2008/68 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
A.C.M. van de Luytgaarden en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad
 
Bij brief van 13 oktober 2008 met twee bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A.C.M. van de Luytgaarden en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft P. Hovestad, adjunct hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad, geantwoord in een brief van 21 oktober 2008. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 30 oktober 2008, met acht bijlagen. Ten slotte heeft klager zijn klacht nader toegelicht in een brief van 3 november 2008 met vier bijlagen
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 november 2008. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. De zaak is behandeld door de voorzitter en resterende leden.
 
DE FEITEN
 
Op 30 augustus 2008 is in Dagblad Waterland, de streekeditie van het Noordhollands Dagblad, een door Van de Luytgaarden geschreven artikel verschenen onder de kop “Station Purmerend krijgt eigen restauratie”. Naar aanleiding van dit artikel heeft klager een kritische brief gestuurd naar de redactie. Vervolgens is op 24 september 2008 in Dagblad Waterland in de rubriek ‘60 seconden’ een column verschenen onder de kop “Naam”. De column, voor zover thans van belang, luidt:
“‘Die Coen van de Luytgaarden is een waardeloze verslaggever’. Nee, dit is geen exhibitionistische uiting van zelfkennis. Een collega van me vond dit citaat op het internet. Naar aanleiding van een artikel dat ik ooit een keer heb geschreven, spuwde een lezeres haar gal over mij.
Het zal u niet verbazen dat vakgenoten mij er, bij wijze van grap hoop ik, nog regelmatig mee rond m'n oren slaan. Meestal op momenten dat ik een boze meneer of mevrouw aan de lijn krijg, die beweert iets anders te hebben gezegd of in ieder geval bedoeld. Ik probeer het allemaal van me af te zetten. Dat moet ook wel, want onder vele lezers loopt er altijd wel eentje rond die wat te mekkeren heeft. Zo ontstak onlangs (X) uit de (…)straat in woede. Of ik last had van hallucinaties dan wel propaganda bedreef voor de NS, nadat ik had geschreven dat er een heuse stationsrestauratie op Purmerend CS komt. Een andere lezer stuurde mij een krantenknipsel uit de voorlichtingsrubriek van de gemeente.”
en
“Ik moet ze nageven; ze volgen mij wel kritisch. Prima. Ga zo door.”
 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de column in strijd is met de journalistieke zorgvuldigheid en een aantasting oplevert van zijn privacy. Hij stelt in de eerste plaats dat hij publiekelijk is geschoffeerd door het gebruik van het woord ‘mekkeren’ in verband met zijn naam.
Ten tweede betoogt klager dat zijn privacy onaanvaardbaar is aangetast. Hij wijst er op dat zijn naam en adresgegevens uitdrukkelijk zijn genoemd, terwijl de andere lezer die in de column wordt aangehaald niet bij naam is genoemd en diens adresgegevens evenmin zijn vermeld. Volgens hem komt dit neer op wraakneming van de journalist op de kritiek die klager heeft geuit op het stuk over de stationsrestauratie.
Ten derde stelt klager dat hij telefonisch met de redactie van Dagblad Waterland heeft afgesproken dat de brief, waarin de kritiek die in de column wordt beschreven, is neergelegd, uitsluitend voor intern gebruik bestemd was. Deze afspraak is volgens klager geschonden.
 
Verweerders stellen dat het woord ‘mekkeren’ niet als grievend kan worden aangemerkt in het licht van de bewoordingen die klager zelf heeft gebruikt in zijn brief aan de redactie. Zij wijzen er verder op dat Van de Luytgaarden zelf in de column uitnodigt tot het doorgaan met uiten van kritiek, omdat dit journalisten scherp houdt. Tot slot weerspreken verweerders dat met de publicatie van de naam en het adres van klager wraakneming is beoogd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht wordt gevormd door de hierna volgende onderdelen. De Raad zal zich tot deze kern beperken:
  1. verweerders hebben ten onrechte de naam en adresgegevens van klager gepubliceerd in een column;
  2. verweerders hebben door het gebruik van de term ‘mekkeren’ zich beledigend uitgelaten over klager;
  3. verweerders zijn een telefonisch gemaakte afspraak met klager ten onrechte niet nagekomen.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Er is geen norm van journalistieke zorgvuldigheid die meebrengt dat een journalist toe- of instemming behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Het is bovendien aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en dat moet worden vermeden dat nodeloos schade wordt toegebracht (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
 
Ingevolge punt 2.4.1. van de Leidraad zal de journalist de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.
 
Verder komt, volgens het vaste oordeel van de Raad, aan columnisten een grote vrijheid toe om hun persoonlijke mening te geven over gebeurtenissen of personen, waarbij stijlmiddelen als overdrijven, chargeren en bewust eenzijdig belichten geoorloofd zijn. Zij mogen zich stellig uitdrukken. De column is een journalistiek genre waarbinnen meer is toegestaan dan in andere journalistieke genres. Ook de vrijheid van de columnist kent echter haar grenzen.
Enerzijds worden die bepaald door de wet en anderzijds door wat – gegeven de journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Van overschrijding van deze grenzen is sprake wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen kwalificaties bezigen of vergelijkingen trekken waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven (zie punt 3.1. van de Leidraad en vgl. onder meer: RvdJ 2006/85).
 
Ad 1.
De column is een journalistiek genre waarin meer mag dan in andere journalistieke genres. Met betrekking tot de publicatie van adresgegevens van klager overweegt de Raad echter dat dit een te vergaande inbreuk vormt op de privacy van klager. Publicatie van deze gegevens voegt immers niets toe aan de strekking van de column. Door het weglaten ervan zou geen onaanvaardbare onduidelijkheid ontstaan voor de lezer. Het eerste deel van de klacht slaagt in zoverre.
 
Ad 2. en 3.
Met betrekking tot het gebruik van de term ‘mekkeren’ overweegt de Raad dat van grensoverschrijding in dit geval geen sprake is. Het woord ‘mekkeren’ is wellicht scherper dan klager wenselijk acht, maar kan naar het oordeel van de Raad niet als onnodig beledigend worden opgevat. Voor de lezer is duidelijk dat de column de persoonlijke mening van Van de Luytgaarden behelst, en naar het oordeel van de Raad is de samengevatte weergave van de brief van klager in de column nergens nodeloos grievend of schadelijk voor klager. Tegen die achtergrond en gelet op het feit dat in een column meer is toegestaan dan in andere journalistieke genres, acht de Raad de door Van de Luytgaarden gebezigde schrijfstijl niet onaanvaardbaar.
 
Uit het voorhanden zijnde materiaal kan de Raad niet met zekerheid vaststellen dat verweerders klager telefonisch hebben toegezegd zijn brief alleen intern te gebruiken. Gelet op het bovenstaande acht de Raad – zelfs al zou deze afspraak zijn gemaakt – het niet getuigen van journalistieke onzorgvuldigheid dat in de column een samengevatte weergave van de brief van klager is opgenomen.
 
Het tweede en derde gedeelte van de klacht slagen derhalve niet.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de publicatie van de naam en adresgegevens van klager in de column. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Noordhollands Dagblad (editie Dagblad Waterland) te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 december 2008 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. drs. J.X. Nabibaks, M. Ülger en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.