2008/6 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Manon Thomas
 
tegen
 
de hoofdredacteur van www.telegraaf.nl
 
Bij brief van 13 december 2007 met vijf bijlagen heeft mr. G.J. van Oosten, advocaat te Amsterdam, namens Manon Thomas (hierna: klaagster), een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van www.telegraaf.nl (hierna: verweerder). Hierop heeft mw. mr. M.J. de Boer, bedrijfsjurist, namens verweerder geantwoord in een brief van 17 januari 2008 met 43 bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 januari 2008, alwaar voornoemde Van Oosten en mw. mr. G.J.M. van Spanje, advocaat te Amsterdam, namens klaagster zijn verschenen. Van de zijde van verweerder zijn verschenen voornoemde De Boer en A.J. Reekers, hoofdredacteur. Van Spanje heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
DE FEITEN
 
Op 19 november 2007 werd bekend dat een filmpje van klaagster op het internet verschenen was waarin zij naakt uit bad stapt. Diverse media berichtten over dit nieuwsfeit al dan niet met (een link naar) het filmpje. Een dag later werd bekend dat ook (naakt)foto’s van klaagster op het internet waren geplaatst. Ook hierover werd in verschillende media uitgebreid bericht.
 
Op 19 november 2007 is op de website van verweerder een artikel verschenen onder de kop “Manon Thomas NAAKT!”.  De intro bij het artikel luidt:
“Ai, ai, ai, wat zien we hier? Manon Thomas ziet er voor haar 44 jaar nog zéér goed uit! Net uit bad met hier en daar een plukje schuim op haar weelderige Eva-kostuum...”.
Bij het artikel is het desbetreffende filmpje te zien.
 
Op 21 november 2007 is op de website van verweerder een artikel verschenen onder de kop “Het werk van een jaloerse ex? Meer vakantiekiekjes van Manon!”In het artikel staat onder meer de volgende passage:
“De nieuwe foto’s van Manon zijn namelijk van een wat schokkender aard…Ze zijn te zien op dumpert.nl”.
 
Op 22 november 2007 is op de website een artikel verschenen onder de kop “Manon Thomas ontzettend populair.” De intro bij dit artikel luidt:
“Manon Thomas doet menig hart sneller kloppen, zo bleek de afgelopen dagen. En het blijkt dat ze net zo populair is als jaren geleden. Als eerbetoon aan deze “dame van formaat” is een compilatie gemaakt van de leukste plaatjes.”
Bij dit artikel is een link naar enkele (naakt)foto’s van klaagster geplaatst.
 
Bij e-mail van 23 november 2007 heeft Van Oosten aan verweerder gemeld dat het beeldmateriaal op onrechtmatige wijze is verkregen. Hij heeft verweerder verzocht de hyperlink en eventueel andere uitingen waarmee het materiaal rechtstreeks kan worden bekeken te verwijderen. In reactie hierop heeft mr. M. Loukili namens verweerder bij brief van 23 november 2007 gemeld dat verwijzing naar de vindplaats van het beeldmateriaal niet onrechtmatig is. Verweerder acht zich niet gehouden schadevergoeding te betalen, maar heeft uit coulanceoverwegingen wel besloten de hyperlink per direct te verwijderen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt - kort samengevat - dat plaatsing van beeldmateriaal waarvan men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het gestolen materiaal betreft dan wel de verwijzing daarnaar via hyperlinks/deeplinks in strijd is met de journalistieke ethiek. Door plaatsing van hyperlinks/deeplinks naar dit beeldmateriaal, maakt het beeldmateriaal onderdeel uit van het desbetreffende artikel, aldus klaagster. Verder betoogt zij dat verweerder zich door het plaatsen van de links naar gestolen materiaal schuldig heeft gemaakt aan de verspreiding hiervan. Lezers werd de mogelijkheid geboden de artikelen naar zichzelf of naar anderen te mailen. De privacy van klaagster is door de plaatsing van het beeldmateriaal, dan wel de verwijzing daarnaar via hyperlinks ernstig geschaad. Het filmpje en de foto’s zijn van haar computer gestolen en waren nooit bedoeld om in de openbaarheid te worden gebracht, aldus klaagster. Zij ontkent ten stelligste dat zij toestemming aan derden heeft gegeven om het beeldmateriaal openbaar te maken. Klaagster heeft op zich geen bezwaar tegen de inhoud van de artikelen, omdat zij zich kan voorstellen dat het feit dat er beeldmateriaal van haar computer is gestolen nieuwswaarde heeft. Zij kan zich echter niet verenigen met de omstandigheid dat er door verweerder beeldmateriaal is gepubliceerd op zijn website en in de artikelen hyperlinks of deeplinks zijn geplaatst naar het gestolen beeldmateriaal. In de ogen van klaagster was het maatschappelijk belang bij de publicatie van het filmpje en de plaatsing van hyperlinks naar het beeldmateriaal nihil. Zij stelt voorts dat ondanks het feit dat zij als min of meer publiek persoon kan worden aangemerkt, haar privégedrag en gedrag in besloten en privéomgeving recht hebben op bescherming tegen ongewilde inbreuken op haar privégedrag in besloten omgeving. Zij is dan ook van mening dat het filmpje en de foto’s niet zonder haar toestemming gepubliceerd hadden mogen worden. Klaagster concludeert derhalve dat verweerder door publicatie van het filmpje en de plaatsing van links en verspreiding van het privébeeldmateriaal de grenzen van zorgvuldige journalistiek heeft overschreden.
 
Verweerder stelt - kort samengevat - dat hij niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens klaagster. Zo stond het badfilmpje al op verschillende andere sites toen verweerder het artikel op 19 november 2007 plaatste. Het filmpje en de naaktfoto’s veroorzaakten een enorme hype in de media. Er was een duidelijk journalistiek belang om het nieuws omtrent het filmpje en de foto’s te publiceren, hetgeen klaagster ook heeft erkend. Volgens verweerder verwijt klaagster hem enkel de wijze waarop het nieuws is gebracht. Verweerder meent echter dat hem niets te verwijten valt. Ten tijde van het verschijnen van het filmpje was allerminst duidelijk dat het gestolen materiaal betrof. Klaagster en vooral haar echtgenoot plaatsen al jaren foto’s van klaagster in min of meer ontklede staat op internet. Verweerder meent derhalve dat het gerechtvaardigd is dat hij in eerste instantie aannam dat het filmpje en de naaktfoto’s afkomstig waren van klaagster zelf. Toen het in de media bekend werd dat het beeldmateriaal gestolen zou zijn van de computer van klaagster, heeft verweerder het filmpje verwijderd. Wel werden in de artikelen de vindplaatsen van het beeldmateriaal op andere sites vermeld. Ook de hyperlink naar de foto’s heeft verweerder uit coulanceoverwegingen verwijderd toen de advocaat van klaagster daarom vroeg. Verweerder is dan ook van mening dat hij jegens klaagster zorgvuldig heeft gehandeld. Verweerder blijft overigens van mening dat hij met het linken naar een pagina waar het filmpje en de foto’s nog wel zichtbaar zijn, geen journalistieke grenzen heeft overschreden. Volgens verweerder zijn de artikelen inhoudelijk gezien juist, op zorgvuldige wijze tot stand gekomen en waar nodig voorzien van bronvermelding. Ten slotte is verweerder van mening dat zijn vrijheid van meningsuiting dient te prevaleren boven de privacybelangen van klaagster. Zij zoekt immers zelf al jaren de publiciteit door onder meer privéfoto’s via internet te tonen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
De Raad stelt voorop dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens moet bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek). Daarbij geldt dat voor mensen met publieke c.q. min of meer openbare functies en voor bekende Nederlanders een zekere mate van blootstelling aan ongewilde publiciteit onvermijdelijk is. Hun privégedrag en gedrag in besloten en privéomgeving hebben recht op bescherming tegen ongewilde inbreuken, tenzij dat gedrag aantoonbaar van invloed is op hun publiek functioneren (zie punt 2.4.2. van de Leidraad).
 
Een journalist die middels een duidelijk aangegeven hyperlink verwijst naar informatie van derden is niet zonder meer verantwoordelijk voor de inhoud van de onderliggende informatie. Bij het plaatsen van een dergelijke link dient echter wel steeds een afweging gemaakt te worden tussen het belang dat met het plaatsen van een hyperlink in de publicatie is gediend en de belangen die hierdoor mogelijk worden geschaad.
 
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de Raad gebleken dat klaagster op zich weinig bezwaren heeft tegen de publicatie van het badfilmpje. Zo heeft klaagster, die blijkens de berichtgeving nog immer een ruime bekendheid geniet, na plaatsing van het badfilmpje op diverse websites in een aantal interviews op radio en televisie vrij laconiek op het verschijnen van het filmpje gereageerd. Daarin benadrukt zij onder meer dat zij zich niet schaamt voor het filmpje. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen dat dit beeldmateriaal nauwelijks verschilt van foto’s die klaagster en haar partner zelf op internet hebben geplaatst, maakt het plaatsen van het filmpje bij een van de gewraakte artikelen naar het oordeel van de Raad geen disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van klaagster. Tevens neemt de Raad hierbij in aanmerking dat verweerder het filmpje direct van de website heeft verwijderd toen het gerucht rondging dat het gestolen materiaal betrof. In zoverre is de klacht derhalve ongegrond.
 
Op het fotomateriaal waarnaar verweerder door middel van hyperlinks heeft verwezen dan wel waarvan hij de vindplaats heeft genoemd, is klaagster onder meer naakt te zien in compromitterende posities. Gelet hierop en mede gelet op het feit dat klaagster uitdrukkelijk heeft aangegeven geen toestemming te hebben gegeven voor publicatie van de (naakt)foto’s, heeft verweerder met het plaatsen van de foto’s bij de gewraakte berichtgeving niet op verantwoorde wijze het belang van klaagster bij de bescherming van haar privacy afgewogen tegen het maatschappelijke belang dat met de berichtgeving is gediend. Dat het fotomateriaal reeds op meerdere websites was geplaatst, betekent nog niet dat aan het belang van bescherming van klaagsters privacy geen gewicht meer toekomt. Met de publicatie van de foto’s is klaagsters privacy disproportioneel aangetast.
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder met het plaatsen van hyperlinks naar de naaktfoto’s in de berichtgeving grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover het betreft het plaatsen van hyperlinks naar de foto’s. Voor het overige is de klacht ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 maart 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, drs. G.T.M. Driehuis, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.