2009/53 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de Nederlandse Klokkenluiderspartij
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
 
Bij brief van 26 juni 2009 met zeven bijlagen heeft D.J. van Swol, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand, namens de Nederlandse Klokkenluiderspartij gevestigd te Leeuwarden (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerder). Hierop heeft R. Mulder, algemeen hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 21 juli 2009. Ten slotte heeft verweerder per e-mail nog een nader stuk toegezonden.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 september 2009. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
In de Leeuwarder Courant zijn de volgende publicaties verschenen:
·         op 15 januari 2009 een artikel onder de kop “Klokkenluiders eisen inzage declaraties”
·         op 22 januari 2009 een ingezonden brief onder de kop “Klokkenluiders” met het chapeau “Is dit een wraakactie?”
·         op 31 januari 2009 een voorpagina-artikel onder de kop “Bonnetjesactie houdt ambtenaren aan het werk” en een vervolg-artikel onder de kop “’Balans zoek bij WOB-verzoeken door Wiersma’”. Verder is op dezelfde dag op de website van de Leeuwarder Courant een artikel verschenen onder de kop “Paniek in Leeuwarden om actie Klokkenluiders”
·         op 2 februari 2009 zowel in de papieren editie als op de website een artikel onder de kop “’Leeuwarden niet slim in strijd met bonnetjesquerulant’”.
·         op 21 februari 2009 een artikel onder de kop “’Plaaggeest’ hult zich in nevelen”. De intro van dit artikel luidt: “Met een stortvloed aan WOB-verzoeken over de declaraties en reisjes van ambtenaren en bestuurders joeg Joeri Wiersma van de Nederlandse Klokkenluiderspartij de gemeente Leeuwarden in de gordijnen. Wat beweegt deze bestuurlijke plaaggeest?”
 
Alle publicaties hebben betrekking op een 77-tal verzoeken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de WOB), die de voorzitter van klaagster, J. Wiersma, heeft ingediend bij de gemeente Leeuwarden. In het artikel van 21 februari 2009 is een interview met Wiersma weergegeven.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat de berichtgeving over de door haar voorzitter ingediende WOB-verzoeken onnodig grievend is en dat in de berichtgeving telkenmale haar integriteit in twijfel is getrokken. Zo is in het artikel van 22 januari 2009 gesteld dat klaagster uit zou zijn op geldelijk gewin. Voorts is de voorzitter van klaagster neergezet als een ‘bonnetjesquerulant’ en een ‘bestuurlijke plaaggeest’ genoemd. Tevens is geïnsinueerd dat klaagster zich naar eigen zeggen niet op internet zou profileren, hetgeen pertinent onjuist is. Voorts is sprake van stemmingmakerij door te stellen dat klaagster geen zetel zou behalen.
Klaagster betoogt dat de inhoud van de berichtgeving alsmede de badinerende ondertoon ervan, haar geloofwaardigheid en integriteit aantasten.

Verweerder stelt dat gepubliceerd is over de door klaagster ingediende WOB-verzoeken, omdat het een opmerkelijke zaak was. Het betrof een groot aantal verzoeken en er werd zelfs inzage gevraagd in declaraties van acht jaar geleden, hetgeen het gemeentelijk apparaat zeer veel werk bezorgde. Bij het publiceren over deze zaak is ook aandacht besteed aan de kritische opmerkingen die van verschillende kanten werden gemaakt bij de opvallende actie van klaagster. Zo is op 22 januari 2009 een ingezonden brief geplaatst, waarin een verband werd gelegd tussen de lopende actie van klaagster en een eerder conflict van klaagster met de gemeente Leeuwarden. In hetzelfde kader is een vraaggesprek met Roger Vleugels, een landelijk expert op het gebied van WOB-verzoeken, gepubliceerd. In dat artikel gebruikte Vleugels de term ‘bonnetjesquerulant’ voor de voorzitter van klaagster. Verweerder acht deze term begrijpelijk, nu klaagster geen concrete aanwijzing kon geven voor fraude of onregelmatigheden als rechtvaardiging voor de vele WOB-verzoeken. Het plaatsen van een kritische ingezonden brief en weergave van de uitspraken van deskundige Vleugels passen volledig in de normale journalistieke aanpak van een dergelijke affaire, aldus verweerder.
Hij wijst er ten slotte op dat de voorzitter van klaagster in het artikel van 21 februari 2009 de gelegenheid heeft gehad zijn actie toe te lichten in een interview. De tekst van dat artikel heeft hij voorafgaand aan de publicatie ervan kunnen lezen.
Verweerder meent dat de Leeuwarder Courant heeft gedaan wat van een regionaal dagblad mag worden verwacht bij een actie van een politieke partij in de richting van de gemeente. De berichtgeving over de kwestie was vooral feitelijk en de toon was niet onnodig grievend. Verweerder concludeert dat er geen grond bestaat voor de onderhavige klacht.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
In de berichtgeving wordt aandacht besteed aan een groot aantal WOB-verzoeken dat door klaagster c.q. haar voorzitter is ingediend bij de gemeente Leeuwarden. Het staat een journalist vrij over een dergelijk onderwerp te berichten en het gebrachte nieuws te voorzien van commentaar van een deskundige, zoals in dit geval van de heer Vleugels. (zie punten 1.1., 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad) Daarbij zullen klaagster en haar voorzitter – gelet op hun zelfgekozen publieke rol en hun positie in het publieke debat – zich een mate van kritische en polemische bejegening moeten laten welgevallen. (vgl. onder meer RvdJ 2007/18)
 
Het voorgaande in aanmerking genomen acht de Raad het gebruik van de term ‘bonnetjesquerulant’ niet journalistiek ontoelaatbaar. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat verweerder het gebruik van de term voor rekening van de geïnterviewde Vleugels heeft gelaten. Ook overigens is naar het oordeel van de Raad objectief bezien geen sprake van een nodeloos grievende beschrijving van klaagster c.q. haar voorzitter.
 
Voor zover de klacht betrekking heeft op de ingezonden brief van 22 februari 2009 overweegt de Raad dat het ter beoordeling van de (hoofd)redactie staat of een ingezonden brief al dan niet wordt gepubliceerd. Plaatsing kan onder bijzondere omstandigheden leiden tot het oordeel dat de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. In dit geval is niets naar voren gekomen dat een dergelijk oordeel zou kunnen rechtvaardigen. De ingezonden brief bevat geen zodanige beschuldiging aan het adres van klaagster dat verweerder de gegrondheid ervan had behoren te onderzoeken dan wel van plaatsing van de brief had behoren af te zien. (zie punt 5.3. van de Leidraad)
 
Verder overweegt de Raad dat de voorzitter van klaagster uitvoerig de gelegenheid is geboden zijn standpunten over de kwestie naar voren te brengen in het op 21 februari 2009 gepubliceerde interview. Klaagster heeft nog aangevoerd dat in de kop en intro van deze publicatie de term ‘plaaggeest’ is gebruikt. In aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen, acht de Raad de kwalificatie ‘plaaggeest’ echter niet van zodanig diffamerende aard dat verweerder met het gebruik ervan journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld.
Ten slotte is niet gebleken dat de berichtgeving relevante feitelijke onjuistheden bevat.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klaagster en haar voorzitter te berichten op de wijze als hij heeft gedaan.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 8 oktober 2009 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. M.J. Rietkerk, M. Ülger en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.