2008/36 deels gegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
F.A.C.J. van der Vorm
 
tegen
 
de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?!
 
Bij brief van 2 mei 2008 heeft F.A.C.J. van der Vorm te Den Haag (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van TROS Opgelicht?! (hierna: verweerder). Verweerder heeft hierop niet gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 juni 2008 in aanwezigheid van klager, die werd vergezeld door J. Bosch. Verweerder is daar niet verschenen.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 6 november 2007 is in de uitzending van TROS Opgelicht?! aandacht besteed aan klager. De presentatrice leidt de reportage als volgt in:
“Nu eerst een man die past in een gegoede omgeving. Hij is charmant en charismatisch. Die vaderland en koningshuis lief heeft. Verkeert graag in de betere kringen en onderhoudt contacten met koninklijke bedrijven. Frank van der Vorm. De man die in werkelijkheid z’n rekeningen niet zo royaal betaalt.”
In de reportage worden vervolgens verschillende beelden van klager getoond, waarbij de voice-over meldt: “Dit is Frank van der Vorm. Op het eerste gezicht een nette en charismatische verschijning. Maar wie is Frank nou eigenlijk.”
 
Vervolgens komt er een vijftal mensen aan het woord die zich allen negatief uitlaten over klager. Het betreft de heren Van Assendelft, Van Meel, Blinker, Rijsenbrij en mevrouw Warmerdam. De laatste zegt onder meer het volgende over klager: “Hij heeft echt aan alle kanten heeft hij z’n verhaal goed ingedekt. Ik denk dat hij daar ook gewoon een fulltime baan aan had om bedrijven op die manier op te lichten en ook z’n medewerkers op die manier op te lichten.”
Tussen de verklaringen door is een voice-over gemonteerd:
“Is Frank een wolf in schaapskleren, een meester-oplichter, of een mislukkeling met goede intenties die slachtoffer is geworden van z’n eigen grootheidswaan. Opgelicht duikt in het verleden en heden van Frank die afgelopen jaren een spoor van ellende heeft achtergelaten. Veel mensen en bedrijven zitten met een financiële strop.”
en:
“Frank heeft een grote voorliefde voor het vaderland en het koningshuis. Dus kiest hij in de jaren tachtig voor een carrière als beroepsofficier bij de luchtmacht. Dit houdt hij al gauw voor gezien en hij stort zich op het zelfstandig ondernemerschap. In de jaren negentig heeft hij diverse bedrijven. Zo is hij de eigenaar van een postorderbedrijf en een uitvaartmagazine. In 1997 koopt Frank het multiculturele magazine RôOf van Ray Blinker. Voor Ray, zeer gehecht aan het blad, het is z’n kindje, een opluchting, want er zijn financiële problemen. Ray blijft wel aan als hoofdredacteur.”
en:
“Frank laat in z’n eerste kantoor voor veel geld aan chique meubelen plaatsen. Maar acht maanden na levering, heeft hij nog steeds niet betaald. Dus haalt de gerenommeerde Haagse meubelzaak de spullen uit z’n kantoor. Alle bedrijven van Frank zijn inmiddels ter ziele gegaan.”
 
Vervolgens meldt de presentatrice het volgende: “En zo groeit de crediteurenlijst van Frank van der Vorm. Z’n imago loopt een behoorlijke deuk op. Je zou denken dat van der Vorm z’n dure les nu wel geleerd heeft. Maar het verhaal gaat verder. Want oude liefde roest niet.”
De voice-over vervolgt:
“Het koningshuis is en blijft de grote liefde van Frank van der Vorm. Hij richt daarom in 1995 een speciale stichting op. De stichting Koninklijk Verbonden en hoopt zodoende met het koningshuis geassocieerd te kunnen worden. De stichting Koninklijk Verbonden is een club voor bedrijven die het predikaat koninklijk mogen voeren. Zo worden captains of industry van koninklijke bedrijven jaarlijks op prinsjesdag door de stichting ontvangen in Paleis Lange Voorhout. Ook geeft Stichting Koninklijk Verbonden een magazine uit. Kris van Meel werkt nog maar kort voor de stichting als hij begint te merken dat er flink wat mis is met de werkwijze van Frank van der Vorm en zijn stichting Koninklijk Verbonden.”
 
Hierna volgen er verklaringen van de heer Van Meel en mevrouw Warmerdam afgewisseld door de voice-over:
“Caroline Warmerdam is directeur van een software bedrijf. Het charismatische voorkomen van Frank en de naam van de stichting Koninklijk Verbonden wekken bij Caroline zoveel vertrouwen dat ze met hem in zee gaat.”
en:
“Frank schermt dus met koninklijke contacten en doet zich erg groot voor.”
 
De reportage gaat verder, waarbij de voice-over het volgende meldt:
“Ook richt Frank in 2001 het nationaal Oranje Comité op. Speciaal voor het nationaal huwelijksfeest van prins Willem-Alexander en prinses Maxima. Burgemeester Deetman van Den Haag is voorzitter van het comité. In de wandelgangen wordt gefluisterd dat Deetman Frank van der Vorm uit het Comité heeft gezet vanwege z’n dubieuze financiële verleden. Dit jaar heeft de stichting grootse plannen om het 200-jarig jubileum van het predikaat Koninklijk te vieren. Het evenement zou op 28 april plaatsvinden in de Amsterdam Arena. Het moet het grootste muziek- en theaterspektakel worden dat ooit in Nederland is uitgevoerd, met Koninklijke koren, fanfares en het Koninklijk Concertgebouworkest. Maar zo’n feestje organiseren kost geld. Heel veel geld. En je hebt natuurlijk allerlei bedrijven nodig voor de organisatie. Zo huurt Frank van der Vorm het organisatiebureau van Reinoud van Assendelft in. Met alle gevolgen van dien”.
 
Hierna volgen uitspraken over klager en de Stichting Koninklijk Verbonden van de heer Van Assendelft en mevrouw Warmerdam.
Voice-over: “Het evenement in de Amsterdam Arena is er nooit gekomen. Maar Frank heeft intussen wel van diverse koninklijke bedrijven in totaal 272.500 euro aan sponsorgeld gecasht. Wie weet waar dat geld is gebleven, mag het zeggen. Inmiddels is de lijst van gedupeerden opgelopen tot 32. En het totaalbedrag van de openstaande vorderingen is 482.000 euro. De stichting Koninklijk Verbonden is 24 september 2007 officieel failliet verklaard. Iedereen kan naar z’n geld fluiten.”
 
In de studio vervolgt de presentatrice: “Ja, en Frank van der Vorm had nog een Koninklijk idee. Het zou natuurlijk prachtig zijn om een liefdadigheidsfonds op te richten. Het kwam er ook en het heet Royal Dutch Aid.”
 
Hierna volgt een interview met de heer Bremers. In dit interview komt onder meer het volgende aan de orde:
Presentatrice: “U heeft meer gedaan he, voor Royal Dutch Aid.”
Bremers: “Ja, het is niet bij die ene auto gebleven. Ik ging uitbreiden, er moest een hele boorploeg in Sudan opgericht worden en ik heb daar heel veel technische adviezen voor gegeven en ook hulp. En ik heb m’n eigen netwerk en kennissen daarbij ingeschakeld. En dat vind ik nog het meest erge, want die mensen hebben natuurlijk niet gratis gewerkt en die rekeningen zijn ook niet betaald. Dus m’n eigen naam is ook een beetje geschaad daardoor.”
Presentatrice: “Is een beetje te grabbel gegooid. Financieel bent u zelf niet geraakt maar u voelt u eigenlijk gewoon een beetje belachelijk gemaakt ten opzichte van uw eigen netwerk.”
Bremers: “Ja, zo kun je het zeggen.”
 
Vervolgens wordt in de uitzending getoond dat een verslaggeefster op zoek gaat naar klager, waarbij onder meer is te zien dat de verslaggeefster door klager wordt gebeld. Het gesprek is dan als volgt:
Klager: ”Ik werd gevraagd dit nummer even te bellen.”
Verslaggeefster: “Ja klopt, want ik heb begrepen dat u contact heeft opgenomen met de redactie en nu belt u mij ook en dat is heel prettig. Want we zouden u heel graag willen spreken in verband met alle berichtgeving over uw stichting.”
Klager: “Dat is prima. Ik begrijp dat u al ’n paar weken daarmee bezig bent. Ik heb u al eerder geprobeerd te bellen, maar u was steeds in gesprek. Dus als u vragen heeft, ben ik daarvoor beschikbaar.”
Verslaggeefster: “En wanneer kunnen we bij u langs komen, want we zijn op dit moment in Den Haag, dus zegt u het maar. O, ik zie u daar al aan het eind van de straat, dag meneer Van der Vorm.”
In de reportage is dan te zien dat de camera inzoomt op een raam op de tweede etage van een pand, waarachter klager staat te bellen.
Het gesprek verloopt verder als volgt.
Klager: “Ik wil best even met u praten, maar misschien is het toch goed om dat eerst inhoudelijk te doen en niet gelijk voor de camera.”
Verslaggeefster: “Ja, ik zou het wel prettig vinden om u gewoon gelijk te ontmoeten en u wat vragen te stellen.”
Klager: “Ik wil gewoon even rustig met u praten en ik loop voor niemand weg, maar ik sta er wel even van te kijken dat u mij door de ramen staat te filmen ”
Verslaggeefster: “Nou, wij zijn natuurlijk naar u op zoek. Ik wil u heel graag spreken. We laten de cameraploeg dan even beneden staan, ja, dan wil ik u heel graag spreken. Laten we dat zo even afspreken. Als u dan gewoon naar beneden komt.”
Klager: “U bent van harte welkom. Dan krijgt u een kop koffie Maar ik wil dat even niet meteen voor de camera.”
Vervolgens opent klager de deur en wordt de verslaggeefster binnen gelaten met de cameraploeg. De voice-over meldt dan het volgende:
“Helaas geeft Frank van der Vorm geen toestemming om zijn weerwoord te filmen. We confronteren hem met meer dan vijftien vorderingen van zijn crediteurenlijst. Ondanks keiharde schriftelijke bewijzen blijft hij alles ontkennen.”
En in de studio vervolgt de presentatrice: “We hebben Frank uitgenodigd om in de studio verder te praten. Maar daar is hij niet op ingegaan. In plaats daarvan heeft hij ons een aantal mails gestuurd waarin hij onder meer zegt dat de curator die op dit moment onderzoek doet ook niet tot een andere conclusie kan komen dan dat er geen geld onrechtmatig is opgenomen. Als wij de curator vragen of dat klopt zegt de curator dat die conclusies pas getrokken kunnen worden na uitvoerig onderzoek en dat hij niet heeft gezegd dat er geen geld is verdwenen. Op de website kunt u alle reacties van de verschillende partijen nalezen.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt – kort samengevat - dat de uitzending zeer suggestief is en dat hij ten onrechte wordt beschuldigd van oplichting. Daartoe wijst klager ten eerste op de omstandigheden waaronder de uitzending tot stand is gekomen. Via verschillende relaties ontdekte klager dat verweerder in een uitzending aandacht aan hem wilde besteden. Vervolgens heeft klager een aantal keren geprobeerd contact op te nemen met verweerder. Dit lukte eerst op donderdag 18 oktober 2007 op het moment dat de verslaggeefster op zoek was naar klager in Den Haag. Tot zijn grote ontsteltenis ontdekte klager op dat moment dat heimelijk door de ramen werd gefilmd. Zowel hij als de heer Bosch, waar hij op dat moment op bezoek was, waren daardoor bijzonder geschokt. Desondanks is de verslaggeefster uitgenodigd om binnen te komen. Daarbij is nadrukkelijk beloofd dat geen opnames gemaakt zouden worden. Gedurende het gesprek ontstond evenwel het vermoeden dat ondanks de afspraak opnamen werden gemaakt. Desgevraagd ontkende de cameraman dat nadrukkelijk. De dag na het gesprek werd klager gebeld en werd gevraagd of klager naar de studio wilde komen voor een gesprek. Volgens klager is daarbij door verweerder toegegeven dat toch opnames gemaakt zijn van het gesprek. Hem werd namelijk te kennen gegeven dat de beelden die per ongeluk waren gemaakt, getoond zouden worden, indien hij niet in de studio wilde verschijnen. Gelet hierop, maar ook gelet op de toon van de verslaggeefster in de andere gesprekken, ontstond bij klager de indruk dat hij geen eerlijke kans zou krijgen om alle aantijgingen te weerleggen. Klager heeft daarom besloten niet voor de camera te reageren. Wel heeft hij al zijn medewerking aan het programma verleend. Zo heeft hij aangeboden de redactie inzage te geven in de administratie. Ook stelt klager verschillende e-mails te hebben gestuurd. Deze e-mails wilde verweerder integraal op de site publiceren, maar met dat doel waren de e-mails niet opgesteld, aldus klager. In plaats daarvan heeft verweerder vervolgens slechts één onderdeel van de mail in de uitzending genoemd en is de rest niet aan de orde gekomen. Volgens klager is hij in deze hele gang van zaken onheus bejegend en is hem geen deugdelijke gelegenheid tot wederhoor geboden.
Met betrekking tot de inhoud van de uitzending wijst klager erop dat met name mensen aan het woord worden gelaten waarmee hij een zakelijk conflict heeft. Zo begint het programma met de heer Blinker die bij de overname van zijn tijdschrift RôOf in 1997 van klager een fors bedrag heeft ontvangen, waarmee het tijdschrift van de ondergang is gered. De heer Blinker is ook altijd keurig betaald, ook al heeft hij nog nooit een stuk geschreven voor het tijdschrift, aldus klager. Klager wijst erop dat de heer Blinker destijds zeer teleurgesteld was dat hij niet meer voor het tijdschrift mocht werken.
Verder komt ook de heer Rijsenbrij aan het woord. Klager wijst er op dat in een eerdere uitzending van TROS Opgelicht?! de heer Rijsenbrij zelf onderwerp was van een reportage in verband met spookfacturen die door hem zouden worden rondgezonden. Volgens klager heeft de heer Rijsenbrij nooit voor hem gewerkt, maar heeft hij in zijn afwezigheid toch een factuur betaald gekregen zonder dat hij er iets voor heeft gedaan. Met betrekking tot het teruggenomen meubilair merkt klager op dat de meubels in 1998 bijna een jaar te laat werden afgeleverd en uiteindelijk in goed overleg met de leverancier weer zijn teruggenomen. Klager vermoedt dat dit verhaal door de heer Blinker naar voren is gebracht op basis van een artikel uit het AD van 1999 of de Haagsche Courant uit 2001. Toen dit speelde werkte de heer Blinker namelijk al geruime tijd niet meer voor het tijdschrift, aldus klager.
Voorts wijst klager er op dat ten onrechte de heer Deetman wordt opgevoerd als ‘voorzitter van het Nationaal Oranje Comité’ in 2001. Volgens klager is de heer Deetman nooit voorzitter van het comité geweest. Voorts is klager uit eigen beweging teruggetreden in verband met de negatieve publiciteit en de verhalen van onder meer de heer Blinker. Klager wilde het Comité daar niet mee belasten. Ook is volgens klager onjuist dat hij slechts korte tijd voor de Koninklijke Luchtmacht zou hebben gewerkt. In totaal heeft klager meer dan 25 jaar als beroeps- en actief reserveofficier de Koninklijke Luchtmacht gediend. Bovendien is hij in 2002 uitgezonden als eerste Nederlandse militaire waarnemer naar Soedan.
Ten aanzien van de uitspraken van de heer Van Meel merkt klager onder meer op dat alle projecten die de heer Van Meel voor Koninklijk Verbonden moest doen, zijn mislukt. Dit geldt ook voor de marketing, waarvoor hij zijn vriend de heer Van Assendelft heeft ingeschakeld. De laatst vermelde heeft nooit een opdracht van Koninklijk Verbonden gekregen en derhalve ook niets te vorderen, aldus klager. En de door mevrouw Warmerdam geleverde software heeft volgens klager nooit gewerkt. Daarnaast wijst klager er op dat door de heer Van Meel kennelijk geen duidelijke afspraken waren gemaakt bij het beëindigen van het huurcontract van de kantoorruimte, waardoor een fataal conflict ontstond. Volgens klager heeft de heer Van Meel voor een belangrijk deel bijgedragen aan de financiële problemen van de stichting. Klager benadrukt dat de heer Van Meel tijdens zijn dienstverband van negen maanden geen enkele bijdrage heeft geleverd aan de inkomsten van de stichting, maar wel altijd keurig zijn salaris heeft ontvangen. Vanwege alle mislukkingen heeft de heer Van Meel volgens klager zelf ontslag gevraagd. Voorts bestrijdt klager de door de heer Van Meel gedane suggestieve opmerkingen over zijn contacten met het Koninklijk Huis. Over de heer Bremers stelt klager dat hij ten onrechte beweert dat een relatie van hem niet betaald zou zijn voor een reparatie aan een boormachine. Volgens klager had de heer Bremers een bedrag afgesproken, maar rekende de firma uiteindelijk het dubbele. Afgesproken is om alleen het afgesproken bedrag te betalen, aldus klager.
Al met al mist klager een gefundeerde onderbouwing of bewijs van de stellingen die door de gasten worden geuit. Bovendien is in de uitzending geen aandacht besteed aan de door klager overgelegde informatie die zijn standpunt ondersteunde. Ook andere informatie die een volledig beeld van de zaak had kunnen geven, mist klager. Klager stelt dat hij er voor heeft gekozen om niet in de uitzending te verschijnen, in verband met het overvalkarakter van het geboden hoor en wederhoor en het feit dat hem vooraf niet werd gemeld wat de beschuldigingen precies waren. Volgens klager is hij door de hele gang van zaken in zijn eer en goede naam aangetast.
 
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. in het programma wordt klager op suggestieve en tendentieuze wijze neergezet als oplichter zonder dat dit door feiten wordt ondersteund;
  2. bij de totstandkoming van het programma is klager onheus bejegend;
  3. er is geen deugdelijke gelegenheid geboden tot wederhoor.
 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klager bij onoorbare praktijken. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen. Dat neemt niet weg, dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan en dat door hem gepubliceerde feiten moeten zijn gebaseerd op voldoende deugdelijk materiaal. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/84)
De vormgeving van de gewraakte uitzending – de wijze van presenteren van feiten en meningen in combinatie met de montage van de beelden – laat de kijker weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat klager kan worden aangemerkt als een oplichter. Daarbij wijst de Raad niet alleen op de titel van het programma, maar ook op de uitlating van één van de gasten. Hoewel het niet aan verweerder is om deze uitlating expliciet te ontkrachten, overweegt de Raad dat de suggestie in dit geval in stand wordt gelaten en daar bovendien in de uitzending op wordt voortgebouwd. Naar het oordeel van de Raad is de aldus geuite beschuldiging echter onvoldoende onderbouwd. Daartoe overweegt de Raad dat in de uitzending enkel zakelijke conflicten naar voren worden gebracht. Zo hetgeen in de uitzending naar voren gebracht wordt al juist zou zijn, dan biedt dat geen grond voor de suggestie dat klager als oplichter aangemerkt kan worden. De klacht is in zoverre dan ook gegrond.
 
Ad 2.
Klager heeft onder meer naar voren gebracht dat tijdens het gesprek in de woning van zijn partner heimelijk opnamen zijn gemaakt en dat hij onder druk is gezet om in de studio zijn verhaal te doen. Of deze gang van zaken daadwerkelijk zo heeft plaatsgevonden en klager bij de voorbereiding van het programma onheus is bejegend, kan door de Raad evenwel niet in voldoende mate worden vastgesteld. Met betrekking tot dit onderdeel van de klacht onthoudt de Raad zich dan ook van een oordeel.
 
Ad 3.
Niet is betwist dat klager gelegenheid tot wederhoor is geboden. Klager heeft te kennen gegeven dat hij, gelet op de gang van zaken voorafgaand aan de uitzending, er van heeft afgezien om van deze gelegenheid gebruik te maken. De juistheid van deze beweegredenen kan de Raad niet vaststellen, zodat die stelling van klager onvoldoende grond kan bieden voor gegrond verklaring van deze klacht.
 

BESLISSING
 
De klacht is gegrond voor zover deze betrekking heeft op de suggestieve en tendentieuze berichtgeving. Wat de wijze van bejegening betreft onthoudt de Raad zich van een oordeel. Voor zover de klacht betrekking heeft op hoor en wederhoor is deze ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van TROS Opgelicht?!, en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website of in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 21 juli 2008 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, T.R. Harkema, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.
 
 
 
 
Voorzitter                                                   Secretaris