2009/35 ontvankelijk

Tussenbeslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J.M. Jacobs
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Aktueel Sportief
 
Bij brief van 13 maart 2009 met een bijlage heeft J.M. Jacobs te Weert (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Aktueel Sportief (hierna: verweerder). Hierop heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 24 maart 2009 meegedeeld dat de klacht niet binnen de termijn van zes maanden na de publicatie door de Raad is ontvangen en dat de Raad derhalve eerst zal beoordelen of klager ontvankelijk is in zijn klacht. De secretaris heeft klager in de gelegenheid gesteld zijn standpunt ter zake op de zitting van de Raad mondeling toe te lichten. Voorts is verweerder in de gelegenheid gesteld ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager te reageren, maar verweerder heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
 
Ter zitting van 17 april 2009 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klager beoordeeld. Partijen zijn daar niet verschenen.  
 
DE FEITEN
 
In Aktueel Sportief nr. 31 2008, uitgegeven in de week van 30 juli tot 5 augustus 2008, is een artikel gepubliceerd onder de kop “Zij gingen op vakantie en kwamen nooit meer terug”. Daarin is aandacht besteed aan Nederlanders die tijdens vakantie vermist zijn geraakt. In het artikel is ook de foto van de vader van klager opgenomen. Bij de foto zijn diens volledige naam en woonplaats alsmede de datum van vermissing vermeld. Verder is de vermissing nader toegelicht.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt voorop dat hij op 11 maart 2009 van een hem bekende relatie een exemplaar kreeg van Aktueel Sportief nr. 31 2008. Hij kreeg dit exemplaar pas zo veel later, omdat de relatie de door haar verzamelde exemplaren van het weekblad aan het opruimen was en haar oog toen viel op de gewraakte publicatie.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.  
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.
Vaststaat dat de klacht niet binnen zes maanden na de gewraakte publicatie bij de Raad is binnengekomen.
 
De Raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde omstandigheden aan te merken zijn als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar doen zijn, zodat klager toch in zijn klacht zal worden ontvangen.
Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat klager onbetwist heeft gesteld dat hij niet eerder van de publicatie op de hoogte was en direct na kennisneming van het gewraakte artikel de klacht bij de Raad heeft ingediend, en dat sprake is van een geringe termijnoverschrijding. Bovendien is gesteld noch gebleken dat verweerder in enig opzicht door het tijdsverloop is bemoeilijkt in zijn verweer. Voorts acht de Raad nog steeds een rechtstreeks belang van klager aanwezig. (vgl. RvdJ 2006/80)
 
BESLISSING
 
Klager is in zijn klacht ontvankelijk  
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 juni 2009 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, drs. P.C.J. van Schaveren en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.