2009/51

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Essers Filmproducties 
 
tegen
 
A. Hertsenberg en de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?!
 
Bij brief van 6 juli 2009 met 5 bijlagen heeft mr. W.A. Braams, advocaat te Eindhoven, namens Essers Filmproducties, gevestigd te Helmond (hierna: klager), een klacht ingediend tegen A. Hertsenberg en de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?! (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. A. van Tricht, Hoofd Juridische Zaken van de TROS, in een brief van 19 augustus 2009 laten weten geen medewerking te zullen verlenen aan de procedure bij de Raad.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 augustus 2009. Namens klager is daar G.H.A. Essers verschenen, bijgestaan door mw. mr. M.N.J.H. Dijkstra. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 17 maart 2009 is in het televisieprogramma ‘TROS Opgelicht?!’ aandacht besteed aan klachten over vermeende misleidende verkoopmethodes van klager. In de uitzending komen diverse ondernemers aan het woord, die dvd’s met cultuurhistorische streekdocumentaires over verschillende plaatsen in Nederland, hebben afgenomen van klager. Volgens deze ondernemers wordt tijdens de telefonische verkoopgesprekken afgesproken dat er een recht van retour is voor onverkochte dvd’s, en een exclusief verkooprecht per dorp of stad. Nadat de dvd’s waren ingekocht, bleek volgens de geïnterviewden echter al snel dat klager vrijwel de gehele middenstand per dorp of stad dezelfde dvd had aangeboden, zodat de ondernemers de dvd’s niet konden verkopen. Contact met klager over deze gang van zaken zou niet of nauwelijks mogelijk zijn, en indien er al contact was, verwees klager naar algemene voorwaarden waarvan de ondernemers in ieder geval niet bij levering van de dvd’s op de hoogte waren. Retour gezonden dvd’s werden door klager niet vergoed.
 
Een voice-over meldt in de uitzending:
“Een blik op internet leert dat Essers Filmproducties een bedenkelijke reputatie heeft. Op verschillende sites beklagen tientallen klanten zich over het retourbeleid. Essers blijkt er namelijk zeer onduidelijke retourvoorwaarden op na te houden. Maar directeur Ronald Essers is het daar niet mee eens. Wanneer die lucht krijgt van ons onderzoek, neemt hij contact op met de redactie.”
Hierop wordt een opname van een telefoongesprek met R. Essers afgespeeld. R. Essers zegt:
“Iedere klant die bij ons iets koopt, krijgt van tevoren een bevestiging, en als klanten dan een bepaalde afspraak maken en een bepaalde overeenkomst en dan bij wijze van spreken niet doorlezen allemaal. Dat komt wel voor, dat de klant zegt: ‘Dat heb ik niet gezien’, en zo, dan is dat natuurlijk niet onze verantwoordelijkheid. Daarom krijgt iedereen van ons zo'n overeenkomst toegestuurd. Om klachten achteraf gezien te voorkomen.”
De ondernemers stellen hierop dat eerst ná levering van de dvd’s blijkt dat klager het recht van retour heeft beperkt in de algemene voorwaarden. De voice-over meldt dat het volgens klager zou gaan om incidenten, en dat hijzelf slachtoffer is. Opnieuw wordt een stuk van het opgenomen telefoongesprek afgespeeld. Voornoemde Essers zegt hierin:
“Dat wij nu veel klachten hebben heeft te maken met een hetze tegen ons bedrijf. Wie daar achter zit, weten we niet precies. We hebben wel een vermoeden. We denken dat dat de oorzaak is. We zijn erachter gekomen, we kunnen het niet helemaal bewijzen dat er vaak dezelfde mensen achter zitten die allerlei verhalen vertellen die niet waar zijn.”
 
Verder wordt in de uitzending berekend hoeveel winst klager zou maken met de verkoop van de dvd’s. De presentatrice meldt:
“In een reactie via zijn advocaat laat Essers weten dat hij per jaar zo'n vijf- à zesduizend dvd’s verkoopt, en dat komt neer op een jaaromzet van zo'n zeshonderdduizend euro. In dezelfde brief beweert Essers echter dat zijn bedrijf op sterven na dood is, en dat deze uitzending wel eens de genadeklap zou kunnen zijn.”
 
In de studio worden nog één van de ondernemers en twee deskundigen aan het woord gelaten. Klager is in de studio niet aanwezig.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt – kort samengevat – dat de uitzending onzorgvuldig tot stand is gekomen, en bovendien eenzijdig en tendentieus is. Hij betoogt hiertoe onder meer dat hij voorafgaand aan de uitzending is opgebeld door een medewerker van TROS Opgelicht?!, die informeerde naar de handel en wandel van Essers Filmproducties en daarnaast vroeg of klager zou willen meewerken aan een uitzending. Klager is echter niet van tevoren meegedeeld dat er opnames van het gesprek werden gemaakt. Evenmin is hem verteld dat alles wat hij in het telefoongesprek zei, zou kunnen worden gebruikt in de uitzending. Bovendien werd hem tijdens het gesprek niet duidelijk gemaakt welke klachten er waren, zodat klager geen volledig beeld had, en zich dus ook slechts in algemene bewoordingen kon uitlaten over het retourbeleid en de algemene voorwaarden. Ook nadien heeft klager niet de mogelijkheid gehad zich specifiek te verdedigen tegen de aantijgingen van individuele ondernemers. Verweerders hebben op dit punt nooit duidelijkheid van zaken gegeven.
Klager betoogt verder dat hij niet mee heeft willen werken aan de uitzending, omdat hij zich niet als oplichter beschouwde en de associatie met het televisieprogramma al voor zich sprak. Om alle twijfel weg te nemen over zijn bedrijf, en om aan te tonen dat zijn bedrijf in een kwetsbare fase verkeerde, zodat prudent met een eventuele uitzending gewijd aan het bedrijf moest worden omgegaan, heeft klager uitgebreide bedrijfsinformatie verstuurd naar verweerders. Klager was toen nog niet bekend met het feit dat er een uitzending aan de klachten van de ondernemers gewijd zou worden. In de uitzending werden echter financiële gegevens van het bedrijf bekend gemaakt. Volgens klager hadden verweerders de belangen van klager en diens bedrijf moeten afwegen tegen het belang van de uitzending. Van een dergelijke belangenafweging blijkt echter niets, aldus klager.
Daarnaast hebben verweerders de indruk gewekt mee te werken aan de persoonlijke wraakactie van één van de ondernemers, nu die ondernemer in de uitzending uitdrukkelijk in beeld en aan het woord was. Verweerders hadden echter nader onderzoek moeten doen naar de gegrondheid van de klachten van de ondernemers, te meer nu klager al jaren een conflict heeft met de ondernemer die in de studio aan het woord kwam. Bovendien werden de door klager verstrekte gegevens op een zodanige wijze gepresenteerd dat de schijn werd gewekt dat hij tonnen per jaar zou verdienen aan de handel in dvd’s, terwijl uit de overgelegde cijfers bleek dat dit niet zo was. Daarnaast stelt klager dat hij in de begeleidende brief bij de bedrijfsgegevens uitdrukkelijk had aangegeven dat die gegevens vertrouwelijk waren en niet gepubliceerd mochten worden. Ter zitting heeft klager hieraan nog toegevoegd dat de door verweerders berekende omzet op de dvd’s van zeshonderdduizend euro onjuist is, en niet kan worden berekend op basis van de door hem overgelegde bedrijfscijfers.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
 
1.         verweerders hebben op onzorgvuldige wijze materiaal vergaard en dit materiaal    uitgezonden;
2.         verweerders hebben in de uitzending ten onrechte en op een verkeerde manier gebruik gemaakt van vertrouwelijke gegevens;
3.         de uitzending is onevenwichtig tot stand is gekomen en er is geen deugdelijke gelegenheid tot wederhoor geboden.
 
Ad 1.
Voor zover klager heeft gesteld dat hij niet van tevoren is ingelicht dat het telefoongesprek werd opgenomen en zou worden uitgezonden, overweegt de Raad dat de journalist die een telefoongesprek opneemt teneinde (delen van) die opname uit te zenden of te publiceren, zijn gesprekspartner ervan op de hoogte stelt dat, en met welk doel, hij die opname maakt (zie punt 2.1.6. van de Leidraad van de Raad). De journalist kan echter van deze norm afwijken als een gewichtig maatschappelijk belang dit rechtvaardigt en hetzelfde doel op geen andere manier bereikt kan worden (zie de inleiding van de Leidraad).
 
Verweerders hebben met de uitzending kennelijk beoogd de kijker te informeren omtrent vermeende misstanden in de bedrijfsvoering van klager. De Raad acht het niet aannemelijk dat verweerders zonder toepassing van de gevolgde werkwijze niet aan het licht hadden kunnen brengen of bedoelde misstanden al dan niet bestaan. Verweerders hebben niet weersproken dat zij klager niet van tevoren hebben gemeld dat het telefoongesprek werd opgenomen en zou worden uitgezonden. Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders daarom in zoverre journalistiek onzorgvuldig gehandeld jegens klager. De klacht slaagt op dit punt.
 
Ad 2.
Met betrekking tot de vertrouwelijkheid van de bedrijfsgegevens overweegt de Raad als volgt.
Klager heeft op eigen gelegenheid de bedrijfsgegevens aan verweerders gezonden, met daarbij de kanttekening dat het om vertrouwelijke gegevens gaat waarvan het niet vrij stond om die te publiceren. In de uitzending zijn echter geen stukken uit de overgelegde bedrijfsgegevens getoond. Verder heeft klager de jaarrekeningen aan verweerders verstuurd juist met het doel om verweerders inzicht te geven in de financiële situatie van het bedrijf zodat verweerders bij het maken van een uitzending hiermee rekening konden houden. Klager heeft dus doelbewust het risico genomen dat deze cijfers op enige wijze in de uitzending verwerkt zouden worden, zeker nu klager van tevoren bekend was met het soort uitzendingen dat verweerders maken.

Dat in de uitzending is vermeld dat het bedrijf van klager op sterven na dood was, acht de Raad in dit geval geen inbreuk op de vertrouwelijkheid van de overgelegde gegevens. De klacht slaagt op dit punt niet.
 
Ad 3.
Met betrekking tot de vraag of een eenzijdige uitzending is gemaakt en dat het beginsel van wederhoor is geschonden, overweegt de Raad dat bijzondere zorgvuldigheid is geboden bij de publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de publicatie van het artikel in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. Verder past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd (zie punten 2.2.5. en 2.3.1. van de Leidraad).
Klager is aangeboden medewerking te verlenen aan het programma. Dat klager om hem moverende redenen niet wenste in te gaan op de uitnodiging om in de uitzending te verschijnen, dient voor zijn rekening te blijven. Verder komt in de uitzending niet alleen de ondernemer met wie klager al enkele jaren een conflict heeft aan het woord, maar worden ook diverse andere ondernemers die klachten hebben over de werkwijze van klager aan het woord gelaten. De Raad ziet dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de bovengenoemde punten van de Leidraad zijn geschonden. De klacht faalt op dit punt.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op het maken en gebruiken van opnames van het telefoongesprek tussen klager en verweerders. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 oktober 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mr. B. Geersing, T.R. Harkema, J.M. van der Hart en mw. E.J.M. Lamers, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.