2009/37 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
D. Derhaag-Doomernik
 
tegen
 
H. de Werd en de hoofdredacteur van De Rosbode
 
Bij brief van 23 maart 2009 met een bijlage heeft D. Derhaag-Doomernik te Rosmalen (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen H. de Werd en de hoofdredacteur van De Rosbode (hierna: verweerders). Hierop heeft W.J.H.M. van Nuland, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 14 mei 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 29 mei 2009. Klaagster was daar aanwezig en werd bijgestaan door haar echtgenoot, J. Derhaag. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 13 maart 2009 is in De Rosbode een column van de hand van De Werd verschenen – onder het pseudoniem Driek van Grette – met de kop “2009 is 't joar van de fiste in Rusmolle”. In de column wordt – kort weergegeven – beschreven hoe de heemkundekring in Rosmalen twintig jaar geleden werd opgezet. Verder wordt uiteengezet dat de kring in eerste instantie floreerde, maar dat na verloop van tijd de klad er in kwam. De column bevat in dat verband onder meer de volgende passage:
“In Rusmolle wier Rien van Grunsven gevroagd de min of meer ontspoorde heemklup wir stevig op de reels te zette. Gin mèkkelijke opgaaf: Truglóóp van leej, 'n kas mi d'n bòjjem in zicht, ‘n kluphaus dè opgezeet wier, skrèvers die ‘t af liete weten èn gò zo mar deur. Rien gongk op z’n èigeste menier te wèrk, rustig èn kalm zo ès alted. Hij hiel de klup bè mekare èn ‘t ziet 'r nou nor ùit, dèt langzaam mar zeker goed gu komme. Dus toch 'n fistelijk tintje bè hulliej twentig jorrig bestoan.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat zij door de column is aangetast in haar goede naam. Zij voert aan dat, ook al wordt zij niet bij naam genoemd, voor lezers in Rosmalen duidelijk is dat kritiek wordt geleverd op haar functioneren als voorzitter van de vereniging en dat haar min of meer wordt verweten verantwoordelijk te zijn voor de terugloop in het aantal leden en dat zij te royaal is omgesprongen met de verenigingsgelden. Zij wijst er in dat verband op dat zij de tweede voorzitter van de heemkundekring Rosmalen is geweest en dat de in het artikel genoemde Van Grunsven haar in januari 2006 is opgevolgd. Volgens de column floreerde de heemkundekring onder de eerste voorzitter en de derde voorzitter is gevraagd om de ontspoorde vereniging, met de daarbij vermelde problemen, over te nemen en weer op de rails te zetten. Het is dus zonder meer – zeker voor de inwoners van Rosmalen – duidelijk dat klaagster, als tweede voorzitter, voor de slechte situatie van de vereniging verantwoordelijk wordt gehouden.
Verder bevat de column volgens klaagster onjuistheden. In dit verband stelt zij onder meer dat de kas van de vereniging niet leeg was toen zij aftrad.
Ter zitting heeft klaagster benadrukt dat Rosmalen – waar De Rosbode wordt verspreid – een kleine gemeente is, waar iedereen elkaar kent. Verder heeft klaagster nog gesteld dat zij de indruk heeft dat De Rosbode geen weerwoord van haar wil plaatsen en dat zij daarom geen reactie aan verweerders heeft gestuurd.

Verweerders stellen dat in de column niet alleen de tegenslagen van de heemkundekring Rosmalen zijn weergegeven, maar ook die van andere heemkundekringen in de omgeving. De tegenslagen van de vereniging waarvan klaagster voorzitter is geweest, worden feitelijk opgesomd. Er is geen sprake van een waardeoordeel of beschuldigende vinger. Klaagster wordt bovendien niet genoemd, noch wordt enige verwijzing gemaakt naar de functie die klaagster bekleed heeft of de wijze waarop die functie door klaagster is ingevuld. Zij is dus niet in haar belang geschaad. Verder wordt alleen het functioneren van de huidige voorzitter beschreven met een positieve insteek naar de toekomst.
Verweerders wijzen er verder op dat het hier een column betreft, waarbij overdrijving een stijlmiddel kan zijn. Nog afgezien daarvan is de weergave van de problemen van de vereniging feitelijk juist. De feiten worden bovendien door klaagster zelf onderschreven. Zij heeft zelf in het klaagschrift vermeld dat de vereniging veel sponsors heeft verloren, dat een zeer groot aantal leden heeft opgezegd, waardoor de financiële positie steeds nijpender is geworden, en dat de activiteiten tot een minimum zijn teruggebracht.
Tot slot wijzen verweerders erop dat in het verleden bij de start van De Rosbode afspraken zijn gemaakt met De Werd en klaagster, en dat beiden op eigen titel en verantwoordelijkheid kunnen publiceren in De Rosbode. Klaagster had een reactie op de column ter publicatie kunnen aanbieden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat in de publicatie de geschiedenis van de heemkundekring Rosmalen is beschreven. Daarbij is beweerd dat de huidige voorzitter de taak had om de ontspoorde heemkundekring weer op de rails te zetten. Hoewel in de column de naam van klaagster niet is vermeld, acht de Raad het aannemelijk dat voor de gemiddelde lezer van De Rosbode – voornamelijk inwoners uit Rosmalen – duidelijk is dat de column, zij het indirect, mede betrekking heeft op klaagster, omdat zij voorzitter is geweest van de heemkundekring.
 
Echter, ook de vrijheid van de columnist kent haar grenzen. Enerzijds worden die bepaald door de wet, anderzijds door wat – gegeven de journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Van overschrijding van deze grenzen is sprake wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen kwalificaties bezigen of vergelijkingen trekken waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven. (zie punt 3.1. van de Leidraad van de Raad en vgl. onder meer: RvdJ 2006/85)
Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. In de column worden geen specifieke oorzaken genoemd van de (vermeende) problemen waarmee de heemkundekring te maken had, toen klaagster aftrad als voorzitter. Klaagster wordt niet persoonlijk althans niet als enige verweten verantwoordelijk te zijn voor de problemen van de heemkundekring. De lezer wordt voldoende de ruimte gelaten voor de conclusie dat de oorzaken van de problemen (ook) buiten het functioneren van klaagster kunnen liggen.
 
Verder heeft klaagster gesteld dat verweerders geen weerwoord of reactie van haar zouden willen plaatsen. Daar staat tegenover dat verweerders te kennen hebben gegeven dat zij een reactie van klaagster, zolang feitelijk van aard, zonder meer zouden publiceren. Klaagster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar standpunt ter zake juist is.
 

Het bovenstaande brengt de Raad tot de conclusie dat de klacht in zijn geheel ongegrond dient te worden verklaard.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Rosbode te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 7 juli 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. E.H.C. Salomons, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.