2009/17 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de brancheorganisatie MOgroep Jeugdzorg
 
tegen
 
M. Sol en de hoofdredacteur van ‘EénVandaag’ (AVRO/TROS)
 
Bij brief van 22 december 2008 met zeven bijlagen heeft ir. T. Klijn, branchedirecteur, namens de brancheorganisatie MOgroep Jeugdzorg te Utrecht (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. Sol, politiek verslaggever, en de hoofdredacteur van ‘EénVandaag’ (hierna: verweerders). Hierop hebben Sol en J. Kriek, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 21 januari 2009 met vier bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 januari 2009. Namens klaagster zijn daar voornoemde Klijn, J.A.M. Andriessen, senior communicatieadviseur, en mw. mr. E.M. Polak, advocaat te Amsterdam, verschenen. Van de zijde van verweerders zijn Sol en Kriek verschenen, vergezeld door G.C.A. van Os van den Abeelen. Mr. Polak heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 10 november 2008 is in het televisieprogramma EénVandaag een reportage uitgezonden met de titel “Waar blijft het geld voor de jeugdzorg?” (hierna: de uitzending). De presentator leidt de uitzending als volgt in:
“De afgelopen jaren zijn d’r honderden miljoenen extra in de jeugdzorg gestoken, maar uit onderzoek blijkt dat de zorgaanbieders met dat extra geld nauwelijks meer jongeren helpen. Eind vorig jaar zaten er slechts 2% meer kinderen in de zorg dan het jaar daarvoor, terwijl de wachtlijsten weer groeien. De Tweede Kamer wil weten van minister Rouvoet van Jeugd en Gezin waar dat extra geld is gebleven.”
 
De uitzending begint vervolgens met beelden van het kabinet op het bordes bij de Koningin. De voice-over meldt:
“Het is één van de speerpunten van het kabinet Balkenende 4; het oplossen van de problemen in de jeugdzorg. En André Rouvoet van de ChristenUnie zou die klus klaren. Honderden miljoenen extra gingen er naar de aanpak van de wachtlijsten voor kinderen met ernstige opvoed- en opgroeiproblemen. Tot nu toe met weinig succes. De wachtlijsten groeien weer en met het extra geld leveren de zorgaanbieders nauwelijks extra zorg. Dat blijkt uit de eigen rapportages van de jeugdzorg.”
Vervolgens bericht de voice-over:
“Op 1 januari van het vorige jaar zaten er 32.916 jongeren in zorg. Op 31 december waren dat er 33.659. Dat zijn er slechts 743 meer, oftewel ruim 2%.”
De genoemde cijfers worden daarbij in beeld gebracht.
 
Hierna komt Ineke Dezentjé Hamming, Tweede Kamerlid voor de VVD, aan het woord. Zij zegt onder meer:
 
“Het kan toch niet de bedoeling zijn, want waar blijft dat geld dan. Dat moet echt gaan naar de jeugdzorg voor die kinderen. Die kinderen moeten er mee geholpen zijn.”
 
En Mirjam Sterk, Tweede Kamerlid voor het CDA, meldt:
“Daar heb ik inderdaad wel grote vragen bij, want we hebben inderdaad meer geld gedaan omdat er zoveel kinderen op de wachtlijst staan. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat het geld ook bij die kinderen terecht komt. En niet in een organisatie verdwijnt.”
 
Daarop bericht de voice-over:
“Intussen zijn de lasten van de zorgaanbieders dus vorig jaar flink gestegen. Met 114 miljoen euro, oftewel 14%. In het rapport staan nieuwe kostenposten, die in 2006 niet werden opgevoerd. Zoals afschrijvingen 24 miljoen euro, financiële lasten 2,8 miljoen euro en overige kosten 10,8 miljoen euro. Uit het rapport wordt niet duidelijk wat er met dat geld is gebeurd.”
Ook deze cijfers worden getoond.
 
De twee Tweede Kamerleden vertellen vervolgens welke vragen zij onder meer aan minister Rouvoet zullen stellen over het tot nu toe gevoerde beleid van de minister en de kosten in de jeugdzorg. De voice-over gaat daarna verder:
“In de jeugdzorg gaat jaarlijks ruim 1,2 miljard euro om. Geld van minister Rouvoet dat door de provincies wordt verdeeld onder Bureaus Jeugdzorg en de zorginstellingen. Tot nu toe zijn er met de sector geen prestatieafspraken over wat er voor dat geld geleverd moet worden. Uit het jaaroverzicht van de zorgaanbieders blijkt dat kinderen die eenmaal in de jeugdzorg terecht komen daar langer blijven omdat er vaak meerdere behandelingen op ze wordt losgelaten. Dat aantal steeg met ruim 2200, bijna 6%”.
Wederom worden de genoemde cijfers in beeld gebracht, en wel onder het kopje ‘Behandelingen in de jeugdzorg’.
 
Vervolgens meldt Tweede Kamerlid Sterk:
“Je moet oppassen dat kinderen niet bij Bureau Jeugdzorg binnenkomen en daar blijven hangen en inderdaad het ene onderzoek na het andere krijgen. Ik kan me voorstellen dat soms een natraject nodig is als iemand bijvoorbeeld in een instelling heeft gezeten om weer helemaal terug te kunnen keren. Maar we moeten de onderzoeken en de trajecten zoveel mogelijk beperken wat mij betreft om zo snel mogelijk kinderen echt weer gewoon op de normale plek terug te krijgen.”
 
Daarna wordt door zowel de voice-over als de beide Tweede Kamerleden het functioneren van minister Rouvoet aan de orde gesteld. De voice-over meldt daarbij onder meer dat op de minister kritiek wordt geuit omdat de wachtlijsten weer groeien en de minister verantwoordelijkheden zou afschuiven. Kamerlid Dezentjé Hamming zegt voorts onder meer:
Dit kan zo niet langer. (…). Ik moet het allemaal nog zien, maar ik ben totaal niet overtuigd.”
 
De voice-over bericht vervolgens:
“Zo’n 6600 jongeren staan nu op de wachtlijst voor jeugdzorg. Rouvoet heeft gezegd dat de wachtlijsten eind volgend jaar zijn opgelost. Maar de VVD vindt dat hij verkeerde prioriteiten stelt.”
 
Waarop Tweede Kamerlid Dezentjé Hamminga onder meer zegt:
“(…) laat de Staat zich bezig houden met waar de overheid voor is om dit soort zaken, die zorg voor die kinderen aan te pakken en op te lossen en dat laat hij liggen.”
 
De voice-over vertelt vervolgens:
“Ondanks zijn eerdere toezegging weigert Rouvoet om voor de camera van EénVandaag te reageren op de cijfers uit het jeugdzorgonderzoek. Via de mail laat hij weten (…):”.
Daarna komt de volgende tekst in beeld, die tevens wordt voorgelezen:
“Er is veel af te dingen op de redeneringen en conclusies van EénVandaag over de jeugdzorgrapporten. … Ik zal de Kamer meer in detail informeren dan in het bestek van deze uitzending mogelijk is.”
 
De voice-over bericht:
“De voorzitter van de brancheorganisatie jeugdzorg reageert wel. Hij bevestigt dat er eind 2007 maar 743 jongeren meer in zorg zaten dan aan het begin van het jaar.”
Hans Kamps, voorzitter brancheorganisatie MOgroep Jeugdzorg, komt vervolgens in beeld en zegt:
“Ja dat klopt, maar er is in dat jaar, is er dus heel veel gebeurd. Er zijn ongeveer 33.000 jongeren ook weer bijgekomen en weer uitgestroomd.”
Daarna zegt de voice-over:
“Over de tientallen miljoenen die naar afschrijvingen en overige kosten zijn gegaan zegt hij (…)”
Kamps:
“Nou, dat, dat is conform de Wet op de Jaarrekeningen, mag je afschrijven op je huisvesting. En dat wordt natuurlijk ook gedaan door de zorgaanbieders.”
En op de vraag van de verslaggever wat dan overige kosten van 10,8 miljoen zijn, zegt Kamps:
 “Nou dat zou ik niet uit m’n hoofd weten. Ik denk dat daar een post afschrijvingen bij zit. Maar je meubilair, je inventaris zit er ook bij.”
De voice-over meldt daarna:
“Het geld voor de jeugdzorg is volgens Kamps zeker goed besteed. Wel moeten de rapporten in het vervolg wat helderder.”
Kamps zegt daarop:
“Ik ben het wel met u eens dat de cijfers veel helderder gepresenteerd kunnen worden. En ik zal ook zorgen dat dat gebeurt. (…) Bij het volgende rapport, zullen we dat afspreken? ”
 
Ten slotte sluit de presentator de uitzending af als volgt:
“Nou, dat is goed nieuws in elk geval. De Tweede Kamer behandelt morgen de begroting van het ministerie van Jeugd en Gezin, de begroting van minister Rouvoet. En CDA en VVD zullen hem zo te horen dan behoorlijk aan de tand gaan voelen.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat verweerders in de uitzending onjuiste conclusies hebben getrokken uit de rapporten ‘Brancherapport Bureaus Jeugdzorg 2007’ en ‘Brancherapport Zorgaanbieders Jeugdzorg 2007’. Vervolgens hebben verweerders de nadere uitleg door klaagster genegeerd, de onjuiste conclusies in de uitzending als feiten gepresenteerd en bovendien Tweede Kamerleden op die onjuiste conclusies laten reageren. Volgens klaagster was daarmee de toon van de uitzending gezet en krijgt de kijker het onterechte beeld dat er veel extra geld naar de jeugdzorg gaat, zonder dat daarvoor meer zorg wordt geboden. Dat onjuiste beeld wordt niet weggenomen, door aan het eind van de uitzending haar voorzitter Kamps in beeld te brengen, aldus klaagster.
Zij zet vervolgens uiteen op welke wijze voorafgaand aan de uitzending contact met verweerders heeft plaatsgevonden. Volgens klaagster heeft Sol op woensdag 5 november contact opgenomen met J. Andriessen, senior communicatieadviseur, en hem gevraagd of het klopt dat er veel extra geld naar de jeugdzorg gaat, maar dat er amper meer cliënten worden geholpen. Daarnaast stelde Sol dat er diverse extra lasten bij de zorgaanbieders zijn opgevoerd, die om een verklaring vragen. Andriessen heeft aangegeven op de vraag van Sol terug te komen. In het daaropvolgende gesprek, later die middag, wijst Andriessen op het persbericht van 16 juli 2008 van klaagster, dat met beide brancherapporten openbaar is gemaakt. Sol neemt daarmee volgens klaagster geen genoegen, waarop Andriessen haar verzoekt haar vragen en conclusies per e-mail toe te zenden. Na ontvangst van deze e-mail deelt Andriessen aan Sol mee dat beantwoording van de vragen enige tijd vergt en dat hij hier vrijdag 7 november op terug zal komen. Ook meldt Andriessen dat Kamps, voorzitter van klaagster, vrijdag beschikbaar is om de woordvoering te doen. Aangezien Sol die dag niet beschikbaar is, wordt afgesproken om op maandag 10 november het gesprek met Kamps op camera op te nemen. Vervolgens heeft Sol op donderdag 6 november op basis van haar conclusies de interviews met de twee Tweede Kamerleden afgenomen. Op vrijdagmiddag 7 november neemt Andriessen weer contact op met Sol om alvast een reactie te geven op haar vragen. Zo brengt hij naar voren dat het aantal cliënten toch echt is toegenomen en dat een van de conclusies van Sol slechts is gebaseerd op één van de instroombronnen bij Bureau Jeugdzorg. Volgens klaagster blijft Sol echter bij haar conclusies. Daarnaast wijst Andriessen erop dat tijdelijk veel extra personeel is aangetrokken op basis van incidenteel beschikbaar gesteld geld, maar dat in het budget alleen de vaste krachten zijn opgenomen. Volgens klaagster verklaart dit de relatief geringe stijging van vaste medewerkers in de rapporten. Wat de kostenposten betreft, meldt Andriessen dat hij daar nog op terug zal komen. Volgens klaagster geeft Sol aan dit merkwaardig te vinden, omdat dit soort zaken volgens haar toch al lang bekend zouden moeten zijn. Ook overigens is de teneur van het gesprek volgens klaagster grimmig en agressief, waarbij Sol laat merken niet van haar lijn te willen afwijken. Op zaterdag 8 november stuurt Andriessen nog een e-mail naar Sol waarin hij uitlegt dat de vermeende nieuwe kostenposten zijn te verklaren uit een herschikking van posten. Verder wijst hij er nogmaals op dat het aantal cliënten bij Bureau Jeugdzorg wel degelijk is toegenomen. In het gesprek op maandag wijst ook Kamps daarop en brengt hij naar voren dat er in 2007 circa 33.000 jongeren in de jeugdzorg zijn in- en uitgestroomd.
Wat betreft de onjuiste conclusies over de toename van het aantal cliënten, wijst klaagster erop dat uit het Brancherapport Bureaus Jeugdzorg 2007 blijkt dat het totale aantal cliënten is gestegen van 122.321 in 2006 tot 136.999 in 2007, hetgeen een toename is van 12%. Voorts is het aantal cliënten op 31 december 2007 in vergelijking tot 1 januari 2006 met 19% toegenomen. Ter zitting benadrukt klaagster in dit verband dat er een verschil bestaat tussen standgegevens (de stand van zaken op een bepaald moment) en stroomgegevens (de doorstroming in een bepaalde periode). Volgens klaagster hebben verweerders zich ten onrechte enkel gebaseerd op de standgegevens en dus niet gekeken naar het aantal geholpen cliënten of het aantal geleverde zorgtrajecten. Daarbij wijst klaagster ter zitting voorts op een grafiek uit het Brancherapport Zorgaanbieders Jeugdzorg 2007, waaruit blijkt dat in 2007 66.233 unieke cliënten zijn geholpen. Helaas konden deze cijfers niet met betrouwbare cijfers uit 2006 worden vergeleken, omdat in dat jaar alleen het aantal trajecten werd geregistreerd en nog niet het aantal unieke cliënten. Daar is men pas in 2007 mee begonnen.
Klaagster wijst erop dat dit belangrijke onderscheid ook door Kamps is uitgelegd. Dat deel van het interview is echter niet in de uitzending opgenomen. Daarbij komt dat verweerders op dit punt een essentiële zin uit de reactie van minister Rouvoet hebben weggelaten. Ook Rouvoet wees er namelijk op dat in de conclusies van verweerders “alleen wordt gekeken naar de begin- en eindstand van het jaar, wat niets zegt over alle kinderen die in de loop van het jaar zorg hebben ontvangen”. Volgens klaagster neemt dus ook de minister uitdrukkelijk afstand van de conclusies van EénVandaag.
Met betrekking tot de kostenposten merkt klaagster voorts op dat de kostenposten van de zorgaanbieders gedeeltelijk zijn herschikt. Vergeleken bij 10,3% huisvestingskosten in 2006 is van deze kostenpost (7,2% in 2007) in 2007 een deel apart opgevoerd als financiële lasten (0,3%), een deel als afschrijvingen (2,6%) en een deel als overige kosten (1,2%). Dit komt neer op een totaal van 11,3%, wat door Andriessen ook in zijn mail is uitgelegd. De kostenstijging is naar verhouding zeer gering, namelijk zo’n € 200.000 per instelling. Dat niet direct kan worden verteld wat precies onder de kostenpost ‘overige kosten’ moet worden geschaard, heeft te maken met het feit dat het rapport wordt gebaseerd op gegevens die door 48 instellingen worden verstrekt, zo legt klaagster ter zitting uit. Om een specificatie van deze kostenpost te kunnen geven, zal dus informatie moeten worden ingewonnen bij al die instellingen. Volgens klaagster verklaart dit waarom Kamps deze vraag niet maar zo kon beantwoorden in het interview.
Klaagster betwist niet dat wederhoor is toegepast, maar stelt dat verweerders vervolgens met dat wederhoor niets hebben gedaan, terwijl klaagster adequaat, behulpzaam en open heeft gereageerd. Aldus is volgens klaagster in de uitzending ten onrechte het beeld naar voren gebracht dat er veel extra geld naar de jeugdzorg gaat, maar dat daar niets mee wordt gedaan. Volgens klaagster hebben verweerders in zoverre dan ook onzorgvuldig gehandeld.
 
Verweerders stellen dat zij zich niet kunnen vinden in hetgeen door klaagster naar voren is gebracht. Volgens verweerders gaat het om een lezing of interpretatie van de brancherapporten. Wat daarover in de uitzending is bericht, zijn feiten en cijfers die direct afkomstig c.q. herleidbaar zijn uit de brancherapporten. Verweerders wijzen erop dat de uitzending als insteek had de kijker informatie en inzicht te verschaffen over de aantallen jongeren die in 2007 daadwerkelijk in de zorg en door zorgaanbieders zijn behandeld. De financiële verantwoording ten aanzien van deze zorg speelde daarbij een belangrijke rol. Volgens verweerders is door de redactie een vrije en weloverwogen keuze gemaakt in de selectie van feiten, die waarheidsgetrouw zijn weergegeven. Verweerders achtten het daarbij van belang dat er extra geld naar de jeugdzorg is gegaan juist met als doel om de wachtlijsten weg te werken. Voor die insteek hebben zij dan ook gekozen. Zij betwisten met klem dat zij hebben geconcludeerd dat er geen goed werk wordt gedaan in de jeugdzorg, die conclusie wordt nergens in de uitzending getrokken.
Voorts stellen verweerders dat er uiteraard ter voorbereiding op de uitzending zorgvuldig onderzoek is gepleegd. Verweerders zijn door een bij de redactie bekende en betrouwbare tipgever, een ex-medewerker van het Inter Provinciaal Overleg (IPO), gewezen op de brancherapporten. Uit onderzoek van deze ex-medewerker, die betrokken is bij de jeugdzorg, bleek dat in het begeleidende persbericht van klaagster van 16 juli 2008 een aantal belangrijke feiten uit de rapporten niet aan de orde komt. De redactie is zich daarop gaan verdiepen in de rapporten en na uitvoerige bestudering heeft Sol die informatie naast de conclusies van de tipgever gelegd. Volgens verweerders bleek uit het Brancherapport Bureaus Jeugdzorg 2007 dat veel meer jongeren zijn doorverwezen naar de zorgaanbieders, hetgeen ook hun taak is. In het Brancherapport Zorgaanbieders Jeugdzorg 2007 blijkt echter uit de tabel waarin het aantal unieke cliënten in 2007 staat vermeld, dat het om slechts 743 meer jongeren gaat, wat neer komt op 2,2%. Wel is het aantal zorgtrajecten behoorlijk gegroeid, maar de stijging van het aantal trajecten zegt niets over het aantal extra unieke jongeren, aldus verweerders.
Volgens verweerders wordt uit de brancherapporten niet duidelijk wat er is gebeurd met het extra geld, dat is uitgetrokken om de wachtlijsten voor de jeugdzorg op te lossen. Mogelijk is het aantal trajecten toegenomen, maar er zijn maar weinig extra jongeren geholpen. Daarom heeft Sol besloten om bij verschillende betrokken partijen verder te informeren. Zij heeft ook contact opgenomen met klaagster en gesproken met Andriessen. Deze heeft zij gevraagd of het klopt dat er meer extra geld naar de jeugdzorg gaat, maar dat er nauwelijks meer unieke cliënten worden geholpen. Daarnaast heeft zij hem gevraagd uitleg te geven over de nieuwe kostenposten in 2007. Volgens verweerders heeft Andriessen in eerste instantie naar het persbericht verwezen. Dat persbericht heeft echter met name betrekking op het extra werk van de bureaus Jeugdzorg, terwijl Sol juist vragen wilde stellen over gegevens die naar aanleiding van het rapport van de zorgaanbieders haar belangstelling hebben gewekt. Volgens verweerders blijft Andriessen echter verwijzen naar het persbericht en krijgt Sol geen antwoord op haar vragen. Ter zitting hebben verweerders in dit kader nog opgemerkt dat de stelling van klaagster over de vermeende agressieve of grimmige houding van Sol waarschijnlijk wordt ingegeven door het ongenoegen van klaagster over het feit dat Sol geen genoegen nam met de verwijzing naar het persbericht.
Om toch nog antwoorden te krijgen, heeft Sol vervolgens een lijst vragen per e-mail gestuurd. Daarop is haar gemeld dat haar vragen pas vrijdag 7 november beantwoord konden worden. Ondertussen heeft zij reeds interviewafspraken met twee Tweede Kamerleden. Ook minister Rouvoet wilde reageren en dat gesprek zou maandag 10 november plaatsvinden.
Volgens verweerders hebben de betrokken kamerleden de rapporten voorafgaand aan het interview zelf beoordeeld en geven zij in de interviews hun persoonlijke mening als volksvertegenwoordiger. Zij hebben daarbij met name kritiek op minister Rouvoet en zijn van mening dat niet duidelijk wordt waar het geld voor de jeugdzorg direct naar toe gaat, terwijl dat geld alleen bestemd was voor directe zorg aan het kind. Dat de reactie van klaagster niet aan de Tweede Kamerleden kon worden voorgelegd, is louter te wijten aan het feit dat klaagster nog geen reactie had gegeven.
Volgens verweerders blijft Andriessen zich vervolgens in zijn reactie baseren op het rapport Bureau Jeugdzorg, terwijl de vragen van Sol met name te maken hadden met het rapport over de zorgaanbieders. En op de vragen over de kostenposten krijgen verweerders nog steeds geen antwoord. Pas in de e-mail van 8 november wordt gesteld dat de nieuwe posten zijn te verklaren uit een herschikking van de huisvestingspost. Volgens verweerders laat dit echter onverlet dat in het brancherapport de posten als nieuw worden vermeld. Bovendien blijft ondanks de herschikking nog steeds een post van ca. 10 miljoen euro over, waarvan niet duidelijk is wat daarmee is gebeurd. Ook Kamps heeft deze terechte vraag in het interview niet beantwoord. Volgens verweerders is de onduidelijkheid over de kostenposten ook in de Tweede Kamer aan de orde geweest en heeft de minister noch klager daarover tot op de dag van vandaag duidelijkheid kunnen geven.
Wat de reactie van de minister betreft, brengen verweerders naar voren dat Sol ongeveer anderhalf uur voordat het interview zou plaatsvinden een sms-bericht van de woordvoerder van de minister heeft ontvangen. Daarin werd gemeld dat de minister toch niet voor de camera zou reageren, maar dat per e-mail een schriftelijke reactie zou worden toegezonden. Deze schriftelijke reactie is in de uitzending meegenomen. Met betrekking tot het weglaten van één zin merken verweerders ter zitting op dat dit slechts een reactie was op een van de vele vragen aan de minister. Verweerders betwisten bovendien dat het een essentiële zin betrof, die voor de kijker meer duidelijkheid had kunnen brengen.
Verweerders hebben getracht een waarheidsgetrouwe uitzending te maken door de feiten rechtstreeks te baseren op de gegevens uit het Brancherapport Zorgaanbieders Jeugdzorg 2007. Voorts betwisten verweerders dat een eenzijdig beeld is ontstaan, nu in de berichtgeving diverse meningen, interviews en feiten zijn uitgezonden. Bovendien is voldoende gelegenheid geboden tot wederhoor. Verweerders wijzen erop dat het vervolgens de verantwoordelijkheid van de journalist is om te onderzoeken of de antwoorden juist zijn. De stelling van klaagster dat de conclusies van verweerders onjuist zijn, wordt niet weggenomen door een reactie, inhoudend dat men een gemotiveerde weerlegging heeft gegeven op slechts een deel van de gestelde vragen. Er kan dan ook niet anders worden geconcludeerd dan dat journalistiek zorgvuldig is gehandeld, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders een onjuist beeld hebben geschetst over wat binnen de jeugdzorg wordt gedaan met het extra geld dat aan de jeugdzorg ter beschikking is gesteld, door onjuiste conclusies als feiten te presenteren en een deel van de reactie van klaagster niet in de uitzending naar voren te brengen.
 
Ingevolge artikel 1.1. van de Leidraad van de Raad bericht de journalist waarheidsgetrouw. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. Bovendien dient de journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen, en behoort hij eenzijdige en tendentieuze berichtgeving te vermijden. (zie punten 1.4. en 1.5. van de Leidraad)
 
De Raad neemt bij zijn oordeel in aanmerking dat verweerders ervoor hebben gekozen om aandacht te besteden aan een speerpunt van het kabinet – te weten het terugdringen van de wachtlijsten in de jeugdzorg – en de besteding van het extra geld dat daarvoor is uitgetrokken. Hoewel de brancherapporten van klaagster kennelijk aanleiding vormden voor de uitzending, stonden daarin de effectiviteit van het beleid van minister Rouvoet en diens optreden centraal. Dit zal ook aan de gemiddelde kijker voldoende duidelijk zijn geworden door onder meer de inleiding van de uitzending, de kritiek die op de minister wordt geuit en de vele beelden van de minister die ter illustratie bij de voice-over teksten zijn getoond.
 
Voorts stelt de Raad vast dat voorafgaand aan de uitzending verschillende keren contact heeft plaatsgevonden tussen klaagster en verweerders. Daarbij is meerdere keren gesproken over het aantal kinderen dat ten opzichte van 2006 in 2007 al dan niet extra zou zijn geholpen. Klaagster heeft onder meer per e-mail, maar ook in een interview een toelichting gegeven en vragen beantwoord. Aldus is niet in geschil dat wederhoor heeft plaatsgevonden. Klaagster meent echter dat van de door haar verstrekte informatie onvoldoende tot geen gebruik is gemaakt, waardoor een eenzijdig beeld over de jeugdzorg is ontstaan.
 
De Raad is van oordeel dat de aan de uitzending voorafgaande schriftelijke reacties van klaagster niet zodanig duidelijk zijn dat – voor zover al sprake zou zijn van onjuiste conclusies van verweerders – daarmee die conclusies op ondubbelzinnige wijze worden weerlegd. Zo blijkt uit de reacties niet duidelijk wat het onderscheid is tussen stand- en stroomgegevens c.q. wat de relevantie is van dat onderscheid. Evenmin blijkt uit de reacties waarom de gegevens van het aantal unieke cliënten voor het jaar 2006 ontbreken, zodat een goede vergelijking met het jaar 2007 (waarvoor die gegevens wel beschikbaar waren) in zoverre niet mogelijk is.
Daarbij komt dat in de uitzending klaagsters voorzitter Kamps aan het woord is gelaten, die benadrukt dat in 2007 ongeveer 30.000 jongeren zijn in- en uitgestroomd. Ondanks het feit dat Kamps – gelet op de eerdere schriftelijke correspondentie tussen partijen – ervan op de hoogte had kunnen zijn dat hem zou worden gevraagd naar een verklaring voor de ‘overige kosten van ca. 10 miljoen’ geeft hij daarop in het interview geen duidelijk antwoord. Verder erkent Kamps dat de cijfers ‘helderder gepresenteerd kunnen worden’.
Voor zover klaagster geen adequaat gebruik heeft gemaakt van de haar geboden mogelijkheid tot wederhoor – omdat zij de haar gestelde vragen niet afdoende heeft beantwoord – kan dat verweerders niet worden verweten. Voor zover klaagsters reactie wèl in de uitzending is verwerkt, is dat niet gebeurd op een wijze die de conclusie rechtvaardigt dat onvoldoende toepassing is gegeven aan het beginsel van wederhoor.
 
Wat de kostenposten betreft ware het wellicht beter geweest indien verweerders in de uitzending duidelijker naar voren hadden gebracht dat een deel van de nieuwe posten betrekking heeft op een herschikking van kosten die ook reeds in 2006 zijn gemaakt. Naar het oordeel van de Raad is ter zake echter geen sprake van zodanig onjuiste berichtgeving dat als gevolg daarvan de uitzending jegens klaagster onzorgvuldig moet worden geacht.
 
Gelet op de insteek van de uitzending en hetgeen hiervoor is overwogen, in samenhang bezien, bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘EénVandaag’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 27 februari 2009 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. drs. M.G.N. Mathot en drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.