2008/67 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Beauty+
 
Bij brief van 15 oktober 2008 met één bijlage heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Beauty+ (hierna: verweerster). Hierop heeft mevrouw A.M.R. Hoogeveen, hoofdredacteur, geantwoord in een schrijven van 5 november 2008.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 november 2008 in aanwezigheid van verweerster. Klager is daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
In het Beauty+ nummer 3 (najaar 2008) is een artikel verschenen onder de kop “Actie van Bergman Beauty Clinics en Sky Radio in Beauty+”. In het artikel komen vier deelnemers aan de actie kort aan het woord, waarbij zij vertellen welke uiterlijke metamorfose zij zouden willen ondergaan en waarom. In het artikel staat onder de naam van klager het volgende:
Zijn wens Opvullen van gezichtsrimpels. Waarom? “Door invloed van het dagelijks leven, zorgen en misschien ook wel de genen, heb ik ontzettend veel groeven en rimpels. Eigenlijk heb ik een ingevallen gezicht en word ik vaak ouder geschat dan mijn 43 jaar. Dat vind ik niet leuk. Heel graag wil ik in de spiegel kijken en een vol en stralend gezicht zien - zoals ik me voel!”.”
 
Onder deze tekst is een foto van klager gepubliceerd.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt – samengevat weergegeven – dat de publicatie ernstige emotionele schade heeft veroorzaakt en zijn privacy onaanvaardbaar heeft aangetast. Immers, de publicatie bevat privézaken waarvoor hij nooit toestemming tot publicatie heeft gegeven. Hij betoogt in dit kader dat hij zijn verhaal heeft verteld aan de plastisch chirurg van de kliniek, die zou nagaan wie in aanmerking kwam voor de te winnen metamorfose. Hij heeft dit gedaan in bijzijn van verweerster, een fotografe van Beauty+ en iemand van Sky Radio. Volgens klager is hem door niemand verteld dat hetgeen hij heeft toevertrouwd aan de plastisch chirurg, zou worden gebruikt voor publicatie of iets anders. Evenmin is hem hier toestemming voor gevraagd. Klager concludeert dat verweerster de grenzen van de journalistieke ethiek heeft overschreden.
 
Verweerster stelt dat op het moment dat klager besloot mee te doen aan de bovengenoemde commerciële actie hij wist dat dit te allen tijde tot een publicatie kon leiden in Beauty+. Ook medewerkers van Sky Radio hebben de deelnemers verteld dat over deze actie in Beauty+ gepubliceerd ging worden. Volgens verweerster had klager, indien hij zijn verhaal volledig privé wilde houden, niet mee moeten doen met een dergelijke actie. Verder betoogt verweerster dat in het artikel enkel en alleen de voor het lezerspubliek relevante informatie is vermeld, namelijk de reden waarom klager in aanmerking wilde komen voor de te winnen chirurgische behandeling. De oorzaak van de beschadigingen in het gezicht van klager is met opzet niet vermeld, omdat die niet van belang was voor de publicatie. Verweerster wijst er verder op dat uitdrukkelijk aan klager is gevraagd of hij er bezwaar tegen had dat de fotograaf een foto van hem maakte, en dat er van de zijde van klager hiertegen geen bezwaar bestond. Ter zitting heeft verweerster nog uitdrukkelijk aangegeven dat aan klager duidelijk is verteld dat een fotograaf aanwezig zou zijn, en dat de afspraak was dat Beauty+ over de actie en het verhaal van de betrokken deelnemers zou gaan publiceren, hetgeen ook impliceerde dat het verhaal van klager zou worden gepubliceerd. Verweerster heeft verder gesteld dat voor klager zichtbaar was dat er aantekeningen van het gesprek met de plastisch chirurg werden gemaakt en dat klager tijdens het gesprek telkens expliciet is gevraagd of er bezwaren bestonden tegen de gang van zaken. Verweerster concludeert dat in de gewraakte publicatie geen grenzen van de journalistieke ethiek zijn overschreden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht heeft betrekking op het schenden van de privacy van klager omdat – naar hij stelt – zonder zijn toestemming privézaken zijn gepubliceerd in Beauty+.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
 
Verweerster heeft gesteld dat tijdens de actie aan de deelnemers voldoende duidelijk is gemaakt dat een foto en het verhaal van de deelnemers gepubliceerd zouden worden in Beauty+. Klager ontkent uitdrukkelijk dat hij op de hoogte is gebracht dat hetgeen hij in het gesprek met de plastisch chirurg naar voren heeft gebracht, gebruikt zou worden in een publicatie. De standpunten van de partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar en er is voorts geen materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kan bepalen welk standpunt juist is.
 
De Raad deelt echter het standpunt van verweerster dat klager uit het feit dat de actie waaraan hij deelnam georganiseerd werd door Sky Radio, Bergman Kliniek en Beauty+ had kunnen en moeten begrijpen dat over hem in Beauty+ zou worden gepubliceerd. Klager wist in ieder geval dat zijn foto zou worden gepubliceerd in Beauty+. Verder ziet de Raad geen aanknopingspunten om te twijfelen aan het betoog van verweerster dat voor klager zichtbaar was dat tijdens het gesprek met de plastisch chirurg aantekeningen werden gemaakt, bestemd voor publicatie. Onder de gegeven omstandigheden mocht verweerster ervan uitgaan dat klager instemde met de publicatie van zijn verhaal.
 
Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat verweerster geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerster deze beslissing integraal of in samenvatting in Beauty+ te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 december 2008 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mr. T.E. Klein, mw. drs. J.X. Nabibaks, M. Ülger en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.