2009/49 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
H. Bout
 
tegen
 
Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (Endemol Nederland BV), en SBS6
 
Bij brief van 14 mei 2009 met zeven bijlagen heeft H. Bout te Ionia, Michigan, USA (hierna: klager), een klacht ingediend tegen Peter R. de Vries, misdaadverslaggever (Endemol Nederland BV), en SBS6 (hierna: verweerders). Klager heeft de klacht aangevuld bij brieven van 15 mei 2009, 20 mei 2009 en 8 juli 2009. Hierop heeft bovengenoemde Peter R. de Vries namens verweerders geantwoord in een brief van 17 augustus 2009, met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 augustus 2009. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 7 december 2008 heeft SBS6 een aflevering van het televisieprogramma “Peter R. de Vries, misdaadverslaggever” uitgezonden. In de uitzending wordt aandacht besteed aan de moord op Onunwa Iwuagwu, bijgenaamd ‘Al’ (hierna: Al), waarvoor klager meer dan twintig jaar geleden is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Aanleiding voor de uitzending was het verzoek van klager en enkele medestanders die geloven in de onschuld van klager om aandacht te besteden aan de zaak. In de uitzending is een reconstructie van de moord te zien, en worden diverse interviews getoond met direct betrokkenen en met klager zelf. Aan het eind van de uitzending wordt geconcludeerd dat er weliswaar vragen zijn over de rol van de medeverdachte op de moord, Dawn Bean, maar dat – mede gelet op de Amerikaanse rechtsgang – op de veroordeling van klager weinig valt af te dingen en dat er geen aanwijzingen zijn voor gerechtelijke dwaling.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt, kort gezegd, dat niet waarheidsgetrouw is bericht. Hij noemt in dit kader een groot aantal uitspraken of beweringen dat in de uitzending wordt gedaan. Volgens hem zijn deze aantoonbaar onjuist, met name de weergave van de verklaring van Evelyn Schneider, die aanwezig was in het huis waarin Al was doodgeschoten. Verifieerbare feiten zijn juist opzettelijk weer niet genoemd, aldus klager. De uitzending is er naar zijn mening opzettelijk op gericht om hem de steun van enkele Nederlandse media te onthouden. Verder hebben verweerders ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen feiten, beschuldigingen en opinies. Voorts is volgens klager de uitzending eenzijdig en tendentieus, nu alleen de verklaringen van de openbaar aanklager en diens getuigen zijn getoond en bijvoorbeeld niet een van de advocaten van klager, J.S. Lawrence, is geïnterviewd. Ook hebben verweerders ten onrechte Cecil McKinney niet gehoord, aldus klager. Het belang van klager bij een juiste weergave van informatie is door verweerders geschonden. Ook de vertaling in de uitzending van hetgeen de advocaat – die klager tijdens het proces heeft bijgestaan – heeft aangevoerd, is onjuist geweest. De vertaling zou zodanig zijn dat het leek alsof de advocaat klager zelf ook schuldig aan de moord vond. Ook zouden verweerders klager het idee hebben gegeven dat de uitzending hem in een positief daglicht zou stellen. Nadat klager er achter kwam dat de uitzending eenzijdig en tendentieus zou worden, heeft hij zijn toestemming om deze uit te zenden dan wel zijn naam of zaak op enige manier te gebruiken, ingetrokken. Verweerders hebben desondanks het programma uitgezonden.
 
Verweerders stellen dat zij aan de Nederlandse advocaat van klager – voorafgaand aan de bestudering van het dossier – uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven dat het feit dat zij een programma over klager zouden maken, niet inhield dat zij à priori de stelling van klager en zijn medestanders zouden onderschrijven, en dat zij niet in dienst van klager werken. Zij zouden een eigen, onafhankelijk en onbevooroordeeld onderzoek doen naar de vraag of de veroordeling van klager een gerechtelijke dwaling was, en daarover, ongeacht de uitkomst, een reportage maken. De advocaat had dit als vanzelfsprekend beschouwd.
Verder betogen verweerders dat zij zorgvuldig te werk zijn gegaan bij het maken van de uitzending. Zij hebben in Michigan alle relevante locaties bezocht en hebben persoonlijk en meestal uitvoerig met een groot aantal direct betrokkenen – zowel voor- als tegenstanders van klager – gesproken. Hiertoe behoren de patholoog anatoom die bij de opgraving van Al is geweest, de openbaar aanklager, de rechercheurs die het onderzoek tegen de verdachten hebben geleid, ‘Butch’ Shaver, die een vriend van klager is en heeft geholpen met het verbergen van het lijk van Al, met de Amerikaanse en Nederlandse advocaat van klager, met een zoon van Al, en met de zus van klager. Verder heeft met klager zelf een gesprek plaatsgevonden in de gevangenis, en is hij telefonisch geïnterviewd. Ook hebben verweerders getracht Dawn Bean, de medeverdachte van de moord, te interviewen. Zij heeft evenwel medewerking aan het programma geweigerd.
Verweerders betogen verder dat zij niet eenzijdig hebben bericht. Zij hebben alle verklaringen van de betrokkenen over de gebeurtenissen belicht en daarbij kanttekeningen gemaakt. Zo worden in de uitzending vraagtekens geplaatst bij de voor klager belastende verklaringen die Dawn Bean gedurende het strafproces heeft gegeven, de mogelijkheid in het Amerikaanse strafrecht om deals te sluiten met medeverdachten en de naar Nederlandse begrippen uitzonderlijke strafmaat. Evenzeer hebben verweerders vraagtekens gezet bij de tegenstrijdige verklaringen van getuige Evelyn Schneider en van ‘Butch’ Shaver.
Verweerders concluderen dat het hun vrij staat om een reportage in te kleden zoals zij dat als makers willen zolang zij zich houden aan de geldende normen van degelijke research alsmede hoor en wederhoor. Dit is bij de totstandkoming van de uitzending over klager ook gebeurd. De klacht dient ongegrond verklaard te worden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
 
  1. de uitzending heeft zonder toestemming van klager plaatsgevonden;
  2. de uitzending zou eenzijdig en tendentieus zijn;
  3. er is niet waarheidsgetrouw gepubliceerd.

Ad 1.
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad). Tot slot is van onzorgvuldige journalistiek sprake indien een citaat van de geïnterviewde wordt gebruikt in een andere context dan hij mocht verwachten op grond van hetgeen hem door de interviewer is meegedeeld. De geïnterviewde moet opnieuw worden gevraagd of hij ermee instemt dat zijn uitlatingen worden gepubliceerd indien de aard of inhoud van een publicatie in de loop van het redactionele proces zozeer wordt gewijzigd dat niet meer wordt voldaan aan wat hij redelijkerwijs mocht verwachten (zie punt 2.7.2. van de Leidraad).
De Raad ziet geen aanleiding voor het oordeel dat deze punten van de Leidraad zijn geschonden door verweerders. Verweerders zijn door (aanhangers van) klager zelf benaderd om een uitzending te maken over de moord. Verweerders hebben van te voren aangegeven dat er een tv-uitzending over klager zou worden gemaakt, en dat de zaak objectief en onafhankelijk zou worden belicht. Het staat verweerders vrij om een reportage in te kleden, op te bouwen, toe te spitsen, accenten te leggen, vorm te geven en feiten te selecteren zoals zij dat willen. Dat verweerders tot de conclusie zijn gekomen dat geen sprake was van een gerechtelijke dwaling, en dat deze conclusie voor klager onwelgevallig was, maakt dit niet anders. Evenmin ziet de Raad aanleiding voor het oordeel dat de aard van de uitzending zodanig is veranderd in de loop van het redactionele proces, dat klager toestemming had moeten worden gevraagd voor de uitzending van de reportage. Verweerders hebben klager vanaf het begin van het proces immers duidelijk gemaakt dat zij niet voor hem werkten.
De klacht is op dit onderdeel ongegrond.
 
Ad 2. en 3.
De journalist bericht waarheidsgetrouw. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Bovendien dient een journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen (zie punten 1.1. en 1.4. van de Leidraad). Verder vermijdt de journalist eenzijdige en tendentieuze berichtgeving (zie punt 1.5. van de Leidraad).
Voorts behoort de journalist bij het publiceren van beschuldigingen te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Hij past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen (zie punt 2.3.1. van de Leidraad).
 
Naar het oordeel van de Raad bevat de uitzending voor een groot deel opiniërende elementen. Het staat een journalist vrij over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, mits duidelijk is dat het om zijn persoonlijke opvatting gaat. Voor de kijker is het voldoende duidelijk dat de uitzending met name de persoonlijke mening van verweerders behelst. Dat neemt niet weg dat een journalist met de wijze waarop hij uiting geeft aan zijn persoonlijke mening grenzen kan overschrijden. Daarvan is hier echter geen sprake. In de uitzending komen geen kwalificaties of vergelijkingen voor die journalistiek ontoelaatbaar zijn. Dat klager de uitzending als suggestief en insinuerend ervaart, is daarvoor onvoldoende. Verweerders hebben klager geconfronteerd met de interviews die zij hebben afgenomen van zowel voor- als tegenstanders en de conclusies die zij op basis van het dossieronderzoek en die interviews hebben getrokken. Ook hebben verweerders klager geconfronteerd met de tegenstrijdigheden in de verklaringen die door Evelyn Schneider zijn afgegeven. Klager heeft zich derhalve over de door verweerders gestelde ongerijmdheden en tegenstrijdigheden kunnen uitlaten. Nu ook medestanders van Bout, zoals zijn zus en ‘Butch’ Shaver, aan het woord zijn gekomen, ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat de uitzending eenzijdig was.
Met betrekking tot de vertaling van hetgeen de advocaat van klager, mr. John R. Beason, heeft gesteld, overweegt de Raad als volgt. De advocaat zegt in de uitzending:
“I couldn’t get past the letters, I couldn’t get past the body, I couldn’t get past the concrete,  I couldn’t get past the bury, I couldn’t get past Dawn Bean. You add all those up and you got a guilty.”
 
Deze laatste zin is ondertiteld als “Tel dat allemaal bij elkaar op en hij is schuldig.” Deze vertaling acht de Raad niet misleidend. De klacht slaagt ook op dit punt niet.
 
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klager te berichten op de wijze als zij hebben gedaan.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 oktober 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mr. B. Geersing, T.R. Harkema, J.M. van der Hart en mw. E.J.M. Lamers, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.