2009/42 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J.A.M. Agterberg
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘Wegmisbruikers’ (SBS6)
 
Bij brief van 25 mei 2009 met een bijlage heeft J.A.M. Agterberg te Borger (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘Wegmisbruikers’ (hierna: verweerder). Hierop heeft mw. mr. H.H.J. Verhagen, senior bedrijfsjurist SBS Broadcasting B.V., geantwoord in een brief van 15 juni 2009 met twee bijlagen. Ten slotte heeft klager zijn klacht nog nader toegelicht in een e-mail van 22 juni 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 juni 2009. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname bekeken van een herziene versie van de gewraakte uitzending.
 
DE FEITEN
 
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hem, in het bijzijn van de beide bij de opname betrokken politiemannen, pertinent verzekerd is dat hij in de uitzending niet herkenbaar in beeld zou worden gebracht en dat de uitzending anoniem zou zijn. Ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek is de afspraak geschonden, nu hij in de uitzending volledig herkenbaar in beeld is gebracht en met zijn voornaam is aangesproken. Klager stelt dat hij door deze handelwijze is geschaad. Hij betwist met klem dat hij aanvankelijk mondeling toestemming heeft verleend om hem herkenbaar in beeld te brengen.
Klager meent dat verweerder in strijd met de aan hem gedane toezegging een inbreuk op zijn privacy heeft gemaakt, zonder dat daarvoor enig noodzakelijk maatschappelijk belang bestond. Verweerder heeft derhalve gehandeld in strijd met de journalistieke zorgvuldigheid, aldus klager.
 
Verweerder stelt voorop dat het is toegestaan om dergelijke opnames te maken, nu deze zijn gemaakt vanaf de openbare weg en het onderwerp hiervan zich op de openbare weg afspeelt. Het is evenwel vaste werkwijze om betrokkenen achteraf toestemming voor uitzending te vragen. Verleent men deze niet, dan wordt het gelaat van de betrokkene om redenen van privacy onherkenbaar gemaakt. Geeft betrokkene wel toestemming, dan wordt hem gevraagd een schriftelijke ‘quit claim’ te ondertekenen. Echter, in sommige gevallen ontbreekt de tijd of wil van de betrokkene om zulks te doen. In voorkomende gevallen volstaat een mondelinge toestemming, waarbij verweerder zich uiteraard verplicht daarmee nog zorgvuldiger om te gaan.
Volgens verweerder heeft klager in eerste instantie bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid van de camera, maar uiteindelijk mondeling toestemming gegeven. Aangezien klager echter alsnog bezwaar maakt en een schriftelijke ‘quit claim’ ontbreekt, dient klager het voordeel van de twijfel te krijgen. Kennelijk is hij niet zorgvuldig (genoeg) geweest, aldus verweerder, waardoor klager mogelijk negatieve gevolgen heeft ondervonden. Dat is geenszins zijn bedoeling en dat spijt hem oprecht.
Verweerder merkt op dat hij na het eerste telefonische contact met klager de desbetreffende uitzending heeft opgevraagd en het portret van klager alsnog onherkenbaar heeft gemaakt. Bovendien heeft hij de uitzending van de site verwijderd en klager, als bescheiden gebaar, een bloemetje gestuurd. Verweerder betreurt de gang van zaken en meent dat hij wellicht zorgvuldiger had moeten handelen, hetgeen ook aan klager is bevestigd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist gemaakte afspraken behoort na te komen. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of klager mondeling toestemming heeft verleend om herkenbaar in beeld te worden gebracht. Verweerder heeft echter erkend dat een zogenaamde schriftelijke ‘quit claim’ ontbreekt. Klager behoort dan het voordeel van de twijfel te krijgen. Door klager herkenbaar in beeld te brengen, heeft verweerder derhalve journalistiek onzorgvuldig jegens klager gehandeld.
 
De Raad acht het begrijpelijk dat een en ander klager niet welgevallig is. Echter, direct nadat verweerder door klager op de onjuiste handelwijze is aangesproken, zijn aan klager excuses gemaakt. Bovendien heeft verweerder de desbetreffende uitzending opgevraagd en het portret van klager alsnog onherkenbaar gemaakt, en heeft hij het item van de website gehaald. De Raad is van oordeel dat verweerder de gemaakte fout aldus op voldoende deugdelijke wijze heeft rechtgezet. (vgl. RvdJ 2008/63)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Wegmisbuikers’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 31 juli 2009 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. A.C. Diamand, drs. P. Olsthoorn en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.