2009/48 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
mr. M.R. de Wit   
 
tegen
 
M. Knippen en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad
 
Bij brief van 4 mei 2009 met één bijlage heeft mr. M.R. de Wit te Alkmaar (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Knippen en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad (hierna: verweerders). Op 24 mei 2009 heeft klager opnieuw een klacht ingediend tegen verweerders. Vervolgens heeft op 27 mei 2009 tussen partijen een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden onder leiding van bemiddelaar mr. A. Herstel, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. In zijn bemiddelingsverslag van 11 juni 2009 heeft de bemiddelaar aan partijen meegedeeld dat de bemiddeling als niet geslaagd moet worden aangemerkt. Daarna heeft P. Hovestad, adjunct hoofdredacteur, op de klacht gereageerd in een brief van 17 juli 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 augustus 2009, waar klager en bovengenoemde Knippen en Y. Minkema, chef sportredactie, zijn verschenen. Klager heeft zijn klaagschrift toegelicht aan de hand van een pleitnota. Met toestemming van verweerders zijn door klager nog nadere stukken overgelegd.
 
DE FEITEN
 
Op 30 april 2009 is in het Noordhollands Dagblad een artikel verschenen onder de kop “Dynamic Gymnastics voor tuchtcommissie”, en heeft als inleiding: “De Nederlandse gymnastiekunie (KNGU) heeft bij de tuchtcommissie een klacht ingediend tegen Dynamic Gymnastics”. Het artikel vermeldt onder meer:
“De KNGU verwijt de Helderse turnvereniging dat het zich niet conformeert aan het statuut van de bond. Dat reglement schrijft voor dat bij de bond aangesloten clubs niet mogen gebruikmaken van de diensten van door de KNGU geroyeerde leden. Bij Dynamic Gymnastics werkt Marc de Wit sinds april 2006 als hoofdtrainer. De Alkmaarder werd op 25 november 2005 geroyeerd, nadat hij een jaar eerder tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar voor brandstichting plus diefstal en heling van turntoestellen en -materialen was veroordeeld.”
 
Op 5 mei 2009 is in het Noordhollands Dagblad een artikel verschenen onder de kop “De Wit opnieuw in overtreding”, met het chapeau “DYNAMIC GYMNASTIC”. Het artikel vermeldt onder meer:
“Marc de Wit, de Alkmaarse turncoach die vanwege malafide praktijken door de Nederlandse gymnastiekunie (KNGU) voor het leven is geschorst, heeft opnieuw het opgelegde verbod genegeerd.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de passage uit het artikel van 30 april 2009, waarin gesteld werd dat hij sinds april 2006 werkzaam zou zijn als hoofdtrainer bij Dynamic Gymnastics, niet op waarheid berust. Daarnaast is volgens klager bij de totstandkoming van dit artikel ten onrechte geen wederhoor toegepast bij zowel de Stichting Dynamic Gymnastics (hierna: de stichting) als bij hemzelf. Ook wordt ten onrechte een direct verband gelegd tussen de stichting en klager. Met betrekking tot het artikel van 5 mei 2009 heeft klager betoogd dat zowel de kop als de hierboven weergegeven passage suggestief zijn en niet op feiten gebaseerd. De suggestie dat hij de opgelegde tuchtmaatregel overtreedt, is tot op heden nog niet vastgesteld, aldus klager. Opnieuw wordt tussen hem en de stichting ten onrechte een direct verband gelegd.
Ter zitting heeft klager nog aangevoerd dat, indien contact was opgenomen met de betrokkenen, verweerders te weten hadden kunnen komen dat klager sinds 1 maart 2008 niet meer actief is binnen de stichting. Volgens klager hebben verweerders zich gebaseerd op gedateerde artikelen en hadden zij zich, voorafgaand aan de publicatie, op de hoogte moeten stellen van de huidige stand van zaken. Met betrekking tot het eerste artikel meent klager verder dat er in de aanhef ten onrechte geen onderscheid wordt gemaakt tussen de twee verschillende entiteiten ‘Stichting Turnschool Dynamic Gymnastics Den Helder’ en de ‘vereniging Dynamic Gymnastics Tuitjenhorn’. Dit artikel is voorts met name onzorgvuldig omdat vermeld is dat klager sinds april 2006 werkzaam is als trainer, en niet is vermeld dat hij als trainer gestopt is op 1 maart 2008. Met name deze einddatum had in het artikel moeten worden vermeld. Ten aanzien van het tweede artikel betoogt klager nog dat de stelling dat klager opnieuw in overtreding is, niet op feiten gebaseerd is maar op aannames. Ook meent klager dat Knippen vooringenomen en niet onafhankelijk is geweest, gezien een e-mail van de secretaris van Dynamic Gymnastics van 5 mei 2009.
 
Verweerders stellen in de eerste plaats dat het niet aan hen is te bewijzen of klager nog altijd actief is als trainer. Zij beschikken echter over schriftelijke verklaringen waarin de rol van klager bij Dynamic Gymnastics wordt bevestigd. Met betrekking tot het artikel van 30 april 2009 betogen verweerders dat zij hierin slechts feitelijk hebben weergegeven dat de KNGU een klacht bij de tuchtcommissie heeft ingediend. Zij wijzen er op dat niet zij, maar de KNGU een verband legt tussen klager en Dynamic Gymnastics, en dat dit duidelijk blijkt uit het artikel. Reden voor het toepassen van wederhoor was er daarom ook niet. Voorts betogen verweerders dat zowel klager als Dynamic Gymnastics hun bronnen waren voor de diverse publicaties. Zij stellen dat de KNGU zelf heeft verklaard dat klager weer in overtreding was. In het tweede artikel staat immers het woord ‘opnieuw’. Tot slot betogen verweerders dat zij wel degelijk tot een vervolgpublicatie bereid waren, waarin de stichting ook de gelegenheid zou worden geboden commentaar te geven op deze zaak. Zij wijzen er op dat de heer Knippen contact heeft opgenomen met de voorzitter van Dynamic Gymnastis, S. Laponder, die te kennen heeft gegeven af te zien van de mogelijkheid tot het geven van commentaar. Met de voorzitter is afgesproken dat deze contact zou opnemen als klager inderdaad zijn verhaal zou willen doen, maar verweerders hebben nadien niets meer vernomen van de voorzitter. Concluderend stellen verweerders dat de berichtgeving correct was.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHTEN
 
De kern van de klachten komt er op neer dat de publicaties van 30 april 2009 en 5 mei 2009 onzorgvuldigheden bevatten en dat bij de totstandkoming van deze artikelen ten onrechte geen wederhoor is toegepast.
 
De Raad stelt voorop dat bij het publiceren van beschuldigingen de journalist onderzoekt of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. De journalist past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad).

Ingevolge punt 2.3.4. van de Leidraad geldt het beginsel van wederhoor echter niet voor publicaties die kennelijk een persoonlijke mening bevatten en berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten. Desalniettemin kan een dergelijke publicatie iemands belang zodanig raken dat wederhoor geboden is.
 
Met betrekking tot het artikel van 30 april 2009 overweegt de Raad dat dit een weergave van feitelijke aard betreft, namelijk van het feit dat door de KNGU een klacht  tegen Dynamic Gymnastics is neergelegd bij de tuchtcommissie. Een feit dat door klager niet bestreden is. Voor dit artikel behoefde dan ook geen wederhoor te worden toegepast. Evenmin ziet de Raad aanleiding voor het oordeel dat deze publicatie onzorgvuldig zou zijn, enkel omdat de door klager gestelde einddatum van de arbeidsrelatie tussen klager en de stichting niet is genoemd.
 
Betreffende het artikel van 5 mei 2009 overweegt de Raad allereerst dat klager niet gemotiveerd de stelling van verweerders, dat de KNGU heeft meegedeeld dat klager opnieuw in overtreding is, heeft bestreden. In het gewraakte artikel wordt aangesloten bij hetgeen door de KNGU naar buiten is gebracht. Het artikel bevat een feitelijke weergave van het niet bestreden feit dat klager tijdens een internationale wedstrijd in Duitsland heeft gecoacht voor de stichting. Onder deze omstandigheden waren verweerders niet gehouden klager gelegenheid te bieden tot wederhoor. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerders ook bij de totstandkoming van de publicatie van 5 mei 2009 niet onzorgvuldig hebben gehandeld.
 
BESLISSING
 
De klachten zijn ongegrond.   
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Noordhollands Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 oktober 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mr. B. Geersing, T.R. Harkema, J.M. van der Hart en mw. E.J.M. Lamers, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.