volstaan met vermelding van zijn initialen, aldus klager.
De omstandigheid dat hij op bepaalde websites met volledige naam is genoemd, maakt dat volgens hem niet anders. Verweerders hebben een eigen journalistieke verantwoordelijkheid, zeker nu het gaat om de verdenking van zeer ernstige feiten zoals liquidaties in de Nederlandse onderwereld, aldus klager. Hij benadrukt verder dat hij zelf nooit de publiciteit heeft gezocht. Er is hem dan ook geen dagblad of journaal bekend dat hem met volledige naam heeft genoemd c.q. hem in verband heeft gebracht met de zaak als vermeld in het gewraakte boek. Verder wijst klager erop dat van één van de websites waarnaar verweerders hebben verwezen, www.rechtspraak.nl, zijn naam inmiddels is verwijderd. Volgens klager is zijn naam niet bekend onder een breed, algemeen publiek.
Voorts stelt klager dat met het weglaten van zijn volledige naam geen onaanvaardbare onduidelijkheid zou zijn ontstaan voor de lezer. Klager is dan ook van mening dat er in dit geval geen sprake is van een redelijke verhouding tussen de inbreuk op zijn privacy en het doel van de publicatie.
Ook de omstandigheid dat hij inmiddels in verband met een ander vergrijp is veroordeeld, leidt volgens klager niet tot een ander oordeel. Een veroordeling of een crimineel verleden is immers geen criterium om inbreuk te kunnen maken op iemands privacy, aldus klager ter zitting.
Wat de door verweerders gestelde niet-ontvankelijkheid betreft, heeft klager ter zitting nog naar voren gebracht dat de klacht weliswaar laat, maar binnen de termijn van zes maanden is ingediend. Daarbij stelt klager dat uit de informatie van de website van uitgeverij Bert Bakker blijkt, dat de eerste druk van het boek gedateerd is op 3 februari 2009.
 
Verweerders stellen voorop dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht, nu het boek op 30 januari 2009 is verschenen en de klacht pas op 3 augustus 2009, dus meer dan zes maanden na de verschijningsdatum, is ingediend. Daarbij wijzen verweerders erop dat onder meer in het colofon van de derde editie staat vermeld dat de eerste druk dateert van januari 2009. De vermelding in een aantal vooraankondigingen en brochures dat het boek vanaf februari 2009 verkrijgbaar zou zijn, duidde slechts op een richtdatum, aldus verweerders.
Voor zover de klacht inhoudelijk wordt behandeld, stellen verweerders dat de klacht zich niet richt tegen hetgeen in het boek over klager wordt geschreven. Verder merken zij op dat het boek is gebaseerd op gedegen archiefonderzoek van onder meer justitiële documenten. Daarnaast achten verweerders van belang dat klager is veroordeeld voor de handel in XTC en dat klager momenteel, zij het na het verschijnen van het boek, ook terecht staat voor de feiten die in het boek worden genoemd.
Verweerders wijzen erop dat in het boek honderden namen voorkomen, allen van personen die op één of andere manier betrokken zijn bij liquidaties in crimineel Nederland. Volgens verweerders zou het aanduiden van al die personen met enkel initialen tot een onleesbaar boek leiden, ook al omdat de personages op verschillende plekken in het boek voorkomen. Slechts in twee gevallen is er bewust en op morele gronden voor gekozen om de betrokkene niet met volledige naam te vermelden. Nu klager als beroepscrimineel kan worden aangemerkt, bestond er geen aanleiding om hem met initialen aan te duiden, aldus verweerders. Ook het gebruik van alleen bijnamen was volgens hen geen optie omdat niet alle personen over een bijnaam beschikken, meerdere personen dezelfde bijnaam hebben of het onderscheid tussen bijnaam en echte naam niet altijd duidelijk is. Daarbij merken verweerders op dat een boek in dit geval ook verschilt van een krantenartikel, waarbij het minder storend is om één of twee keer de initialen van een betrokkene te lezen.
Voorts achten verweerders van belang dat de naam en bijnaam van klager eenvoudig zijn te vinden op het internet. Wie zoekt via Google, krijgt niet alleen de volledige achternaam van klager te zien, maar ook de mededeling dat hij bekend staat als de vaste huurmoordenaar van een andere bekende uit de onderwereld. Verweerders achten het merkwaardig dat klager wel in het geweer komt tegen hen als journalisten en niet tegen anderen die hetgeen klager ten laste is gelegd als feit presenteren.
Zo wordt de volledige naam van klager vermeld op diverse weblogs en andere sites van journalisten of anderen die zich verdiepen in de georganiseerde misdaad – op sommige sites al sinds 2007 – en wordt klager op die sites in verband gebracht met de in het boek vermelde activiteiten. Op dergelijke weblogs wordt, anders dan op talloze fora op internet, veel feitelijke informatie uitgewisseld, die is gebaseerd op openbare en niet-openbare bronnen. Verweerders wijzen onder meer op een site van een journalist die veelvuldig contact heeft gehad met de advocaat van klager en – kennelijk met toestemming – letterlijk uit de pleitnota citeert, waarbij ook de achternaam van klager wordt vermeld.
Bovendien is ook in een ander boek, dat in 2008 onder de titel “De viespeuk” is verschenen, de volledige naam van klager vermeld.
Voorts wijzen verweerders erop dat klager en de andere verdachten in het lopende proces ook door het Openbaar Ministerie (hierna: OM) op rechtspraak.nl met volledige naam worden vermeld. Kennelijk acht het OM, zeker gezien de zorgvuldigheid die normaliter wordt gehanteerd, een zeker maatschappelijk belang gediend met het vermelden van de volledige naam. Verweerders merken daarnaast op dat het gewraakte boek niet heeft geleid tot een zogeheten olievlek-effect en dat de naam van klager in combinatie met de titel van het boek via Google geen zoekresultaat oplevert.
Verder vragen verweerders zich af of het gebruik van initialen in de rechtbank- en misdaadjournalistiek niet op zijn retour is. Zo heeft het boek betrekking op mensen die criminele activiteiten verrichten en die daarom – aldus verweerders – minder bescherming verdienen dan bijvoorbeeld een ouder die in een vlaag van verstandsverbijstering zijn kind doodt. Nu klager al geruime tijd meeloopt in de criminele wereld, mag een zekere bekendheid worden verondersteld en bovendien heeft klager, door zich vrijwillig in het criminele milieu te begeven, bewust het risico genomen dat hij in de publiciteit terecht zou komen. Daarnaast wijzen verweerders erop dat in het boek kritische kanttekeningen worden geplaatst bij alle verhalen en dat het boek zich beperkt tot hetgeen verdachten ten laste is gelegd.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:
1.       Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
2.       Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.  
3.       Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
4.       Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.
 
De klacht is op 3 augustus 2009 per faxbericht gezonden aan en ontvangen door het secretariaat van de Raad. Namens klager is ter zitting onbetwist naar voren gebracht dat op de website van uitgeverij Bert Bakker is vermeld dat de eerste druk van het gewraakte boek is verschenen op 3 februari 2009. Naar het oordeel van de Raad mocht klager van de juistheid van deze informatie uit gaan. Van een termijnoverschrijding is dan ook geen sprake, zodat klager in zijn klacht kan worden ontvangen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht is dat de privacy van klager onevenredig is aangetast nu zijn volledige naam in de publicatie is vermeld.
 
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is.

Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie echter op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/82)
 
Naar het oordeel van de Raad is in dit geval niet gebleken dat met de vermelding van de naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had ook anoniem of eventueel met zijn bijnaam kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving.
 
Daarbij overweegt de Raad dat verweerders bij de berichtgeving over twee personen er bewust voor hebben gekozen om de vermelding van de volledige naam achterwege te laten. Daaruit kan worden afgeleid dat het weglaten van de volledige naam de leesbaarheid van het boek niet per se onevenredig te kort doet. Niet valt in te zien dat dat – behalve bij deze twee personen – anders zou zijn indien de volledige naam van klager achterwege zou zijn gelaten.
 
Voorts overweegt de Raad dat de omstandigheid dat klager zich bewust zou begeven in het criminele circuit – wat daar overigens ook van zij – op zichzelf geen grond biedt voor het oordeel dat met de publicatie van klagers naam een maatschappelijk belang is gediend dat zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. De Raad deelt de stelling van verweerders niet, dat mensen die criminele activiteiten verrichten in het algemeen minder recht hebben op bescherming van hun privacy. Daarbij komt dat de publicatie betrekking heeft op een actuele strafzaak en dat klager ter zake nog niet is veroordeeld.
 
De Raad acht verder van belang dat de (web)publicaties waarnaar verweerders hebben verwezen en waarin eveneens de volledige naam van klager is vermeld, zich richten tot een bepaalde, beperkte doelgroep die zich met name bezighoudt met misdaadjournalistiek. Uit die publicaties kan niet worden afgeleid dat de identiteit van klager algemeen bekend is.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat met de vermelding van klagers naam diens privacy disproportioneel is aangetast en verweerders aldus grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoeken verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 20 november 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, H. Blanken, prof. dr. M.J. Broersma, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.