2009/20 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
W. Diddens
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad
 
 
Bij brief, door de Raad ontvangen op 14 januari 2009, met twee bijlagen heeft W. Diddens te Gouda (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (hierna: verweerder). Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 21 januari 2009 meegedeeld dat de klacht naar haar eerste indruk niet voldeed aan de door de Raad gestelde voorwaarden. Klager heeft daarop gereageerd in een schrijven van 26 januari 2009. Hierop heeft de secretaris klager laten weten dat de Raad eerst zal beoordelen of klager ontvankelijk is in zijn klacht, alvorens de klacht definitief in behandeling te nemen. D. van der Meer, plaatsvervangend hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, heeft ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager gereageerd in een brief van 11 februari 2009 met één bijlage.
 
Ter zitting van 20 februari 2009 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klager beoordeeld buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 5 januari 2009 is in het Algemeen Dagblad een infographic gepubliceerd waarop te zien is hoe een Israëlische soldaat in een verlaten straat met een verrekijker een huis observeert. Verder is een helikopter afgebeeld die een raket afvuurt, daarbij op een specifiek raam van het huis mikkend. Bij de tekening is de volgende tekst opgenomen:
“Grondoffensief. Israëlische soldaten zijn de Gazastrook ingetrokken om Hamasleiders en raketinstallaties uit te schakelen.”
 
Bij de infographic wordt verder in vier stappen aangegeven hoe Israëlische soldaten Hamasleiders trachten uit te schakelen. Deze stappen zijn:
1.      Israëlische inlichtingendienst heeft vermoeden van plek Hamasleider door:
-          informanten
-          satellietinformatie
-          telefoontaps
2.      Militairen naderen doel zo dicht mogelijk en proberen na te gaan of het doelwit juist is.
3.      Na verificatie geven ze de exacte locatie door.
4.      Doel wordt bestookt door helikopter, vliegtuig of schip.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de infographic geen enkele realiteitswaarde bezit en blijkbaar als doel heeft een ‘schone oorlog’ te suggereren, waarbij rustig, precies en gericht wordt geopereerd. Dit komt echter op geen enkele wijze overeen met andere berichtgeving diezelfde dag in het Algemeen Dagblad en de werkelijkheid. Hierdoor wordt volgens klager de lezer misleid. Hij wijst er verder op dat het Algemeen Dagblad op dezelfde dag als de publicatie van de infographic opent met de kop “Paniek na Israëlische invasie” en verder in het bijbehorende artikel meldt dat duizenden Israëlische militairen, ondersteund door artillerie, tanks, helikopters, vliegtuigen en marineschepen verwikkeld zijn in hevige gevechten met Hamas-strijders. Nu de grafiek niet in overeenstemming is met de gepresenteerde feiten, is deze volgens klager tendentieus en niet waarheidsgetrouw, en daarmee in strijd met de punten 1.1. en 1.5. van de Leidraad van de Raad.
Klager betoogt een rechtsreeks belang te hebben bij een oordeel van de Raad. Dit belang is gegeven door zijn rechtsverbintenis met het Algemeen Dagblad via een abonnement. Het enige doel dat klager met deze overeenkomst nastreeft is het verkrijgen van objectieve, waarheidsgetrouwe informatie. Een ‘niet-ontvankelijk’-verklaring zou betekenen dat de Raad vindt dat abonnees geen direct belang hebben bij objectieve informatie, aldus klager. Verder stelt klager dat zijn belang bij een uitspraak van de Raad ook wordt bepaald door de aard van de journalistieke gedraging. Verweerder heeft willens en wetens een hulpmiddel (de infographic) gebruikt dat tot misleidende beeldvorming leidt. Bovendien wordt het vertrouwen van klager als abonnee geschaad, omdat hij niet weet of de handelwijze van verweerder zich bij andere onderwerpen zal herhalen.
 
Verweerder stelt – kort weergegeven – dat de grafiek bedoeld is om een militair-technisch aspect van een grondoorlog uit te leggen en te laten zien hoe een leger met helikopters leiders van de tegenpartij kan uitschakelen. De grafiek is slechts een zeer klein onderdeel geweest van de totale berichtgeving over de gebeurtenissen in de Gaza-strook. Naar de mening van verweerder heeft klager ten onrechte één onderdeel van de totale berichtgeving uitgelicht om op grond daarvan een conclusie te trekken over het beeld dat het Algemeen Dagblad schetst en de indruk die lezers daaraan overhouden. Wie uit de berichtgeving in het Algemeen Dagblad over de Gaza-oorlog meent op te kunnen maken dat het om een ‘schone oorlog’ gaat, negeert het overgrote deel van die verslaggeving, aldus verweerder. Hij wijst er nog op dat in het algemeen het werk van de media vrijwel onmogelijk zou worden als elk onderdeel van berichtgeving kan worden gezien als het schetsen van een algemeen beeld.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
 
Klager heeft hiertoe aangevoerd dat hij een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad, omdat hij geschaad is in zijn recht op het verkrijgen van objectieve, waarheidsgetrouwe informatie, en omdat de infographic bij hem heeft geleid tot een misleide beeldvorming. Ook wordt volgens klager zijn vertrouwen als abonnee geschaad, omdat hij niet weet of deze handelwijze van het Algemeen Dagblad zich bij andere onderwerpen zal herhalen.
De Raad overweegt te dien aanzien als volgt.
De gestelde misleidende infographic maakt klager, ook indien vast zou komen te staan dat deze suggestief dan wel niet waarheidsgetrouw is, niet tot rechtstreeks belanghebbende in de zin als hiervoor is bedoeld. Het zijn van abonnee van het medium waarin de gewraakte grafiek verscheen verschaft klager niet het vereiste directe belang bij die publicatie. Nu overigens niet is gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot een ander oordeel, is klager derhalve niet-ontvankelijk in zijn klacht (vgl. onder meer: RvdJ 2007/62 en RvdJ 2008/28).

BESLISSING
 
Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Algemeen Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 27 maart 2009 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.