2008/51 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Leaseweb B.V.
 
tegen
 
K. Spaink, A. Schulte en de hoofdredacteur van Het Parool
 
Bij brief van 2 juni 2008 met vijf bijlagen heeft mr. J.J. van der Goen, advocaat te Soest, namens Leaseweb B.V. te Haarlem (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen K. Spaink, A. Schulte en de hoofdredacteur van Het Parool (hierna: verweerders). Bij brief van 30 juni 2008 met veertien bijlagen heeft mr. J.P. van den Brink, advocaat te Amsterdam, namens verweerders op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 september 2008. Namens klaagster zijn daar A.J.J. de Joode, security officer van klaagster, en mr. Van der Goen verschenen. Aan de zijde van verweerders waren Spaink en mr. Van den Brink aanwezig. Mr. Van der Goen en mr. Van den Brink hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van pleitnotities.
 
DE FEITEN
 
Op 19 februari 2008 is op pagina 3 van Het Parool een artikel van de hand van Schulte verschenen onder de kop “Politie liet kinderporno lopen” met de onderkop “Op zwarte lijst van KLPD voor internetproviders stonden vier Nederlandse sites”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) heeft Nederlandse kinderpornosites ongemoeid gelaten, terwijl het van het bestaan ervan op de hoogte was.
Dat blijkt uit onderzoek van Parool-columniste en publiciste Karin Spaink. Het KLPD heeft een zwarte lijst van kinderpornosites. Die lijst wordt gegeven aan internetproviders, die daarmee kunnen verhinderen dat hun klanten deze sites bezoeken. Twee providers gebruiken deze lijst.
Volgens woordvoerder Ed Kraszewski van het KLPD staan alleen buitenlandse kinderpornosites op de lijst. “Nederlandse sites kunnen we aanpakken.””
en
“Hoewel de lijst geheim is, is Spaink er via een omweg achter gekomen dat op de lijst van het KLPD zeker vier Nederlandse sites staan. Deze sites zijn ondergebracht bij twee zogeheten hosting providers, bedrijven die websites toegankelijk maken. Het gaat om Webazilla uit Utrecht en Leaseweb uit Haarlem.
Op de sites zijn jonge meisjes en jongens te zien in allerlei poses, van Wehkampachtige foto’s tot seksuele handelingen.
Het KLPD oordeelt dat het bij twee van deze sites zeker om kinderporno gaat. Bij de twee andere wordt dat onderzocht.”
en
“”We zijn een zeer grote hosting provider; dan ontkom je hier niet aan,” zegt directielid Laurens Rosenthal van Leaseweb. “Maar deze mensen zijn in staat in vijf minuten een nieuwe site de wereld in te slingeren.””
Diezelfde dag is op pagina 12 van Het Parool een artikel van de hand van Spaink verschenen onder de kop “Een kinderpornofilter is etalagepolitiek” met de subkop “Politie en justitie laten providers hun eigen onmacht maskeren. Sinds wanneer ligt Haarlem in Oost-Europa?”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Veel kinderpornosites, zo gaat het verhaal, komen uit landen waar te weinig tegen kinderporno wordt gedaan: Oost-Europa en vooral Rusland worden meestal als de boosdoeners genoemd. Omdat internet nu eenmaal een internationaal medium is en zulke illegale sites daarom eenvoudig in Nederland te bekijken zijn, is filteren de enige manier om ze te weren.
In Nederland is UPC de enige provider die zo’n kinderpornofilter heeft. Wie een UPC-verbinding heeft en een dergelijke site wil bezoeken, krijgt een omineuze waarschuwing op zijn scherm: ‘STOP. (…)’ UPC gebruikt een lijst die is opgesteld door het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD).”
en
“Ook andere Europese landen kennen zo’n kinderpornofilter. Finland bijvoorbeeld. Ook daar is onduidelijk wat wordt geblokkeerd. Voor de Fin Matti Nikki was dat reden om uit te zoeken welke sites precies in zijn land worden weggefilterd. Door eindeloos sites op te zoeken kwam hij tot een lijst van ruim duizend sites.”
en
“Dit weekeinde heb ik de eerste veertig Nederlandse sites van de Finse lijst uitgebreid bekeken. Er staat veel vunzigs op. De leeftijd van de afgebeelde kinderen is soms op het randje (Nederland legt de grens voor kinderporno bij kinderen onder de achttien), maar geregeld zijn er plaatjes van kinderen van tien of twaalf jaar die masturberen, seks hebben of buitengewoon uitdagend poseren.
Kinderporno en dus strafbaar, ook volgens de Nederlandse wet. Vrijwel al die sites staan open en bloot bij twee Nederlandse hosting providers: Leaseweb en Webazilla, bedrijven die gemakkelijk te vinden zijn en die je zo een gerechtelijk bevel onder de neus kunt duwen om de site te sluiten en de gegevens van de eigenaars aan justitie te overhandigen.
Diezelfde sites heb ik daarna via een UPC-verbinding bekeken. Een deel van de sites die Finland als kinderporno beschouwt, is via UPC gewoon te bekijken en staat dus niet op de KLPD-lijst. (…)
Via UPC stuitte ik op tien geblokkeerde sites. Eén ervan bestond helemaal niet meer, eentje kwam uit Engeland, vier stonden op servers in de VS en vier in Nederland, twee bij Leaseweb, twee bij Webazilla. Opmerkelijk was – alweer – de willekeur. Sites die niet fundamenteel afweken van door UPC geblokkeerde sites, kon ik, ook via UPC, gewoon zien. Dat kinderpornofilter is een vreemd ratjetoe.”
en
“Volgens de KLPD huisvesten Leaseweb en Webazilla kinderporno. In dat geval dient justitie in te grijpen door die sites uit de lucht te halen en de eigenaars te vervolgen.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt, kort samengevat, dat zij in de berichtgeving ten onrechte in verband wordt gebracht met publiceren van kinderporno, en dat zij ongerechtvaardigd en op onjuiste gronden in ongunstig daglicht is geplaatst. Volgens klaagster kan de lezer uit de artikelen opmaken dat zij een provider is die willens en wetens kinderporno toestaat, waartegen de politie niet optreedt. Dit is een ernstige beschuldiging aan haar adres, die feitelijk onjuist is.  
Klaagster wijst erop dat zij een en ander op 19 maart 2008 heeft voorgelegd aan het KLPD, dat in een reactie van 1 april 2008 onder meer aan klaagster heeft bericht: “In het Parool-artikel werden vier Internetsites genoemd. Deze sites waren sedert medio augustus 2007 bekend bij het Productteam Bestrijding Kinderpornografie van de Dienst Nationale Recherche Informatie van het KLPD. Op dat moment werden over die sites inderdaad kinderpornografische afbeeldingen verspreid. De desbetreffende sites waren echter nadrukkelijk geen in Nederland geproduceerde sites, noch bestond er op dat moment enige connectie met Nederland of met in Nederland woonachtigen; ze werden op het moment van eerste vaststelling gehost via een buitenlands hostingbedrijf. De sites zijn op dat moment op de blokkeringslijst geplaatst. Naar aanleiding van de perspublicatie in het Parool werd direct een nieuwe controle uitgevoerd. Alle vier de sites bleken op dat moment te worden gehost via Nederlandse webhosting-bedrijven, twee ervan via Leaseweb. Op het moment van controle bleken de twee door Leaseweb gehoste bedrijven geen kinderpornografische afbeeldingen meer te bevatten, de twee overige nog wel.” Hieruit blijkt dat het door verweerders gestelde feitelijk onjuist is. Er is geen sprake van het hosten van de bedoelde kinderpornografische sites door klaagster en ten onrechte hebben verweerders bericht dat dit, ook volgens het KLPD, wél zo zou zijn.
Verder is de bewering onjuist dat justitie zou moeten ingrijpen en tegen klaagster zou moeten optreden. Klaagster wijst ter zake op het slot van de hiervoor bedoelde brief van het KLPD: “Het is het KLPD bekend dat webhostingbedrijven serverruimte verhuren aan bedrijven en particulieren die of de gehele site of een link naar de betreffende site opslaan op deze serverruimte alsook dat het voor een webhostingbedrijf onmogelijk is om alle ‘content’ van de door hen gehoste sites te kennen of te controleren. De medewerkers van het Productteam Bestrijding Kinderpornografie van het KLPD hebben echter uitstekende contacten met het merendeel van de Nederlandse webhostingbedrijven. Ook met Leaseweb bestaat de ervaring dat één telefoontje volstaat om een kinderporno bevattende site te laten verwijderen.” Daaruit blijkt dat klaagster er juist alles aan doet wat in haar vermogen ligt om kinderporno te weren en daartoe naar vermogen samenwerkt met het KLPD.
Ter zitting benadrukt klaagster dat onderscheid moet worden gemaakt tussen zogeheten accessproviders, zoals UPC, en hostingproviders, zoals klaagster. Alleen accessproviders – die voor consumenten de toegang tot het internet beheren – maken eventueel gebruik van filters. Het kinderpornofilter, waarover verweerders hebben geschreven, is niet bedoeld voor hostingproviders, die ruimte op het internet verstrekken aan aanbieders van websites. Het is voor deze providers niet mogelijk de inhoud van de websites vóór plaatsing op het internet te controleren. Als een hostingprovider verneemt dat hij ruimte beschikbaar heeft gesteld aan een ontoelaatbare website, dan kan hij die website achteraf verwijderen. De eigenaar van een website kan overigens – nadat zijn site door een bepaalde hostingprovider is verwijderd – gemakkelijk een ander webadres (IP-adres) aanvragen en dat onderbrengen bij een andere hostingprovider. De plaatsing van ontoelaatbare websites kan dus niet worden tegen gehouden, dit is het karakter van het internet. Het is overigens mogelijk om te zien wanneer een bepaalde website door klaagster is gehost, maar niet wat op dat moment de inhoud van die website was.
Klaagster concludeert dat sprake is van onjuiste, misleidende en tendentieuze berichtgeving, waardoor zij in haar eer en goede naam wordt aangetast. Spaink heeft ten onrechte geweigerd het artikel van haar weblog te verwijderen. Bovendien hebben verweerders nagelaten wederhoor toe te passen. De woordvoerder van klaagster, die in het artikel van Schulte wordt geciteerd, had geen idee waartegen hij precies verweer moest voeren en heeft dan ook in algemene zin gereageerd.

Verweerders stellen, kort samengevat, dat zij nergens hebben bericht dat klaagster willens en wetens mee zou werken aan vunzige sites of kinderporno. In de artikelen staat dat klaagster en Webazilla volgens het KLPD kinderporno huisvestten. Die conclusie kan worden getrokken omdat vier van door onder andere klaagster gehoste websites op de zwarte lijst van kinderporno van het KLPD stonden. De conclusie wordt verder ondersteund door het KLPD-bericht dat verscheen bij een bezoek aan de sites via een UPC-verbinding en is bevestigd door de politie en de minister.
Ten overvloede hebben verweerders het KLPD nog specifiek voorgelegd of de bewuste vier sites inderdaad kinderporno bevatten. Het KLPD heeft dit toen bevestigd ten aanzien van twee sites en meegedeeld dat de andere twee sites nog werden onderzocht. Het KLPD heeft toen niet gezegd welke sites door klaagster en welke door Webazilla werden gehost.
Daarnaast heeft Spaink eigen onderzoek verricht door de bewuste websites te onderzoeken. Verweerders hebben in dit verband zogeheten ‘screenshots’ overgelegd van KLPD-waarschuwingen die opkwamen bij een bezoek aan door klaagster gehoste websites. Het oordeel van Spaink dat het gaat om kinderporno is niet onzorgvuldig. Bovendien heeft zij als columniste een grote vrijheid om te bepalen hoe zij haar persoonlijke mening weergeeft.
Verder wijzen verweerders erop dat klaagster zelf heeft erkend dat tussen de door haar gehoste websites ook kinderporno zit en dat daaraan niet valt te ontkomen.
Verweerders stellen voorts dat zij wel degelijk wederhoor hebben toegepast, zowel bij klaagsters als bij het KLPD. De woordvoerder van klaagster is ook geciteerd in het artikel van Schulte. Het wederhoor is bovendien weergegeven op de website van Spaink, waar haar column is gepubliceerd.
Ten slotte stellen verweerders dat de publicaties aan de kaak stellen dat de politie haar taak om kinderporno op internet te bestrijden afschuift op de providers. Ten onrechte doet klaagster voorkomen alsof verweerders een kruistocht tegen haar voeren. Van beschuldigingen aan het adres van klaagster is dan ook geen sprake.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door onjuist, misleidend en tendentieus over klaagster te berichten, zonder toepassing van wederhoor.
 
De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de publicatie van kinderporno op het internet. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
 
Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
 
Klaagster heeft erkend dat zij de inhoud van een website niet controleert vóórdat zij – als hostingprovider – aan een eigenaar van die website ruimte op het internet beschikbaar stelt.
In dat verband heeft klaagster voorts erkend dat zij niet kan voorkomen dat zij ruimte beschikbaar stelt aan websites met een ongeoorloofde inhoud. Verder heeft klaagster ter zitting erkend dat het niet mogelijk is om vast te stellen welke inhoud een door haar gehoste website in het verleden – ten tijde van hosting door klaagster – heeft gehad.   
 
Uit de door klaagster overgelegde brief van het KLPD van 1 april 2008 blijkt voorts dat de vier websites waarover verweerders hebben bericht, op enig moment kinderpornografische afbeeldingen hebben bevat. Verder blijkt uit deze brief dat twee van deze websites door klaagster zijn gehost en op het moment van controle door het KLPD – die plaatsvond ná publicatie van de gewraakte artikelen – géén kinderporno meer bevatten. Dit sluit echter niet uit dat dit ten tijde van de berichtgeving nog wél het geval was. Dit laatste is echter niet (meer) vast te stellen.
 
Gelet op het voorgaande is de Raad van oordeel dat verweerders op basis van de hen beschikbare gegevens op het moment van publicatie over klaagster mochten berichten, zoals zij hebben gedaan. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat de reactie van de woordvoerder van klaagster in het artikel van Schulte en op de website van Spaink is opgenomen. Niet aannemelijk is geworden dat de woordvoerder van klaagster onvoldoende op de hoogte is gesteld van de aard van de publicatie, zoals klaagster heeft gesteld, terwijl gesteld noch gebleken is dat de weergave van de reactie feitelijk onjuist is.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 november 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, mw. A.C. Diamand, T.R. Harkema en mw. drs. J.X. Nabibaks, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.