2008/34 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
J. Bos (De Regiokrant)
 
Bij brief van 23 april 2008 met vier bijlagen heeft X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen J. Bos, journalist bij De Regiokrant te Hoogezand (hierna: verweerder). Hierop heeft verweerder geantwoord in een brief van 12 mei 2008 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 juni 2008 in aanwezigheid van klaagster. Verweerder is daar niet verschenen. Klaagster heeft de klacht toegelicht aan de hand van een pleitnota.
 
DE FEITEN
 
Op 16 april 2008 is in De Regiokrant een artikel verschenen onder de kop “CDA wil gehandicapten uit woonwijk weren”. Het artikel bevat de volgende passages:
“De raadsfractie van het CDA in de gemeenteraad van Hoogezand-Sappemeer vraagt het college van B en W nog eens te heroverwegen of er wel gehandicapten in de woonwijk het Compagniesterpark moeten komen wonen. Zoals eerder gemeld is een ruime meerderheid van de raad voor de komst van een woonvorm voor jonge gehandicapten, opgezet door Stichting NOVO, maar een groot deel van de bewoners van die wijk is daar op tegen en vreest overlast van de licht verstandelijk gehandicapten.
Hoewel de raad eerder al het besluit tot realisering van een woonvorm voor de gehandicapten heeft genomen, wil de CDA fractie dat besluit nu het liefst terugdraaien. In een door raadslid (X) geschreven verklaring, zegt het CDA dat, hoewel de besluitvorming rond de woonvorm NOVO in het Compagniesterpark heeft plaatsgevonden en een meerderheid van de raad heeft voorgestemd, het CDA het college en de ‘grootste regeringspartij’, de PvdA, nu vraagt haar beslissing en besluitvorming te heroverwegen. (X): ,,Destijds is de wijk opgezet met als intentie een jonge woonwijk voor jonge gezinnen. Ook het oorspronkelijke bestemmingsplan getuigt daarvan. Het is twijfelachtig of de huidige woonvorm NOVO wel past binnen het bestemmingsplan(…).”“
en
“Het CDA hecht, volgens de brief, wel waarde aan het plaatsen van mensen met een beperking in een veilige en goede omgeving waarin zij geen nadeel ondervinden van hun omgeving. Ook zij zijn als nieuwe inwoners van harte welkom in deze gemeente, maar dus niet in het Compagniesterpark. ,,Wij willen graag voor beide partijen een aanvaardbare oplossing”, aldus (X) en stelt daartoe een aantal schriftelijke vragen aan B en W.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat het artikel is opgesteld naar aanleiding van schriftelijke vragen die de CDA fractie heeft gesteld aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hoogezand-Sappemeer. Klaagster betoogt allereerst dat de kop van het artikel suggestief en misleidend is. Ten onrechte wordt de indruk gewekt dat de CDA fractie tegen gehandicapten is. Klaagster wijst erop dat in die woonwijk inmiddels twee woonvormen voor gehandicapten staan. Nergens uit de schriftelijke vragen blijkt dat het CDA die gehandicapten uit de woonwijk wil weren, aldus klaagster. Zij is van mening dat verweerder door toepassing van hoor en wederhoor het werkelijke standpunt van de fractie had kunnen achterhalen. Klaagster acht het voorts bezwaarlijk dat alleen haar naam in het artikel wordt vermeld. Volgens haar wordt zij ten onrechte neergezet als schrijver van een verklaring tegen gehandicapten in de woonwijk. Klaagster benadrukt dat de vragen door vier mensen zijn ondertekend.
Klaagster stelt dat uit navraag bij verweerder is gebleken dat hij haar als auteur heeft bestempeld, omdat bij het digitale document haar naam bij ‘properties’ staat vermeld. Volgens klaagster is dit te verklaren omdat zij de lay out en de vormgeving van de stukken vaak op zich neemt, ook van stukken die niet door haar zijn geschreven of ondertekend. De vermelding van haar naam onder ‘properties’ wil dus niet zeggen dat zij ook verantwoordelijk is voor de inhoud van het stuk. Nu alleen haar naam is genoemd, voelt zij zich gekwetst door het artikel. Klaagster benadrukt dat zij juist veel affiniteit met gehandicapten heeft. Zo heeft zij in het verleden als initiatiefnemer met de stichting NOVO en de Openbare Bibliotheek een conditorij in de bibliotheek opgezet waar dagbesteding plaatsvindt. Na publicatie van dit artikel wordt zij tot op de dag van vandaag veelvuldig aangesproken. Sommige bewoners van het dorp groeten haar niet meer en zij ontvangt regelmatig brieven waarin bewoners van het dorp in allerlei bewoordingen hun ongenoegen laten blijken over haar vermeende standpunt. Volgens klaagster had dit allemaal kunnen worden voorkomen als verweerder met haar contact had opgenomen en de bronnen zorgvuldig had gecontroleerd.
Ter zitting heeft klaagster nog benadrukt dat zij ernstig is beschadigd door de publicatie van het artikel en dat haar onrecht is aangedaan zonder dat zij zich daartegen heeft kunnen verweren.
 
Verweerder stelt dat hij regelmatig verslag doet van de vragen die door raadsfracties aan het college worden gesteld. Volgens verweerder spreken die vragen voor zich. Het toepassen van wederhoor is hierbij niet nodig. De beantwoording van de vragen door het college wordt ook altijd door hem gemeld, in combinatie met de eerder gestelde vragen. Dezelfde werkwijze heeft hij ook gehanteerd met de vragen van de CDA fractie. Wat de kop van het artikel betreft merkt verweerder op dat deze de strekking weergeeft van de poging van het CDA om het college en de PvdA te bewegen het reeds genomen raadsbesluit terug te draaien. In het artikel zijn slechts de vragen vermeld, aldus verweerder. Daarbij wijst verweerder erop dat in het mailverkeer klaagster als auteur is vermeld. Op verzoek van klaagster heeft verweerder in de week daarop in een nieuw artikel uitdrukkelijk vermeld dat klaagster beslist niet tegen gehandicapten is. Verweerder is van mening dat hij aan alle wensen van klaagster tegemoet is gekomen en op dezelfde wijze heeft gehandeld als bij andere door fracties gestelde vragen. Volgens verweerder heeft hij daarbij alle nodige zorgvuldigheid betracht en was het niet noodzakelijk om bij schriftelijke vragen van raadsfracties ook hoor en wederhoor toe te passen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht heeft betrekking op de volgende onderdelen:
  1. de gehanteerde kop is misleidend en suggestief;
  2. ten onrechte wordt in het artikel klaagster als auteur van een verklaring genoemd;
  3. er is geen hoor en wederhoor toegepast.
 
Ad 1.
De kop van het gewraakte artikel kan als enigszins suggestief worden gekarakteriseerd, maar dat dit klaagster onwelgevallig is, is onvoldoende voor de conclusie dat verweerder daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld. Het is immers journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van het gehele artikel – geen sprake. In het gewraakte artikel wordt aandacht besteed aan vragen die door een aantal fractieleden van het CDA zijn opgesteld in verband met het besluit tot realisering van een woonvorm voor gehandicapten in een woonwijk van Sappemeer. Niet is betwist dat met de vragen is beoogd om te komen tot een heroverweging van dat besluit. Naar het oordeel van de Raad is de kop niet in strijd met de strekking van die vragen en de inhoud van het artikel. Daartoe acht de Raad onder meer van belang dat de kop zich beperkt tot een woonwijk en het standpunt van het CDA niet wordt veralgemeniseerd naar meerdere woonwijken. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/57)
 
Ad 2.
Naar het oordeel van de Raad is de omstandigheid dat klaagster in het artikel ten onrechte is genoemd als auteur van een verklaring eveneens onvoldoende voor de conclusie dat verweerder daarmee journalistiek onzorgvuldig zou hebben gehandeld ten opzichte van klaagster. Daartoe overweegt de Raad dat niet is betwist dat klaagster de vragen mede heeft ondertekend en ook achter de inhoud van de vragen staat. Voorts oordeelt de Raad dat – hoewel het begrijpelijk is dat het voor klaagster vervelend is dat enkel haar naam is vermeld – verweerder in dit geval niet gehouden was tot vermelding van de namen van alle ondertekenaars.
 
Ad 3.
Het beginsel van wederhoor geldt niet voor publicaties en berichtgeving van feitelijke aard tenzij een dergelijke publicatie iemands belang zodanig raakt dat wederhoor geboden is. (zie punt 2.3.4. van de Leidraad van de Raad) Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. Niet in geschil is immers dat de weergave van de vragen in het artikel overeen komt met de door de CDA fractie bij het college ingediende tekst. Aldus is in het artikel een document weergegeven dat mede door klaagster in de openbaarheid is gebracht. Onder deze omstandigheden was het voor verweerder niet nodig contact op te nemen met klaagster. Verweerder mocht er van uitgaan dat de geplaatste tekst overeen kwam met de bedoeling van de CDA fractie.
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Regiokrant te (laten) publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 21 juli 2008 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, T.R. Harkema, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.
 
 
 
 
Voorzitter                                                    Secretaris