2008/57 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
S. van der Zee
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad
 
Bij brief van 4 oktober 2008 met een bijlage heeft S. van der Zee te Zaandam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad (hierna: verweerder). Daarbij heeft klaagster verzocht om versnelde behandeling. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek toegewezen. P. Hovestad, adjunct hoofdredacteur, heeft vervolgens namens verweerder op de klacht gereageerd bij brief van 15 oktober 2008 met twee bijlagen. Klaagster heeft ten slotte haar klacht nader toegelicht in een e-mail van 30 oktober 2008 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 oktober 2008. Klaagster is daar niet verschenen. Namens verweerder waren voornoemde Hovestad en H. Lieshout, verslaggever, aanwezig.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad heeft verweerder laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 4 oktober 2008 is in het Noordhollands Dagblad een artikel van de hand van Lieshout verschenen onder de kop “Spoor van vernieling en ellende”. De intro van het artikel luidt:
“Het spoor van vernieling en ellende dat Stephanie van der Zee heeft achtergelaten, lijkt met de dag groter te worden. De aangiftes van mensen of bedrijven, die zijn opgelicht door de 38-jarige Zaanse, zijn talrijk. Van cateringbedrijven tot huiseigenaren, van klusjesmensen tot dierenverzorgers, ze krijgen allemaal geld van de vrouw.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Een van haar slachtoffers, haar voormalige huishoudhulp Ellen Lakeman, begreep maar niet dat niemand haar een halt toeriep. Zij deed haar verhaal op televisie, om mensen te waarschuwen tegen de praktijken van de vrouw.”
en
“Van der Zee lijkt sinds de tv-uitzending van de aardbodem verdwenen. Ze zei voor de camera’s psychische problemen te hebben. Haar gedrag zou te wijten zijn aan haar posttraumatische stressstoornis. En dat ze daarom de verantwoordelijkheid voor haar gedrag niet accepteert.
Ellen Lakeman gelooft daar niets van. Ze zet volgens de Zaandamse iedereen op het verkeerde been met smoesjes over haar gezondheid of die van haar familie.”
 
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat sprake is van tendentieuze berichtgeving. Het artikel bevat roddels en persoonlijke informatie over klaagsters ziekte, zonder dat die informatie op juistheid is gecheckt, aldus klaagster. Zo is onder meer ten onrechte vermeld dat haar huidige adres onbekend zou zijn. Haar adresgegevens zijn bekend bij de gemeente en zij staat correct ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Verder is gesuggereerd dat zij niet ziek zou zijn, terwijl dat wel degelijk het geval is.
Voorts stelt klaagster dat zij niet vooraf op de hoogte is gesteld van de publicatie. Bovendien heeft verweerder geen bronnenonderzoek gedaan en nagelaten wederhoor toe te passen. Verweerder heeft geen contact opgenomen met klaagster noch met haar advocaten, haar medisch specialisten of het Openbaar Ministerie. Verder is de in het artikel opgevoerde bron niet betrouwbaar en wordt de televisie-uitzending van de TROS, waarnaar in het artikel wordt verwezen, door politie en reclassering niet serieus genomen, aldus klaagster.
Ten slotte stelt zij dat door de vermelding van haar naam haar privacy is aangetast.
Klaagster betoogt dat door het artikel haar en haar familie veel is leed aangedaan.
 
Verweerder stelt dat de vermelding van klaagsters naam niet uniek, maar wel uitzonderlijk is. Hij hanteert ter zake twee belangrijke criteria: de afweging van het algemeen belang versus het recht op privacy en de vraag of hij die privacy nog kan garanderen. Verweerder meent dat hij over voldoende informatie beschikt om te mogen concluderen dat klaagster een spoor van ellende trekt door de Zaanstreek. In die regio heeft de editie Zaanstreek van het Noordhollands Dagblad een belangrijke maatschappelijke functie. Met de publicatie van het artikel, die feitelijk waarschuwt voor de praktijken van klaagster, heeft de krant haar verantwoorde-lijkheid genomen. In een vervolgartikel van 10 oktober 2008 met de kop “Slachtoffers van oplichting onverrichterzake naar huis” is de naam van klaagster overigens opnieuw vermeld.
Verweerder wijst in dit verband nog op het vonnis van de Amsterdamse Voorzieningenrechter van 2 september 2008, betreffende een kort geding-procedure tussen klaagster en de TROS. In die procedure vroeg klaagster de rechter om de TROS te verbieden in het televisieprogramma ‘Opgelicht?!’ haar naam te noemen dan wel beelden van haar uit te zenden. Klaagster heeft dat kort geding verloren. Dit brengt verweerder op het tweede criterium: de anonimiteit van klaagster. In het programma ‘Opgelicht?!’ heeft de TROS op 2 september 2008 uitgebreid aandacht besteed aan de onderhavige kwestie, mét naam en beelden. Verweerder heeft in zijn berichtgeving naar die uitzending verwezen. De lezer kan zich via de website van ‘Opgelicht?!’ verder over de zaak informeren.
Met betrekking tot de stelling van klaagster dat het artikel vooral bestaat uit roddels en onwaarheden, verwijst verweerder opnieuw naar het kort geding-vonnis. Daarin is onder meer te lezen dat klaagster de in het programma ‘Opgelicht?!’ genoemde feiten en omstandigheden niet betwist. Ter zitting voegt Lieshout hier desgevraagd aan toe, dat de uitzending van ‘Opgelicht?!’ de basis vormde voor het gewraakte artikel. Op grond van eigen onderzoek en contact met de opgevoerde bron heeft hij voorts enkele nieuwe zaken toegevoegd.
Verder erkent verweerder dat hij klaagster niet voorafgaand aan de publicatie heeft gesproken, omdat hij niet over haar huidige adres beschikte. De verslaggever is samen met een gedupeerde naar klaagsters oude adres gegaan, maar daar woonde zij kennelijk niet meer. De verslaggever heeft bij de politie geïnformeerd naar het nieuwe adres van klaagster, maar de politie wilde dat adres niet geven. Anders dan klaagster suggereert, heeft de verslaggever geen toegang tot de gemeentelijke basisadministratie.
Overigens heeft de verslaggever geprobeerd klaagster via een mobiel en vast telefoonnummer te bereiken, maar zonder succes. Nadat hij via de Raad de onderhavige klacht ontving, is de verslaggever onmiddellijk naar klaagsters adres gegaan, maar zij wilde de verslaggever niet te woord staan.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. er is sprake van tendentieuze berichtgeving zonder toepassing van wederhoor;
  2. klaagsters privacy is onnodig geschonden.
 
Ad 1.
Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
 
Verweerder heeft aangevoerd dat de uitzending van het televisieprogramma ‘Opgelicht?!’ van 2 september 2008 de basis vormde voor het artikel. Verweerder heeft voorts gewezen op het vonnis van de Amsterdamse Voorzieningenrechter van diezelfde datum. In dat vonnis is onder meer het volgende overwogen:
“Tussen partijen is in geschil of de voorgenomen televisie-uitzending van 2 september 2008 van het programma Opgelicht van Tros onrechtmatig is jegens Van der Zee en haar twee dochters. De Tros besteedt in het programma Opgelicht van 2 september 2008 een item aan Van der Zee. Van der Zee betwist de in het programma genoemde feiten en omstandigheden niet. Zij stelt dat zij door haar situatie (post-traumatische stress stoornis, waarvoor zij wordt behandeld) in financiële problemen is geraakt en daardoor tot dit gedrag is gekomen.”
Verder heeft verweerder gemotiveerd gesteld dat hij op grond van eigen onderzoek en contact met een van de (vermeende) gedupeerden van klaagster enkele nieuwe zaken aan de publicatie heeft toegevoegd. Een en ander in aanmerking genomen bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerder zonder deugdelijke grondslag beschuldigingen aan klaagsters adres heeft gepubliceerd.
 
Voorts heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat diverse pogingen zijn ondernomen om voorafgaand aan de publicatie in contact te komen met klaagster, maar dat hij klaagster niet heeft kunnen bereiken.
 
 
Verweerder heeft verder onbetwist aangevoerd dat de verslaggever direct na ontvangst van het onderhavige klaagschrift klaagster alsnog in de gelegenheid heeft gesteld haar visie op de kwestie te geven, maar dat klaagster niet wilde reageren.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de Raad van oordeel dat verweerder ook op dit punt niet journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat in het artikel is vermeld dat klaagster in de uitzending van ‘Opgelicht?!’ heeft laten weten dat zij psychische problemen heeft en dat haar gedrag zou te wijten zijn aan haar posttraumatische stressstoornis.
 
Ad 2.
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad en vgl. RvdJ 2008/8).
Verder dient de journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. Aan deze regel is de journalist niet gehouden wanneer de naam een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving is, het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient of de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt (zie punt 2.4.5. van de Leidraad en vgl. RvdJ 2008/15).
 
Gelet op de omstandigheden van dit geval kan niet worden gezegd dat het belang van klaagster om onherkenbaar te blijven zwaarder had moeten wegen dan het belang van het vermelden van haar volledige naam. Laatst bedoeld belang is erin gelegen dat verweerder met de publicatie heeft beoogd de lezer te waarschuwen voor de (vermeende) onoorbare praktijken van klaagster. Gezien de aard en inhoud van de publicatie is de vermelding van de naam van klaagster naar het oordeel van de Raad relevant en functioneel, en niet ontoelaatbaar. Niet aannemelijk is geworden dat de privacy van klaagster op onevenredige wijze is geschaad.
Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat relatief kort voor de publicatie van het artikel in een televisie-uitzending van ‘Opgelicht?!’ uitvoerig over klaagster is bericht. In die uitzending is klaagsters naam vermeld en is zij in beeld geweest, nadat klaagsters verzoek tot een verbod daartoe door de Voorzieningenrechter bij vonnis van 2 september 2008 is afgewezen.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder ook op dit punt geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Noordhollands Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 11 december 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. E.J.M. Lamers, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.