2009/12 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting Samenwerkingsverband van Marokkanen in Nederland (SMN)
 
tegen
 
B. Lenssen en de hoofdredacteur van Spitsnieuws.nl
 
Bij brief van 19 november 2008 met twee bijlagen heeft drs. F. Azarkan Msc RE, directeur, namens de Stichting Samenwerkingsverband van Marokkanen in Nederland te Utrecht (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen B. Lenssen en de hoofdredacteur van Spitsnieuws.nl (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 januari 2009, waar namens klaagster voornoemde Azarkan en mr. A. Charifi, secretaris, zijn verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 7 november 2008 is op de internetsite www.spitsnieuws.nl een artikel van de hand van Lenssen verschenen onder de kop “Brute straatroof door Marokkanen”, waarvan de intro luidt:
“Twee mannen hebben gisteren in Den Haag gedreigd een tweejarig kind te ontvoeren als de moeder van de peuter haar pincode niet zou afgeven. Dat gebeurde tijdens een straatroof op klaarlichte dag. Nadat zij de pincode hadden gekregen gooiden ze de kinderwagen omver, waardoor het kindje op straat viel.”
Verder vermeldt het artikel:
“De politie spreekt van een “weerzinwekkende straatroof”. Ze beschikt wel over een duidelijk signalement. De mannen zijn vermoedelijk van Turkse of Marokkaanse komaf en zijn beide ongeveer 1.80 meter lang. Een van hen had bijna doorlopende wenkbrauwen en een opvallend brede neus.”
 
Vervolgens is op 10 november 2008 op www.spitsnieuws.nl een artikel met de kop “Vrouw verzint straatroof” verschenen. Daarin wordt gemeld dat de in het artikel van 7 november 2008 beschreven straatroof door de vrouw blijkt te zijn verzonnen.
 
Daarnaast is op 13 november 2008 op www.spitsnieuws.nl een artikel van de hand van Lenssen gepubliceerd onder de kop “Marokkaanse inbrekers gepakt”. Het artikel luidt als volgt:
“Tijdens een verkeerscontrole op de A1 bij Rijssen-Holten heeft de politie woensdagnacht een inbraak voorkomen. Vier Marokkanen bleken namelijk inbrekersgereedschap bij zich te hebben. Dat meldt de Stentor.
Hun voertuig lag vol met koevoeten, schroevendraaiers, handschoenen en portofoons. Een rijke wijk in Almelo stond ingetoetst als eindbestemming op hun navigatiesysteem.”
 
In het artikel is een link opgenomen naar een door verweerders gearchiveerde publicatie in de Stentor. De kop van die publicatie luidt: “Potentiële inbrekers gepakt bij controle A1”.
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt ten aanzien van het bericht van 7 november 2008 dat ten onrechte in de kop wordt vermeld dat de straatroof door Marokkanen is gepleegd. Klaagster wijst erop dat uit het bericht kan worden opgemaakt dat niet vast staat of de straatroof is gepleegd door Marokkanen, omdat het gaat om ‘vermoedelijke’ daders en omdat de daders evengoed van Turkse afkomst zouden kunnen zijn. Ter zitting heeft klaagster in dit verband naar voren gebracht dat het in beginsel een afweging van de journalist is of de etniciteit al dan niet wordt vermeld. Maar in dit geval was het vermelden van de etniciteit onjuist en was de kop van het artikel zelfs niet in overeenstemming met de rest van het artikel. Bovendien vraagt klaagster zich af of het vermelden van de etnische afkomst van de daders überhaupt relevant is. Volgens klaagster had die vermelding in dit geval geen toegevoegde waarde. Voorts stelt klaagster dat het verweerders zou hebben gesierd indien zij in het artikel van 10 november 2008, waarin is gemeld dat de vrouw het hele verhaal had verzonnen, een rectificatie met betrekking tot de kop hadden geplaatst.
Ter zake van de publicatie van 13 november 2008 stelt klaagster dat daarin eveneens ten onrechte in de kop de etniciteit van de daders wordt vermeld. Ter zitting heeft klaagster opgemerkt dat verweerders het bericht klakkeloos van de Stentor hebben overgenomen en hebben nagelaten zelf een zorgvuldige afweging te maken. Klaagster heeft er verder op gewezen dat in het bericht op de website van de Stentor aanvankelijk ook de etniciteit was vermeld, maar dat die vermelding reeds enkele uren later is verwijderd. Op de website van verweerders is echter nog steeds de link naar het oude bericht geplaatst, zo stelt klaagster.
Zij betoogt dat de journalist in beide gevallen niet waarheidsgetrouw heeft gehandeld en dat de grenzen van journalistieke ethiek grof zijn overschreden. Ter zitting heeft klaagster hieraan nog toegevoegd dat een journalist uiteraard het recht heeft op vrije meningsuiting. Bovendien kan klaagster zich gevallen voorstellen waarin het vermelden van de etniciteit wel toegevoegde waarde heeft. In de onderhavige gevallen was die vermelding evenwel onzorgvuldig en onjuist, terwijl bovendien geen onderscheid is gemaakt tussen feiten en beweringen. Daarbij komt dat het vermelden van de etnische afkomst in beide gevallen niet nodig was voor de context van de berichtgeving.
Door de tendentieuze berichtgeving zijn de belangen van het collectief van Marokkanen in Nederland geschaad, aldus klaagster.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht is dat de twee gewraakte artikelen onjuist en tendentieus zijn, nu daarin ten onrechte de etniciteit van de vermeende daders is vermeld.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist de etnische afkomst alleen meldt wanneer dat nodig blijkt voor de context van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (zie punt 1.6. van de Leidraad van de Raad)
 
Met betrekking tot het artikel van 7 november 2008 stelt de Raad vast dat daarin over de vermeende daders wordt vermeld dat zij “vermoedelijk van Turkse of Marokkaanse komaf” zijn. De kop van het artikel “Brute straatroof door Marokkanen” dekt de lading niet en is feitelijk onjuist. Bovendien was de vermelding van de etniciteit van de vermeende daders in dit geval niet noodzakelijk voor de context van het nieuwsfeit, de – naar later bleek: verzonnen – straatroof. Het achterwege laten van de etniciteit zou geen afbreuk hebben gedaan aan de berichtgeving.
 
Ten aanzien van het artikel van 13 november 2008 overweegt de Raad het volgende. Kennelijk was ook in het bericht op de website van de Stentor aanvankelijk de etniciteit van de (vermeende) daders vermeld. Klaagster heeft aannemelijk gemaakt dat de berichtgeving op de website van de Stentor enkele uren na de eerste plaatsing is aangepast, waarbij de vermelding van de etniciteit is verwijderd. Verweerders hebben echter geen link opgenomen naar het (inmiddels aangepaste) bericht op de website van de Stentor, maar een link naar het door hun gearchiveerde oorspronkelijke bericht van de Stentor.
Niet is gebleken dat de vermelding van de etniciteit in het gewraakte bericht op de website van verweerders feitelijk onjuist is. Echter, ook in dit geval was die vermelding naar het oordeel van de Raad niet noodzakelijk voor de context van de berichtgeving. De omstandigheid dat die etniciteit aanvankelijk ook in een ander medium is vermeld, doet daaraan niet af; verweerders hebben een eigen verantwoordelijkheid om te komen tot een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen komt de Raad tot de slotsom dat verweerders ten aanzien van beide gewraakte artikelen de grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. 
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting op de website van Spitsnieuws.nl te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 13 februari 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. J.X. Nabibaks, enmw. drs. I. Wassenaar leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.