2008/45 deels gegrond ongegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R. Seghers 
 
tegen
 
C. Damen en de hoofdredacteur van HP/De Tijd 
 
Bij brief van 18 juli 2008 met acht bijlagen heeft R. Seghers te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen C. Damen en de hoofdredacteur van HP/De Tijd (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 augustus 2008. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 18 juli 2008 is in HP/De Tijd een artikel verschenen onder de kop “Gek op diva’s” over operadiva’s en hun fans. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Uiteindelijk is het lot van alle diva’s dat ze verknipt raken, stelt René Seghers, muziekjournalist en divadeskundige.”
en:
“Volgens Seghers werkt de exotische afkomst van veel diva’s mee aan de mythevorming rond hun persoon: “Neem Anna Netrebko. Ze heeft een raar verleden, deed mee met missverkiezingen en loopt in wel heel sexy rokjes.”
en:
“En dat is nu juist wat homo’s in de diva aantrekt, meent Seghers. “Homo’s lopen achter hysterische, theatrale diva’s aan. Zangeressen die tragische rollen spelen, niet alleen op het toneel maar ook daarbuiten”.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat hij in het artikel onjuist is geciteerd, waardoor hij in zijn reputatie als klassieke deskundige en serieuze journalist is geschaad. Bovendien wordt hij door het gebruik van de term “homo’s” persoonlijk gestigmatiseerd nu ten onrechte wordt gesuggereerd dat die term door hem is gebezigd, terwijl de vraagstelling afkomstig is van Damen. Klager betoogt dat Damen hem begin juni heeft verzocht om een interview in verband met een artikel over diva’s. Klager heeft daarmee ingestemd en enige tijd later heeft Damen hem telefonisch een aantal vragen gesteld. Aan het eind van het interview meldde Damen niet zeker te weten of zij het interview voor het artikel zou gebruiken. Volgens klager was hij in het interview vooral bezig om vooroordelen weg te nemen in plaats van te bevestigen. Toen hem enige tijd later werd gevraagd te poseren voor een foto die bij het artikel zou worden geplaatst, heeft hij verzocht het artikel vooraf in te zien. Volgens klager bleek na toezending van het artikel, dat twee van de drie citaten onjuistheden bevatten. Klager heeft daarop een mail gestuurd aan Damen, waarin hij onder meer stelt dat hij in twee van de drie citaten niets van zichzelf herkent. Klager heeft haar vervolgens op de onjuistheden gewezen. Zo stelt klager in zijn mail dat hij graag zou willen horen dat hij gezegd zou hebben dat Netrebko een raar verleden heeft en in sexy rokjes rond loopt. Volgens klager heeft Netrebko namelijk geen raar verleden en loopt zij evenmin in sexy rokjes. Wat het gebruik van de term “homo’s” betreft, heeft klager Damen er in zijn mail op gewezen dat hij dat woord niet als citaat gebruikt wil zien. Klager betoogt dat dit woord als scheldwoord geldt en dat over homoseksuelen gesproken moet worden. Vervolgens doet klager Damen een suggestie voor aanpassing van de tekst. Klager wijst er in zijn mail bovendien op dat deze nuanceverschillen voor hem essentieel zijn en dat, indien deze niet worden aangepast, hij liever volledig uit het artikel verwijderd wil worden. Volgens klager heeft hij aanvankelijk geen reactie op zijn mail ontvangen. Eerst na een herhaald verzoek om reactie ontving hij een e-mail van Damen, aldus klager. Een kopie van deze mail heeft klager overgelegd. Als reden voor het niet reageren meldt Damen daarin dat zij de mail van klager niet serieus kon nemen, nu het vol stond met vreemde beschuldigingen, beledigingen en commando’s. In deze mail stelt Damen voorts dat zij eerst normaal en respectvol bejegend wenst te worden alvorens zij nog iets voor klager doet. Klager is van mening dat hij in zijn reactie puur op de inhoud van zijn quotes is ingegaan en dat de reactie bovendien geenszins een persoonlijke aanval bevat. Na de reactie van Damen, waarin hij wel persoonlijk werd aangevallen, heeft hij besloten zijn medewerking in te trekken hetgeen hij kenbaar heeft gemaakt aan Damen en T. Kellerhuis, cultuurredacteur bij HP/De Tijd.
Klager concludeert dat de publicatie van de quotes in deze vorm onrechtmatig moet worden geacht. Volgens klager heeft Damen hem moedwillig onjuist geciteerd, zelfs nadat hij correcties had aangebracht. Klager voelt zich misbruikt in zijn vertrouwen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat – samengevat weergegeven – de volgende onderdelen:
1.      de citaten van klager zijn onjuist weergegeven;
2.      de citaten van klager zijn zonder zijn toestemming door verweerders gepubliceerd;
3.      Damen heeft klager onheus bejegend waardoor klager zich misbruikt voelt in zijn vertrouwen.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist die een interview of een ander artikel vooraf ter inzage geeft aan degene over wie het artikel gaat (dan wel van wie citaten worden gebruikt), vrij is te bepalen hoe hij eventuele op- en aanmerkingen in het artikel verwerkt. Tenzij vooraf anders is afgesproken, biedt inzage vooraf de betrokkene de mogelijkheid te verzoeken om feitelijke onjuistheden te corrigeren en onduidelijkheden weg te nemen. De geïnterviewde moet opnieuw om instemming met het publiceren van zijn uitlatingen worden gevraagd indien het citaat zal worden gebruikt in een andere context dan de geïnterviewde mocht verwachten op grond van hetgeen hem door de interviewer is meegedeeld (zie punten 2.7.2. en 2.8.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
 
Ad 1.
Klager heeft in zijn klaagschrift en de daarbij overgelegde mails naar voren gebracht dat hij in het artikel niet juist is geciteerd. Gelet op hetgeen klager naar voren heeft gebracht, lijken zijn uitlatingen in andere bewoordingen dan wel ingekort geplaatst te zijn, waardoor de strekking van zijn uitlatingen naar het oordeel van klager onjuist is geworden. Of de gepubliceerde citaten daadwerkelijk een onjuiste weergave zijn van hetgeen klager in het interview naar voren heeft gebracht, kan de Raad evenwel niet met zekerheid vaststellen. De Raad onthoudt zich met betrekking tot dit klachtonderdeel dan ook van een oordeel.
 
Ad 2.
Onbetwist is dat klager aanvankelijk zijn medewerking heeft verleend aan het interview. Op verzoek van klager hebben verweerders vervolgens het artikel ter inzage gegeven alvorens het te publiceren. Dat klager een aantal onderdelen van het artikel gecorrigeerd wilde zien, behoefde voor verweerders op zichzelf geen aanleiding tot aanpassing te zijn. Het staat een journalist immers vrij te bepalen hoe hij eventuele opmerkingen in het artikel verwerkt. Nu de Raad voorts, zoals hiervoor is overwogen, de onjuistheid van de citaten in het gewraakte artikel niet kan vaststellen, bestaat er in zoverre onvoldoende grond voor het oordeel dat met het publiceren van die ongecorrigeerde citaten grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Wat de toestemming betreft, overweegt de Raad voorts dat verweerders na instemming met het interview niet opnieuw instemming van klager behoefden te vragen. Niet is gebleken dat de context van het artikel een andere was dan klager op grond van hetgeen hem was medegedeeld mocht verwachten.
 
Ad 3.
Door klager zijn kopieën overgelegd van de e-mailwisseling tussen hem en Damen alsmede een afschrift van zijn e-mail aan Kellerhuis. Naar het oordeel van de Raad behelst de e-mail van klager aan Damen geen persoonlijke aanval of beledigingen jegens Damen en maakt klager daarin voldoende duidelijk welke correcties hij aangebracht wenst te zien en waarom hij dit wenst. In het licht daarvan, acht de Raad de reactie van Damen onheus en journalistiek onzorgvuldig. Daartoe overweegt de Raad dat de toon van de e-mail van Damen geenszins blijk geeft van een serieuze reactie op het verzoek van klager. Op de e-mail van klager aan Kellerhuis is, voor zover de Raad heeft kunnen nagaan, in het geheel niet gereageerd. Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders met de wijze waarop zij zijn omgegaan met het serieuze verzoek van klager om aanpassing van het artikel grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop verweerders op de e-mails van klager hebben gereageerd, is de klacht gegrond. Ten aanzien van de vraag of de citaten van klager onjuist zijn weergegeven onthoudt de Raad zich van een oordeel. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 26 september 2008 door mr. C.A. Streefkerk, drs. B.J. Brouwers, mr. B. Geersing, drs. P. Olsthoorn en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.