2008/63 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
S.L. van Tijn  
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘Blauw’ (AT5)
 
Bij brief van 10 september 2008 heeft S.L. van Tijn te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘Blauw’ (AT5) (hierna: verweerder). Hierop heeft M. van Egmond, eindredacteur, namens verweerder gereageerd in een brief van 13 oktober 2008. Ten slotte heeft klager zijn klacht nader toegelicht bij brief van 22 oktober 2008.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 oktober 2008 in aanwezigheid van klager. Verweerder is daar niet verschenen.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad heeft klager laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 9 september 2008 heeft AT5 in het televisieprogramma ‘Blauw’ aandacht besteed aan een vermeende verkeersovertreding van klager. Klager is in 2007 in Amstelveen bekeurd voor het rijden door rood licht. Hij heeft daartegen met succes een klacht ingediend bij de Commissie Politieklachten en is in augustus 2008 door de Kantonrechter vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij op 5 september 2008 is benaderd door AT5-redactrice T. Nijland, nadat hij was ingegaan op een uitnodiging van AT5 om iets te vertellen over zijn bekeuring uit 2007. Klager heeft vervolgens meegewerkt aan een opname onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat het kenteken van zijn auto onherkenbaar zou worden gemaakt. Klager heeft deze voorwaarde gesteld om te voorkomen dat leden van het Amstelveense politiekorps hem bij het zien van zijn kenteken om de haverklap zouden aanhouden om wraak te nemen op het impliciete oordeel van de rechter, dat een Amstelveense agent in de fout is gegaan. Hoewel Nijland akkoord gegaan is met klagers voorwaarde, is het kenteken van klagers auto toch duidelijk zichtbaar in de uitzending.
Klager betoogt dat verweerder de gemaakte afspraken heeft geschonden en daarom journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.
Ter zitting voegt klager hieraan toe dat hij het beter had gevonden als het item anders was benaderd en dat aan het publiek duidelijk was gemaakt dat de agent die hem heeft aangehouden leugenachtig is geweest. Als dat zou zijn gebeurd, dan was zijn vrees voor pesterige aanhoudingen groter geweest en het belang van het onherkenbaar maken van het kenteken evident. Desgevraagd deelt klager mee dat er na de uitzending geen sprake is geweest van wraakzuchtig optreden door de politie.
Hoewel verweerder de fout heeft erkend, verlangt klager nog een oordeel van de Raad als opvoedkundige maatregel.
 
Verweerder erkent dat met klager is afgesproken om diens kenteken onherkenbaar te maken. Door tijdsdruk is dit vergeten. Toen klager de dag na de uitzending telefonisch contact opnam met AT5 om zijn verhaal te halen, zijn nadrukkelijk excuses aangeboden. Daarnaast is direct op internet en in de herhaling de uitzending aangepast en het kenteken alsnog onherkenbaar gemaakt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
De Raad acht het begrijpelijk dat een en ander klager niet welgevallig is. Echter, direct nadat verweerder door klager op de onjuiste handelwijze is aangesproken, zijn aan klager excuses gemaakt. Bovendien is in de uitzending op internet en in de herhaling het kenteken van klager alsnog onherkenbaar gemaakt.
 
De Raad is van oordeel dat verweerder de gemaakte fout aldus op voldoende deugdelijke wijze heeft rechtgezet. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat klager ter zitting heeft toegegeven dat zijn gestelde belang bij het onherkenbaar in beeld brengen van zijn kenteken – teneinde represailles te voorkomen – minder groot is gebleken dan hij van te voren had ingeschat (vgl. onder meer: RvdJ 2007/59).
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Blauw’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 15 december 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. E.J.M. Lamers, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.