2009/46 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de burgemeester van de gemeente Kampen
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Stentor
 
Bij brief van 10 juni 2009 met twee bijlagen heeft mr. ing. J. Oosterhof, burgemeester van de gemeente Kampen (hierna: klager), een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Stentor (hierna: verweerder). Hierop heeft A. Engbers, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 30 juni 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 juli 2009 in aanwezigheid van klager en D. Laning, chef regioredactie van de Stentor.
 
DE FEITEN
 
Op 28 mei 2009 is in de Stentor een artikel verschenen onder de kop “Boze bouwvakker gooit kont tegen de krib”, waarvan de intro luidt:
“’Hé bajesklant’. Zo wordt IJsselmuidenaar Jan Peter De Maar tegenwoordig verwelkomd bij zijn voetbalclub. De opmerking volgt nadat hij vijf uur in een politiecel heeft gezeten omdat hij weigerde een bouwinspecteur op zijn erf toe te laten. Voor de 35-jarige bouwvakker was het laatste bezoek van de handhaver de druppel die een overvolle emmer met frustratie over de werkwijze van deze ambtenaar deed overlopen.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“De Maar, eigenaar van het gelijknamige bouwbedrijf, heeft zowel beroepsmatig als privé meerdere aanvaringen met deze toezichthouder gehad. De eerste keer dat de bouwer er de politie bij haalde was toen hij aan het stukadoren was in zijn woning aan de Trekvaart. ,,Zie je opeens zo’n kale kop met o-benen door het raam gluren. Mijn vrouw schrok ervan”, vertelt De Maar.”
en
“De IJsselmuidenaar begon vijf jaar geleden met zijn bouwbedrijf, dat zich op den duur wil specialiseren in dakkapellen. Ten opzichte van de andere toezichthouders springt deze gemeentelijke bouwinspecteur er negatief uit. ,,Hij jaagt klanten weg”, meent De Maar. ,,Het is vooral de toon waarop hij alles brengt. Hij komt arrogant, onvriendelijk over en of er nu een groot of klein probleem is op de bouw hij legt direct een bouwstop op.””
en
“Volgens De Maar is hij niet de enige in de Kamper bouwwereld die ‘akkefietjes’ met deze handhaver heeft. ,,Ik weet van collega’s dat de gemeente gewaarschuwd is dat als hij in het buitengebied komt dat er vandaag of morgen wat met hem gebeurt. Niemand wil echter praten, want ze weten dat ze hem later weer tegenkomen. Dan pakt hij ze terug”, stelt De Maar.
Na de laatste escalatie heeft de bouwvakker naar eigen zeggen niks meer te verliezen en daarom zoekt hij de publiciteit.
De controleur wilde twee weken geleden de vijver achter de woning en de kantoorunit bij de opslagloods van het bouwbedrijf van binnen en buiten opmeten. De Maar was in gesprek met een klant en vroeg de ambtenaar om een afspraak te maken. Daarop vertrok hij, maar de man kwam de volgende dag terug, samen met de politie. ,,Ik was weer in gesprek met een klant. Die werd als het ware weggejaagd. Het is natuurlijk negatieve reclame als je de politie op de dam hebt staan, terwijl je niks fouts hebt gedaan”, zegt De Maar. Hij weigerde de handhaver toe te laten, waarop agenten hem meenamen.”
en
“Over de vijver verschilt De Maar van mening met de toezichthouder. Volgens hem is – na navraag bij het VROM-ministerie – geen vergunning nodig. Volgens de controleur dus wel. Die discussie loopt nog. De IJsselmuidenaar hoopt op veel reacties van andere (bouw)bedrijven op zijn verhaal. ,,Ik hoop dat andere bouwbedrijven ook hun mond open durven te doen. Dat ik er niet alleen voor opdraai.””
 
Bij het artikel is een kader geplaatst, waarin onder het kopje “Bedrijven kunnen niet zeggen ‘stuur liever niet die’” de volgende reactie van de gemeente Kampen is opgenomen:
“Juist uit hoofde van hun functie hebben ambtenaren van het team toezicht en handhaving de bevoegdheid om terreinen te betreden waar ze ‘onverkwikkelijkheden vermoeden’, aldus een woordvoerder van de gemeente Kampen. Daar moeten ze toegelaten worden, zonder eerst een afspraak te moeten maken. Ze mogen echter niet een woning binnengaan. Wie niet mee werkt, loopt inderdaad het risico om mee te moeten met de politie.
Volgens de woordvoerder zijn er geen klachten ingediend tegen de desbetreffende ambtenaar. De Maar heeft een gesprek met de chef van deze controleur gehad waarin hij zijn grieven heeft geuit. Daarbij heeft hij gevraagd om in vervolg een andere handhaver op zijn dak te sturen. Dat gesprek is echter in de vakantie van de desbetreffende handhaver geweest. ,,Dat is langs elkaar heen gegaan”, aldus de woordvoerder, die vervolgt met, ,,bedrijven kunnen niet zeggen ‘stuur liever niet die’.””
 
Naast het artikel is verder nog aandacht aan de kwestie besteed onder de kop “’Het is puur machtsmisbruik’”. In deze publicatie zijn andere bouwbedrijven uit de gemeente Kampen, anoniem, aan het woord gelaten over hun ervaringen met de desbetreffende bouwinspecteur.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt voorop dat hij als verantwoordelijk bestuurder moet worden ontvangen in zijn klacht. Verder stelt hij dat bij de totstandkoming van het artikel ten onrechte geen deugdelijk hoor en wederhoor is toegepast, waardoor in de publicatie louter bij monde van de geïnterviewde een feitenrelaas is gegeven. Bovendien wordt de betrokken ambtenaar als persoon aangevallen, zonder dat hem het recht wordt geboden om zich te verweren.
Ter zitting heeft klager daaraan toegevoegd dat het in elk geval op de weg van verweerder had gelegen om met hem, als portefeuillehouder, contact op te nemen. Klager wijst erop dat de klacht alleen is gericht tegen het artikel met de kop “Boze bouwvakker gooit kont tegen de krib”. Weliswaar is een reactie van de gemeente Kampen gevraagd, maar volgens klager had de geboden gelegenheid tot wederhoor geen betrekking op de geschetste feiten en omstandigheden rond het incident. Klager voegt hieraan toe dat een aantal gebeurtenissen tot de aanhouding van de eigenaar van het bouwbedrijf heeft geleid. Volgens klager kan uit de omstandigheid dat de betrokken bouwvakker langere tijd is vastgehouden worden afgeleid dat er meer aan de hand was, dan door hem in het interview is verteld. Klager is van mening dat verweerder in elk geval had moeten controleren of de uitlatingen van de bouwvakker op waarheid berustten.
Klager benadrukt voorts ter zitting dat het hem er niet om gaat dat in het artikel kritiek wordt geuit op het handelen van de gemeente Kampen of een medewerker daarvan. Volgens klager wordt een kritische houding op prijs gesteld en wordt daar door de gemeente Kampen, ook in dit geval, serieus mee omgegaan. Volgens klager gaat het echter niet aan om een medewerker van de gemeente op deze wijze als persoon aan te vallen, te minder nu de betrokken handhaver herkenbaar is neergezet. Door de wijze waarop die ambtenaar is aangeduid is voor een ieder direct duidelijk om welke handhaver, uit een team van ongeveer 24 handhavers, het gaat. Klager is dan ook van mening dat met het artikel de privacy van de betrokken handhaver onevenredig is geschonden.
 
Verweerder stelt dat de samengestelde productie – een zogeheten ‘sampro’ – voortkomt uit een politiebericht over het bewuste incident, dat twee weken daarvoor in de Stentor was gepubliceerd. Deze ‘sampro’ wordt sinds ongeveer 2,5 jaar dagelijks op pagina 2 en 3 van het regiokatern gepresenteerd en de lezer is derhalve aan de formule gewend.
Het nieuwsbericht was voor de betrokken ondernemer aanleiding om zich bij verweerder te melden, omdat hij het verhaal daarachter wilde vertellen en zijn frustratie over het optreden van de bouwinspecteur wilde delen. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder vervolgens contact opgenomen met negen andere bouwbedrijven in de gemeente Kampen. Daarvan hebben zes ondernemers willen reageren – en wel alleen anoniem, uit angst voor een nog strengere handhaving – die allen het geschetste beeld bevestigden. Daarop is contact opgenomen met de gemeente Kampen, waarbij aan de gemeente is gevraagd of zij de klacht herkende, of zij meer klachten over de desbetreffende controleur had ontvangen, wat met eventuele klachten wordt gedaan en welke bevoegdheden bouwinspecteurs hebben. In dat verband heeft verweerder ter zitting nog naar voren gebracht dat met twee communicatiemedewerkers van de gemeente is gesproken, waarbij de aanleiding voor het artikel is vermeld. De gemeente wist van de boze ondernemer en de resultaten van de steekproef bij de andere bouwondernemingen, aldus verweerder.
Na de contacten met de andere bouwbedrijven en de gemeente was het artikel klaar voor publicatie, aldus verweerder. Hij benadrukt dat voor hem de essentie van het verhaal is dat de taakopvatting van één ambtenaar in Kampen volgens de bouwbedrijven schade toebrengt. Het ging dus met name om de frustratie van de bouwbedrijven met betrekking tot het handelen van die ambtenaar, zo stelt verweerder ter zitting. Hij heeft derhalve een – zij het niet wereldschokkende – misstand aan de kaak willen stellen, aldus verweerder.
Ter zitting heeft verweerder voorts naar voren gebracht dat de redactie bewust heeft willen voorkomen dat de betrokken ambtenaar herkenbaar zou worden neergezet. Daarom zijn de naam, woonplaats, leeftijd noch achtergrond van die ambtenaar vermeld. Verweerder bestrijdt dan ook dat de ambtenaar als persoon is aangevallen. Verweerder heeft overigens niet de indruk dat het grootste deel van de inwoners van Kampen de betrokken ambtenaar in de publicatie zal herkennen. Verder wijst verweerder er ter zitting op dat klager zelf de achtergrond en woonplaats van de betrokken ambtenaar in een raadsvergadering naar voren heeft gebracht.

Al met al is verweerder van mening dat met de publicatie geen journalistieke normen zijn geschonden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
1.      er is onvoldoende gelegenheid tot wederhoor geboden;
2.      de privacy van de betrokken ambtenaar is onevenredig aangetast.
 
Ad 1.
De klacht heeft, zo is ter zitting door klager naar voren gebracht, betrekking op het artikel met de kop “Boze bouwvakker gooit kont tegen de krib” en is met name gericht tegen de wijze waarop aandacht is besteed aan het incident dat tot de aanhouding van de betrokken bouwondernemer heeft geleid. Verweerder heeft ter zake aangevoerd dat het incident weliswaar aanleiding was voor het artikel, maar dat de essentie van de publicatie is gelegen in het optreden van de betrokken ambtenaar in algemene zin en het effect daarvan op de bouwondernemingen in de gemeente Kampen.
 
Niet in geschil is dat voorafgaand aan de publicatie herhaaldelijk contact tussen partijen heeft plaatsgevonden, waarbij de gemeente om commentaar is gevraagd. Een deel van de publicatie is aan de reactie van de gemeente gewijd. Naar het oordeel van de Raad is de weergegeven reactie van de gemeente nogal summier en erg algemeen gehouden. Aldus sluit die reactie niet goed aan op de rest van de publicatie, nu deze geen betrekking heeft op de concrete feiten en omstandigheden van het incident zoals die zijn geschetst door de geïnterviewde bouwondernemer. Uit hetgeen partijen hebben aangevoerd kan echter niet worden vastgesteld aan welke partij dit te wijten is.
De omstandigheid dat de gepubliceerde reactie van de gemeente Kampen geen betrekking heeft op al hetgeen in het artikel naar voren is gebracht, is echter onvoldoende voor de conclusie dat de gemeente onvoldoende gelegenheid tot wederhoor is geboden. Alle omstandigheden in aanmerking genomen bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder op dit punt grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Ad 2.
In het artikel zijn de naam, woonplaats, leeftijd noch de achtergrond van de betrokken ambtenaar vermeld. De Raad acht het dan ook niet aannemelijk dat de ambtenaar, door de wijze waarop hij in het artikel is aangeduid, voor het grote publiek in de publicatie herkenbaar is. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder het belang van de ambtenaar bij de bescherming van zijn privacy onvoldoende heeft afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend.
Aldus kan niet worden geconcludeerd dat de privacy van de betrokken ambtenaar door de publicatie disproportioneel is geschaad. Dat de ambtenaar wellicht door een beperkte groep uit zijn directe (werk)omgeving in de publicatie is herkend, kan daaraan niet afdoen. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in de Stentor en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 17 augustus 2009 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. B. Geersing, mw. drs. M.G.N. Mathot en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.