2009/11 ongegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘EénVandaag’ (AVRO/TROS)
 
Bij brief van 18 november 2008 heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘EénVandaag’ (hierna: verweerder). Hierop heeft J. Kriek, hoofdredacteur geantwoord in een brief van 19 december 2008 met een bijlage. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 28 december 2008.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 januari 2009, waar aan de zijde van verweerder voornoemde Kriek en M. de Bruijn, verslaggever, zijn verschenen. Klager was daar niet aanwezig.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 4 september 2008 is in een aflevering van het televisieprogramma ‘EénVandaag’ een reportage uitgezonden onder de titel “Inzage medische dossiers moeilijker” (hierna: de uitzending). In de uitzending is aandacht besteed aan de wens van klager om inzage te krijgen in het medische dossier van zijn overleden broer. De presentator leidt de uitzending als volgt in:
“Hij ziet het als de strijd van David tegen Goliath. De broer van een man die zelfmoord heeft gepleegd, denkt dat er fouten zijn gemaakt bij de psychiatrische behandeling van de broer. Hij wil inzage in het dossier, maar de betrokken instelling weigert dat met een verwijzing naar het beroepsgeheim van artsen en psychiaters. En dan volgt een moeizame strijd.”
Vervolgens komt klager in beeld, die onder meer een afscheidsbrief van zijn broer laat zien. Ook worden beelden getoond van de broer van klager en wordt een fragment getoond van de dvd die klagers broer voor zijn nabestaanden ter afscheid had gemaakt. Dat fragment bevat de tekst van een gedicht.
De voice-over meldt:
“Marco is waarschijnlijk in een psychose geraakt, een aandoening die kan wijzen op schizofrenie. Maar wat Marco precies had, zal onduidelijk blijven. Pas vlak voor zijn dood ging hij in behandeling bij een psychiatrische instelling. Volgens zijn broer is het juist daar fout gegaan.”
Klager zegt vervolgens:
“Zij waren er van op de hoogte dat mijn broer alleen woonde en dat hij dus niet dagelijks iemand had die zicht had op de invloed die de medicatie had. En dat was toch wel heel fijn geweest als daar meer contactmomenten waren geweest. (…).”
Daarop meldt de voice-over:
“De zaak van Marco staat symbool voor een dilemma; de privacy van iemand nadat hij overleden is. Mag de familie achteraf alles te weten komen?”
 
Klager vertelt daarop dat hij uit het feit dat zijn broer onder meer bankgegevens en wachtwoorden had achtergelaten opmaakt dat zijn broer er achter stond dat zijn gegevens openbaar gemaakt zouden worden.
 
Naast klager komt een aantal andere personen aan het woord. Zo wordt Thea Heeren van de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie over het dilemma geïnterviewd. Zij zegt onder meer:
“De meeste mensen gaan er natuurlijk gewoon van uit dat wat zij jou vertellen, dat dat tussen jou en hen blijft. En niet bij anderen terechtkomt.”
De verslaggever vraagt daarop:
“Maar welk belang is dan groter, dat van een patiënt die inmiddels overleden is of een familielid dat met een brandende vraag zit?”
Heeren:
“In principe vind ik gewoon het belang, zeker vanuit mijn behandeloogpunt, van de patiënt altijd het zwaarst wegen.”
 
En ook Marja Hasert van de vereniging van familieleden van schizofrenie-patiënten Ypsilon, komt aan het woord. Zij zegt onder meer:
“Je kunt spreken van respect voor een overledene in het geval van, eh, misschien staan er dingen in die een overledene niet wilde delen met zijn familielid. Heb ik allemaal respect voor, maar aan de andere kant moet je ook respect hebben voor nabestaanden die dit wel weer moeten zien te verwerken.”
 
Daarna komt klager nog een aantal keren aan het woord. Daarbij vertelt hij over de procedures die hij is gestart. Hij zegt onder meer:
“Het enige dat je ziet gebeuren, is dat instellingen zich alleen maar gaan verzetten. Die gaan met de hakken in het zand staan. En volgens mij kan dat niet de bedoeling zijn. Of hebben ze soms wat te verbergen?”
 
Aan het slot van de uitzending wordt door de presenator nog gemeld dat natuurlijk ook de psychiatrische instelling waar de broer van klager in behandeling was, om een reactie is gevraagd. Die schriftelijke reactie wordt vervolgens in beeld gebracht en luidt:
“Met de familie is actief contact gezocht. Daarbij is geprobeerd zo veel mogelijk openheid te geven. Van ‘veronderstelde toestemming’ van de overleden patiënt kon hier niet gesproken worden. De Inspectie heeft geconcludeerd dat bij de behandeling voldoende zorgvuldig en adequaat is gehandeld. Van nalatigheid is dan ook geen sprake.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij heeft besloten mee te werken aan de uitzending nadat minister Klink een uitspraak van een rechter naast zich neer had gelegd en had besloten dat het medisch dossier van klagers broer niet openbaar mag worden op basis van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.
Volgens klager heeft hij de afspraak gemaakt dat hij te allen tijde kon zeggen wat hij wel en niet uitgezonden wenste te hebben. Klager brengt in dat verband naar voren dat het schriftelijk vastleggen van de gemaakte afspraken volgens verslaggever De Bruijn niet nodig was.
Klager stelt dat de uitzending erover zou gaan waarom hij op deze wijze het medisch dossier van zijn broer had opgevraagd. Met klem benadrukt hij dat de reportage de andere kant zou belichten; waarom het medisch dossier in dit geval wél openbaar moet worden gemaakt. Ten onrechte wordt in de uitzending de indruk gewekt, dat klager van mening zou zijn dat medische dossiers altijd openbaar gemaakt moeten worden.
Klager merkt verder op dat aanvankelijk eerst een oriënterend gesprek zou plaatsvinden, maar dat men toch direct met een cameraploeg binnen kwam en alles meteen werd geïnstalleerd.
Ten behoeve van het noodzakelijke beeldmateriaal voor een goede uitzending, heeft klager de afscheidsbrief en dvd ter beschikking gesteld. De dvd wilde hij aanvankelijk niet in de openbaarheid brengen, omdat hij daarover een afspraak had met zijn ouders. Toen men hem liet weten dat de redactie daar discreet mee om zou gaan en hem werd verteld dat dit het belang van openheid van het medisch dossier zou ondersteunen, heeft klager toch besloten de dvd voor een deel te gebruiken. Klager benadrukt dat het uiteraard om zeer gevoelige privé details ging, die hij alleen maar wilde afstaan als het een bepaald doel zou dienen.
Klager stelt voorts dat hij na de opnames werd gebeld en dat hem werd verteld dat de opzet en uitvoering van de reportage – nadat verweerder bij GGZ Nederland was geweest – toch iets anders zou worden. Volgens klager heeft hij daarop medegedeeld dat hij in dat geval niet meer bereid was de gevoelige gegevens te laten gebruiken. Daarnaast heeft hij, overeenkomstig eerdere afspraken, aangegeven dat hij het programma eerst wilde zien om zijn medewerking te kunnen heroverwegen, zo stelt klager.
Volgens klager zijn de beelden vervolgens toch gebruikt, en wel om een soort reclamespot te maken voor GGZ en duidelijk te maken dat het toch vooral om het belang van de privacy van de cliënt gaat. Klager wijst erop dat dit in beginsel natuurlijk de regel is, maar dat ingevolge de gedragsregels van artsen en ingevolge jurisprudentie het medisch dossier moet worden overgelegd indien een medische fout wordt vermoed. Volgens klager overtreden artsen in dit geval hun eigen gedragsregels. Daarom heeft hij ook geprobeerd om via de Wet openbaarheid van bestuur openheid van zaken te krijgen. In de uitzending zou dit ook nader worden belicht. Volgens klager mag hij, indien de koers later wijzigt, verwachten dat men zich vervolgens aan de afspraak houdt en op z’n minst de uitzending door klager laat valideren.
Nadat klager zijn bezwaren tegen de gang van zaken had kenbaar gemaakt, heeft hij – vlak voor de uitzending – nog een gesprek gehad met Kriek. Op dat moment was hij echter al moe gestreden, aldus klager. Bovendien betwist hij dat in dat telefoongesprek een aanbod is gedaan om de reportage dan maar niet uit te zenden. Volgens klager vertelt Kriek niet de waarheid en is hij in zijn verweer niet eerlijk.
Klager pleit ervoor dat journalisten alle afspraken schriftelijk moeten vastleggen – wellicht in het bijzonder in medische zaken – en dat hij het recht krijgt om zijn medewerking in te trekken, zeker indien het onderwerp kantelt.  
 
Verweerder stelt voorop dat hij zich niet kan vinden in de beleving van klager over de totstandkoming van de uitzending. Ter zitting heeft Kriek naar voren gebracht dat er voorafgaand aan de uitzending uitgebreide gesprekken met klager hebben plaatsgevonden. Daarbij zijn geen toezeggingen gedaan die niet zijn nagekomen. Voortdurend is met klager gesproken over de uitzending. Met hem is ook het montageplan doorgenomen en een aantal teksten van de voice-over is op klagers verzoek op feitelijke punten aangepast. Klager is echter nooit toegezegd dat hij de reportage vooraf zou kunnen bekijken, aldus verweerder. Volgens hem zijn ook geen afspraken gemaakt over de insteek van de reportage. Ter zitting heeft Kriek hieraan toegevoegd dat met klager is gesproken, omdat hij een interessant verhaal had, waaraan verweerder aandacht wilde besteden. Wellicht had klager een eigen idee over de aard en inhoud van de uitzending, maar dit behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de journalist. Er is dus ook met andere partijen gesproken en daarvan is klager voortdurend op de hoogte gebracht. Wat de dvd betreft merkt verweerder voorts op dat door klager niet wordt betwist dat hij toestemming heeft gegeven voor het gebruik ervan. Bovendien is van die dvd op een zeer terughoudende manier gebruik gemaakt.
In het telefoongesprek met klager heeft Kriek aan klager gevraagd of het onderwerp kon worden uitgezonden. Daarbij is aan klager duidelijk gemaakt dat zou worden betreurd als de uitzending niet door zou gaan, maar dat dat aan klager was. Het was een lang gesprek, waarin klager uiteindelijk toch toestemming voor uitzending heeft gegeven, aldus verweerder. Hij wijst erop dat het telefoongesprek twee dagen voor de uitzending plaatsvond. Klager had dus nog enige tijd om zich toch weer te bedenken, maar heeft dat niet gedaan, zo stelt verweerder ter zitting. Verweerder betreurt het dat klager de afspraak in het laatste telefoongesprek kennelijk is vergeten.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
1.      in de uitzending wordt het standpunt van klager onvoldoende naar voren gebracht;
2.      verweerder heeft de met klager gemaakte afspraken geschonden.
 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Bovendien hoeft een journalist geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij waarheidsgetrouw te berichten en op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (zie punten 1.1., 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad)
 
Gelet op hetgeen in de stukken en ter zitting naar voren is gebracht, stelt de Raad vast dat er bij de totstandkoming van de uitzending verschillende keren contact is geweest tussen verweerder en klager. Voorts is door klager niet betwist dat het montageplan met hem is besproken en dat hij op de hoogte is gehouden van de gesprekken die met anderen hebben plaatsgevonden. Naar het oordeel van de Raad is aannemelijk geworden dat verweerder klager zoveel mogelijk bij de totstandkoming van de uitzending heeft betrokken.
Het is vervolgens de eigen verantwoordelijkheid van de journalist om te bepalen op welke wijze de reportage wordt vormgegeven en aan het desbetreffende onderwerp aandacht wordt besteed. Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder deze verantwoordelijkheid op zorgvuldige wijze ingevuld. De omstandigheid dat een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie aan het woord komt en de gelegenheid wordt geboden een andere mening (dan die van klager) te uiten, maakt niet dat in de uitzending een eenzijdig beeld van de kwestie wordt geschetst dan wel enkel wordt gepropageerd dat het belang van privacy van de patiënt voorop staat. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat in de uitzending aan klager ruim de gelegenheid wordt geboden om zijn verhaal naar voren te brengen. Bovendien komt – naast klager – ook mevrouw Hasert op voor de belangen van nabestaanden. Dat daarnaast een tegengeluid aan de orde komt, maakt niet dat het standpunt van klager aan kracht inboet, maar brengt met zich dat een zo volledig mogelijk beeld over het onderwerp wordt geschetst.
 
Er bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerder op dit punt grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 2.
Klager en verweerder verschillen van mening over de vraag welke afspraken voorafgaand aan de uitzending zouden zijn gemaakt. Op grond van hetgeen door beide partijen naar voren is gebracht, kan de Raad niet vaststellen welk standpunt ter zake juist is. Als gevolg daarvan kan de Raad evenmin beoordelen of – zoals klager heeft gesteld – verweerder gemaakte afspraken heeft geschonden. De Raad onthoudt zich op dit punt daarom van een oordeel.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht erop ziet dat in de uitzending het standpunt van klager onvoldoende naar voren is gebracht, is deze ongegrond. Voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘EénVandaag’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 13 februari 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. J.X. Nabibaks enmw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.