2009/26 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 18 februari 2009 met één bijlage heeft mr. D.W. Peters, advocaat te Arnhem, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerder). Bij e-mailbericht van 9 maart 2009 heeft A. Reekers namens verweerder laten weten niet inhoudelijk op de klacht te zullen reageren.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 maart 2009. Klager is daar verschenen, vergezeld door zijn vriendin en voornoemde mr. Peters.
 
DE FEITEN
 
Op 12 september 2008 is in De Telegraaf een artikel verschenen van de hand van J. van den Dongen en B. Olmer onder de kop “‘Tessa in greep Loverboy’” met het chapeau “Moeder slaat alarm na verdwijnen autistische dochter (14) uit internaat”. De intro van het artikel luidt:
“Veertien jaar oud, autistisch, in handen gevallen van een vermeende loverboy en nu ook spoorloos verdwenen. Tessa Gottschall zat op een internaat in Ermelo, totdat haar nieuwe ‘vriend’ X (20) het minderjarige meisje letterlijk uit de schoolklas ophaalde. Sinds die dag, vorige week woensdag, zoekt Tessa’s radeloze moeder Amanda contact. ,,Ik vrees dat ze haar geld op haar rug moet verdienen”, huivert ze. Het internaat overweegt Tessa te laten opnemen in een gesloten inrichting, zodra ze weer boven water is.”
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De psychische situatie van Tessa verslechterde dusdanig, dat ze onder toezicht werd geplaatst in Groot Emmaüs, een internaat in Ermelo. ,,In de klas zat een meisje, (…), dat haar voorstelde aan haar broer X, een drugsverslaafde jongen van twintig jaar. Het bleek een loverboy die haar compleet heeft ingepalmd. Ze denkt dat ze verliefd op hem is.””
en
“Afgelopen woensdag verdween Tessa spoorloos uit het internaat aan de hand van X, een gabber die zich op internet uitgeeft voor ‘Taz de Duivel’. Moeder Amanda: ,,Ze was al drie keer eerder weggelopen uit het Groot Emmaüs. Telkens ben ik haar gaan zoeken in Zutphen, waar die jongen een kamer had in een drugspand aan de (…)straat. Het bleek een duiventil voor junkies te zijn. Die X liet me nooit binnen, terwijl ik wist dat mijn dochter binnenzat.”
en
“,,Ik weet van anderen dat mijn dochter gedwongen seks met hem heeft. Ik vrees echt dat ze onder zijn dwang in de prostitutie belandt. Hij heeft me ooit gezegd: ‘Tessa gaat alles terugbetalen’. Dan weet ik genoeg. (...)””
 
Bij het artikel zijn een foto van Tessa geplaatst met het bijschrift “Meisje in psychische nood na groepsverkrachting” en daarnaast een foto van Tessa en klager. Het gezicht van klager is op die foto onherkenbaar gemaakt. Het bijschrift bij deze foto luidt: “Tessa samen met haar zes jaar oudere vriend X, die zich op internet uitgeeft voor 'Taz de Duivel'.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat voor de kwalificatie ‘Loverboy’ geen feitelijke grondslag bestaat. De inhoud van het artikel kan de kwalificatie niet dragen volgens de geldende definitie daarvan. Door het gebruik van deze onjuiste kwalificatie is het publiek verkeerd geïnformeerd.
Verder stelt klager dat alleen de moeder van Tessa als informatiebron is aangehaald. Deze bron is volstrekt eenzijdig en subjectief, en zij was bovendien op het moment van het vertellen van haar verhaal ‘op van de zenuwen’, hevig geëmotioneerd en ‘radeloos’. Ten onrechte heeft verweerder haar een podium geboden zich op onjuiste, lasterlijke en smadelijke wijze over klager uit te laten. Zo zijn uitlatingen gepubliceerd die inhouden dat klager drugsverslaafd zou zijn, bedreigende en kwetsende opmerkingen jegens haar zou hebben geuit, en Tessa zou hebben gedwongen seks met hem te hebben. Ook het gebruik van de term ‘Loverboy’ is smadelijk. Het artikel, daaronder begrepen de kop, is niet alleen onjuist, maar ook onzorgvuldig tot stand gekomen, lasterlijk en/of smadelijk en kwetsend, aldus klager.
In dit verband stelt klager nog dat geen enkel publiek belang is gediend met het publiceren van dergelijke uitlatingen, anders dan om klager in een negatief daglicht te stellen louter op basis van het relaas van de moeder van Tessa. Dit was evenmin nodig geweest, voor zover verweerder aandacht had willen besteden aan de vermissing van Tessa. Het artikel dient geen redelijk doel en is tendentieus, aldus klager.
Ter zitting heeft hij nog aangevoerd dat ook het bijschrift “Meisje in psychische nood na groepsverkrachting” tendentieus is, nu dit – door de plaatsing ervan vlak onder de foto van Tessa met klager – suggereert dat hij bij die groepsverkrachting betrokken is geweest.
Voorts stelt klager dat zijn privacy op onaanvaardbare wijze is geschonden, door het vermelden van zijn voornaam, de plaatsing van een foto van hem met Tessa, en de vermelding van zijn mogelijke woonadres voorzien van de onjuiste opmerking dat het een drugspand zou betreffen. Het vermelden van die gegevens in combinatie met de beschuldigingen aan zijn adres van de moeder van Tessa en de kop van het artikel, hebben klager ernstige schade toegebracht. Hij is door zowel bekenden als onbekenden herkend als de in het artikel bedoelde persoon. Ook op de foto is klager duidelijk herkenbaar, vanwege zijn kleding en kettinkje.
Ten slotte heeft klager ter zitting nog verklaard dat zijn kant van het verhaal niet is gehoord. Hij is op geen enkele wijze op de hoogte gesteld van de voorbereiding en plaatsing van het artikel. Klager betwist bovendien dat hij Tessa heeft meegenomen van het internaat. Die bewuste dag was hij op zijn werk en was hij helemaal niet in Ermelo. Overigens geeft hij zich op internet niet uit voor ‘Taz de Duivel’. Naar aanleiding van het artikel is hij naar de politie gegaan, die geen aanleiding heeft gezien klager aan te houden of te horen.
Klager concludeert dat het artikel getuigt van onverantwoorde journalistiek.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De Raad overweegt dat de journalist bij het publiceren van beschuldigingen dient te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
Bovendien is bijzondere zorgvuldigheid geboden bij de publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de publicatie van het artikel in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. Zeker wanneer tegengestelde belangen en emoties een rol spelen, laten geschillen zich over het algemeen niet op een verantwoorde wijze beschrijven aan de hand van feiten en beweringen zoals deze door een der partijen gepresenteerd worden. In deze gevallen mag de betrouwbaarheid van één bron als brenger van objectieve feiten niet zonder meer worden aangenomen. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad)
 
In het artikel wordt een zeer negatief beeld geschetst van klager. Zo wordt onder meer gesteld dat hij een ‘loverboy’ en drugsverslaafde is, Tessa zou hebben meegenomen uit het internaat en haar zou hebben gedwongen tot seks en wellicht tot prostitutie. Deze zeer ernstige beschuldigingen aan klagers adres zijn kennelijk gebaseerd op uitlatingen van de moeder van Tessa. Niet is gebleken dat de beschuldigingen worden ondersteund door andere, onafhankelijke bronnen. Nergens blijkt uit dat verweerder voorafgaand aan de publicatie heeft geverifieerd of deze uitlatingen op waarheid berusten. Aldus is niet gebleken dat voor de berichtgeving voldoende grondslag bestond. Overigens is evenmin gebleken dat verweerder heeft geprobeerd om contact op te nemen met klager om zijn reactie te vragen.
 
Verder overweegt de Raad dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad) Een journalist zal derhalve steeds een afweging dienen te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en moeten vermijden dat nodeloos schade wordt toegebracht.
 
In het artikel zijn diverse persoonlijke gegevens van klager vermeld. Bovendien is een foto van hem met Tessa geplaatst, waarbij weliswaar klagers portret onherkenbaar is gemaakt, maar waarop andere specifieke kenmerken (kleding en kettinkje) van klager duidelijk zijn te zien. Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij aldus in de publicatie min of meer algemeen herkenbaar is.
 
Niet is gebleken dat met de publicatie van klagers persoonlijke gegevens in combinatie met de plaatsing van de foto een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. En voor zover al sprake zou zijn van een dergelijk maatschappelijk belang, is niet gebleken dat verweerder op verantwoorde wijze dat belang heeft afgewogen tegen het belang van klager bij de bescherming van diens privacy. Naar het oordeel van de Raad is met de berichtgeving klagers privacy dan ook onevenredig aangetast.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 24 april 2009 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. F.W. Dresselhuys, drs. G.T.M. Driehuis en T.R. Harkema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.