2008/60 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
K. Scharrenberg en de hoofdredacteur van Panorama
 
Bij brief van 2 september 2008 met een bijlage heeft J-H.L.C.M. Kuijpers, advocaat te Amsterdam, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen K. Scharrenberg en de hoofdredacteur van Panorama (hierna: verweerders). Hierop heeft mevrouw M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers, namens verweerders geantwoord in een brief van 6 oktober 2008 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 oktober 2008. Namens klager is daar mr. Y. Quint verschenen. Aan de zijde van verweerders was F. Lomans, hoofdredacteur Panorama, aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 27 augustus 2008 is in Panorama een artikel van de hand van Scharrenberg verschenen onder de kop “Vermoorde of moordende onschuld?”. De intro van het artikel luidt:
“Hij is volgens justitie de grootste hitman die ons land ooit kende. Zowel als killer en organisator, betrokken bij minstens zes maar mogelijk veel meer liquidaties. Maar is (Y) echt de koelbloedige spin in het moordweb van de Nederlandse criminaliteit?”
In het artikel wordt klager diverse keren bij naam en toenaam genoemd. Verder is bij het artikel een compositietekening geplaatst waaronder de naam van klager is vermeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt in de eerste plaats dat het artikel op deze wijze de indruk wekt dat ook hij als belangrijke 'hitman' betrokken zou zijn (geweest) bij verscheidene liquidaties in Nederland. Dit is echter tot nu toe nooit bewezen verklaard.
Verder stelt klager dat hij volgens het artikel de persoon op de compositietekening zou moeten voorstellen. De tekening is echter gebruikt in het kader van een strafzaak waarin klager niet als verdachte is aangemerkt. De afgebeelde persoon zou de desbetreffende verdachte moeten voorstellen en niet klager.
Klager betoogt dat hij aldus – met het noemen van zijn volledige naam in combinatie met een foutieve compositietekening, die op geen enkele wijze is geanonimiseerd en waarbij hij ook in verband zou kunnen worden gebracht met andere liquidaties – onnodig uit de anonimiteit is gehaald. Volgens klager zou door het weglaten van zijn volledige naam en bijnaam geen onaanvaardbare onduidelijkheid zijn ontstaan voor de lezer en is met de vermelding van zijn naam geen enkel maatschappelijk belang gediend. Dit klemt te meer, aangezien het bewijs in zijn zaak zeer dun is, aldus klager. Er is geen sprake van een redelijke verhouding tussen de inbreuk op zijn privacy en het doel van de publicatie.
Ter zitting heeft mr. Quint daaraan nog toegevoegd dat verweerders eenvoudig hadden kunnen achterhalen of klager als verdachte in een van de besproken strafzaken wordt aangemerkt, door contact op te nemen met diens advocaat.
Verweerders stellen dat de verdenkingen van klager zijn afgezwakt door zinsneden als ‘zou hebben gefungeerd’ en ‘kan een motief zijn’ te gebruiken. Voor de lezer is derhalve duidelijk dat klager niet als verdachte of veroordeelde kan worden beschouwd. In dergelijke gevallen zou juist het vermelden van initialen stigmatiserend en criminaliserend werken. Het noemen van een volledige naam is daarom in dit geval ook gerechtvaardigd, aldus verweerders.
Met betrekking tot de verkeerde compositietekening merken verweerders het volgende op. De redenering dat klager daardoor méér herkend wordt gaat niet op, juist omdat klager niet is afgebeeld op de tekening. Overigens hebben verweerders deze fout hersteld door in Panorama nr. 37/2008 een rectificatie te plaatsen met daarbij de juiste naam van de persoon op de compositietekening.
Tot slot hebben verweerders opgemerkt dat na de uitspraak van de Raad van 23 april 2008 (RvdJ 2008/17) Panorama haar beleid heeft aangepast en vanaf die datum over het algemeen verdachten en veroordeelden met initialen in de publicaties weergeeft. In het onderhavige geval is echter klager niet aangemerkt als verdachte, en daarom ook niet met initialen of geanonimiseerd aangeduid.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de privacy van klager, door het vermelden van zijn volledige naam en bijnaam zowel in het artikel als onder de compositietekening, onevenredig is aangetast. Verweerders hebben gesteld dat zij klagers volledige naam hebben vermeld, omdat hij in de besproken strafzaken niet (meer) als verdachte zou worden aangemerkt. Klager heeft echter gemotiveerd aangevoerd dat hij momenteel nog in voorlopige hechtenis zit vanwege de verdenking van betrokkenheid bij twee liquidaties en dat verweerders dat eenvoudig hadden kunnen achterhalen.
 
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het mogelijk maken voor het publiek om zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie (punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd (punt 2.4.5. van de Leidraad). Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds (vergelijk onder meer RvdJ 2008/32).
 
Naar het oordeel van de Raad is in dit geval niet gebleken dat met de vermelding van de naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager.
Klager had ook anoniem kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Niet is gebleken dat door het weglaten van klagers volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de lezer zou zijn ontstaan.
Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van zijn privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend.
 
De Raad komt dan ook tot de slotsom dat de vermelding van klagers naam een ongerechtvaardigde aantasting vormt van klagers privéleven. Verweerders hebben aldus de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Panorama te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 december 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, M. Ülger en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. W.S. van Helvoort, plaatsvervangend secretaris.