2009/52 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
A. Verhoeven
 
tegen
 
A. van Eenennaam en de hoofdredacteur van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP)
 
Bij brief van 13 juni 2009 met één bijlage heeft A. Verhoeven te Oostzaan (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. van Eenennaam en de hoofdredacteur van het Algemeen Nederlands Persbureau (hierna: verweerders). Hierop heeft R. Rijpma, chef redactie binnenland ANP, namens verweerders geantwoord in een brief van 2 juli 2009 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 september 2009. Klager is daar verschenen en heeft nog een nader stuk overgelegd. Van de kant van verweerders waren Van Eenennaam en Rijpma aanwezig.
 
Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.
 
DE FEITEN
 
Op 10 juni 2009 is om 13:32 uur op de webpagina van het ANP een artikel verschenen van de hand van Eenennaam onder de kop “SOS-arts voorlopig van baan (2)”. De lead van het artikel luidt:
“De komst van een SOS-arts die buiten kantoortijden tegen betaling bij mensen thuiskomt, is voorlopig van de baan. Initiatiefnemer Arnold Verhoeven heeft dat woensdag bekendgemaakt. Nederlandse wetgeving staat het plan in de weg.”
Verder is onder meer vermeld:
“Hij wil nu in januari met een aangepast initiatief beginnen.”
 
Diezelfde dag is om 18:25 uur een aangepaste versie van het artikel op de webpagina van het ANP geplaatst onder de kop “SOS-arts over andere boeg (2)”. Daarbij is de lead van het artikel gewijzigd in:
“Het plan waarbij Nederlanders, naar Frans model, tegen extra betaling SOS-artsen kunnen inhuren voor bezoek aan huis is voorlopig van de baan. Nederlandse regelgeving staat het in de weg. Initiatiefnemer Arnold Verhoeven heeft zijn concept aangepast en wil nu per 1 januari toch van start gaan.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de kop boven het eerste artikel onjuist en suggestief is, nu zijn initiatief uitdrukkelijk niet van de baan is, maar in andere vorm doorgang zal vinden. Hij stelt dat verweerders onzorgvuldig te werk zijn gegaan door nog tijdens de presentatie van het initiatief op de betreffende woensdag, het eerste artikel te plaatsen op de webpagina. Een groot aantal media heeft het artikel direct diezelfde dag klakkeloos overgenomen en via onder meer radio en internet gemeld dat het initiatief van de baan was.
Klager heeft de indruk dat de onjuiste berichtgeving het gevolg is van irritatie bij Van Eenennaam over het feit dat klager tijdens de presentatie geen aandacht aan haar heeft kunnen besteden. Volgens klager heeft Van Eenennaam vervolgens de kop opzettelijk schadetoebrengend geformuleerd.
Verder stelt klager dat hij direct contact heeft opgenomen met verweerders en dat zij hadden beloofd te rectificeren. De rectificatie heeft er echter slechts toe geleid dat de media die aanvankelijk over het initiatief wilden schrijven, er helemaal niet over hebben gepubliceerd.
Klager heeft ter zitting benadrukt dat het initiatief alleen wat betreft de oorspronkelijke juridische vorm van de baan was, maar dat het in een andere vorm zou doorgaan. Verweerders hadden zich dienen te realiseren dat het eerste artikel een grote impact zou hebben.
Volgens klager hebben verweerders opzettelijk geprobeerd het initiatief de grond in te boren. Door de handelwijze van verweerders is het momentum kapot gemaakt en is het initiatief daardoor moeilijker tot uitvoering te brengen, aldus klager.
Desgevraagd heeft klager ter zitting verklaard dat hij er niet zeker van is dat in de kop van het artikel aanvankelijk het woord ‘voorlopig’ niet voorkwam. Volgens klager is het bericht wel in andere media verschenen onder de kop “SOS-arts van de baan”.
 
Verweerders stellen dat klager tijdens zijn presentatie op 10 juni 2009 zelf heeft betoogd dat zijn initiatief door de ‘gevestigde instanties’ werd tegengehouden. Hij maakte ook bekend met een ander plan aan de slag te gaan, waarmee hij op 1 januari 2010 wilde beginnen. In het eerste bericht dat op de webpagina van het ANP is verschenen, is in de kop direct gemeld dat het initiatief van klager voorlópig van de baan was. In het bericht zelf staat vermeld dat hij in januari 2010 met een aangepast initiatief begint. Volgens verweerders is daarop inhoudelijk niets af te dingen.
Om klager – uit hoffelijkheid – toch enigszins tegemoet te komen, hebben verweerders vervolgens de kop aangepast in “SOS-arts over een andere boeg”. Bovendien hebben zij telefonisch overleg gehad met klager over vervolgberichtgeving. Verweerders zagen echter geen mogelijkheid om ter zake met klager afspraken te maken en bovendien gaf klager zelf aan hier geen behoefte aan te hebben.
Verder stellen verweerders dat zij voor- noch tegenstander zijn van het initiatief van klager. Zij hebben daarover objectief en neutraal verslag gedaan. Ter zitting heeft Van Eenennaam in dat verband verklaard dat zij in het geheel niet geïrriteerd was en heeft zij uitdrukkelijk betwist dat zij klager bewust zou hebben beschadigd.
Verweerders hebben ter zitting nog verwezen naar het door klager overgelegde persbericht van 9 juni 2009. Daarin is vermeld dat klager vanwege wijziging in regelgeving de volgende dag een aangepast initiatief zou presenteren.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders opzettelijk onjuist en misleidend over klagers initiatief hebben bericht. Klager acht met name de kop “SOS-arts voorlopig van baan” onzorgvuldig, omdat hij zijn initiatief wilde doorzetten, zij het in een andere juridische vorm.
 
Klager heeft ter zake aangevoerd dat Van Eenennaam uit irritatie de kop opzettelijk schadetoebrengend heeft geformuleerd, hetgeen Van Eenennaam gemotiveerd heeft betwist.
Daargelaten de vraag welk standpunt juist is – hetgeen de Raad niet kan beoordelen – bestaat geen grond voor de conclusie dat sprake is van journalistiek ontoelaatbare berichtgeving. De kop is klager weliswaar onwelgevallig, omdat daarin diens initiatief – zijns inziens ten onrechte – als mislukt is gepresenteerd, maar zulks is onvoldoende voor de conclusie dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klager hebben gehandeld. Het is immers journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van het artikel – geen sprake.
 
Voor de lezer is voldoende duidelijk dat het initiatief zoals klager dat in eerste instantie voor ogen had, geen doorgang kon vinden, maar dat klager in januari 2010 met een aangepast initiatief wil beginnen. Een en ander is ook in overeenstemming met het persbericht dat klager op 9 juni 2009 heeft verspreid.
Er bestaat dan ook geen grond voor de conclusie dat verweerders de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Daarbij komt dat verweerders, geheel onverplicht, de kop en lead van het bericht alsnog hebben gewijzigd. De wijze waarop andere media vervolgens over de kwestie hebben bericht, kan verweerders niet worden toegerekend.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting op de website van het ANP te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 8 oktober 2009 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. M.J. Rietkerk en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr.W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.