2009/41 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Jet Cars B.V.
 
tegen
 
A. Stegeman (Noordkaap TV Producties) en de hoofdredactie van ‘Undercover in Nederland’ (SBS 6)
 
Bij brief van 29 april 2009 met zes bijlagen heeft mr. M.W.F.M de Leeuw, advocaat te Den Haag, namens Jet Cars B.V. gevestigd te Rotterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen A. Stegeman (Noordkaap TV Producties B.V.) en de hoofdredactie van ‘Undercover in Nederland’ (hierna: verweerders). Hierop heeft Stegeman namens verweerders geantwoord in een brief van 2 juni 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 juni 2009. Stegeman was daar aanwezig, vergezeld door mw. mr. H.H.J. Verhagen, senior bedrijfsjurist SBS Broadcasting B.V. Klaagster is daar niet verschenen.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
Vanwege plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben verweerders desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 2 november 2008 heeft SBS6 een aflevering van het door Noordkaap TV Producties geproduceerde televisieprogramma ‘Undercover in Nederland’ uitgezonden (hierna: de uitzending). Daarin is onder meer aandacht besteed aan de omstandigheid dat het mogelijk is om illegaal een keuringsbewijs te kopen van een Algemene Periodieke Keuring (hierna: een APK-bewijs) voor auto’s die normaliter die keuring niet met goed gevolg zouden doorkomen. Uit de uitzending volgt dat een APK-bewijs kan worden verkregen zonder dat de desbetreffende auto is getoond c.q. daadwerkelijk is gekeurd. In dat verband wordt de naam van het garagebedrijf van klaagster herhaaldelijk genoemd en getoond.
Een bij de uitzending betrokken werknemer van klaagster verklaart onder meer:
“Via het bedrijf gaat dit niet. Dat durft hij niet. Die baas van mij, die durft dat ook niet. Maar hij kan ook niet meedoen.”
Aan het eind van de uitzending wordt de bestuurder van klaagster met de bevindingen van verweerders geconfronteerd. Deze zegt onder meer:
“Dit laat ik gewoon niet toe. Wij zijn een autobedrijf met 12000 vierkante meter, waar we op jaarbasis meer dan 3000 auto’s verkopen. Dit heb ik allemaal niet nodig. (…) Nu hoor ik voor het eerst dat zoiets aan de hand is. Dus nu kan ik er wat aan doen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat bij verweerders bekend was dat de illegale APK-bewijzen niet door of via haar werden verstrekt of verkregen, maar via een geheel op eigen initiatief, in strijd met interne voorschriften, voor eigen rekening handelende werknemer van klaagster. Niettemin is in de uitzending ten onrechte de suggestie gewekt dat dit wel mogelijk is. Daarbij is de naam van klaagster nodeloos genoemd en uitvergroot in beeld gebracht. Aan het verzoek van klaagster om deze schending te voorkomen is geen gehoor gegeven.
Volgens klaagster is punt 1.3. van de Leidraad van de Raad geschonden. Er bestond geen enkele noodzaak om de naam van klaagster te noemen en/of te tonen. Een uitzending over hetzelfde onderwerp zou zeer wel mogelijk zijn geweest zónder het noemen c.q. in beeld brengen van haar naam. Daarbij merkt klaagster op dat de naam van het in de uitzending getoonde keuringsstation, dat zich wel bezondigde aan illegale praktijken, in het geheel niet is genoemd en anoniem in beeld is gebracht. De bestuurder van klaagsters bedrijf werd daarentegen volledig in beeld gebracht.
Voorts is sprake van eenzijdige, tendentieuze en misleidende berichtgeving, nu klaagster in strijd met de bekende feiten bij voortduring en op zeer suggestieve wijze in verband is gebracht met illegale keuringen.
Klaagster meent verder dat door de wijze waarop en mate waarin zij in de uitzending is genoemd, een onevenredige inbreuk is gemaakt op haar privacy en haar bestuurder, zonder dat door verweerders een evenredige belangenafweging is gemaakt.
Bovendien heeft het in punt 2.3.1. van de Leidraad bedoelde onderzoek niet plaatsgevonden. Sterker nog, ondanks dat aan verweerders bekend was dat de feiten geen grondslag vormden voor de aan het adres van klaagster geuite beschuldigingen, zijn deze niettemin uitgezonden. Wederhoor werd weliswaar enigszins toegepast, maar niet op de juiste wijze en niet in voldoende mate.
Ten slotte stelt klaagster dat verweerders ten onrechte niet tot een rectificatie zijn overgegaan.
 
Verweerders stellen dat zij door tips een sterk vermoeden hadden dat via medewerkers van klaagster illegaal een APK-bewijs kon worden verkregen. Hierop is klaagster bezocht en heeft een medewerker van klaagster, zonder de desbetreffende auto te hebben gezien, een illegaal APK-bewijs aan verweerders verstrekt.
Voorts stellen verweerders dat klaagster op grond van artikel 6:170 van het Burgerlijk Wetboek verantwoordelijk is voor de gedragingen van haar werknemers, ook al was zij niet op de hoogte van deze gedragingen. Nu de gedragingen van de werknemers aan klaagster kunnen worden toegerekend, betekent dit ook dat deze toerekening een rol mag spelen in de belangenafweging.
Verweerders menen dat zij in de berichtgeving de belangen juist en zorgvuldig hebben afgewogen. De praktijken die bij klaagster aan het licht zijn gekomen leiden ertoe dat er zeer onveilige auto’s in Nederland op de weg kunnen rijden; een zeer ernstige misstand. Verweerders hebben over deze misstand bericht door middel van weergave van de feitelijke gang van zaken bij de aankoop van een illegaal APK-bewijs in het bedrijfspand van klaagster, bij een van haar werknemers. Klaagster is daarmee een onderdeel van de berichtgeving geworden.
Naar de mening van verweerders is van tendentieuze berichtgeving geen sprake, nu de berichtgeving zich beperkt tot de feitelijke weergave van feiten. In de uitzending worden door verweerders geen beschuldigingen aan het adres van klaagster geuit die niet kloppen, noch wordt in de uitzending geïnsinueerd dat klaagster meer met de verstrekking van de illegale APK-bewijzen te maken zou hebben dan de werknemer zelf heeft verklaard. Gelet op de ernst van de misstand was het geoorloofd om gebruik te maken van een verborgen camera. De belangen van klaagster zijn hierdoor niet onevenredig geschaad. Van hinderlijk volgen of schaduwen is geen sprake geweest.
Ten slotte stellen verweerders dat de bestuurder van klaagster in de gelegenheid is gesteld om te reageren. Die reactie is in de uitzending verwerkt. Hoor en wederhoor is derhalve op juiste wijze toegepast.
Ter zitting hebben verweerders hieraan nog toegevoegd dat zij de naam van klaagster wél hebben vermeld en die van het keuringsstation niet, omdat zij alleen bij klaagster daadwerkelijk een illegaal APK-bewijs hebben gekocht.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. De journalist behoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad)
 
In de uitzending is aan de orde gesteld dat klaagster althans een van haar werknemers mogelijk betrokken is bij het illegaal verstrekken van APK-bewijzen. In dat verband overweegt de Raad dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klaagster bij onoorbare praktijken. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
 
Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat de uitzending is gebaseerd op eigen onderzoek, dat zij naar aanleiding van tips hebben verricht. Bovendien is voorafgaand aan de uitzending contact met de bestuurder van klaagster opgenomen, die bij die gelegenheid is geconfronteerd met de door verweerders verkregen informatie. De reactie van de bestuurder is ook in de uitzending verwerkt. Van onvoldoende toepassing van wederhoor is dan ook geen sprake. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de desbetreffende medewerker van klaagster uitdrukkelijk in de uitzending heeft verklaard dat het een individuele actie van hemzelf betrof. Bovendien heeft de bestuurder van klaagster duidelijk meegedeeld dat hij zich van de illegale praktijken van zijn medewerker distantieert.
 
Aldus bestaat voor de gemiddelde kijker voldoende ruimte voor een andere conclusie dan dat klaagster betrokken is bij de aan de orde gestelde praktijken althans dat die praktijken met medeweten c.q. instemming van klaagster plaatsvinden. Ook anderszins is niet gebleken dat sprake is van eenzijdige, tendentieuze en misleidende berichtgeving. 
Voorts is het niet zonder meer journalistiek onzorgvuldig indien in een uitzending als de onderhavige – waarin een ernstige misstand aan de kaak wordt gesteld – de naam van de betrokken onderneming wordt vermeld en getoond. Indien de desbetreffende onderneming een essentiële rol speelt in de aan de orde gestelde kwestie, kan het van maatschappelijk belang zijn om de gegevens van die onderneming in de berichtgeving te vermelden. Naar het oordeel van de Raad is dit in de onderhavige zaak het geval, nu de (vermeende) illegale praktijken hebben plaatsgevonden in het pand van klaagster, en de handelingen zijn verricht door een werknemer van klaagster. Het is maatschappelijk en journalistiek relevant daarover te berichten op de wijze zoals verweerders hebben gedaan. Het toezicht op haar eigen werknemers faalde in zodanige mate, dat niet kan worden gezegd dat de naam van klaagster nodeloos wordt genoemd.
 
Hieruit volgt dat verweerders op verantwoorde wijze het belang van klaagster hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. Dat de naam van het keuringsstation in de uitzending niet is genoemd, doet aan het vorenstaande niet af, nu verweerders gemotiveerd hebben aangevoerd dat zij slechts bij het bedrijf van klaagster daadwerkelijk een illegaal APK-bewijs hebben gekocht. (vgl. RvdJ 2007/28)
 
Gelet op het voorgaande was er voor verweerders geen aanleiding om tot een rectificatie als bedoeld in punt 6.1. van de Leidraad van de Raad over te gaan.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Undercover in Nederland’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 31 juli 2009 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. A.C. Diamand, drs. P. Olsthoorn en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.