2008/32 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Y
 
tegen
 
K. Scharrenberg en de hoofdredacteur van Panorama
 
Bij brief van 2 juni 2008 met een bijlage heeft mr. A.S. van der Biezen, advocaat te ’s-Hertogenbosch, namens Y (hierna: klager) een klacht ingediend tegen K. Scharrenberg en de hoofdredacteur van Panorama (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers, namens verweerder geantwoord in een brief van 10 juni 2008.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 juni 2008, waar namens klager mr. Y. Quint is verschenen. Van de zijde van verweerders is F. Lomans, hoofdredacteur van Panorama, verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 5 maart 2008 is in Panorama een artikel van de hand van Scharrenberg verschenen onder de kop “Eén verkeerd moment: zeven doden”, waarvan de intro luidt:
“Het is waarschijnlijk de bizarste moordpartij uit de vaderlandse geschiedenis. Vier moorden, een moord, een zelfmoord en nog een moord, in zes jaar tijd – en allemaal met elkaar verbonden. Op 10 maart wordt het laatste ‘losse’ eindje in deze zaak ook vastgeknoopt; dan is de uitspraak in hoger beroep tegen de laatste, nog levende en/of vrij rond lopende verdachte.”
In het artikel wordt klager genoemd. Verder is vermeld dat klager in verband met een van de besproken moorden is vrijgesproken, maar dat hij in verband met een poging tot moord is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en in verband met een van de andere besproken moorden uiteindelijk is veroordeeld tot acht jaar cel.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat in het artikel ten onrechte zijn volledige naam meerdere keren is vermeld. Volgens hem is hij aldus onnodig uit de anonimiteit gehaald. Klager wijst in dit kader onder meer op de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek van 23 april 2008 (RvdJ 2008/17) in een vergelijkbare kwestie. In die zaak oordeelde de Raad dat met het noemen van de volledige naam geen maatschappelijk belang was gediend dat bovendien zwaarder zou wegen dan het individuele belang van de klaagster in die zaak. Volgens klager geldt dit uitgangspunt ook voor zijn geval. Evident is dat met het weglaten van de volledige naam geen onaanvaardbare onduidelijkheid zou ontstaan voor de lezer, aldus klager. Klager wijst erop dat uit niets een zorgvuldige afweging van de betrokken belangen blijkt, terwijl die extra zorgvuldigheid juist gelet op het onderwerp van het artikel wel is geboden. 
Klager is van mening dat niet kan worden gesproken van een redelijke verhouding tussen de inbreuk op zijn privacy en het doel van de publicatie. Hij concludeert dat sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn privéleven.
 
Verweerders stellen dat in het artikel duidelijk is vermeld dat klager is vrijgesproken van enige betrokkenheid bij de in het artikel aangehaalde tweede moord. Volgens verweerders zou het anonimiseren van de naam van klager in dat geval juist stigmatiserend en criminaliserend zijn. In deze specifieke situatie was het noemen van de volledige naam van klager dan ook gerechtvaardigd, aldus verweerders. Daarbij wijzen zij erop dat in een artikel van 11 juni 2008 nogmaals wordt benadrukt dat klager niet bij deze moord was betrokken.
Verweerders merken verder op dat Panorama na de uitspraak van de Raad van 23 april 2008 (RvdJ 2008/17) haar beleid heeft aangepast en vanaf die datum over het algemeen verdachten en veroordeelden met initialen in de publicaties weergeeft. Zij achten het niet opportuun die beslissing van de Raad van toepassing te verklaren op een artikel dat dateert van vóór die uitspraak.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
In de klacht wordt gesteld dat de privacy van klager door het vermelden van zijn volledige naam onevenredig is aangetast.
 
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/82)
 
Naar het oordeel van de Raad is in dit geval niet gebleken dat met de vermelding van de naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had ook anoniem kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Niet is gebleken dat door het weglaten van klagers volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de lezer zou zijn ontstaan.
Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van zijn privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. Dat in het artikel is vermeld dat klager van één van de moorden is vrijgesproken, maakt dit niet anders. Immers, duidelijk is bericht dat klager ter zake van een poging tot moord en een andere moord wél is veroordeeld.
 
De Raad komt dan ook tot de slotsom dat de vermelding van klagers naam een ongerechtvaardigde aantasting vormt van klagers privéleven. Verweerders hebben aldus grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Panorama te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 juli 2008 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, drs. C.M. Buijs, mw. A.C. Diamand, en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.