2008/33 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Horizon, Instituut voor Jeugdzorg en Onderwijs
 
tegen
 
de hoofdredacteur van PREMtime (NPS)
 
Bij brief van 18 april 2008 met één bijlage heeft J.J. du Prie, directeur Zorg en Onderwijs, namens het Instituut voor Jeugdzorg en Onderwijs Horizon te Rotterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van PREMtime (hierna: verweerder). Hierop heeft F. Jennekens, manager Diversiteit NPS/eindredacteur PREMtime, namens verweerder geantwoord in een brief van 3 juni 2008 met twee bijlagen. Klaagster heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 13 juni 2008 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 juni 2008 waar namens klaagster is verschenen A.J.G. Voormeeren, directeur algemene zaken. Aan de zijde van verweerder zijn verschenen E. Hogenboom, eindredacteur, B. van der Klis, redacteur, P. Radhakishun, presentator, en D.G. Panday, afdeling juridische zaken van de NPS.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 16 april 2008 is in het televisieprogramma PREMtime een reportage uitgezonden met de titel “Families in de clinch met jeugd- en pleegzorg”. De uitzending wordt ingeleid als volgt:
Presentator Prem Radhakishun: “In Nederland is er groot tekort aan geschikte pleeggezinnen. Gelukkig komt het steeds vaker voor dat familieleden zich willen ontfermen over hun kleinkind, hun neefje of hun nichtje. En dan komt zo’n familielid in contact met de jeugd- en de pleegzorg.”
Jalal Bouzamour (co-presentator): “Die beoordelen dan of zo’n familielid geschikt is als pleeggezin. En dan kan het voorkomen dat een kind zonder dat het verwaarloosd of mishandeld is, wordt weggehaald bij zo’n familielid.”
 
In de uitzending wordt onder meer aandacht besteed aan de plaatsing van een meisje bij haar grootouders. Radhakishun gaat op bezoek bij de grootouders. Daarna wordt een interview met de grootouders weergegeven. In dat interview vertellen de grootouders onder meer op welke wijze hun kleinkind bij hen is weggehaald en om welke reden het kleinkind niet bij haar moeder kan wonen. Het interview bevat verder onder meer het volgende:
Radhakishun: “Horizon is een soort jeugdzorginstituut wat in Alphen aan de Rijn zit, maar wat moet onderzoeken of jullie geschikt zijn.”
Grootvader: “Capabel zijn, juist.
 
Terwijl Radhakishun een document doorbladert waarop het logo van klaagster te zien is, zegt hij: “Hier staat bijvoorbeeld een rapport, een netwerkonderzoek door (voornaam van medewerker). Snapte je alles wat (voornaam van medewerker) met je besprak?
Grootvader: “Snappen, nee. Hij zat haar maar uit te melken over vroeger. Echt ouwe koeien, van toen ze nog een baby’tje was, daar begon hij al mee. Hij heeft ‘r helemaal leeg zitten zuigen.”
Grootmoeder: “Arrogant iemand.”
Grootvader: “Toen die man binnenkwam kwam ie al heel erg vreemd over. Hij begon gelijk al te zeuren over droge lucht hier en je mag niet roken. Hij komt bij mij in huis. Ik rookte dan niet, maar dat kwam niet leuk over. En dat hele gesprek kwam heel… nee. En echt die hele serieuze woorden, ik begreep er helemaal geen snars van.”
Radhakishun: “Hier staat bijvoorbeeld jullie hebben je niet aan je afspraken gehouden en dat u (grootmoeder) labiel bent en dat u aan de pillen bent.”
Grootvader: “Moeten ze dan ook geen medisch rapport van ’n psychiater of ’n psycholoog of zo? Want ze is nooit gekeurd bij niemand.”
Radhakishun: “Je bent nooit door een psycholoog onderzocht, nooit door een psychiater. Maar zij vinden omdat jij die medicijnen slikt dat jij psychisch…”
Grootmoeder: “Zwaar psychisch labiel ben.”
Grootvader: “We zouden overal in begeleid worden. Maar toen hadden we met Jeugdzorg te maken gekregen. Ze is nog never en nooit op school geweest om te informeren hoe het met dat meisje ging, nooit naar de dokter gebeld. Ik zeg: kom iedere week ’n keer kijken, kom een bakkie doen. Nooit kwam ze. We worden gewoon zwaar gestraft” (...) “ Om dat meisje bij ons weg te halen. Zij was gelukkig, wij waren gelukkig. Ik vind het echt een zware straf die we gehad hebben.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat in de uitzending een eenzijdig en onevenwichtig beeld van haar en haar werkzaamheden is ontstaan. Volgens klaagster wordt ten onrechte het beeld geschetst dat zij in de zaak die in de uitzending aan de orde is gesteld, niet juist zou hebben gehandeld. Klaagster benadrukt dat het in dit geval gaat om een kwetsbaar onderwerp en dat zij zeer veel waarde hecht aan zorgvuldigheid. Horizon is een instituut voor jeugdzorg en speciaal onderwijs en zorgt voor de behandeling van kinderen met ernstige gedrags- c.q. ontwikkelingsproblematiek. Kinderen worden in eerste instantie aangemeld bij Bureau Jeugdzorg; deze stelt een indicatie en zorgt voor doorverwijzing naar een jeugdzorgaanbieder, i.c. Horizon. In dit geval heeft de kinderrechter besloten tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van het kind in een ander pleeggezin dan de grootouders. Horizon is verantwoordelijk voor de uitvoering van het indicatiebesluit en het realiseren van kwalitatief goede (pleeg)zorg, aldus klaagster.
Klaagster betreurt het dat aan deze werkwijze en aan de toegenomen professionaliteit van pleegouders geen aandacht is besteed. Voorts wijst klaagster erop dat ook zij zich inzet voor netwerkplaatsing (plaatsing van een kind bij familie of vrienden). Netwerkplaatsing vergt echter nog meer zorgvuldigheid. Het is van belang te toetsen of een kind niet van de regen in de drup belandt. Juist gelet op de kwetsbaarheid van het onderwerp had van verweerder meer zorgvuldigheid en genuanceerdheid verwacht mogen worden. Volgens klaagster heeft verweerder in de uitzending slechts één kant van de zaak belicht en niet alle partijen gehoord. In dit kader heeft klaagster ter zitting naar voren gebracht dat het onderwerp privacygevoelig is, maar dat verweerder klaagster in elk geval van de uitzending op de hoogte had kunnen brengen. In algemene termen had zij de gang van zaken vervolgens kunnen uitleggen, aldus klaagster. Nu is zij daar ten onrechte niet toe in de gelegenheid gesteld.
Ter zitting heeft klaagster voorts benadrukt dat zij geen bezwaar heeft dat dit soort moeilijke en ingewikkelde onderwerpen onder de loep worden genomen. Het is echter van belang dat daar grondige research aan vooraf gaat en voorts dat niet wordt voorbij gegaan aan het principe van hoor en wederhoor. Volgens klaagster had dan ook niet kunnen worden volstaan met weergave van de gevoelens van de, in dit geval, betrokken grootouders.

Klaagster acht het voorts onzorgvuldig dat in de uitzending de voornaam van een medewerker is genoemd. Volgens klaagster is daardoor ook schade toegebracht aan die medewerker. Dat alleen de voornaam is genoemd, maakt dit volgens klaagster niet anders. Daartoe wijst klaagster erop dat het aantal medewerkers met dezelfde taak zeer beperkt is en dat die medewerkers soms moeilijke boodschappen moeten overbrengen. De desbetreffende medewerker moet in de nabije toekomst nog in enkele zeer kritische gevallen opereren en volgens klaagster heeft verweerder de medewerker hierbij op achterstand gezet omdat zijn professionaliteit in de uitzending in twijfel wordt getrokken.
Klaagster concludeert dat de uitzending onzorgvuldig tot stand is gekomen en dat de zaak niet zonder de nodige research en wederhoor in de uitzending aan de orde had mogen worden gesteld. Zeker niet nu een en ander onder de titel “misstanden in de jeugdzorg – families in de clinch met jeugd- en pleegzorg” is uitgezonden. Van een misstand was in dit geval geen sprake.
 
Verweerder stelt dat de gewraakte uitzending betrekking had op de werkwijze van Jeugd- en Pleegzorg als het gaat om netwerkpleeggezinnen. De benadering van Jeugd- en Pleegzorg, de beleving van de pleegouders en de conflicten die bij het uithuisplaatsen kunnen ontstaan, stonden in deze uitzending centraal. Verweerder wijst er op dat de jeugdzorg een ingewikkeld proces is met zeer veel verschillende instanties. Er is voor gekozen om drie voorbeelden uit te lichten; één zaak uitgebreid en twee zaken (waaronder de onderhavige) kort. Met betrekking tot het onderhavige onderwerp was Bureau Jeugdzorg (als gezinsvoogd in het kader van de ondertoezichtstelling) eindverantwoordelijke. In het kader van hoor en wederhoor is dan ook met die instelling contact opgenomen. Aanvankelijk wilde Bureau Jeugdzorg meewerken en zou een interview met die instelling plaatsvinden. Kort voordat het gesprek zou plaatsvinden, heeft Bureau Jeugdzorg echter gemeld vanuit privacyoverwegingen toch niet te zullen meewerken. Verweerder betoogt dat hij vervolgens niet alsnog contact behoefde op te nemen met klaagster. Klaagster en de medewerker werden voornamelijk in een feitelijke context genoemd door de presentator. Er werd immers uit een door klaagster opgesteld rapport voorgelezen. Voor het overige betrof het de ervaringen en belevingen van de grootouders. Het noemen van enkel de voornaam van een van de medewerkers van klaagster kan volgens verweerder niet leiden tot identificatie van een persoon door derden, behalve voor betrokkenen die toch al op de hoogte zijn.
Verweerder heeft ter zitting naar voren gebracht dat een misstand aan de orde is gesteld. Het ging volgens verweerder namelijk over een kleinkind dat wordt weggehaald bij haar grootouders, die het kind zelf bij junkies vandaan hebben gehaald. Verweerder benadrukt dat het om laagopgeleide mensen gaat en dat de gang van zaken voor hen onbegrijpelijk is. Volgens verweerder zijn de grootouders bang voor de instellingen. Dit is ook de reden dat zij niet tegen de beslissing van de kinderrechter in beroep zijn gegaan, geen klacht hebben ingediend en onherkenbaar in beeld gebracht wilden worden. De grootouders stonden in die zin dan ook symbool voor de angst en machteloosheid die sommige pleeggezinnen ervaren. In de uitzending wilde verweerder dit naar voren brengen. Het was dus niet de bedoeling van de uitzending om klaagster, als betrokken instelling, aan de schandpaal te nagelen.
Verweerder wijst er ten slotte op dat inmiddels in de weergave van de uitzending op internet de namen van klaagster en haar medewerker niet meer te horen zijn en dat ook het logo van klaagster onherkenbaar is gemaakt. Verweerder benadrukt dat dit niet is gedaan omdat onzorgvuldig zou zijn gehandeld, maar enkel uit coulance jegens klaagster.
 

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht heeft betrekking op de volgende onderdelen:
  1. de negatieve beeldvorming van klaagster en één van haar medewerkers;
  2. het ontbreken van hoor en wederhoor.
 
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Evenwel dient de journalist waarheidsgetrouw te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht (zie punten 1.1. en 1.2. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek). Bovendien maakt de journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen, en vermijdt de journalist eenzijdige en tendentieuze berichtgeving (zie punten 1.4. en 1.5. van de Leidraad).
 
Ad 1.
In de uitzending wordt aandacht besteed aan netwerkplaatsing, en in het bijzonder aan de soms moeilijke en afhankelijke positie waarin pleegouders verkeren. In dat kader is uitgebreid aandacht besteed aan een voorbeeld van netwerkplaatsing in Almere. Daarnaast komt kort een tweetal andere zaken, waaronder de onderhavige zaak aan de orde. Hoewel in dit onderdeel van de uitzending de naam van klaagster en de voornaam van een medewerker worden genoemd, gaat het in dat onderdeel van de uitzending met name om de ervaringen van de betrokken grootouders. Hoewel de Raad zich kan voorstellen dat klaagster het geschetste beeld van de zaak betreurt, behoefde van verweerder niet te worden verwacht dat van alle betrokkenen een evenwichtig beeld wordt geschetst. Dat in een uitzending over een complex onderwerp als de plaatsing van kinderen in een pleeggezin, de focus in het bijzonder wordt gericht op de ervaringen van één van de betrokken partijen (zoals in dit geval de pleegouders), is op zichzelf niet in strijd met de eisen van journalistieke zorgvuldigheid, mits daarbij de rol van andere betrokken partijen niet op journalistiek onzorgvuldige wijze aan de orde komt.
Naar het oordeel van de Raad is het in zijn algemeenheid een te vergaande eis dat in een dergelijke uitzending evenveel aandacht geschonken zou moeten worden aan (het standpunt van) alle betrokken partijen. In de onderhavige uitzending worden de namen van klaagster en haar medewerker slechts terloops genoemd. Bezien in het geheel van de uitzending kan niet worden gezegd dat door verweerder een negatief beeld van klaagster en haar medewerker wordt geschetst, of dat verweerder anderszins journalistiek onzorgvuldig heeft bericht over klaagster.
 
Ad 2.
Onbetwist is dat verweerder contact heeft opgenomen met Bureau Jeugdzorg en dat door deze instelling in eerste instantie zou worden meegewerkt aan de uitzending. Naar het oordeel van de Raad behoefde verweerder niet daarnaast ook nog contact op te nemen met andere betrokken instellingen zoals klaagster. Daarbij is van belang dat Bureau Jeugdzorg als gezinsvoogdijinstelling verantwoordelijk was voor het kind, en dat de uitzending niet zozeer ging over de rol van instellingen voor pleegzorg (zoals klaagster), maar vooral over de ervaringen van pleegouders, in welk kader slechts beperkte aandacht aan klaagster is besteed. Al met al kan dan ook niet geoordeeld worden dat verweerder is tekortgeschoten in het toepassen van wederhoor.
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van PREMtime, en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 21 juli 2008 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, T.R. Harkema, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.
 
 
 
 
Voorzitter                                                      Secretaris