2009/16 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van GeenStijl.nl
 
In een brief met vier bijlagen, bij de Raad binnengekomen op 16 december 2008, heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van GeenStijl.nl (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 januari 2009, waar klager is verschenen. Klager is ter zitting bijgestaan door zijn vader, moeder, broer en Y.
 
DE FEITEN
 
Op 7 september 2008 is op de website www.geenstijl.nl een artikel gepubliceerd onder de kop “X de V-hals Vandaal Verveelt zich”. Het artikel vangt aan met de woorden: “Hallo allemaal, dit is X. X is 15 jaar oud, woonachtig in (….), .” Verder staat in het artikel de volgende passage:
“Wat deze statistieken echter verzwijgen is de factor ‘vandaal’ bij X. En die is zeker wel aanwezig. Even opletten inwoners van (…), want als u zich nog afvroeg wie toch degene was die die picknickset in de hens heeft gezet en wie verantwoordelijk was voor het vernielen van een speeltoestel, dan komt hier het antwoord: (…). Want tja ‘je moet wat doen tegen verveling’ toch? En dingen in de hens steken is nu eenmaal ‘wel ff gek’.”
 
Het bericht bevat links naar zogeheten ‘mirrors’ van foto’s die klager op de website www.superdudes.nl had geplaatst.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat hij ten onrechte op een smadelijke en lasterlijke wijze wordt beschuldigd van brandstichting en vernieling. Klager wijst erop dat het artikel is gebaseerd op foto’s die hij zo’n anderhalf jaar vóór de gewraakte publicatie bij zijn profiel op de website www.superdudes.nl had geplaatst. Ter zitting heeft klager naar voren gebracht dat de foto betreffende de vermeende brandstichting betrekking had op een groot vuur dat elk jaar rond Oud en Nieuw in het dorp wordt georganiseerd. Net als vele andere dorpsgenoten was hij op dat moment toeschouwer. Brandstichter was hij dus zeker niet, aldus klager. De andere foto, betreffende de vermeende vernieling, is gemaakt bij een speeltuin die reeds afgebroken was. De foto heeft hij in scene gezet en van vandalisme was geen sprake.
Klager benadrukt dat bij het artikel een foto is geplaatst waarop hij herkenbaar in beeld is. Bovendien worden in het artikel zijn voornaam, leeftijd, woonplaats en school vermeld. In de reacties die vervolgens bij het artikel zijn geplaatst, zijn bovendien zijn achternaam, mobiele nummer en e-mailadres vermeld. De reacties waarin zijn mobiele nummer en e-mailadres zijn genoemd, zijn overigens inmiddels door verweerder verwijderd, aldus klager. Hij acht overigens van belang dat hij nog minderjarig is.
Volgens klager heeft een en ander geleid tot een stortvloed aan kwetsende, beledigende, seksueel getinte, vernederende en bedreigende reacties; niet alleen op de site van verweerder, maar ook op bijvoorbeeld klagers Hyves-site.
Klager begrijpt niet waarom verweerder nu opeens aanleiding ziet om over hem te berichten, wat de reden is dat de pijlen op hem persoonlijk zijn gericht en wat verweerder daarmee hoopt te bereiken. Kennelijk beseft verweerder niet dat dit artikel een ernstige inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van klager. Klager meent dan ook dat verweerder de fatsoensnormen met voeten heeft getreden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerder ongefundeerde beschuldigingen aan klagers adres heeft geuit en klagers privacy ongerechtvaardigd heeft aangetast.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist bij het publiceren van beschuldigingen onderzoekt of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad)
 
In het artikel wordt klager aangeduid als ‘vandaal’ en wordt beweerd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan brandstichting en vernieling. Aldus bevat het artikel zodanig ernstige beschuldigingen aan het adres van klager dat verweerder deze niet zonder deugdelijke grondslag en zonder toepassing van wederhoor had mogen publiceren.
Klager heeft de beschuldigingen gemotiveerd betwist. Niet aannemelijk is geworden dat voor de beschuldigingen een voldoende deugdelijke grondslag bestaat en evenmin is gebleken dat aan klager de mogelijkheid tot wederhoor is geboden.
 
Verder overweegt de Raad dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens moet bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad) Een journalist zal derhalve steeds een afweging dienen te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en moeten vermijden dat nodeloos schade wordt toegebracht.
Bovendien heeft de redactie een verantwoordelijkheid voor de reacties van derden die onder artikelen op haar website verschijnen. Gelet op de aard van het internet kan van de redactie niet verwacht worden dat zij al deze reacties vooraf controleert. Wel kan de redactie besluiten eenmaal geplaatste reacties te verwijderen. (zie punt 5.4. van de Leidraad)
 
In het artikel zijn de voornaam, leeftijd, woonplaats en school van klager vermeld. Bovendien is bij het artikel een portretfoto van klager geplaatst. In reacties onder het artikel is verder de achternaam van klager vermeld. Klager is aldus in de publicatie algemeen herkenbaar.
Niet is gebleken dat met de vermelding van klagers persoonlijke gegevens en de plaatsing van zijn foto een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. En voor zover al sprake zou zijn van een dergelijk maatschappelijk belang, is niet gebleken dat verweerder op verantwoorde wijze dat belang heeft afgewogen tegen het belang van klager bij de bescherming van diens privacy. Naar het oordeel van de Raad is met de berichtgeving klagers privacy dan ook disproportioneel aangetast.
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder, door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, de grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 27 februari 2009 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. drs. M.G.N. Mathot en drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.