2009/10 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
G. Wolters
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘Studio Sport’ (NOS)
 
Bij brief van 30 oktober 2008 heeft G. Wolters te Nietap (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘Studio Sport’ (hierna: verweerder). Hierop heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 3 november 2008 verzocht gemotiveerd aan te geven waarom hij een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad. Klager heeft daarop geantwoord in een schrijven van 6 november 2008. Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 24 november bericht dat de Raad zich eerst zal uitspreken over de ontvankelijkheid van klager. Klager heeft daarop nog gereageerd bij e-mailbericht van 13 december 2008. Verweerder is in de gelegenheid gesteld ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
 
Ter zitting van 16 januari 2009 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klager beoordeeld buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
In uitzendingen van het televisieprogramma ‘Studio Sport’ wordt onder meer aandacht besteed aan voetbalwedstrijden.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat verweerder ten onrechte beelden van voetbalwedstrijden manipuleert, door virtuele reclameborden te plaatsen naast de doelen. Klager benadrukt dat deze reclameborden er in werkelijkheid niet zijn en afhankelijk van de gebruikte camera al dan niet zijn te zien. Klager acht deze manipulatie misleidend en hij vraagt zich af welke manipulaties nog meer worden toegepast. Volgens klager is geen sprake van een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld. Daarbij acht klager relevant dat niet aan de kijker wordt gemeld, dat sprake is van virtuele reclameborden.
Klager stelt dat betrouwbare informatie van groot belang is voor het functioneren van de samenleving. Hij heeft er dan ook een persoonlijk belang bij dat hij er zeker van kan zijn dat uitzendingen van de publieke omroep gemanipuleerd noch misleidend zijn, aldus klager.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
Klager heeft gesteld dat in ‘Studio Sport’ beelden worden gemanipuleerd en dat hij een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad, omdat hij door de handelwijze van verweerder wordt misleid. Volgens klager wordt hij geschaad in het zekere vertrouwen dat hij als democraat mag hebben in de berichtgeving.
 
Naar het oordeel van de Raad is de klacht van een dermate algemeen karakter dat niet kan worden gezegd dat deze betrekking heeft op een direct betrokken belang van klager. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat het belang van klager direct betrokken is bij de handelwijze van verweerder en hij door die handelwijze persoonlijk in zijn belang is geraakt. Klager is derhalve niet-ontvankelijk in zijn klacht. (vgl. onder meer: RvdJ 2008/30 en 2008/28)
 
BESLISSING
 
Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.  
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Studio Sport’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 13 februari 2009 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.