2008/8 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Manon Thomas
 
tegen
 
de hoofdredacteur van www.nu.nl
 
Bij brief van 19 december 2007 met drie bijlagen heeft mr. G.J. van Oosten, advocaat te Amsterdam, namens Manon Thomas (hierna: klaagster), een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de website www.nu.nl (hierna: verweerder). Hierop hebben mr. R.D. Chavannes en mw. mr. A. Franken van Bloemendaal, advocaten te Amsterdam, namens verweerder geantwoord in een van brief 25 januari 2008 met veertien bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 januari 2008, alwaar voornoemde Van Oosten en mw. mr. G.J.M. van Spanje, advocaat te Amsterdam, namens klaagster zijn verschenen. Van de zijde van verweerder zijn verschenen voornoemde Chavannes en Franken van Bloemendaal, alsmede J. van Lierop, uitgever. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
DE FEITEN
 
Op 19 november 2007 werd bekend dat er een filmpje van klaagster op het internet verschenen was waarin zij naakt uit bad stapt. Diverse media berichtten over dit nieuwsfeit al dan niet met (een link naar) het filmpje. Een dag later werd bekend dat ook (naakt)foto’s van klaagster op het internet waren geplaatst. Ook hierover werd in verschillende media uitgebreid bericht.
 
Op 20 november 2007 is op de website van verweerder een artikel verschenen onder de kop “Manon Thomas naakt in gehackt filmpje”. De intro bij het artikel luidt:
“Een privéfilmpje van presentatrice Manon Thomas staat op het internet, ze is daarin naakt te zien. Thomas liet maandag in het tv-programma RTL Boulevard weten dat ze een aantal weken geleden al aangifte heeft gedaan.”
In het artikel staat onder meer de volgende passage:
“Ze benadrukt dat ze zich niet schaamt voor het filmpje waarin te zien is hoe ze uit bad stapt.”
Bij het artikel is een hyperlink geplaatst naar het desbetreffende filmpje. In dit filmpje is klaagster te zien terwijl zij naakt uit bad stapt.
 
Op 20 november 2007 is op de website een artikel verschenen onder de kop “Dader naaktfilmpje Manon Thomas opgespoord”.
Bij het artikel is wederom een hyperlink geplaatst naar het desbetreffende filmpje.
 
Op 21 november 2007 is op de website een artikel verschenen onder de kop “Ook naaktfoto’s Manon Thomas uitgelekt”.  De intro bij het artikel luidt:
 
“Opnieuw zijn er pikante beelden van presentatrice Manon Thomas uitgelekt Op verschillende weblogs is een gewaagde fotoserie te zien van Thomas’ vakantie in Mexico.”
Bij het artikel is een hyperlink geplaatst naar de desbetreffende foto’s.  
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt - kort samengevat - dat plaatsing van hyperlinks/deeplinks naar beeldmateriaal waarvan men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het gestolen materiaal betreft in strijd is met de journalistieke ethiek. Immers, door plaatsing van hyperlinks/deeplinks naar dit beeldmateriaal, maakt het beeldmateriaal onderdeel uit van het desbetreffende artikel, aldus klaagster. Verder betoogt zij dat verweerder zich door het plaatsen van de links naar gestolen materiaal schuldig heeft gemaakt aan de verspreiding hiervan. Lezers werd de mogelijkheid geboden om via een directe link in het nieuwsbericht hun - vaak kwetsende - reacties op de artikelen en het beeldmateriaal op de website www.nujij.nl te plaatsen. De privacy van klaagster is door de plaatsing van het beeldmateriaal dan wel de verwijzing daarnaar via hyperlinks ernstig geschaad. Het filmpje en de foto’s zijn van haar computer gestolen en waren nooit bedoeld om in de openbaarheid te worden gebracht, aldus klaagster. Zij ontkent ten stelligste dat zij toestemming aan derden heeft gegeven om het beeldmateriaal openbaar te maken. Klaagster heeft op zich geen bezwaar tegen de inhoud van de artikelen, omdat zij zich kan voorstellen dat het feit dat er beeldmateriaal van haar computer is gestolen nieuwswaarde heeft. Zij kan zich echter niet verenigen met de omstandigheid dat er door verweerder in de artikelen hyperlinks of deeplinks zijn geplaatst naar het gestolen beeldmateriaal. In de ogen van klaagster was het maatschappelijk belang bij plaatsing van hyperlinks naar het beeldmateriaal nihil. Zij stelt voorts dat ondanks het feit dat zij als min of meer publiek persoon kan worden aangemerkt, haar privégedrag en gedrag in besloten en privéomgeving recht hebben op bescherming tegen ongewilde inbreuken op haar privégedrag in besloten omgeving. Zij is dan ook van mening dat het filmpje en de foto’s niet zonder haar toestemming gepubliceerd hadden mogen worden. Klaagster concludeert derhalve dat verweerder door de plaatsing van links en verspreiding van het privébeeldmateriaal de grenzen van zorgvuldige journalistiek heeft overschreden.
 
Verweerder stelt - kort samengevat - dat hij geen journalistieke grenzen heeft overschreden. Hoewel hij begrip heeft voor de gevoelens van onmacht en woede die bij klaagster kunnen zijn opgeroepen door de ongewenste publicatie van haar privébeelden, stelt verweerder zich op het standpunt dat het plaatsen van de hyperlinks na een zorgvuldige belangenafweging in dit geval niet in strijd is met de journalistieke ethiek. In de gewraakte artikelen is enkel aandacht besteed aan het op zich nieuwswaardige verhaal dat beeldmateriaal was gestolen en op internet was gezet. In het kader van objectieve en verifieerbare berichtgeving heeft verweerder de artikelen voorzien van een hyperlink naar één van de plaatsen waar de beelden door derden gepubliceerd waren. Verweerder benadrukt dat bij de artikelen geen rechtstreekse deeplinks naar het beeldmateriaal zijn geplaatst, maar slechts een hyperlink naar de pagina van de website waar het beeldmateriaal te zien was. Het antwoord op de vraag of het plaatsen van hyperlinks naar beeldmateriaal waarvan men weet dat het onrechtmatig is, in strijd is met de journalistieke ethiek, hangt steeds af van de omstandigheden van het geval, aldus verweerder. Daarbij stelt hij zich op het standpunt dat in dit geval de omstandigheden het rechtvaardigen dat verweerder de hyperlinks naar het beeldmateriaal heeft geplaatst. Zo was het beeldmateriaal op internet vrij toegankelijk en hadden diverse andere media reeds uitvoerig aandacht besteed aan het beeldmateriaal. Weglating van de hyperlink zou de privacy van klaagster derhalve niet of nauwelijks hebben gebaat, terwijl het weglaten van de link wel afbreuk doet aan de controleerbaarheid en volledigheid van de berichtgeving. Ook stelt verweerder niet te hebben verwezen naar materiaal dat op zichzelf reeds onrechtmatig is zoals kinderporno of informatie hoe een terroristische aanslag te plegen is. Verweerder betoogt verder dat het feit dat het beeldmateriaal illegaal van klaagsters computer is gehaald wel strafbaar is, maar het materiaal zelf niet. Ten slotte stelt verweerder dat het plaatsen van hyperlinks een wezenlijk onderdeel is van zijn redactionele beleid. Hij streeft een volledige, transparante en controleerbare verslaggeving na. Gezien het feit dat het beeldmateriaal reeds veelvuldig op internet voorkwam was het hyperlinken naar het beeldmateriaal in dit geval niet maatschappelijk onaanvaardbaar, aldus verweerder. Verweerder concludeert dan ook dat klaagster niet verder in haar privacy is geschonden dan nodig en hij geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
De Raad stelt voorop dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens moet bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek). Daarbij geldt dat voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies en voor bekende Nederlanders een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk is. Hun privégedrag en gedrag in besloten en privéomgeving hebben recht op bescherming tegen ongewilde inbreuken, tenzij dat gedrag aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren (zie punt 2.4.2. van de Leidraad).
 
Een journalist die middels een duidelijk aangegeven hyperlink verwijst naar informatie van derden is daarmee niet zonder meer verantwoordelijk voor de inhoud van de onderliggende informatie. Bij het plaatsen van een dergelijke link dient echter wel steeds een afweging gemaakt te worden tussen enerzijds het belang dat met het plaatsen van een hyperlink in de publicatie is gediend en anderzijds de belangen die hierdoor mogelijk worden geschaad.
 
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de Raad gebleken dat klaagster op zich weinig bezwaren heeft tegen de publicatie van het badfilmpje. Zo heeft klaagster, die blijkens de berichtgeving nog immer een ruime bekendheid geniet, na plaatsing van het badfilmpje op diverse websites in een aantal interviews op radio en televisie vrij laconiek op het verschijnen daarvan gereageerd. Daarin benadrukt zij onder meer dat zij zich niet schaamt voor het filmpje. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen dat dit beeldmateriaal nauwelijks verschilt van foto’s die klaagster en haar partner zelf op internet hebben geplaatst, maakt het plaatsen van een hyperlink naar het filmpje bij een van de gewraakte artikelen naar het oordeel van de Raad geen disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van klaagster. In zoverre is de klacht derhalve ongegrond.
 
Op het fotomateriaal waarnaar in het derde artikel is verwezen is klaagster onder meer naakt te zien in compromitterende posities. Gelet hierop en mede gelet op het feit dat klaagster uitdrukkelijk heeft aangegeven geen toestemming te hebben gegeven voor publicatie van de (naakt)foto’s, heeft verweerder met het plaatsen van de link naar de foto’s bij de gewraakte berichtgeving niet op verantwoorde wijze het belang van klaagster bij de bescherming van haar privacy afgewogen tegen het maatschappelijke belang dat met de berichtgeving is gediend. Dat het fotomateriaal reeds op meerdere websites was geplaatst betekent nog niet dat aan het belang van bescherming van klaagsters privacy geen gewicht meer toekomt. Naar het oordeel van de Raad is met de hyperlink naar de foto’s bij de gewraakte berichtgeving klaagsters privacy disproportioneel aangetast.
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder met het plaatsen van een hyperlink naar de naaktfoto’s in de berichtgeving grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover het betreft het plaatsen van een hyperlink naar het fotomateriaal. Voor het overige is de klacht ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 maart 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, drs. G.T.M. Driehuis, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.