2009/24 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
M. de Vocht en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad
 
Bij brief van 26 januari 2009 met een bijlage hebben de ouders van X, namens laatstgenoemde (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. de Vocht en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Besseling, hoofdredacteur, namens verweerders geantwoord in een brief van 11 februari 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 maart 2009. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 23 januari 2009 is in het Brabants Dagblad in de editie Uden/Veghel een artikel van de hand van De Vocht verschenen onder de kop “Udens College weert jongen”. De intro van het artikel luidt: “Ouders 14-jarige Veghelaar naar rechter om weigering toelating.”
De publicatie gaat over een civielrechtelijke procedure die de ouders van klager hebben aangespannen tegen een school, die klager heeft geweigerd toe te laten. In het artikel wordt de volledige naam van klager vermeld en is persoonlijke informatie, onder meer uit een op hem betrekking hebbend psychologisch onderzoek, opgenomen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de grenzen van zorgvuldige journalistiek zijn overschreden, nu de aantasting van zijn privacy niet in een redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. In het artikel is ten onrechte zijn volledige naam genoemd en is zeer persoonlijke informatie, onder andere uit een psychologisch onderzoek, over hem opgenomen. Klager benadrukt dat hij nog minderjarig is.
Volgens klager wordt hij sinds de publicatie van het artikel herhaaldelijk op de inhoud van het artikel aangesproken, hetgeen voor hem en het gezin zeer kwetsend is. Deze situatie had door verweerders eenvoudig kunnen worden voorkomen, zonder afbreuk aan de nieuwswaarde van het artikel te doen, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat zij hebben besloten de naam van klager te vermelden, omdat het weigeren van de leerling een nieuwswaardig feit was en het aannamebeleid van scholen een belangrijke maatschappelijke kwestie is. Volgens verweerders was de naam van klager reeds in brede kring bekend.
Verder wijzen verweerders erop dat het hier een civielrechtelijke zaak betreft, waarin de ouders van klager als eisers optraden. Volgens verweerders dienen eisers in civielrechtelijke procedures zich ervan bewust te zijn dat de rechtszaak tot gevolg kan hebben dat hun personalia mogelijkerwijs publiekelijk worden. Daarbij verwijzen verweerders naar punt 2.4.8. van de Leidraad van de Raad.
Overigens wordt door verweerders opgemerkt dat zij niet de intentie hadden om klager en zijn familie te kwetsen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht betreft de schending van klagers privacy.
 
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daartegenover staat dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad)
 
In het algemeen bestaat geen bezwaar tegen vermelding van de namen van de betrokken partijen in verslagen van een openbare terechtzitting in een civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedure. Toch kan het belang van een partij om zoveel mogelijk onherkenbaar te blijven zo zwaar wegen dat van het vermelden van de (volledige) naam moet worden afgezien. (zie punt 2.4.8. van de Leidraad en vgl. onder meer: RvdJ 2005/7)
 
In de kort gedingprocedure waarvan verslag is gedaan, ging het erom dat klager niet is toegelaten tot een school, omdat hij aan een gedragsstoornis zou lijden en de school niet de juiste deskundigheid in huis zou hebben om hem te kunnen begeleiden. Daarbij is tevens aan de orde geweest dat de school een psychologisch onderzoek heeft ingesteld, waaruit bleek dat klager mogelijk een oppositionele gedragsstoornis heeft.
 
De vermelding van klagers psychologische (gedrags)gegevens acht de Raad in dit geval journalistiek relevant. Echter, verweerders hadden zich behoren te realiseren dat de herkenbaarheid van klager voor hem onevenredig veel nadeel met zich zou kunnen brengen.  
Niet is gebleken dat met de vermelding van klagers volledige naam een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. En voor zover al sprake zou zijn van een dergelijk maatschappelijk belang, is niet gebleken dat verweerders op verantwoorde wijze dat belang hebben afgewogen tegen het belang van klager bij de bescherming van diens privacy. Het artikel had voor wat betreft de aanduiding van klager geanonimiseerd kunnen worden, zonder dat afbreuk zou zijn gedaan aan de inhoud en nieuwswaarde ervan. Dat de volledige naam van klager reeds in een zodanig brede kring bekend zou zijn geweest, dat het niet vermelden van die naam wegens de algemene bekendheid van klager geen doel zou dienen – zoals verweerders hebben betoogd – is niet aannemelijk geworden. Aldus is de privacy van klager verder aangetast dan voor de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk was.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat met de publicatie van klagers volledige naam de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 17 april 2009 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons, mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.