2009/23 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Gelderlander
 
Bij brief van 12 februari 2009 met zes bijlagen heeft mr. E.A.A. van Ommeren, advocaat te Loenen, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Gelderlander (hierna: verweerder). Hierop heeft mr. G. Bos, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 2 maart 2009.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 maart 2009. Klager is daar verschenen, vergezeld door voornoemde mr. Van Ommeren. Verweerder is daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 23 augustus 2008 heeft klager aan verweerder een e-mail gestuurd luidend als volgt:
“Ik vind dat er momenteel een zeer verkeerd beeld ontstaat over de zorg en de bestuurders in de zorg. Omdat ik een functie heb direct onder die top, heb ik zeer goed zicht op deze situatie en zou ik graag e.e.a. willen objectiveren en de beeldvorming nuanceren door ook de dokters in de discussie te betrekken.
Ik heb getracht één en ander kort te verwoorden (zie bijlage), maar in 150 woorden lukt het mij niet om de volledige omvang van deze misvatting te beschrijven. U bent vrij om mijn tekst in te korten. Mocht u interesse hebben, ben ik bereid om als anonieme bron e.e.a. toe te lichten.
Ik verzoek u om de tekst uit deze mail niet te publiceren en ik verzoek u de inhoud van de bijlage niet in verband te brengen met mijn naam, want het aanroeren van dit zwaar beladen thema c.q. publiceren van mijn naam in dit verband kan me de kop kosten in het ziekenhuis waar ik werk.”
 
De bijlage bij de e-mail, met de kop “Topsalarissen zorgbestuurders”, luidt:
“Het gaat wat minder in Nederland en met de zorg, dus worden er zondebokken gezocht: de zorgbestuurders. De grootverdieners die in de vergelijkingen telkens ontbreken zijn de dokters. Per ziekenhuis verdient 80% van de dokters met € 250.000 meer dan de bestuurder en dan de Balkenende-norm.
Het kabinet heeft met de invoering van de nieuwe zorgfinancieringsstructuur zelf de strijd met de artsen niet aangedurfd, waardoor zij er in 3 jaar tijd 50% in salaris op vooruit zijn gegaan. Jaar over jaar bezuinigen de ziekenhuizen op verpleegkundigen, staf en managers om ‘efficiënter’ te kunnen zijn en de kosten te drukken. Parallel daaraan hebben de dokters gecashed zonder één steek harder te werken. Sterker nog, door de inzet van specialistische verpleegkundigen worden meer patiënten behandeld in dezelfde tijd. Het ziekenhuis betaalt hiervoor – en daarmee de burger – en de dokter verdient er aan.
Kabinet heb moed en verlaag de uurtarieven van specialisten met 30% en alle financiële problemen in de zorg zijn in één klap verleden tijd. Dokters gaan dan nog steeds naar huis met een bedrag dat ‘voldoet’ aan de Balkenende-norm.
Tot slot stellen bestuurders zichzelf niet aan en bepalen zij niet hun eigen salaris. Richt u dus op de toezichthoudende instanties en het kabinet in de kwestie ‘grootverdieners’.”
De bijlage is niet ondertekend.
 
Op 2 september 2008 is de door klager bij zijn e-mail ingezonden bijlage geplaatst in de rubriek ‘Lezersbrieven’ van De Gelderlander. Daarbij is de kop van de bijlage vervangen door de kop “Topsalarissen 2” en is de naam van klager onderaan de brief toegevoegd.
 
Vervolgens is op 6 december 2008 een artikel in De Gelderlander verschenen onder de kop “Receptie ontslagen directeur ziekenhuis”. Dit artikel bevat de volgende passage:
“X is ontslagen na commotie over een ingezonden brief in De Gelderlander over de salarissen van specialisten. De brief was anoniem bedoeld, maar kwam door een fout toch in de krant.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door bij de plaatsing van de door hem ingezonden bijlage zijn naam te vermelden, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek dat niet te doen. Daarbij wijst hij erop dat hij in zijn e-mail expliciet heeft verzocht de tekst van de e-mail niet te publiceren en de inhoud van de bijlage niet in verband te brengen met zijn naam, omdat het aanroeren van het thema c.q. het publiceren van zijn naam hem ‘de kop’ zou kunnen kosten. Verder heeft hij in zijn e-mail aangegeven dat hij desgewenst bereid was om een en ander als anonieme bron toe te lichten. Nu klager op goede gronden om discretie en anonimiteit heeft verzocht, had verweerder de ingezonden bijlage nooit met naamsvermelding in de krant mogen plaatsen.
Hoewel de redactie vrij is in de selectie van nieuws, had verweerder – voor zover deze als beleid zou hebben dat ingezonden brieven niet anoniem worden geplaatst – van de plaatsing van de bijlage moeten afzien en klager hieromtrent behoren in te lichten. Vooral nu klager verweerder nadrukkelijk op de mogelijke ernstige gevolgen van publicatie met naamsvermelding heeft gewezen.
Verder wijst klager erop dat verweerder in het artikel van 6 december 2008 (impliciet) heeft toegegeven een fout te hebben gemaakt door de bijlage van klager met naamsvermelding te plaatsen. Overigens heeft verweerder, in een brief van 11 november 2008 aan de raadsman van klager, gesteld dat klagers naam per ongeluk onder de ingezonden brief is vermeld. Ter zitting heeft klager in dat verband benadrukt dat zijn naam niet was vermeld onder de bijlage bij zijn e-mail. Zijn naam is dus bewust onder zijn brief geplaatst, aldus klager. Verder heeft hij erop gewezen dat tussen de verzending van zijn e-mail en de plaatsing van zijn brief in De Gelderlander een aanmerkelijk aantal dagen is verstreken. Volgens klager had verweerder derhalve voldoende tijd om de benodigde zorgvuldigheid in acht te nemen.
Overigens is klager van mening dat het gedrag van verweerder ná de gewraakte publicatie, minstens zo laakbaar is als de publicatie zelf. In zijn brief van 11 november 2008 heeft verweerder verder gesteld dat klager naïef zou hebben gehandeld door zijn bericht te verzenden zonder voorafgaand expliciete afspraken te maken omtrent zijn anonimiteit. Uit deze brief – waarin verweerder verder alle verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de hand heeft gewezen – maakt klager op dat verweerder kennelijk meent dat sprake is van ‘eigen schuld, dikke bult’. Deze reactie is voor klager onbegrijpelijk, getuigt van een arrogante houding en doet geen recht aan de feiten. In een recentere brief, van 27 januari 2009, heeft verweerder nog een nieuw standpunt naar voren gebracht, te weten dat geen afspraken zijn gemaakt over de vermelding van klagers naam en dat derhalve niet incorrect is gehandeld. Volgens die brief zou klager slechts een verzoek hebben gedaan en niet een expliciete voorwaarde of harde eis hebben gesteld, en aan een verzoek is nu eenmaal inherent dat dit kan worden geweigerd. Klager meent dat verweerder met deze opstelling zijn straatje probeert schoon te vegen, terwijl overduidelijk een ernstige fout is gemaakt. Ter zitting deelt klager desgevraagd nog mee dat hij niet direct met verweerder heeft willen praten, omdat hij eerst de storm wilde laten overgaan.
Verder wijst klager nog op de desastreuze gevolgen die de naamsvermelding onder de ingezonden bijlage voor zijn positie en carrière heeft gehad. Zijn arbeidscontract is door een vertrouwensbreuk met zijn werkgever voortijdig beëindigd en zijn goede naam in de ziekenhuiswereld is door de publicatie onherstelbaar beschadigd.
Ten slotte heeft klager ter zitting expliciet laten weten geen prijs te stellen op publicatie van de beslissing van de Raad door verweerder.
 
Verweerder stelt voorop dat niet ter discussie staat dat hij een fout heeft gemaakt en dat hij de gang van zaken betreurt. Daarnaast is hij van mening dat klager zelf naïef en onzorgvuldig heeft gehandeld, nu klager slechts een verzoek heeft gedaan om de inhoud van de e-mail met bijlage niet met zijn naam in verband te brengen. Een stelliger bewoording, in de zin van het onomwonden stellen van een dergelijke voorwaarde, zou duidelijker zijn geweest en had wellicht kunnen voorkomen dat de tekst met naamsvermelding was gepubliceerd. Bovendien heeft klager geen enkele nazorg aan de bewuste e-mail besteed door enig overleg met de redactie te plegen. Klager is, aldus verweerder, zelf medeverantwoordelijk voor hetgeen is geschied.
Voorts wijst verweerder erop dat ingezonden brieven niet anoniem worden gepubliceerd, zodat indien overleg met klager had plaatsgevonden, klager voor de keuze zou zijn geplaatst de bijlage níet te publiceren dan wel mét naamsvermelding.
Ten slotte merkt verweerder nog op dat hij na de publicatie op diverse wijzen heeft getracht contact met klager te leggen teneinde de kwestie te bespreken en te overleggen of nog een aanvullende actie wenselijk zou zijn. In dat kader is ook nog contact geweest met de toenmalige werkgever van klager. Ondanks de diverse pogingen is verweerder er echter niet in geslaagd contact te leggen met klager.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
De Raad stelt voorop dat de redactie verantwoordelijk is voor de inhoud van ingezonden brieven. Het verdient daarbij de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert. Het staat de redactie echter vrij om ingezonden brieven en andere reacties niet te plaatsen, tenzij plaatsing is geboden vanwege bijzondere omstandigheden. (zie punten 5.1. en 5.2. van de Leidraad van de Raad)
 
In dit geval is van belang dat klager in zijn e-mail expliciet het volgende heeft vermeld:
“Ik verzoek u om de tekst uit deze mail niet te publiceren en ik verzoek u de inhoud van de bijlage niet in verband te brengen met mijn naam, want het aanroeren van dit zwaar beladen thema c.q. publiceren van mijn naam in dit verband kan me de kop kosten in het ziekenhuis waar ik werk.”
Verder is relevant dat in de bijlage bij de e-mail klagers naam niet was vermeld en dat er een tijdspanne zat van ruim een week tussen het verzenden van de e-mail door klager en de plaatsing van zijn bijlage in De Gelderlander.
 
Hoewel klager de door hem ingebrachte informatie met meer voorzorg aan verweerder had kunnen overleggen, laat dit de verantwoordelijkheid van verweerder voor de plaatsing van die informatie onverlet. Gelet op de aard en inhoud van klagers e-mail en bijlage – die een (althans voor klager) zeer gevoelig onderwerp betreffen – had verweerder in dit geval extra zorgvuldig moeten zijn, alvorens tot plaatsing van de bijlage over te gaan. Uit de e-mail van klager blijkt immers duidelijk welk te respecteren belang van klager zou kunnen worden geschaad, indien zijn naam met inhoud van de bijlage in verband zou worden gebracht.
Door de bijlage te publiceren en daaraan klagers naam – die niet onder de bijlage was vermeld – te koppelen, ondanks klagers uitdrukkelijke, niet voor meerdere uitleg vatbare verzoek dat juist níet te doen, heeft verweerder jegens klager journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Niet is gebleken dat bijzondere omstandigheden de handelwijze van verweerder kunnen rechtvaardigen, mede gezien het tijdsverloop tussen de verzending van klagers e-mail en de plaatsing van de bijlage. 
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder aldus de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 9 april 2009 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons, mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. F.G. Jansma, plaatsvervangend secretaris.