2009/30 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de (eind)redactie van ‘Pauw & Witteman’ (VARA/NPS)
 
Bij brief van 26 maart 2009 met vier bijlagen, aangevuld bij brief van 17 april 2009, heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de (eind)redactie van ‘Pauw & Witteman’ (hierna: verweerder). Hierop heeft mw. mr. B. den Ouden, bedrijfsjurist van Omroepvereniging VARA, namens verweerder geantwoord in een brief van 21 april 2009 met vier bijlagen, waaronder dvd-opnames van de gewraakte uitzending en van uitzendingen van het programma ‘Netwerk’ van 28 november 2007 en 30 maart 2009. Bij brief van 4 mei 2009 heeft klager nog twee bijlagen overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 mei 2009. Klager is daar vertegenwoordigd door voornoemde mr. Van Zundert. Namens verweerder zijn H. Meijer, eindredacteur, mw. W. van Vucht, redacteur, en mw. mr. Den Ouden verschenen. Mr. Van Zundert en mr. Den Ouden hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van pleitnotities.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 15 januari 2009 is in een aflevering van het televisieprogramma ‘Pauw & Witteman’ onder meer aandacht besteed aan de uitgave van het boek “De slapende rechter” (hierna: de uitzending). Het boek is geschreven door prof. dr. W.A. Wagenaar en anderen en gaat over een aantal strafzaken waarin mogelijk sprake is van rechtsdwaling. Klager is bij een van deze zaken betrokken en is in het boek aangeduid met een gefingeerde naam. In de uitzending voeren de presentatoren een gesprek met voornoemde Wagenaar, waarbij het boek aan de hand van de zaak van klager wordt besproken. In de uitzending wordt klagers volledige naam vermeld en worden (gedateerde) foto’s van hem getoond. Er wordt een filmische samenvatting van klagers zaak getoond, waarbij gebruik is gemaakt van archiefmateriaal van het televisieprogramma ‘Netwerk’. Wagenaar verklaart dat het in klagers zaak op basis van de beschikbare bewijsmiddelen nooit tot een veroordeling had mogen komen. Hij zegt onder meer:
“Dat is een nog groter probleem, die hele zaak van meneer X. Er is herhaaldelijk geprobeerd herziening te krijgen bij de Hoge Raad. Maar de Hoge Raad zegt: “Ja, als de rechter heeft zitten slapen, daar kunnen wij niks aan doen. Wij gaan er alleen iets aan doen, als er een níeuw argument is.” Maar alles wat we nu bespreken dat wist de rechter ook, dus daar kom je niet veel verder mee.”
en
“Nu is meneer X dus ter beschikking gesteld en dat is nog ernstiger, want daar kan hij uit ontslagen worden als hij genezen is.”
Daarop vraagt Witteman:
“En zo niet, dan kan hij daar de rest van zijn leven blijven zitten?”
Wagenaar:
“Dan zit hij daar de rest van zijn leven. De psychiaters in Nederland vinden over het algemeen dat de genezing begint met bekennen. Want als je niet bekend heb je geen ziekte-inzicht en zonder ziekte-inzicht kan de patiënt niet genezen. En hoewel iedere verdachte het volste recht heeft om te ontkennen en hem dat ook niet in rekening gebracht mag worden bij het oordeel van de rechter, is dat zodra je in TBS zit, totaal anders. Als je dáár niet bekent, kom je er nooit weer uit.”
Witteman:
“Want dan ben je nog steeds ziek in de ogen van de psychiaters.”
Wagenaar:
“…altijd ziek. En geen rechter zal bevelen hem los te laten, want er ligt altijd een advies van de psychiater ‘Dit is een gevaarlijke psychopaat’. En daar heeft de rechter geen zin in, om die in de samenleving los te laten. Dus deze meneer komt nooit meer vrij.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerder in strijd met de journalistieke zorgvuldigheid zijn volledige naam heeft vermeld en foto’s van hem heeft getoond. Volgens klager had verweerder ter bescherming van zijn privacy niet zijn werkelijke naam mogen gebruiken, althans niet zonder zijn toestemming. In dat verband wijst klager erop dat hij ten onrechte niet op voorhand is betrokken bij dan wel gekend is in de uitzending. Indien voor de uitzending contact was opgenomen, had klager de redactie laten weten dat hij vanwege zijn resocialisatie niet langer toestemming verleent voor het vermelden van zijn naam en het tonen van de foto’s.
Voorts stelt klager dat sprake is van feitelijk onjuiste berichtgeving. Ten onrechte is verkondigd dat hij vanwege zijn ontkennende opstelling tijdens de behandeling eeuwig in TBS zou blijven zitten, ook omdat er geen nieuwe feiten zouden zijn op grond waarvan revisie van de Hoge Raad kon worden gevraagd. Op het moment van de uitzending lag er echter een advies van de psycholoog van de TBS-inrichting op tafel, waarin werd gepleit voor beëindiging van de TBS. Op 20 januari 2009 heeft de rechtbank te Rotterdam besloten de TBS met onmiddellijke ingang op te heffen. Daarnaast loopt er sinds oktober 2006 een revisieprocedure bij de Hoge Raad, waarin wel degelijk nieuwe feiten zijn gepresenteerd.
Ten slotte stelt klager dat verweerder hem bij e-mail van 22 januari 2009 een interview heeft toegezegd, dat verweerder hem uiteindelijk toch heeft geweigerd. De uitgave van de projectgroep Gerede Twijfel met de titel “Het maagdenvlies als bewijs”, een maand na de uitzending, had voor verweerder aanleiding dienen te zijn om klager voor het geven van een interview in het programma uit te nodigen.
 
Verweerder stelt dat de werkelijke naam van klager reeds lang voor de uitzending bekend was bij het grote publiek en klager dus niet in zijn belangen kan zijn geschaad door het feit dat hij in de uitzending kon worden geïdentificeerd. Zo heeft het programma ‘Netwerk’ reeds op 28 november 2007 een item gewijd aan de zaak van klager, waaraan klager en diens familie medewerking hebben verleend. Door de jaren heen is ook in andere media veelvuldig en uitgebreid aandacht geschonken aan de zaak van klager, waarbij steeds diens naam is vermeld. Ook na de opheffing van zijn TBS op 20 januari 2009 is klager door diverse media met naam en toenaam genoemd. Verweerder verwijst hierbij naar een uitzending van ‘Netwerk’ van 30 maart 2009, waaraan mr. Van Zundert zijn medewerking heeft verleend, en twee publicaties in De Telegraaf van 21 januari en 28 februari 2009. Gelet hierop bestond volgens verweerder geen enkele aanleiding om de zaak en de persoon geanonimiseerd te bespreken dan wel klager toestemming te vragen voor het noemen van diens naam.
Ten aanzien van het tonen van de foto’s stelt verweerder dat deze zijn overgenomen uit de eerdergenoemde uitzending van ‘Netwerk’ van 28 november 2007, die is opgenomen in de zogenaamde actualiteitenpool. Op de foto’s rustten geen rechten van derden en het vertonen ervan behoefde ook niet uit privacy-overwegingen achterwege te worden gelaten. De foto’s waren immers door (de familie van) klager welbewust in het verkeer gebracht en al diverse malen gepubliceerd. Ter zitting is daaraan toegevoegd dat het op de weg van klager c.q. diens raadsman had gelegen om de beelden van de Netwerk-uitzending te blokkeren, indien klager bezwaar had tegen herhaalde uitzending ervan.
Verweerder stelt verder dat voor het toepassen van wederhoor geen enkele aanleiding bestond. De uitzending bevatte immers geen enkele beschuldiging tegen klager. Integendeel, de berichtgeving was geheel ten faveure van klager. Tijdens de uitzending heeft prof. dr. Wagenaar niettemin een tweetal uitspraken gedaan die niet geheel juist bleken althans waarover te twisten valt. De eerste uitspraak betreft de duur van de TBS van klager. Die duur was echter geen speciaal onderwerp van gesprek. De TBS en de verlenging daarvan kwamen min of meer terloops ter sprake. Prof. dr. Wagenaar was er niet van op de hoogte dat de TBS op korte termijn zou (kunnen) worden opgeheven, de presentatoren evenmin. Die opheffing was, zoals ook uit de uitzending van ‘Netwerk’ van 30 maart 2009 valt af te leiden, geheel onverwacht.
Achteraf bezien was het wellicht handiger geweest voor de uitzending contact op te nemen met mr. Van Zundert, nu door prof. dr. Wagenaar kennelijk een onjuiste uitspraak is gedaan over de duur van de TBS van klager. Echter, prof. dr. Wagenaar staat hoog in aanzien en mag bekend worden verondersteld met de details van de zaak van klager. Dat een dergelijke gast een feitelijk onjuiste uitspraak doet over een onderwerp dat terloops tijdens een interview aan de orde komt, kan verweerder niet als journalistiek onzorgvuldige gedraging worden verweten. Zeker nu die opmerking op geen enkele wijze schade berokkent aan degene over wie de uitspraak wordt gedaan. Bovendien had klager c.q. zijn raadsman de uitspraak zelf recht kunnen zetten in een uitzending daags na het ontslag van klager uit de TBS. De redactie heeft hen daarvoor uitgenodigd, maar zij hebben van die gelegenheid geen gebruik willen maken. Verder meent verweerder dat de opmerking van prof. dr. Wagenaar over het ontbreken van een ‘nieuw feit’ niet onjuist is, maar hooguit discutabel.
Verder merkt verweerder op dat klager bij e-mail van 22 januari 2009 geen carte blanche is gegeven om over een willekeurig aspect van de zaak, op een door hem te bepalen moment, in het programma te komen praten. Het is aan de redactie zelf te bepalen wie zij wel en niet aan het woord laat en zij mag zelf een selectie van het nieuws maken. Mr. Van Zundert was van harte welkom om al dan niet met klager samen na de opheffing van de TBS daarover te komen praten. Dit was ‘nieuws’ dat verweerder graag zou hebben gebracht. Mr. Van Zundert heeft die uitnodiging echter niet geaccepteerd. De publicatie van de projectgroep Gerede Twijfel leende zich echter niet voor behandeling in de uitzending, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat, samengevat weergegeven, uit de volgende onderdelen:
  1. de privacy van klager is ongerechtvaardigd aangetast;
  2. in de uitzending zijn onwaarheden geuit, zonder klager voldoende gelegenheid tot wederhoor te bieden;
  3. verweerder is zijn toezegging over een nieuwe uitzending niet nagekomen.
 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.
De journalist voorkomt dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. Aan deze regel is de journalist niet gehouden wanneer:
  • de naam een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving is;
  • het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient;
  • door het niet vermelden van de naam verwarring kan ontstaan met anderen die hierdoor voorzienbaar kunnen worden geschaad;
  • het vermelden van de naam gebeurt in het kader van opsporingsberichtgeving;
  • de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt.
(zie punten 2.4.1. en 2.4.5. van de Leidraad van de Raad)
 
Niet ter discussie staat dat klager en leden van zijn familie in het verleden bewust de media hebben opgezocht en verschillende malen hebben meegewerkt aan televisie-uitzendingen c.q. krantenartikelen, waarbij de volledige naam van klager is vermeld en foto’s van hem zijn gepubliceerd. Klagers volledige naam en portret alsmede de details van zijn strafzaak waren derhalve reeds ruim voor de uitzending bij het publiek bekend. Klager heeft aldus willens en wetens het risico geaccepteerd dat de over hem bekend zijnde informatie opnieuw zou kunnen worden gebruikt. Hij heeft de media-aandacht nimmer, althans voor verweerder niet kenbaar, geschuwd.
 
Verder acht de Raad van belang dat de in de uitzending getoonde foto’s zijn overgenomen uit een uitzending van het programma ‘Netwerk’ van 28 november 2007. Klager heeft kennelijk niet verzocht de foto’s te blokkeren, zodat deze voor verweerder vrij toegankelijk waren.
 
Aldus kan niet worden geconcludeerd dat verweerder met de vermelding van klagers naam en het tonen van klagers foto’s jegens klager journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.
 
Ad 2.
De journalist bericht waarheidsgetrouw. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Bovendien dient een journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punten 1.1. en 1.4. van de Leidraad)
Voorts behoort de journalist bij het publiceren van beschuldigingen te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Hij past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
De Raad merkt op dat, hoewel de strafzaak van klager in de uitzending uitvoerig is besproken, het boek “De slapende rechter” van prof. dr. Wagenaar e.a. daarin centraal stond en de aanleiding voor de uitzending vormde. Dit zal ook aan de gemiddelde kijker voldoende duidelijk zijn geworden door onder meer de inleiding van het onderwerp door de presentator(en).
 
De zaak van klager is op een zeer positieve wijze c.q. in een positieve context besproken. Immers, aan de orde is gesteld dat klager waarschijnlijk ten onrechte is veroordeeld.  
Hoewel het wellicht beter ware geweest – zoals verweerder ook in retrospectief heeft gesteld – dat de redactie vóór de uitzending met klager dan wel zijn advocaat contact had opgenomen, bestond hiervoor naar het oordeel van de Raad geen journalistieke noodzaak, nu er in de uitzending in het geheel geen beschuldigingen aan het adres van klager zijn geuit.
 

Met betrekking tot de gestelde onjuistheden overweegt de Raad voorts dat de opmerkingen van prof. dr Wagenaar over de duur van de TBS van klager en mogelijkheid van herziening van de strafzaak weliswaar niet (geheel) accuraat zijn, maar dat geen sprake is van zodanige feitelijke onjuistheden dat verweerder met de publicatie daarvan jegens klager journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. De presentatoren mochten ervan uitgaan dat prof. dr. Wagenaar ter zake deskundig en goed geïnformeerd was. De opmerkingen van prof. dr. Wagenaar kunnen verweerder niet worden aangerekend.
 
De Raad acht in dat verband van belang dat algemeen bekend was, dat klager was veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf en onvoorwaardelijke TBS. Kennelijk was Wagenaar er niet van op de hoogte dat de TBS van klager op korte termijn zou (kunnen) worden opgeheven. De uitspraken ter zake – dat de TBS ‘eeuwig zou duren’ en dat klager ‘nooit meer vrij zou komen’ – zijn echter gedaan in een algemene strekking. Bovendien was de opheffing van klagers TBS, ook voor hem, zeer onverwacht. Van verweerder behoefde dan ook niet te worden verlangd dat hij dergelijke uitlatingen voorafgaand aan de uitzending zou verifiëren c.q. aan klager zou voorleggen, nog daargelaten dat verweerder onbetwist heeft gesteld dat de redactie een uitvoerig voorgesprek heeft gehad met Wagenaar en dat de gewraakte uitlatingen niet waren voorzien.
 
De uitlatingen van prof. dr. Wagenaar over de (on)mogelijkheid van herziening in klagers zaak, behelzen de persoonlijke mening van Wagenaar. Dat klager c.q. diens raadsman een andere mening is toegedaan, betekent niet dat verweerder deze niet had mogen publiceren c.q. ook klagers standpunt daarover had behoren weer te geven. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat niet aannemelijk is geworden dat klager door de uitspraken van Wagenaar ter zake in zijn belangen is geschaad.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder op dit punt journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is dan ook evenzeer ongegrond.
 
Ad 3.
Volgens klager zou verweerder hebben toegezegd opnieuw over de kwestie te zullen publiceren en is verweerder die toezegging ten onrechte niet nagekomen.
 
Uit hetgeen partijen ter zake hebben aangevoerd blijkt dat mr. Van Zundert in de gelegenheid is gesteld om op 20 januari 2009 in de uitzending te komen vertellen over de behandeling van de rechtszaak inzake de verlenging van klagers TBS. Van die gelegenheid heeft mr. Van Zundert geen gebruik gemaakt.
 
Van een onvoorwaardelijke toezegging van de zijde van verweerder aan klager tot het houden van een interview is niet gebleken. De redactie heeft in een e-mail van 22 januari 2009 louter meegedeeld dat mr. Van Zundert contact kon opnemen, wanneer er nieuws over de zaak van klager zou zijn en dit voor hem aanleiding was iets over de zaak te vertellen. Het staat verweerder vervolgens vrij om daar al dan niet in een uitzending op in te gaan. (zie punt 1.2. van de Leidraad) Dat verweerder in de uitgave van de projectgroep Gerede Twijfel geen aanleiding zag om klager c.q. diens raadsman voor het geven van een interview in het programma uit te nodigen, kan hem dan ook niet worden verweten. Ook dit onderdeel van de klacht slaagt daarom niet.
 

Conclusie
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Pauw en Witteman’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 3 juni 2009 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. B. Geersing, mw. F. Santing en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.