2008/7 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Manon Thomas
 
tegen
 
de hoofdredacteur van www.ad.nl
 
Bij brief van 19 december 2007 met drie bijlagen heeft mr. G.J. van Oosten, advocaat te Amsterdam, namens Manon Thomas (hierna: klaagster), een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de website www.ad.nl (hierna: verweerder). Hierop heeft mr. O.G. Trojan, advocaat te Amsterdam, namens verweerder geantwoord in een brief van 28 januari 2008 met tien bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 januari 2008, alwaar voornoemde Van Oosten en mw. mr. G.J.M. van Spanje, advocaat te Amsterdam, namens klaagster zijn verschenen. Van de zijde van verweerder zijn verschenen voornoemde Trojan en D. van der Meer, plv. hoofdredacteur. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
DE FEITEN
 
Op 19 november 2007 werd bekend dat er een filmpje van klaagster op het internet verschenen was waarin zij naakt uit bad stapt. Diverse media berichtten over dit nieuwsfeit al dan niet met (een link naar) het filmpje. Een dag later werd bekend dat ook (naakt)foto’s van klaagster op het internet waren geplaatst. Ook hierover werd in verschillende media uitgebreid bericht.
 
Op 19 november 2007 is op de website van verweerder een artikel verschenen onder de kop “Manon Thomas naakt in gehackt filmpje”. De intro bij dit artikel luidt:
“Een privéfilmpje van presentatrice Manon Thomas staat op het internet, ze is daarin naakt te zien. Thomas liet maandag in het tv-programma RTL Boulevard weten dat ze een aantal weken geleden al aangifte had gedaan”. 
Bij het artikel is een hyperlink geplaatst naar het desbetreffende filmpje. In dit filmpje is klaagster te zien terwijl zij naakt uit bad stapt.
 
Op 21 november 2007 is op de website van verweerder een artikel verschenen onder de kop “Manon Thomas: het kan nog bloter”. De intro bij dit artikel luidt:
“Op verschillende internetsites zijn woensdag niets verhullende naaktfoto’s geplaatst van Manon Thomas.”
 
Op 27 november 2007 heeft voornoemde Van Spanje namens klaagster per e-mail aan verweerder laten weten dat het compromitterend beeldmateriaal van klaagster op onrechtmatige wijze is verkregen. Zij heeft verweerder verzocht al het beeldmateriaal en eventuele andere uitingen waarmee het materiaal rechtstreeks kan worden bekeken per ommegaande van de website te verwijderen. In reactie hierop heeft Trojan op 4 december 2007 aan de advocaat van klaagster gemeld dat verweerder niet onrechtmatig heeft gehandeld. Daarbij heeft hij tevens aangegeven dat het beeldmateriaal van de website is verwijderd, maar dat verweerder geen aansprakelijkheid voor de door klaagster gestelde immateriële schade kan aanvaarden. Van Oosten heeft hierop bij e-mail van 5 december 2007 gereageerd en aangekondigd een klacht te zullen indienen bij de Raad voor de Journalistiek. Bij e-mail van 12 december 2007 benadrukt Trojan nogmaals dat verweerder niet onrechtmatig heeft gehandeld en evenmin klachtwaardig is. Van Oosten heeft hierop nog bij e-mail van 12 december 2007 gereageerd.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt - kort samengevat - dat plaatsing van hyperlinks/deeplinks naar beeldmateriaal waarvan men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het gestolen materiaal betreft in strijd is met de journalistieke ethiek. Immers, door plaatsing van hyperlinks/deeplinks naar dit beeldmateriaal, maakt het beeldmateriaal onderdeel uit van het desbetreffende artikel, aldus klaagster. Verder betoogt zij dat verweerder zich door het plaatsen van de links naar gestolen materiaal schuldig heeft gemaakt aan de verspreiding hiervan. Lezers werd de mogelijkheid geboden de artikelen naar zichzelf of anderen te mailen en hun - vaak beledigende - reacties op de artikelen en foto’s op de website te plaatsen. De privacy van klaagster is door de plaatsing van het beeldmateriaal dan wel de verwijzing daarnaar via hyperlinks ernstig geschaad. Het filmpje en de foto’s zijn van haar computer gestolen en waren nooit bedoeld om in de openbaarheid te worden gebracht, aldus klaagster. Zij ontkent ten stelligste dat zij toestemming aan derden heeft gegeven om het beeldmateriaal openbaar te maken. Klaagster heeft op zich geen bezwaar tegen de inhoud van de artikelen, omdat zij zich kan voorstellen dat het feit dat er beeldmateriaal van haar computer is gestolen nieuwswaarde heeft. Zij kan zich echter niet verenigen met de omstandigheid dat er door verweerder in de artikelen hyperlinks/deeplinks zijn geplaatst naar het gestolen beeldmateriaal. In de berichtgeving over dit materiaal was het plaatsen van hyperlinks/deeplinks overbodig en bovendien zonder enige journalistieke waarde. Klaagster bestrijdt verder de stelling van verweerder dat zij door het geven van interviews zelf zou hebben bijgedragen aan de hype rondom de publicatie van het gestolen beeldmateriaal. Zij stelt voorts dat ondanks het feit dat zij als min of meer publiek persoon kan worden aangemerkt, haar privégedrag en gedrag in besloten en privéomgeving recht hebben op bescherming tegen ongewilde inbreuken op haar privégedrag in besloten omgeving. Zij is dan ook van mening dat het filmpje en de foto’s niet zonder haar toestemming gepubliceerd hadden mogen worden. Klaagster concludeert derhalve dat verweerder door de plaatsing van links en verspreiding van het privébeeldmateriaal de grenzen van zorgvuldige journalistiek heeft overschreden.
 
Verweerder stelt - kort samengevat - dat hij geen journalistieke grenzen heeft overschreden. Daartoe voert hij aan dat de beschikbare feiten geenszins rechtvaardigen dat hij wist of had moeten weten dat het beeldmateriaal gestolen was. Daarnaast heeft klaagster zelf in belangrijke mate bijgedragen aan het ontstaan van de hype rond de publicatie van het beeldmateriaal. Klaagster had twee maanden de tijd om zich voor te bereiden op een eventuele publicatie van het beeldmateriaal, aldus verweerder. Zij heeft ervoor gekozen om mee te werken aan interviews met Radio 538 en RTL Boulevard. In die interviews wekte zij bovendien zelf het beeld op dat zij de publicatie van het beeldmateriaal niet beschouwde als een ernstige inbreuk op haar privéleven. Tevens merkt verweerder op dat hij eerst aandacht heeft geschonken aan de kwestie nadat het nieuws over het filmpje zich reeds tot een nationale hype had ontwikkeld. Verweerder is dan ook van mening dat al deze omstandigheden rechtvaardigen dat hij de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid in eerste instantie liet prevaleren boven de door klaagster gestelde inbreuk op haar privacy. Daar voegt verweerder aan toe dat hij de link naar het filmpje heeft gedeactiveerd nadat klaagster in een interview in het programma ‘De Leugen Regeert’ er blijk van gaf dat de kwestie haar veel dieper raakte.
Verweerder hecht er voorts aan te benadrukken dat in de artikelen enkel een link naar het filmpje heeft gestaan, en niet naar de naaktfoto’s van klaagster. Dit filmpje was bovendien via een groot aantal websites te bekijken. Verweerder acht het plaatsen van deze link niet onzorgvuldig. Zo was verweerder niet op de hoogte van het feit dat het om gestolen materiaal ging. In het eerste artikel werd verslag gedaan van het optreden van klaagster in RTL Boulevard. Vermeld werd wel dat klaagster het vermoeden had dat het filmpje gehackt was, maar zekerheid was er niet, aldus verweerder.
Verder ontkent verweerder dat hij heeft meegewerkt aan (onzorgvuldige) verspreiding van het filmpje. Op het moment dat verweerder aandacht aan de kwestie heeft besteed was het reeds op een groot aantal websites te zien. Verweerder concludeert dat hij door het plaatsen van een link naar het filmpje heeft voldaan aan zijn taak van medium: het brengen van nieuws.
Ter zitting heeft verweerder nog benadrukt dat hij bij zijn afwegingen om een hyperlink te plaatsen naar het filmpje de belangen van klaagster heeft meegewogen. In eerste instantie is de balans, mede gelet op het publieke en nogal laconieke optreden van klaagster, doorgeslagen naar een zo volledig mogelijk en controleerbare berichtgeving over de kwestie. Voor wat betreft de fotoreeks is de afweging echter anders uitgevallen. Gelet op de compromitterende aard van met name één foto is er door verweerder besloten geen links te plaatsen naar de fotoreeks. Verweerder concludeert dat hij op journalistieke zorgvuldige wijze een afweging heeft gemaakt van wederzijdse belangen zoals die op dat moment kenbaar waren en verzoekt de Raad de klacht af te wijzen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Een nieuwsbericht dient zoveel mogelijk de gegevens te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek). Daarbij geldt dat voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies en voor bekende Nederlanders een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk is. Hun privégedrag en gedrag in besloten en privéomgeving hebben recht op bescherming tegen ongewilde inbreuken, tenzij dat gedrag aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren (zie punt 2.4.2. van de Leidraad).
 
Een journalist die middels een duidelijk aangegeven hyperlink verwijst naar informatie van derden is daarmee niet zonder meer verantwoordelijk voor de inhoud van de onderliggende informatie. Bij het plaatsen van een dergelijke link dient echter wel steeds een afweging gemaakt te worden tussen het belang dat met het plaatsen van een hyperlink in de publicatie is gediend en de belangen die hierdoor mogelijk worden geschaad.
 
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de Raad gebleken dat klaagster op zich weinig bezwaren heeft tegen de publicatie van het badfilmpje. Zo heeft klaagster, die blijkens de berichtgeving nog immer een ruime bekendheid geniet, na plaatsing van het badfilmpje op diverse websites in een aantal interviews op radio en televisie vrij laconiek op het verschijnen daarvan gereageerd. Daarin benadrukt zij onder meer dat zij zich niet schaamt voor het filmpje. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen dat dit beeldmateriaal nauwelijks verschilt van foto’s die klaagster en haar partner zelf op internet hebben geplaatst, maakt het plaatsen van het filmpje bij een van de gewraakte artikelen naar het oordeel van de Raad geen disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van klaagster. Tevens neemt de Raad hierbij in aanmerking dat verweerder de link naar het filmpje direct van de website heeft verwijderd toen klaagster daarom vroeg.
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder met het plaatsen van de hyperlink naar het filmpje in een van de gewraakte artikelen geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 maart 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, drs. G.T.M. Driehuis, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.