2009/38 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J. van der Steen-Haalboom
 
tegen
 
B. Thimister en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad
 
Bij brief van 25 maart 2009 met een bijlage heeft J. van der Steen-Haalboom (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen B. Thimister en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft H. Driessen, adjunct hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 29 april 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 mei 2009. Klaagster is daar in persoon verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot, R.E. van der Steen. Namens verweerders was voornoemde Driessen aanwezig. Klaagster heeft haar klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
DE FEITEN
 
Op 19 februari 2009 is in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad een artikel van de hand van Thimister verschenen onder de kop “Waterpolotrainer bekent ontucht met speelster (13)”. In het artikel is vermeld dat het Openbaar Ministerie (hierna: OM) twee jaar cel heeft geëist tegen de in de kop bedoelde trainer. Deze trainer heeft volgens het OM in de periode van 20 december 2007 tot en met 24 april 2008 ontucht gepleegd met een dertienjarige speelster. In de publicatie wordt de advocaat van de trainer uitvoerig aan het woord gelaten over het ontstaan en verloop van de gebeurtenissen die leidden tot de bewuste seksuele handelingen tussen zijn cliënt en de speelster. De advocaat stelt onder meer enkele malen dat al die handelingen op vrijwillige basis hebben plaatsgevonden. Verder bevat het artikel een citaat van het slachtoffer, dat kennelijk afkomstig is uit het politiedossier. Het bedoelde meisje is de kleindochter van klaagster, die namens de familie de belangen van het meisje behartigt.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat sprake is van onzorgvuldige en onethische journalistiek, met weinig respect voor het jonge slachtoffer, doordat het artikel onnodige details bevat die suggestief zijn en niet ter zake doen.
Zij wijst erop dat Thimister niet bij de behandeling van de zaak ter zitting van de rechtbank aanwezig was. Klaagster kan zich verder niet voorstellen dat het OM nadere informatie aan verweerders heeft verstrekt. Alle informatie die in het artikel is vermeld, zullen verweerders hebben verkregen van of via de advocaat van de trainer, die het strafdossier aan verweerders ter inzage heeft aangeboden. De informatie uit dat dossier is volgens klaagster selectief weergegeven. Het artikel suggereert bij de lezers, onder wie leeftijdsgenoten van klaagsters kleindochter, vooral dat sprake was van een ‘relatie op vrijwillige basis’. Uit diverse politieverslagen blijkt echter wel degelijk dat dat niet het geval is geweest. Het OM zou volgens klaagster over deze gang van zaken nog actie ondernemen jegens verweerders.
Klaagster meent dat dit alles te meer klemt, nu het artikel privacygevoelige uitspraken bevat en het slachtoffer van zeer jonge leeftijd is. Zij stelt in dit verband dat het voor lezers in de woonomgeving van haar kleindochter en met name leden van de waterpolovereniging duidelijk was, om wie het ging. Door de publicatie is haar kleindochter nogmaals slachtoffer geworden, aldus klaagster.

Verweerders stellen voorop dat zij het betreuren dat het slachtoffer en haar familie in deze vervelende situatie terecht zijn gekomen. Zij betwisten echter dat sprake is van onzorgvuldige journalistiek.
Volgens verweerders is het wenselijk – en doorgaans ook gebruikelijk – dat een journalist een rechtszaak bijwoont. Hoewel dat thans door omstandigheden niet is gebeurd, betekent zulks echter niet dat het artikel op journalistiek onaanvaardbare wijze tot stand is gekomen. Het artikel is wat betreft de feiten, zoals de eis en de aanklacht, op basis van informatie van het OM tot stand gekomen. Ter zitting heeft Driessen meegedeeld dat er contact is geweest met een persvoorlichter. Verder is contact opgenomen met de advocaat van de trainer en hebben verweerders inzage in het politiedossier gehad. Het artikel is dus niet op basis van één bron tot stand gekomen en derhalve niet eenzijdig. Verweerders wijzen er verder nog op dat niet louter de advocaat van de trainer aan het woord is gelaten, maar dat ook het OM is geciteerd. Overigens heeft het OM na de publicatie geen contact opgenomen met de krant.
Daarnaast blijkt uit het stuk, en met name de kop ervan, dat er een straf is geëist tegen een trainer, die zelf aangeeft fouten te hebben gemaakt. Voor de lezer is dus duidelijk dat de trainer – en niet klaagsters kleindochter – degene is die fout zat, aldus verweerders.
Met betrekking tot het rekening houden met de gevoelens van het slachtoffer en de familie, stellen verweerders zich op het standpunt dat er op ingetogen wijze uit het strafdossier is geput. Het dossier bevatte ook zeer expliciete verklaringen die in het artikel bewust niet zijn gebruikt. Bovendien blijft het aan de journalist om te oordelen wat vermeldenswaard is en wat niet. Ter zitting heeft Driessen hieraan toegevoegd dat verweerders met de kennis van nu, met name gezien de reactie van de waterpolovereniging, waarschijnlijk prudenter met de kwestie zouden zijn omgegaan.
Ten slotte stellen verweerders dat zij in het verleden vaker geprobeerd hebben om contact op te nemen met slachtoffers van misdrijven zoals het onderhavige, maar dat dit vaak niet op prijs wordt gesteld. In dit geval hebben zij overigens wel diverse malen met klaagster gesproken.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de publicatie ten onrechte onnodige, pijnlijke details over de kwestie bevat, waardoor de kleindochter van klaagster in haar belangen is geschaad.
 
Krachtens punt 2.4.7. van de Leidraad van de Raad dienen in publicaties over (strafzaken betreffende) ernstige misdrijven details van het misdrijf te worden weggelaten indien voorzienbaar is dat zij extra leed toevoegen aan het slachtoffer of diens naaste familieleden en de details niet noodzakelijk zijn om de aard en de ernst van het misdrijf, dan wel de gevolgen ervan, weer te geven.
 
De Raad overweegt dat in het artikel voornamelijk de advocaat van de trainer aan het woord is gelaten, die herhaaldelijk heeft gesuggereerd dat de gebeurtenissen tussen de trainer en klaagsters kleindochter met volledige instemming van beiden zouden hebben plaatsgevonden. Dat standpunt is slechts onderbouwd met de weergave van een uit het politiedossier afkomstige verklaring van het slachtoffer, zoals opgenomen in de pleitnota van de advocaat.
 
Door op deze eenzijdige wijze over de kwestie te berichten hebben verweerders de hiervoor geformuleerde norm geschonden. Verweerders hebben onvoldoende rekening gehouden met de kwetsbaarheid van het slachtoffer, nu op basis van de pleitnota van de advocaat van de trainer meermalen wordt gesuggereerd dat zij actief meewerkte aan het misbruik. Verweerders hadden terughoudender over de kwestie kunnen en moeten berichten. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat het gaat om een zeer jong slachtoffer dat betrokken is bij een seksueel misdrijf. Overigens heeft Driessen ter zitting erkend dat het artikel wat betreft de weergave van de verklaring van het slachtoffer in het strafdossier, soberder had kunnen worden opgesteld.
 
De Raad komt derhalve tot de slotsom dat verweerders de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 7 juli 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter,
prof. dr. M.J. Broersma, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. E.H.C. Salomons, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.