2008/42 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
C. van Tricht
 
tegen
 
M. Pam en de hoofdredacteur van HP/De Tijd 
 
Bij brief van 6 juni 2008 met drie bijlagen heeft C. van Tricht te Maarn (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Pam en de hoofdredacteur van HP/De Tijd (hierna: verweerders).
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 juli 2008. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, is de zaak behandeld door de voorzitter en resterende leden.
 
DE FEITEN
 
Op 9 mei 2008 is in HP/De Tijd een artikel verschenen onder de kop “Warhoofd”, met als onderkop: “Coen van Tricht schreef een beroerd pamflet over Willem Frederik Hermans”.
Het betreft een wekelijkse recensie van nieuwe Nederlandse literatuur. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Het schimmenrijk van W.F. Hermans is een wat gênant boekje. Dit is zo’n beetje het niveau:”Hermans hanteert methoden die kenmerkend zijn voor een dictatuur. Te harde maatregelen om met tegenstanders af te rekenen, vooruitspruitend uit de ziekte van alle dictators, namelijk de paranoïde waan, gelijk de Hunnen een spoor van verwoestingen en gekwetste zielen achter zich latend. Omdat niemand hem eens zijn bek dichtsloeg werd hij steeds beroemder.”
Volgens Van Tricht is de Nederlandse literatuur door Hermans verruwd, omdat Hermans zijn thema’s haalde uit de Tweede Wereldoorlog. En dan schrijft Van Tricht:”Maar was die oorlog werkelijk zo verruwend? Vroeger hoorde je nog wel eens van rondtrekkende, stropende, brandstichtende en verkrachtende soldaten. Bij mijn weten is er in Nederland niemand door een Duitse soldaat verkracht. Maar kan het zijn dat er toen nog geen feministen waren?”
Met dat soort warhoofdigheden moeten wij het doen. Het pamfletje staat er vol mee, zoals het ook vol staat met stilistisch geklungel. Een willekeurig voorbeeld:”Mensen als Nietzsche die van hun geloof afvielen, zagen het zonder de waarheid niet zitten.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt ­zakelijk gerelateerd dat hij als oud-verzetsstrijder zijn boek “Het schimmenrijk van W.F. Hermans” heeft geschreven daar W.F. Hermans ten onrechte de indruk heeft gewekt dat het bij het verzet een zootje was geweest. Hij voert aan onmiddellijk door de wraakengelen van W.F. Hermans, waaronder M. Pam, te zijn geëxcommuniceerd. Klager geeft aan kritiek verwacht te hebben, maar dat hij aangeduid is als ‘warhoofd’ acht hij beledigend. Hij verwijst voorts naar recensies van zijn voorgaande boeken, zoals weergegeven in één van de bijlagen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Het artikel behelst een bespreking van een boek van klager, getiteld “Het schimmenrijk van W.F. Hermans”. De Raad acht het begrijpelijk dat de recensie klager niet welgevallig is. Aan de orde is echter de vraag of met de gewraakte recensie – en met name de kop – de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid zijn overschreden.
 
Aan columnisten, cartoonisten en recensenten komt een grote mate van vrijheid toe om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. De grenzen van het toelaatbare worden overschreden wanneer cartoons en (passages in) columns en recensies in redelijkheid geen ruimte laten voor een andere karakterisering dan dat zij kwetsend en beledigend zijn voor personen of bevolkingsgroepen. Voor recensies geldt bovendien dat zij geen wezenlijke onjuistheden mogen bevatten. (zie punt 3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
De recensie bevat een persoonlijk oordeel van de journalist, hetgeen ook voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is. Naar het oordeel van de Raad stond het M. Pam vrij zijn mening te uiten op de wijze als hij heeft gedaan.
 
De Raad komt dan ook tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 14 augustus 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. drs. M.G.N. Mathot, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.