2009/44 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J.M. Jacobs
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Aktueel Sportief
 
Bij brief van 13 maart 2009 met een bijlage heeft J.M. Jacobs te Weert (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Aktueel Sportief (hierna: verweerder).
 
Bij tussenbeslissing van 12 juni 2009 (RvdJ 2009/35) heeft de Raad klager in zijn klacht ontvankelijk verklaard.
 
Mevrouw mr. E.M.F. van Doorn, advocaat van Audax Publishing B.V., heeft bij brief van 6 juli 2009 met drie bijlagen namens verweerder op het klaagschrift gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 juli 2009 in aanwezigheid van klager. Verweerder is daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
In Aktueel Sportief nr. 31 2008, uitgegeven in de week van 30 juli tot 5 augustus 2008, is een artikel gepubliceerd onder de kop “Zij gingen op vakantie en kwamen nooit meer terug”. Het artikel bevat een overzicht van Nederlanders die gedurende hun vakantie vermist zijn geraakt, onder wie de vader van klager. Van elk vermist persoon is een foto afgedrukt, waarbij de naam, woonplaats en de datum waarop de persoon is verdwenen, zijn vermeld. Voorts is bij elke persoon in een korte tekst een aantal bijzonderheden opgesomd over diens verdwijning.
 
Bij de foto van de vader van klager is als woonplaats Amsterdam vermeld en als verdwijndatum 9 juli 1989. Onder de noemer ‘bijzonderheden’ is het volgende opgenomen:
“Ging tijdens een vakantie in Oostenrijk een stukje wandelen en keerde nooit terug. Een valpartij in het berggebied ligt voor de hand, toch zou de Amsterdammer later nog zijn gesignaleerd in zijn woonplaats.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat ten onrechte zonder zijn toestemming de foto van zijn vader is geplaatst en de bijgevoegde tekst is gepubliceerd. Evenmin heeft zijn moeder of een ander familielid hiervoor toestemming gegeven, aldus klager. Ter zitting wijst klager erop dat het hem en zijn familie verdriet doet om weer met de vermissing geconfronteerd te worden. Ook om deze reden acht klager het van belang dat hij en zijn familie zelf kunnen bepalen in hoeverre nog aandacht wordt besteed aan de vermissing. Volgens klager hoort die keuze bij hem en zijn familie te liggen en niet bij verweerder.
Daarnaast bevat het artikel een aantal aantoonbare onjuistheden. Zo heeft de vader van klager nimmer in Amsterdam gewoond en is de verdwijndatum niet 9 maar 10 juli 1989. Ter zitting heeft klager hierover opgemerkt dat deze ene dag voor hem van groot belang is, nu op 9 juli 1989 zijn vader immers nog in hun midden was.
De omstandigheid dat verweerder de onjuiste verdwijndatum heeft overgenomen uit informatie over de verdwijning van zijn vader op de website van het TROS-programma ‘Vermist’, maakt dit volgens klager niet anders. Daarbij wijst klager er ter zitting op dat zijn familie in het eerste jaar na de vermissing heeft meegewerkt aan een uitzending van het televisieprogramma ‘TROS Deadline’, de voorloper van het programma ‘Vermist’. Klager vermoedt dat de TROS op basis van die uitzending de gegevens op de website heeft geplaatst, aangezien hij noch zijn familie daartoe een formulier heeft ingevuld. Ondanks het feit dat ook op de website van de TROS de verdwijndatum onjuist is vermeld, heeft klager met de publicatie van de gegevens door de TROS geen moeite. Daartoe acht klager van belang dat die website erop is gericht om de nabestaanden te helpen in hun zoektocht naar de vermisten, terwijl verweerder veeleer uit oogpunt van sensatie en winstbejag gebruik heeft gemaakt van de gegevens, zo stelt klager ter zitting. Volgens klager heeft verweerder daar niet het recht toe, zeker niet nu is nagelaten toestemming daarvoor te vragen van de familie. Verder merkt klager ter zitting nog op dat, indien verweerder al gegevens over wenst te nemen van de website van de TROS, hij dit dan op zijn minst zorgvuldig had kunnen doen. Daarbij wijst klager erop dat op de website van de TROS wel de juiste woonplaats van zijn vader is genoemd.
Voorts brengt klager naar voren dat in het artikel ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat zijn vader na diens verdwijning nog in Amsterdam zou zijn gesignaleerd. Klager wijst erop dat destijds weliswaar een melding hieromtrent is binnengekomen, maar dat onderzoek door de politie geen aanknopingspunten heeft opgeleverd. Volgens klager suggereert verweerder in feite dat zijn vader de verdwijning in scene heeft gezet. Klager wenst hier ten stelligste tegen te ageren en benadrukt dat een dergelijke suggestie tot veel pijn en verdriet leidt bij hem en zijn familie. Ter zitting wijst klager er verder nog op dat die suggestie niet is gewekt op de website van ‘Vermist’, waar is vermeld dat zijn vader ‘mogelijk later zou zijn gesignaleerd in Amsterdam’. Deze formulering is veel terughoudender dan die in het gewraakte artikel, aldus klager. Hij ziet niet in waarom verweerder de formulering van de website van ‘Vermist’ niet heeft overgenomen.
 
Verweerder stelt voorop dat het tijdschrift Aktueel Sportief sinds medio maart 2009 niet meer wordt uitgegeven. In het kader van een reorganisatie is dit blad omgevormd naar een glossy familieweekblad dat thans onder de naam Primo verschijnt.
Met betrekking tot de klacht acht verweerder van belang dat bij de publicatie gebruik is gemaakt van de vrijelijk toegankelijke website van TROS Vermist. Op die website wordt de mogelijkheid gegeven om een vermissing op te geven, middels het invullen van een speciaal daarvoor opgesteld formulier. Bij dat formulier wordt onder meer vermeld dat het van het grootste belang is dat zoveel mogelijk gegevens over de gezochte persoon worden vermeld en dat met name een foto van belang is. Bij de gegevens van de vader van klager is op de website vermeld dat hij wordt gezocht door zijn familie. Op basis daarvan mag volgens verweerder worden aangenomen dat de melding op de openbare website door of namens de familie heeft plaatsgevonden. De redacteur mocht er dan ook van uitgaan dat tegen publicatie van die gegevens in Aktueel Sportief geen bezwaar bestond. Bovendien heeft de redacteur zich laten leiden door ‘positieve ervaringen’; hij is er in alle oprechtheid van uitgegaan dat de nabestaanden deze publiciteit ook op prijs zouden stellen. Van een ongeoorloofde inbreuk op de privacy is volgens verweerder in elk geval geen sprake.
Wat de kennelijk onjuist vermelde verdwijndatum betreft wijst verweerder op de datum die op de website van TROS Vermist is vermeld. Deze datum is aldus geruime tijd openbaar en nimmer aangepast. Verweerder maakt daar uit op dat die onjuistheid kennelijk geen probleem vormde. Verweerder is van mening dat dit noch de vermelding van een verkeerde woonplaats aanleiding zijn om te spreken van een onbetamelijke journalistieke gedraging.
Ten aanzien van de vermelding dat de vader van klager na diens verdwijning nog zou zijn gezien in Amsterdam, merkt verweerder op dat klager niet ontkent dat een melding hieromtrent bij de politie van Amsterdam-Amstelland is binnengekomen. In zoverre is de vermelding in het artikel dus juist. In het artikel is voorts nergens gesuggereerd dat de vader van klager zijn verdwijning in scene zou hebben gezet, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat ten onrechte verweerder zonder toestemming van klager c.q. diens familie aandacht heeft besteed aan de vermissing van de vader van klager, en dat het artikel voorts op onderdelen onjuist en suggestief is.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij is in de selectie van nieuws. De journalist behoeft voorts geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad)
 
In het artikel is aan meerdere vermissingen op telkens dezelfde wijze aandacht besteed, waarbij steeds een aantal gegevens over die vermissingen is vermeld. Hoewel de Raad begrip heeft voor het verdriet dat de nabestaanden kunnen ervaren naar aanleiding van de publicatie, is de Raad van oordeel dat de aard en de context van de publicatie niet van zodanige aard zijn dat verweerder na afweging van alle belangen voorafgaand aan de publicatie klager daarover had behoren te informeren. In dat verband overweegt de Raad dat objectief bezien de vermissing van de vader van klager slechts als – kleine – illustratie wordt gebruikt in een algemeen verhaal over vermiste personen en derhalve niet de essentie van de publicatie vormt. Bovendien heeft verweerder gebruik gemaakt van informatie uit een voor iedereen toegankelijke bron, te weten de website van ‘Vermist’.
 
De omstandigheid dat verweerder de informatie niet geheel juist heeft overgenomen, maakt voorts nog niet dat hij daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld. Daarbij overweegt de Raad dat verweerder, gelet op de context waarin de vrijelijk toegankelijke informatie is geplaatst en de overige daarbij vermelde informatie, van de juistheid van de verdwijndatum mocht uit gaan. Verder is in het gewraakte artikel weliswaar op enigszins andere wijze geformuleerd dat de vader van klager na diens verdwijning nog in Amsterdam zou zijn gesignaleerd, maar daarmee is niet de suggestie gewekt dat de vader van klager zijn verdwijning in scene zou hebben gezet.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad dan ook van oordeel dat verweerder met de publicatie geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
Gelet op het feit dat het tijdschrift Aktueel Sportief niet meer wordt uitgegeven, laat de Raad in dit geval het verzoek aan verweerder tot publicatie van de uitspraak achterwege.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 17 augustus 2009 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. B. Geersing, mw. drs. M.G.N. Mathot en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.