2008/46 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
F.G. Koster en F.J. Stoker
 
tegen
 
A. Hertsenberg en de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?!
 
Bij brief van 14 juni 2008 met twee bijlagen heeft mr. H.L. van Lookeren Campagne, advocaat te Den Haag, namens F.G. Koster en F.J. Stoker (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen A. Hertsenberg en de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?! (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 augustus 2008. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 29 februari 2008 is in het televisieprogramma TROS Opgelicht?! aandacht besteed aan klagers. De presentatrice leidt de reportage als volgt in:
“Al 23 jaar doet hij zich met grote regelmaat voor als advocaat Hans Stoker. Hij is berucht in juridische kringen, maar de gewone man kent hem niet. Stoker staat ook bekend als financiële tovenaar. Die bijnaam krijgt hij in de pers omdat hij talloze trucjes kent om geld te laten verdwijnen. In eigen zak wel te verstaan.”
In de reportage meldt de voice-over vervolgens:
“Dit is Fokke Johannes Stoker. Deze gesoigneerde gentleman is van eenvoudige komaf. De 47-jarige zoon van een doodgewone Groningse schipper weet zich met zijn maatpakken en dure bolides zonder problemen in hogere kringen te begeven. Daar is hij vooral memorabel door zijn ouderwetse plechtige taalgebruik. Hans Stoker zegt niet alleen maar doctor te zijn. In zijn kantoortje in Lelystad en later Dronten stelt hij zich regelmatig voor als juridisch adviseur en advocaat.”
 
In de uitzending komen meerdere personen aan het woord die allen zeer ernstige verwijten maken aan het adres van Stoker. Het betreft onder meer de heer Van den Berg, mevrouw Tiben en de heer mr. Schelhaas.
Van den Berg stelt ernstig benadeeld te zijn door Stoker. Hij beschuldigt Stoker onder meer van het vervalsen van een volmacht, het verkopen van een aandelenpakket tegen een te lage prijs en het achterhouden van gelden. Tiben verwijt Stoker dat hij haar niet op de hoogte heeft gehouden van de voortgang en uitkomst van een door Stoker namens haar gestarte procedure. Verder beschuldigt zij hem onder meer van het verduisteren van gelden uit een erfenis en het achterhouden van een betaald voorschot. Mr. Schelhaas stelt in de uitzending dat Stoker namens een klant gelden geïncasseerd heeft en vervolgens heeft nagelaten deze gelden af te dragen.
 
In de reportage meldt de voice-over onder meer:
“Hans Stoker heeft in de jaren dat hij in Lelystad en Dronten opereerde een piekfijn netwerkje opgebouwd. In Amsterdam sluit hij zich al snel aan bij het advocatenkantoor van een zekere mr. Koster. Geen man met een onbesmet blazoen. Maar wel eentje die het prima vindt om gewillige klanten naar hem door te schuiven.”
 
en:
“Ook al mag Hans Stoker op dit moment geen officieel eigen bedrijf hebben, hij werkt nog steeds lekker door. Zijn voormalige zakenpartner meester Koster kan hij daarvoor niet meer misbruiken. Die is uit zijn ambt ontheven. Koster heeft zichzelf bij een alcoholkliniek ingecheckt. En Stoker heeft al weer een nieuw advocatenvriendje geregeld.”
 
Aan het eind van de reportage is te zien dat een medewerkster op zoek gaat naar Stoker. Zij belt eerst aan bij een flatgebouw, waarbij niet wordt open gedaan. Daarna probeert zij telefonisch contact met Stoker te krijgen, maar zij krijgt een voice-mail te horen, die zij inspreekt. Daarna volgen beelden, waarbij van een afstand is te zien dat een man het flatgebouw uitloopt. De voice-over meldt daarbij: “Stoker denkt dat hij ongezien uit het pand glipt. Maar Opgelicht?! heeft al snel door dat hij in een auto is gestapt.” Daarna volgen er beelden van de achterkant van een rijdende auto. De voice-over meldt: “Hij lijkt een afspraak te hebben. Ditmaal wil hij blijkbaar wel de rechtbank in.” Te zien is vervolgens dat Stoker uitstapt en de medewerkster achter hem aan loopt. Daarbij worden de volgende woorden gewisseld.
Medewerkster: “U bent meneer Stoker? Hans Stoker?”
Stoker: “Nee”
Medewerkster: “Jawel u bent Hans Stoker, ik zie het aan uw gezicht.”
Stoker loopt weg. De medewerkster loopt achter hem aan en zegt.”Geeft u zich nog steeds uit als advocaat? U geeft zich wel uit als doctor he, in de rechten. Staat op uw kaartje. Ik wil u wat dingen vragen, want …”
Stoker loopt weer richting de auto en zegt: “U kunt mij niets vragen” en “U heeft geen fatsoen.
De medewerkster vervolgt: “Ik heb met heel veel van uw klanten gesproken en ik heb er geen één gehoord die goed behandeld is.”
Stoker: “Rot toch op.
Medewerkster:  “Iedereen is geld kwijt geraakt door u.”
Stoker: “O, nou”
Medewerkster: “U verduistert tonnen.”
Stoker: “O”
Medewerkster: “Ja. Nog een ton gister in de rechtszaak die u verstek liet gaan, waarin een klant u aanklaagde. Daarna noemt ze de naam van de klant. Stoker reageert: “Die ken ik niet.” Medewerkster: “Zal ik even zeggen van wie ik ben? Ik ben van Tros Opgelicht. En ik wil u nog graag veel meer vragen stellen. Zal ik u even mijn kaartje geven. Dan kunt u reageren als u dat wilt.” Te zien is dat Stoker probeert in de auto te stappen, maar dat de medewerkster hem daarvan probeert te weerhouden door tussen hem en de auto in te gaan staan. En zodra Stoker in de auto is gaan zitten, staat de medewerkster tussen hem en de deur van de auto in. Stoker zegt daarop: “Wilt u de deur even dicht doen.” De auto rijdt vervolgens een stukje weg, terwijl de medewerkster in de openstaande deur meeloopt. Zij zegt: “Doet u even rustig, dit is heel gevaarlijk wat u doet.” Stoker vraagt wederom of zij de deur dicht wil doen. De medewerkster blijft mee lopen met de auto en zegt: “Als u gewoon even een moment heeft dan kan ik u wat vragen stellen.” Vervolgens is te zien dat de auto weg rijdt.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGERS
 
Klagers stellen dat in de uitzending verschillende verwijten en aantijgingen worden geuit jegens hen, terwijl hen nimmer op serieuze wijze is verzocht om commentaar en zij geen mogelijkheid hebben gehad om de aantijgingen met documentatie te weerleggen.
Daarbij wijzen zij ten eerste op de in de uitzending geuite beschuldigingen door Tiben. Niet alleen zou Stoker haar niet op de hoogte hebben gehouden van de voortgang in de aanhangig gemaakte procedure aangaande een erfenis, maar Stoker zou ook een deel van de erfenis hebben verduisterd. Klagers wijzen erop dat het een procedure betrof om aannemelijk te maken dat Tiben begin jaren tachtig ten onrechte was uitgesloten van een erfenis dan wel onderbedeeld zou zijn. De erven hebben de vordering gemotiveerd betwist en Tiben kon niet aan een bewijsopdracht voldoen, waardoor Tiben de procedure heeft verloren. Koster heeft haar als advocaat in de procedure bijgestaan. Er is vervolgens geen hoger beroep ingesteld, omdat de stellingen van Tiben onbewijsbaar werden geacht, aldus klagers. Stoker heeft in deze zaak alleen een contante betaling van ongeveer 3.200 euro ontvangen en nimmer gelden uit de erfenis. Klagers wijzen er daarbij op dat er ook helemaal geen geld uit de erfenis was om uit te keren, nu de procedure immers door de andere erfgenamen was gewonnen. Klagers betwisten tevens dat klager Stoker over enige bankmachtiging heeft beschikt en gelden van de rekening van Tiben op een andere rekening zou hebben overgemaakt. Volgens klagers hadden verweerders zich op zijn minst zelf in het dossier kunnen verdiepen om te ontdekken dat de verwijten aantoonbaar onjuist zijn.
Met betrekking tot het verwijt van mr. Schelhaas dat Stoker in zijn hoedanigheid van juridisch adviseur in verband met een incassoprocedure gelden van derden zou hebben ontvangen en nimmer zou hebben afgedragen, stellen klagers dat deze zaak een geheel andere toedracht heeft dan mr. Schelhaas doet voorkomen. Zij wijzen er op dat Stoker diverse gerechtelijke procedures aanhangig heeft gemaakt waarbij een huurder van zijn cliënt door middel van een executoriaal beslag verplicht is geworden huurbetalingen te doen aan die cliënt. Aangezien de bank hogere rechten had op de executiepenningen van deze wanbetalende huurder heeft Stoker de beslagpenningen aan die bank moeten afdragen. Volgens klagers heeft mr. Schelhaas deze informatie achter gehouden en hebben verweerders vervolgens bijgedragen aan de gewenste negatieve beeldvorming van Stoker. Verweerders hadden immers op eenvoudige wijze kunnen nagaan in hoeverre de uitlatingen van mr. Schelhaas juist waren.
Ten aanzien van de stelling van Van den Berg dat hij door Stoker twaalf jaar geleden is gedupeerd, wijzen klagers er op dat Van den Berg tien jaar geleden aangifte heeft gedaan tegen Stoker omdat die gebruik zou hebben gemaakt van een volmacht die nimmer door Van den Berg is ondertekend. Na onderzoek bleek dit onjuist te zijn en is de aangifte geseponeerd. Ook ten aanzien van deze beschuldiging is Stoker nimmer om commentaar verzocht. Verweerders waren volgens klagers kennelijk uit op tendentieuze en onjuiste berichtgeving. Zo is ook onjuist dat Koster in een kliniek zou zijn opgenomen. Wel is hij een jaar geleden getroffen door een beroerte en heeft hij revalidatie moeten ondergaan om weer behoorlijk te kunnen bewegen. Volgens klagers zijn verweerders ten onrechte kritiekloos op de stellingen van anderen afgegaan zonder dit voorafgaand aan de uitzending te controleren. Stoker is enkel voor het paleis van Justitie plotseling met een medewerker en draaiende camera geconfronteerd waarbij het voor hem onmogelijk was om op serieuze wijze te reageren. Voor het publiek was er onder die omstandigheden geen andere conclusie mogelijk dan dat klager of klagers verwijtbaar gehandeld zouden hebben. Aldus is door verweerders dan ook een misleidend beeld geschetst, terwijl zij op eenvoudige wijze middels een fax of brief vragen aan klagers hadden kunnen stellen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat klagers geen serieuze gelegenheid is geboden om te reageren op de in de gewraakte uitzending geuite verwijten en aantijgingen, en deze gemotiveerd te bestrijden.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist bij het publiceren van beschuldigingen dient te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. De journalist past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
 
In de uitzending komen verschillende personen aan het woord die verwijten en beschuldigingen uiten jegens klagers. Zij krijgen daarbij ruim de gelegenheid om hun grieven jegens klagers naar voren te brengen en in de reportage wordt door de voice-over daarop voortgebouwd. Stoker wordt echter op straat onvoorbereid gevraagd op de beschuldigingen te reageren, doordat de medewerkster van het programma zonder aankondiging op hem afstapt op het moment dat hij onderweg is naar een afspraak. Uit het programma en de verder ter beschikking staande gegevens is niet gebleken dat aan klagers ook nog op een andere, aanvaardbare wijze om een reactie is gevraagd. Naar het oordeel van de Raad is aldus sprake van overval-journalistiek. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan deze werkwijze, vanwege het intimiderende karakter ervan, slechts dan geoorloofd zijn als die onontbeerlijk is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en daarvoor geen ander middel openstaat (vgl. onder meer: RvdJ 2003/59).
 
De Raad overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat, ook als sprake zou zijn van een of meer misstanden, dit alleen langs deze weg bij klagers aan de orde gesteld had kunnen worden. Voorts kan deze handelwijze niet worden aangemerkt als een serieuze manier tot het bieden van een gelegenheid tot wederhoor. Naast de wijze waarop klager Stoker wordt overvallen, neemt de Raad daarbij ook in aanmerking dat de medewerkster klager Stoker tot in de auto blijft achtervolgen en ook persisteert op het moment dat de auto wil wegrijden. Ook deze werkwijze kan als intimiderend worden aangemerkt en de beschuldigde juist weerhouden van het beantwoorden van de op dat moment gestelde vragen naar aanleiding van de beschuldigingen.
 
De Raad komt dan ook tot de conclusie dat verweerders, door te handelen als hiervoor bedoeld, grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 oktober 2008 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, mr. B. Geersing, drs. P. Olsthoorn en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.