2008/55 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek

inzake de klacht van

 

X   

 

tegen

 

J. van den Heuvel, B. Huisjes, Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V. en House of Knowledge B.V.  

 

Bij brief van 14 augustus 2008 met een bijlage heeft mr. F.F. Blokhuis, advocaat te Amsterdam, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. van den Heuvel, B. Huisjes, Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V. en House of Knowledge B.V. (hierna: verweerders). Bij brief van 17 september 2008 hebben verweerders aan de Raad bericht niet inhoudelijk op de klacht te zullen reageren, omdat zij de klacht zien als een ‘opstapje’ naar een civiele procedure.

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 oktober 2008. Klager is daar verschenen, vergezeld door zijn echtgenote en mr. Blokhuis, die het standpunt van klager heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

 

DE FEITEN

 

In mei 2008 is een boek van de hand van Van den Heuvel en Huisjes verschenen onder de titel “Tijdperk Willem Holleeder – 25 jaar poldermaffia” (hierna: het boek). Het boek is uitgegeven door Uitgeversmaatschappij De Telegraaf B.V. en House of Knowledge B.V.

In het boek wordt klager genoemd en wordt onder meer over hem vermeld dat hij “lange tijd als het vermoedelijke ,,brein” wordt beschouwd van de kidnap” van Alfred Heineken en Ab Doderer in 1983. Verder zijn in het boek drie foto’s van klager gepubliceerd, waarbij een zwart balkje over zijn ogen is geplaatst.

 

HET STANDPUNT VAN KLAGER

 

Klager stelt dat het boek ernstige beschuldigingen bevat die niet zijn gebaseerd op een deugdelijke feitelijke grondslag. Hij is ten onrechte ervan beschuldigd het ‘brein’ te zijn achter de ontvoering van Heineken en Doderer. Door het woord brein steeds tussen aanhalingstekens te plaatsen, is bovendien ten onrechte de suggestie gewekt dat het een citaat betreft. In ieder geval wordt niet duidelijk, wie dit zou hebben gezegd. In samenhang met die beschuldiging is verder vermeld dat klager eigenaar zou zijn geweest van de loods waarin Heineken en Doderer hebben vastgezeten, hetgeen niet juist is. Voorts is hem het verwijt gemaakt dat hij het betaalde losgeld zou hebben ontvangen en geïnvesteerd in panden en projecten. Daarnaast staan er nog andere feitelijke onjuistheden in de publicatie, zoals onder meer dat klager een kind zou hebben bij de zus van wijlen Endstra. Klager ontkent ten stelligste dat hij de misdaden waarvan hij beschuldigd wordt, zou hebben gepleegd of dat de ernstige beschuldigingen juist zijn. Verweerders hadden die beschuldigingen niet zonder deugdelijke feitelijke grondslag mogen publiceren, aldus klager.  

Hij wijst er verder op dat verweerders relevante feiten hebben weggelaten, bijvoorbeeld dat hij twee keer een kennisgeving van niet verdere vervolging heeft ontvangen van het Ministerie van Justitie. Verweerders hebben voorts onvermeld gelaten dat klager nooit is veroordeeld voor enig delict in verband met de Heineken-ontvoering. Weliswaar is ergens in het boek vermeld dat klager vrijuit is gegaan wegens gebrek aan bewijs, maar die zin neemt in verhouding tot de talloze ernstige beschuldigingen een zodanig ondergeschikte plaats in, dat de onjuiste suggesties daarmee onvoldoende zijn weggenomen. Klager acht het zeer ernstig dat enkele beschuldigingen al meer dan 24 jaar oud zijn en nooit bewezen, en dat hij daar nu toch weer mee wordt geconfronteerd. Klager meent dat door de wijze waarop hij is beschreven, de lezer zich moeilijk aan de indruk kan onttrekken dat klager betrokken was bij de Heineken-ontvoering.

Klager stelt voorts dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen en aldus hem de mogelijkheid hebben ontnomen om in de publicatie te reageren op de aantijgingen. Dit klemt temeer, nu in het boek zeer ernstige beschuldigingen zijn geuit. Klager had graag voorafgaand aan de publicatie een toelichting gegeven en bepaalde beschuldigingen willen weerspreken.

Verder stelt klager dat zijn privacy disproportioneel is geschaad door de vermelding van zijn volledige naam en bijnaam. Verweerders hadden kunnen volstaan met ten hoogste het publiceren van klagers initialen. Bovendien wordt hij door het zwarte balkje over zijn ogen op de foto verder gecriminaliseerd. Hij wijst erop dat een groot deel van de andere in het boek genoemde personen inmiddels niet meer leeft.

Klager benadrukt dat hij met rust gelaten wenst te worden. Volgens hem hebben veroordeelden recht op rehabilitatie en voormalige verdachten recht op anonimiteit. Hij verschijnt zelf niet in de publiciteit en doet niets om enige publiciteit te genereren. De confrontatie met oude, maar zeer ernstige beschuldigingen, doet klager en zijn familie pijn, temeer omdat die beschuldigingen feitelijk onjuist zijn. Hij is 24 jaar geleden even verdacht geweest in verband met de Heineken-ontvoering. In het proces betreffende die ontvoering zijn de schuldigen aangewezen. Klager is daarvoor niet veroordeeld en ook allang geen verdachte meer. Toch blijft die ontvoering klager achtervolgen. Door het gewraakte boek wordt hij als het ware door verweerders veroordeeld. Daarbij komt dat een boek een vastere waarde heeft dan krantenpublicaties, die vluchtiger zijn, aldus klager.

Hij concludeert dat diverse passages in het boek over hem onaanvaardbaar zijn en dat verweerders op zijn minst onzorgvuldig hebben gehandeld en ethische grenzen hebben overschreden.

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

 

De Raad stelt voorop dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws en geen toestemming voor of instemming met een publicatie behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient hij het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad).

 

In het boek wordt een tableau geschetst van ‘een kwart eeuw georganiseerde misdaad in Nederland’. De publicatie bevat een inhoudelijke compilatie van informatie over en rond W. Holleeder die op grond van talloze publicaties al jarenlang bekend is, waarbij divers (beeld)materiaal is opgenomen uit de archieven van De Telegraaf.

Als zodanig is het boek te beschouwen als een geschiedenisdocument, waarin de Heineken-ontvoering en de nasleep daarvan veel aandacht krijgen.

 

De Raad kan zich voorstellen dat het klager niet welgevallig is, dat hij zo lang na dato wordt geconfronteerd met zijn verleden. Dat is echter onvoldoende grond voor de conclusie dat de gewraakte publicatie jegens hem journalistiek onzorgvuldig is.

 

Klager heeft erkend dat hij banden heeft gehad met W. Holleeder en dat hij destijds als een van de verdachten van de Heineken-ontvoering is aangemerkt. Uit de publicatie blijkt verder genoegzaam dat de diverse aan het adres van klager geuite beschuldigingen, waaronder de aanduiding van klager als ‘brein’ achter de Heineken-ontvoering, niet de mening van verweerders bevatten. Het gaat hier om de vermelding van feiten, te weten dat derden – met name politie en justitie – destijds, ten tijde van het onderzoek in de Heineken-ontvoering, klager onder meer ervan hebben beschuldigd het ‘brein’ achter de ontvoering te zijn. Voorts is in het boek vermeld dat klager niet voor die ontvoering is veroordeeld.

 

Wat betreft de vermelding van de naam van klager overweegt de Raad dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie (punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad).

Verder dient de journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. Aan deze regel is de journalist niet gehouden wanneer de naam een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving is, het niet vermelden van de naam wegens de algemene bekendheid van de betrokkene geen doel dient of de betrokkene zelf de openbaarheid zoekt (zie punt 2.4.5. van de Leidraad).

 

In het kader van de Heineken-ontvoering en in berichtgeving over en rond W. Holleeder is ook klager in eerdere publicaties veelvuldig genoemd. Klager heeft ter zitting erkend dat hij tegen deze eerdere publicaties geen bezwaar heeft gemaakt. Het is dan ook een bekend gegeven dat de naam van klager in verband is gebracht met de Heineken-ontvoering. Onder deze omstandigheden behoefden verweerders niet af te zien van het vermelden van klagers naam.

 

In het boek gaat het niet om de openbaring van een nieuwe beschuldiging (aan het adres van klager en de andere daarin genoemde personen), maar om een weergave van feitelijke aard van hetgeen 25 jaar geleden is geschied rond de Heineken-ontvoering en het strafrechtelijke onderzoek daarnaar, waarbij ook de vermelding van klager berust op eerdere publicaties; gelet daarop behoefden verweerders geen wederhoor toe te passen (zie punt 2.3.4 van de Leidraad).

 

Mede in aanmerking genomen de impact die de Heineken-ontvoering en de nasleep daarvan in de Nederlandse samenleving hebben gehad, hebben verweerders – door die gebeurtenissen op basis van archiefmateriaal in een boek (bij wijze van geschiedenisdocument) vast te leggen op de wijze zoals zij hebben gedaan – niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

 

BESLISSING

 

De klacht is ongegrond.

 

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

 

Aldus vastgesteld door de Raad op 10 december 2008 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, drs. L.W. Verhagen en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.