2009/58 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting European Committee Human Rights Hungarians Central Europe (Amsterdam)
 
tegen
 
R. Savelberg en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 14 juli 2009 met zes bijlagen heeft drs. G. Landman, penningmeester, namens de Stichting European Committee Human Rights Hungarians Central Europe (Amsterdam) te Amsterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen R. Savelberg en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Bij brief van 21 juli 2009 heeft mw. mr. H.M.A. van Meurs-Bergsma, Concern Juridische Zaken Telegraaf Media Groep, laten weten dat verweerders geen medewerking aan de procedure zullen verlenen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 september 2009, waar namens klaagster voornoemde Landman is verschenen.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klaagster desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 21 juni 2009 is in De Telegraaf een column van de hand van Savelberg verschenen onder de kop “Zwarthemden”. De column bevat onder meer de volgende passages:
“Paradijselijk, zo scheen Hongarije altijd te zijn. (…) Logisch, want Hongarije was het meest liberale land van het voormalige Oostblok. (…) Nu huilt Hongarije. Het Donauvolk wordt al jaren geteisterd door grote armoede.”
en
“Wie profiteert van de bitterslechte stemming zijn de fascisten. De net opgerichte partij Jobbik haalde bij de Europese verkiezingen bijna 15 procent van de stemmen. Deze ‘Beweging voor een beter Hongarije’ maakt de ‘Joden’, de ‘zigeuners’ en ‘Brussel’ verantwoordelijk voor de eigen misère. Daarom jagen de zwarthemden van de ‘Hongaarse garde’ op eenvoudige zondebokken als Roma en Sinti. Genoemde burgermilitie wordt door politiek en de politie getolereerd.”
en tot slot:
“Merkwaardig genoeg neemt de gedoodverfde liberaalconservatieve premier Viktor Orban geen afstand van Jobbik. Al jarenlang flirt deze demagoog met de fascisten, die enige tijd geleden eieren naar de leugenachtige premier Gyurcsany gooiden. De Hongaarse neonazi’s paraderen samen met hooligans, ontevreden bejaarden en jonge studenten door Boedapest. Ze dragen vol trots Arpad-vlaggen uit de Tweede Wereldoorlog en houden optochten door de dure winkelstraat Vaci Utca. De kelners in het chique koffiehuis Café Gerbeau verbazen zich erover hoe snel Jobbik nieuwe aanhangers verzamelt.
Eigenlijk is dat begrijpelijk. Want Jobbik belooft gouden bergen. Ze eisen twee derde van het verloren grondgebied van voor 1919 terug. Dat zijn grote delen van Roemenië, Servië en Slowakije. De Duitsers noemden die ideologie ooit ‘Heim ins Reich’. Het eindigde met Hitler en de Holocaust.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat de column een aantal onjuistheden bevat. Zo is ten onrechte vermeld dat de partij Jobbik net is opgericht, terwijl de partij reeds sinds 2003 actief is in de Hongaarse politiek. Voorts wijst klaagster erop dat de Hongaarse garde eind 2008 door de hoofdstedelijke rechtbank van Boedapest is ontbonden en dat vanuit alle politieke partijen, behalve Jobbik, een zeer fel protest bestaat tegen de Hongaarse garde. Verder is onjuist vermeld dat Orban de premier van Hongarije wordt en Gyurcsany de premier van Hongarije is. Gordon Bajnai is de premier van Hongarije, aldus klaagster.
Verder is volgens klaagster ten onrechte beweerd dat bij demonstraties Arpad vlaggen uit de Tweede Wereldoorlog worden gebruikt. Klaagster stelt dat het gebruik van fascistische symbolen strafrechtelijk is verboden. De bedoelde vlaggen zijn afkomstig uit de Arpad dynastie en worden reeds sinds de 11e eeuw gebruikt.
Klaagster acht voorts van belang dat ten onrechte is beweerd dat Jobbik twee derde van het grondgebied van voor 1919 terug eist. Volgens klaagster is dit pertinent onjuist en is er geen enkele politieke beweging in Hongarije die dit eist. Daarbij merkt klaagster op dat een dergelijke eis op z’n minst voor een politieke rel zou zorgen. Een dergelijke stelling kan dan ook niet zonder meer als feit worden gepresenteerd. In dit kader heeft klaagster ter zitting benadrukt dat met name deze onjuiste bewering de belangen schaadt van de Hongaarse minderheden in de omringende landen van Hongarije. Zo lopen de etnische spanningen in Slowakije reeds op. Een dergelijke uitspraak kan voor de tegenstanders van de aanwezigheid van Hongaarse minderheden in die landen voldoende zijn om wederom tegen die groepen geweld te gebruiken. Een dergelijke vorm van stemmingmakerij is louter een verzinsel en niet op deugdelijk onderzoek gebaseerd, aldus klaagster.
Ten slotte merkt klaagster op dat het verloren grondgebied onjuist is weergegeven en dat Hongarije dat grondgebied in 1920 verloor bij het verdrag van Trianon.
Klaagster concludeert dat in de column ten onrechte geen onderscheid is gemaakt tussen feiten en meningen, en dat de in de column vervatte boodschap eenzijdig en onzorgvuldig is.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de column zodanige onjuistheden bevat, dat door de publicatie de belangen kunnen worden geschaad van de autonome Hongaarstalige bevolking in de buurlanden van Hongarije.
 
De aard van een column brengt met zich dat een columnist een grote mate van vrijheid toe komt om zijn mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. De grenzen van het toelaatbare worden overschreden wanneer (passages in) columns in redelijkheid geen ruimte laten voor een andere karakterisering dan dat zij kwetsend en beledigend zijn voor personen of bevolkingsgroepen. (zie punt 3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
In dit geval heeft Savelberg een belangrijk maatschappelijk thema in zijn column aan de orde willen stellen, te weten de opkomst van vreemdelingenhaat in Hongarije. Ook in die context stond het hem vrij zijn mening te verkondigen. Gelet op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, stelt de Raad vast dat de klacht zich in hoofdzaak richt tegen de bewering dat Jobbik tweederde van het verloren grondgebeid zou terug eisen. Uit de column blijkt echter genoegzaam dat de desbetreffende passage de feitelijke beschrijving behelst van de mening van aanhangers van Jobbik, zoals die kennelijk door Savelberg is waargenomen. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat die beschrijving feitelijk onjuist is.
 
Ook overigens ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat met de publicatie van de column de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 20 november 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, H. Blanken, prof. dr. M.J. Broersma en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.