2008/56 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Amsterdance B.V. en PFL Beheer B.V. (Dance Valley)
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘Spuiten en Slikken’ (BNN)
 
Bij brief van 22 augustus 2008 met drie bijlagen heeft mw. mr. K. Kroon, advocaat te Amsterdam, namens Amsterdance B.V. en PFL Beheer B.V., beide gevestigd te Purmerend (hierna: klaagsters) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘Spuiten en Slikken’ (BNN) (hierna: verweerder). Hierop heeft H.M. Furstner, BNN Juridische Zaken, geantwoord in een brief van 26 september 2008 met drie bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 oktober 2008. Namens klaagsters zijn daar C. Povel, media marketing manager, en mr. Kroon verschenen. Aan de zijde van verweerder is voornoemde Furstner verschenen. Mr. Kroon heeft het standpunt van klaagsters toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 19 juli 2008 heeft BNN een aflevering van het televisieprogramma ‘Spuiten en Slikken’ uitgezonden (hierna: de uitzending). Daarin is aandacht besteed aan het evenement Dance Valley 2008. In de uitzending laat BNN-presentatrice N. Kluiver op locatie zien op welke wijze (hard)drugs naar binnen kunnen worden gesmokkeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagsters, organisatoren van het jaarlijkse evenement Dance Valley, stellen dat zij op 28 februari 2008 per e-mail zijn benaderd door een redactielid van ‘Spuiten en Slikken’ met het verzoek om op Dance Valley 2008 opnamen te mogen maken. In het kader van dit verzoek heeft BNN voorgesteld om een test-je-drugs-centrum op het Dance Valley terrein neer te zetten. Klaagsters hebben met dit voorstel niet ingestemd, omdat zij niet op een dergelijke wijze geassocieerd willen worden met (hard)drugsgebruik en zaken die daaraan zijn gerelateerd.
Vervolgens heeft een ander redactielid van ‘Spuiten en Slikken’ bij e-mail van 26 mei 2008 opnieuw een aanvraag ingediend om opnamen te mogen maken op Dance Valley 2008. In dat e-mailbericht is meegedeeld dat BNN op zoek was naar een festival/vakantieplek waarvandaan reportages zouden kunnen worden gemaakt. Er zou een plek worden gezocht om een talkshow te kunnen uitzenden, waarin het ook over Dance Valley zou gaan en een reportage over ‘Dance Valley door de jaren heen’ getoond zou worden. In vervolg op deze aanvraag is er telefonisch contact geweest tussen klaagsters en BNN, waarin BNN duidelijk te kennen heeft gegeven dat het zou gaan om een ‘sfeerimpressie’ over Dance Valley.
Op grond van deze aanvraag hebben klaagsters BNN toestemming gegeven om opnamen te maken op Dance Valley 2008.
Ter zitting voegen klaagsters hieraan nog toe dat ook uit de daarna gevoerde correspondentie over het versturen van de perstickets blijkt, dat sprake zou zijn van een ‘sfeerverslag’.
De gewraakte uitzending heeft een geheel andere inhoud dan die waarvoor toestemming is gegeven. In de uitzending is Dance Valley in één adem genoemd met drugsgebruik. Daardoor is de goede naam van klaagsters c.q. het festival ernstig geschaad. Op grond van de voorgaande e-mailberichten en telefonische contacten mochten klaagsters ervan uitgaan dat zij hun medewerking zouden verlenen aan een reportage over Dance Valley 2008 waarbij géén expliciet verband zou worden gelegd tussen Dance Valley en (hard)drugsgebruik. Zouden klaagsters op de hoogte zijn geweest van de werkelijke intenties van BNN en zouden zij hebben geweten dat zij met naam en toenaam in een dergelijke reportage zouden worden genoemd, dan hadden zij geen toestemming gegeven om de opnamen te maken.
Klaagsters concluderen dat verweerder zijn afspraken niet is nagekomen en aldus journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. De handelwijze van verweerder wordt niet gerechtvaardigd door de inhoud van de uitzending, aldus klaagsters.
 
Verweerder stelt dat het verzoek als gedaan in de e-mail van 26 mei 2008 het uitzenden van een talkshow betrof. Hiervoor hebben klaagsters hun toestemming onthouden. Los daarvan ontstond bij de redactie het plan om een losse reportage te maken met aandacht voor het zogeheten ‘zero tolerance-beleid’, waarin getoond wordt hoe de presentatrice drugs probeert binnen te smokkelen op een festival. Het latere verzoek om een reportage te draaien op Dance Valley zag op dit plan en is afzonderlijk aan Dance Valley gedaan. De goedgekeurde aanvraag betrof dus een korte reportage waarvoor BNN de zaterdag voorafgaand aan het evenement standaard persuitnodigingen ontving. Vanwege de opzet van het item heeft BNN geen volledige duidelijkheid gegeven over de exacte inhoud van het item. Aangezien BNN niet heeft gefilmd op basis van de aanvraag waarin werd geschreven dat er mogelijk een overzicht zou kunnen worden gegeven van Dance Valley over de jaren heen, is er geen sprake van valse voorwendselen of misleiding, aldus verweerder.
Hij meent verder dat BNN een legitiem belang had bij het maken van het item. Het is aan de eindredactie om de toon, inhoud en vormkeuze te bepalen. Bij de invulling van het item is BNN allerminst onzorgvuldig te werk gegaan.
Overigens betwist verweerder dat sprake zou zijn van schade aan het imago van klaagsters c.q. Dance Valley. Het is een feit van algemene bekendheid dat op dergelijke evenementen drugs worden gebruikt. Bovendien rechtvaardigt de maatschappelijke functie die een evenement als Dance Valley vervult, dat daaraan aandacht wordt besteed zoals BNN heeft gedaan, ook als die aandacht niet geheel de vorm en inhoud heeft die klaagsters het liefst hadden gezien.
Ten slotte stelt verweerder dat hij achteraf, in een telefoongesprek met Povel, toestemming heeft gekregen van de organisatie van Dance Valley.
Verweerder concludeert dat ook als een opener opstelling over de inhoud van de rapportage vereist was, waarmee het item overigens onmogelijk gemaakt had kunnen worden, geen sprake was van onzorgvuldig journalistiek handelen.
 

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerder de gemaakte afspraken over de inhoud van het programma, op grond waarvan klaagsters hun medewerking daaraan hebben verleend, heeft geschonden.
 
Klaagsters hebben gemotiveerd aangevoerd dat zij geen medewerking wensten te verlenen aan een televisieprogramma waarin een verband zou worden gelegd tussen Dance Valley en (hard)drugsgebruik. Om deze reden hebben klaagsters dan ook niet ingestemd met het eerste programmavoorstel van BNN, waarin sprake was van een ‘test-je-drugs-centrum’ op het terrein van Dance Valley. Niet aannemelijk is geworden dat BNN achteraf telefonisch toestemming van klaagsters zou hebben gekregen.
Dat een en ander aan verweerder voldoende duidelijk was, blijkt uit hetgeen verweerder zowel schriftelijk als – ter zitting – mondeling heeft gesteld. Verweerder heeft erkend dat het niet mogelijk zou zijn geweest om het gewraakte item te maken, als aan klaagsters volledige openheid was gegeven over de inhoud ervan, omdat klaagsters dan hun medewerking zouden hebben geweigerd.
 
Naar aanleiding van e-mailcorrespondentie en telefonische contacten tussen partijen, hebben klaagsters zich uiteindelijk bereid verklaard mee te werken aan een programma van verweerder. Die medewerking heeft eruit bestaan dat aan BNN-medewerkers perskaarten zijn verstrekt, zodat de BNN-ploeg openlijk opnamen heeft kunnen maken op Dance Valley 2008. In dat verband is in een e-mail van 3 juli 2008 aan BNN onder meer bericht:
“Bij deze wil ik reageren op uw persaanvraag voor het evenement Dance Valley. Voor dit evenement heb ik de volledige namen nodig die gaan komen op dit evenement. Dan kan ik vervolgens de uitnodiging op naam naar u versturen.”
Hierop is door BNN gereageerd in een e-mail van 7 juli 2008, waarin onder meer is bericht:
“Hier de namen die komen naar dancevalley as zaterdag. (…) We laten tijdens onze zomertour verschillende plekken zien waar jongeren feesten en hun vakantie vieren. Zij gaan deze dag een klein sfeerverslagje maken van dancevalley 2008.”
 
Naar het oordeel van de Raad mochten klaagsters er – gelet op alle contacten tussen partijen – van uitgaan dat zij hun medewerking toezegden aan een televisieprogramma waarin een ‘sfeerverslagje’ van Dance Valley 2008 zou worden uitgezonden, en dat daarin geen verband zou worden gelegd met (hard)drugsgebruik. Het beroep van BNN op een ‘legitiem belang’ om het ‘zero tolerance-beleid’ onder de aandacht te brengen en bepaalde aspecten daarvan te tonen, gaat niet op aangezien een dergelijk onderwerp ook op andere wijzen aan de orde gesteld kan worden zonder in strijd met gemaakte afspraken te handelen.
 
Door bewust een dergelijke afspraak met klaagsters te maken (omdat zij anders niet zouden meewerken) en deze vervolgens te schenden, heeft verweerder de grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Spuiten en Slikken’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 10 december 2008 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, drs. L.W. Verhagen en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.