2009/45 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de Stichting Turnschool Dynamic Gymnastics
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Webregio.nl
 
Bij brief van 20 mei 2009 met twee bijlagen hebben M. Gerssen, S. Laponder en T. van der Ven namens de Stichting Turnschool Dynamic Gymnastics te Den Helder (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Webregio.nl (hierna: verweerder). Hierop heeft M. Klein, content manager, geantwoord in een brief van 8 juli 2009 met negentien bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 juli 2009. Van de zijde van verweerder waren voornoemde Klein en J. Hoffenaar, directeur WebRegio Media, aanwezig. Klaagster is daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 15 mei 2009 is op de website www.webregio.nl een artikel verschenen onder de kop “’Geroyeerde gymleraar zoekt wraak via leerlingen’”. De lead van het artikel luidt:
“Marc de Wit, de Alkmaarse turncoach die vanwege malafide praktijken door de Nederlandse gymnastiekunie (KNGU) voor het leven is geschorst, is ondanks deze schorsing nog altijd actief als gymcoach. En niet zonder reden. Volgens verschillende personen die betrokken zijn en waren bij de gymclub Dynamic Gymnastics, waar hij actief is, doet hij dit om ‘sportieve’ wraak te nemen op de KNGU.”
Het artikel bevat voorts de volgende passage:
“Volgens deze bron is er op dit moment geen enkele gelicenseerde trainer actief bij Dynamics Gymnastics. “Men huurt momenteel een persoon met licentie in omdat men weet dat het ze de kop gaat kosten als men op deze voet verder gaat.” Daarmee doelt de bron op de klacht die de KNGU onlangs heeft ingediend tegen de gymclub bij de tuchtcommissie voor het niet naleven van de regels.
Verder zou Dynamic Gymnastics er dubieuze zaken op na houden door ‘afvallige’ turnsters een naheffing te sturen van duizenden euro’s als opleidingsgeld. Tevens worden er volgens de personen die WebRegio benaderden over de gang van zaken bij Dynamics Gymnastics doktersverklaringen vervalst om dispensatie voor turnsters te regelen.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat het artikel zonder hoor en wederhoor tot stand is gekomen. Bovendien is het artikel feitelijk onjuist, tendentieus, nodeloos grievend en lasterlijk. Daarbij meldt klaagster dat de genoemde trainer niet bij haar in dienst is en evenmin lid is van haar bestuur. Verder stelt klaagster dat met name de laatste alinea van het artikel ongefundeerde beschuldigingen aan haar adres bevat, zonder toepassing van hoor en wederhoor. De zaken die daar zijn genoemd doen niet ter zake en berusten tevens op onwaarheden, aldus klaagster.
 
Verweerder licht toe dat het artikel verband houdt met een artikel dat op 30 april 2009 is gepubliceerd in het Noordhollands Dagblad onder de kop “Dynamic Gymnastics voor tuchtcommissie”. Omdat WebRegio Media aan het Noordhollands Dagblad is gelieerd, kan verweerder artikelen van het Noordhollands Dagblad doorplaatsen op zijn website. Dat is ook gebeurd met het artikel van 30 april 2009. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder van meerdere bronnen reacties ontvangen. Daarbij wijst verweerder erop dat zijn website een regionaal internetplatform is voor en door de regionale inwoners, hetgeen betekent dat er veel gelegenheid is voor interactie. De reacties van de lezers worden zonder controle vooraf gepubliceerd, maar de redactie kan wel achteraf gevoelige of beschuldigende reacties verwijderen.
Op grond van de binnengekomen reacties is besloten opnieuw aandacht te besteden aan de zaak rond klaagster. Dit artikel is op vrijdag 15 mei 2009 geplaatst. Vervolgens heeft de redactie op zondag 17 mei in de ochtend een reactie van klaagster ontvangen. Daarin heeft klaagster haar bezwaren tegen het artikel kenbaar gemaakt en aan verweerder verzocht de publicatie binnen 24 uur van de website te verwijderen. De aanwezige redacteur is niet de auteur van het artikel. Zij besluit veiligheidshalve het artikel voor die dag te verwijderen en meldt in een e-mail van diezelfde dag aan klaagster dat zij de volgende dag met de auteur van het artikel zal bespreken of het artikel definitief wordt verwijderd. Verder heeft de redacteur aan klaagster gevraagd om op het artikel te reageren. Daarop heeft klaagster in een e-mail van 19 mei 2009 laten weten dat zij achteraf op geen enkele vraag meer antwoord zal geven omdat dat ‘passé’ is. Verder heeft klaagster erop gewezen dat indien besloten wordt het artikel te publiceren, niet geschroomd zal worden verweerder in rechte te betrekken. In reactie daarop is diezelfde dag per e-mail aan klaagster bericht dat naar de mening van verweerder geen fouten zijn begaan bij de publicatie van het artikel. Niettemin wordt klaagster tot vrijdag 22 mei 2009 de gelegenheid geboden om te reageren op de geuite kritiek op de vereniging, tot dan zal het artikel niet opnieuw op de website worden geplaatst. Daarop heeft klaagster wederom gemeld dat zij geen commentaar zal geven, waarna verweerder het artikel weer op zijn website heeft gezet.
Verweerder is van mening dat zorgvuldig is gehandeld. Daarbij wijst hij ten eerste naar de aard van het internet, waarbij bezoekers een interactieve bijdrage kunnen leveren zodat er op een internetplatform meer ruimte is voor meningen en beweringen van personen. Daarbij verduidelijkt verweerder ter zitting dat niet elke reactie automatisch leidt tot een nieuw artikel. In dit geval ging het evenwel niet om één maar om meerdere reacties en waren de overgelegde stukken bovendien zodanig overtuigend dat daarin voldoende aanleiding werd gezien voor een artikel, aldus verweerder. Hij wijst er voorts op dat in het artikel ook duidelijk wordt vermeld dat het om meningen en beweringen gaat.
Daarnaast is verweerder van mening dat klaagster ruim de gelegenheid is geboden om te reageren op het artikel. In ieder geval is het altijd mogelijk om direct een reactie te plaatsen bij het artikel, maar van deze noch van de later door verweerder geboden gelegenheid tot wederhoor heeft klaagster gebruik gemaakt. Ter zitting merkt verweerder in dit kader op dat ook hier de aard van internet van belang is. De snelheid en omloop van publicaties is daarbij vele malen groter dan bij dagbladen, aldus verweerder. De publicatie een aantal dagen uitstellen in afwachting van een reactie kan volgens verweerder al snel betekenen dat hetgeen men wenste te publiceren tegen die tijd oud nieuws blijkt te zijn. Zodra een verhaal of een artikel klaar is, is het van belang om het zo snel mogelijk te publiceren. Bovendien kan een artikel dat op internet is geplaatst, anders dan bij kranten het geval is, eenvoudig worden hersteld. In dat verband benadrukt verweerder dat hij de snelheid van internet niet ziet als vrijbrief voor het plaatsen van artikelen zonder hoor en wederhoor. Maar in dit geval was er volgens verweerder voldoende aanleiding om het artikel direct te publiceren.
Ter zitting voegt verweerder daaraan desgevraagd toe dat er weliswaar veertien dagen zitten tussen de publicatie van 30 mei 2009 in het Noordhollands Dagblad en de plaatsing van het gewraakte artikel op zijn website, maar dat hij pas na twee weken – toen hij diverse reacties van lezers had ontvangen – een volledig beeld had over de kwestie. In de tussentijd was derhalve nog niet helder ter zake waarvan hij klaagster om een reactie had kunnen vragen, aldus verweerder.
Tot slot wijst hij erop dat hij klaagster, via de Raad voor de Journalistiek, heeft uitgenodigd voor een gesprek om tot een oplossing te komen. Ook daartoe was klaagster echter niet bereid.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
1. het artikel is ten onrechte zonder hoor en wederhoor tot stand gekomen;
2. het artikel is tendentieus en bevat onjuistheden.
 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat bij het publiceren van beschuldigingen de journalist onderzoekt of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. De journalist past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
Verweerder heeft niet bestreden dat in het artikel een aantal beschuldigingen jegens klaagster wordt geuit. Evenmin heeft verweerder weersproken dat klaagster voorafgaand aan de plaatsing van het artikel op vrijdag 15 mei 2009 geen gelegenheid tot wederhoor is geboden.
De omstandigheid dat het een publicatie op internet betreft, maakt nog niet dat hoor en wederhoor achterwege kan worden gelaten. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de plaatsing van reacties van lezers – waarbij niet van de redactie kan worden verwacht dat zij al deze reacties vooraf controleert en daarbij een betrokkene om wederhoor vraagt – en anderzijds de publicatie van artikelen met een redactionele inhoud, waarvan in het onderhavige geval sprake is. Voor de publicatie van redactionele artikelen geldt, óók bij plaatsing op internet, de hiervoor geformuleerde norm.
 
Het gewraakte artikel is gebaseerd op reacties die de redactie heeft ontvangen naar aanleiding van een artikel dat twee weken daarvoor was gepubliceerd. In deze twee weken heeft verweerder onder meer contact gehad met enkele bronnen en de hem overgelegde stukken op zorgvuldigheid onderzocht. De Raad ziet niet in dat niet ook nog enige tijd kon worden besteed aan het toepassen van wederhoor bij klaagster.
Evenmin biedt de stelling dat een publicatie op internet eenvoudig kan worden hersteld, grond voor het oordeel dat hoor en wederhoor achterwege kon blijven. Daarbij acht de Raad van belang dat juist de snelheid van internet met zich brengt dat een eenmaal op internet gepubliceerd artikel binnen zeer korte tijd door anderen kan worden overgenomen.
De Raad is dan ook van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten voorafgaand aan de publicatie van 15 mei 2009 het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen.
 
Verweerder heeft echter op eerste verzoek van klaagster het artikel van zijn website verwijderd en klaagster in de gelegenheid gesteld om alsnog op de geuite beschuldigingen te reageren. Dat klaagster tot twee maal toe heeft geweigerd van die gelegenheid gebruik te maken, kan verweerder niet worden verweten.
Hoewel het beter ware geweest indien verweerder bij de herpublicatie van het artikel op internet zou hebben vermeld dat klaagster niet wenste te reageren, heeft verweerder door dat na te laten niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerder met zijn handelwijze ná de publicatie van 15 mei 2009 zijn omissie voorafgaand aan die publicatie voldoende heeft hersteld.
 
Ad 2.
Ingevolge punt 1.1. van de Leidraad van de Raad bericht de journalist waarheidsgetrouw. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Bovendien dient de journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen, en behoort hij eenzijdige en tendentieuze berichtgeving te vermijden. (zie punten 1.4. en 1.5. van de Leidraad)
 
Voorts behoeft de journalist voor het publiceren van geruchten de feitelijke juistheid daarvan niet aan te tonen. Wel moet hij vermelden dat het om een gerucht gaat en aannemelijk kunnen maken dat de geruchten waarop hij zich baseert, ook daadwerkelijk circuleren en de publicatie een maatschappelijk belang dient. (zie punt 2.2.4. van de Leidraad)
 
De Raad stelt voorop dat hij niet beschikt over materiaal op grond waarvan hij kan vaststellen of het artikel, zoals klaagster stelt, onjuistheden bevat. De (vermeende) onjuistheden zijn door verweerder echter niet als feit gepresenteerd. Uit het artikel blijkt – door gebruik van de termen ‘zou’ en ‘volgens de personen die WebRegio benaderden’ – genoegzaam dat het stellingen en beweringen van bronnen betreft. Bovendien heeft verweerder met de door hem overgelegde stukken aannemelijk gemaakt dat hij over zodanige bronnen en informatie beschikte, dat hij daarin aanleiding kon zien voor publicatie van de geuite beweringen. Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder op dit punt dan ook niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren op www.webregio.nl.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 17 augustus 2009 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. B. Geersing, mw. drs. M.G.N. Mathot en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.